Het einde van de gletsjer

Een rouwdienst op de top

Steeds meer gletsjers in IJsland gaan ten onder. Onderzoekers luiden de noodklok, maar met alleen die kille data komt niemand in beweging. Gletsjerverhalen en -begrafenissen brengen de mens en het ijs dichter bij elkaar.

Ok Jökull (Ok-gletsjer), IJsland,augustus 2019 © Ragnar Axelsson / RAX / Morgunblaðið

In de minibus naar Veðurstofu, het nationale weerstation van IJsland, probeer ik naar buiten te kijken door de melkwitte, beslagen ruiten. De sneeuw striemt met harde stoten tegen het glas. Tussen de hoog opgepakte sneeuw zie ik een auto langs de kant van de weg in een greppel liggen. We rijden niet harder dan 25 kilometer per uur en de chauffeur verontschuldigt zich tegenover mij, zijn enige passagier: ‘Ik weet niet hoelang we erover gaan doen. Dit is de heftigste sneeuwstorm die we deze winter hebben meegemaakt.’ Zijn bus is eerder op de dag vast komen te zitten, dus hij neemt geen enkel risico.

Vol adrenaline van mijn stormervaring kom ik twee uur later opgewonden het weerstation binnen, waar mijn verhalen over de reis weinig indruk maken op de kalme IJslandse wetenschappers met wie ik kom praten. De rustige Hrafnhildur Hannesdóttir – donkerbruin steil haar en een langwerpig gezicht – haalt een kop zwarte koffie en Oddur Siggurdson, eigenlijk met emeritaat, maar nog steeds hier ‘voor de lol’, zit achter zijn bureau klaar met een slideshow over gletsjers. Want daar zouden we het over gaan hebben vandaag. Buiten loeit de storm door.

‘Dit is de gletsjer die ons tien jaar geleden heeft verlaten’, vertelt Siggurdson bij de eerste slide van Ok, uit 1993. ‘Hij had een prachtige kopvorm aan de noordkant van een uitgestorven vulkaan en hij had een oppervlak van ongeveer vier vierkante kilometer. Tien jaar later was dat oppervlak geslonken tot drie vierkante kilometer.’ Op de slide uit 2003 zijn duidelijke lijnen van vuil, vulkanische as en stof te zien. ‘Daaraan kun je zien dat de gletsjer op de vlucht is. Normaal gesproken verzamelt het ijs zich in de winter en als vervolgens in de zomer niet al het ijs smelt, dan zie je een witte plek boven op de gletsjer. Het vuil zie je dan niet, omdat het wordt afgedekt door recent gevallen sneeuw. Maar die lijnen zie je hier dus wel en dat is een duidelijk teken dat deze gletsjer op het punt staat om ten onder te gaan.’

In 2014 verklaarde Siggurdson de Ok-gletsjer officieel dood. ‘Ik had een inventarisatie gedaan van alle gletsjers in IJsland en daar een kaart van gemaakt.’ Hij wijst naar de kaart die op zijn bureau ligt. Toen hij zag dat de Ok zich veel sneller terugtrok dan hij had verwacht, concludeerde hij dat de gletsjer niet meer bewoog. ‘En dat is de definitie van een dode gletsjer: stilstand.’ Hij laat me de officiële ‘overlijdensakte’ van Ok zien.

Beweging van het ijs lijkt een makkelijk meetbare scheidslijn van leven en dood, maar Hannesdóttir herinnert zich dat er over deze grens veel onenigheid bestond onder glaciologen. Toen ze afgelopen zomer met foto’s van de Ok-gletsjer naar een conferentie van de World Glacier Monitoring Services in Zwitserland kwam, ontstonden felle discussies over de exacte definitie van een dode gletsjer.

In IJsland is het mogelijk om heel dicht bij een gletsjer te komen en exacte metingen te doen, waardoor je makkelijk kunt onderscheiden wat nu precies een gletsjer is (ijs dat beweegt) en wat permanente sneeuw (ijs dat niet beweegt). In veel landen zijn gletsjers echter moeilijk bereikbaar en moeten dit soort beoordelingen worden gedaan aan de hand van satellietbeelden, waardoor de metingen minder betrouwbaar zijn. Hannesdóttir legt uit dat men in Zwitserland en Oostenrijk bovendien moeite heeft met het doodverklaren van gletsjers. ‘Ze hebben kleine gletsjers en die willen ze graag de status van gletsjer laten behouden. Zelfs als er bijna niets meer van over is, dan nog willen ze een gletsjer pas doodverklaren als echt al het ijs weg is.’

Siggurdson wilde graag de aandacht vestigen op de snel verdwijnende gletsjers in IJsland. Zo is de verwachting dat de Snæfellsjökull, de gletsjer waar Jules Verne zijn beroemde reis naar het middelpunt van de aarde begon, binnen dertig jaar verdwenen zal zijn. Als de huidige trend doorzet zullen binnen tweehonderd jaar alle gletsjers in IJsland verloren zijn. Na Oks doodverklaring zocht Siggurdson dan ook de publiciteit in een IJslands televisieprogramma. Helaas kwam er maar weinig respons op. Toch bleef hij in zijn internationale netwerk zijn zorgen uitspreken over IJslands terugtrekkende gletsjers. Zo sprak hij met een antropoloog van de Texaanse Rice University, Cymene Howe. Zij besloot dat ze iets wilde gaan doen rond de dood van de Ok-gletsjer. Wat er toen gebeurde verbaast Siggurdson en Hannesdóttir nog steeds. ‘Eigenlijk is het gewoon een beetje gek’, glimlacht Hannesdóttir schouderophalend en een beetje verlegen.

de Sólheimajökull- gletsjer tijdens een bege­leide tocht voor toeristen, maart 2017 © Denis Meyer / Hans Lucas / De Beeldunie

Via een Zoom-meeting praat ik later met Cymene Howe en haar collega Dominic Boyer, de Amerikanen die besloten om aandacht te besteden aan Ok. Ze zitten in lockdown in Berlijn. Howe vertelt hoe ze al in 2016 samenwerkten aan een project over ‘cryo-human relations’, de relatie tussen mensen en ijs. Toen het bericht over de doodverklaring van Ok hen bereikte, kwamen ze op het idee een documentaire te maken over het verlies van deze gletsjer en de manier waarop IJslanders hiermee omgaan. ‘Kinderen in IJsland leren de namen van gletsjers uit hun hoofd op school. De dood van een gletsjer resoneert dus in de samenleving. Het betékent iets. We gingen ons afvragen hoe je afscheid neemt van een gletsjer. Hoe gedenk je zoiets?’

Nu was Ok niet bepaald een belangrijke gletsjer in de IJslandse sagen, maar toch: hij was belangrijk genoeg om op alle kaarten te staan. ‘En het had iets aantrekkelijks: die gletsjer met die schattige naam.’ Een naam die in het Engels natuurlijk een heel andere associatie oproept, namelijk die van ‘in orde’, oké. De naam van de documentaire werd dan ook: Not Ok.

Howe en Boyer wilden hun gletsjerfilm anders aanpakken dan gebruikelijk. In de meeste films over gletsjers, zeggen ze, ‘heerst een sfeer van omineuze voortekenen, visuele explosies van afkalvende ijsbergen, dramatische muziek, intense bezorgdheid. Maar al dat spektakel creëert een afstand tussen de kijker en de beelden. Onze film is juist heel intiem. We praten met mensen.’

In 2018 kwam de film uit en de dag daarna organiseerden Howe en Boyer een unglaciered hike naar Ok voor veertig mensen. ‘De regionale autoriteiten vonden het allemaal een beetje raar, maar ook interessant en ze gingen erin mee.’ Op de locatie zelf zagen ze een groot, driehoekig stuk basalt, een soort richel waar precies een stenen plaque op zou kunnen liggen, een steen die het afscheid van Ok zou kunnen gedenken.

Het duurde niet lang of de rouwbijeenkomst in de zomer van 2019 was georganiseerd. De antropologen gingen op zoek naar een IJslandse schrijver die de tekst van de gedenksteen zou kunnen schrijven en kwamen uit bij Andri Snær Magnason, een van de beroemdste schrijvers van IJsland. Magnason won prestigieuze literaire prijzen en zijn boeken werden in verschillende talen vertaald. Bij de rouwbijeenkomst waren buitenlanders, maar ook veel IJslanders, onder wie premier Katrín Jakobsdóttir, aanwezig. En er was pers, heel veel pers. Zo ontstond een media-explosie rond de ‘begrafenis van een gletsjer’.

‘Kinderen in IJsland kennen de namen van gletsjers uit hun hoofd. De dood van een gletsjer resoneert in de samenleving. Het betékent iets’

Oddur Siggurdson laat me de lijst van persverzoeken zien. Hij ontving interviewaanvragen van over de hele wereld. ‘bbc, The New York Times, maar ook Al Jazeera. Ze moesten daar opzoeken wat het Arabische woord voor gletsjer eigenlijk is. Dat woord bleek trouwens wel te bestaan!’ Hoewel lichtelijk beschaamd over al deze aandacht ging Siggurdson mee in het mediacircus. Het leverde immers aandacht op voor het onderwerp dat hem zo na aan het hart ligt.

Journalisten vragen hem vaak hoe hij zich voelt over het verdwijnen van Ok, maar hij heeft daar geen speciale gevoelens bij, zegt hij. ‘Ik vind gletsjers ongelooflijk interessant en ze zijn aan het verdwijnen. Ook hoe ze verdwijnen vind ik interessant. Ik wil een archief aanleggen van de gletsjers die we hier in IJsland hebben en hadden. Zodat de geschiedenis niet verloren gaat. Dáár gaat het me om. Ik word er niet emotioneel van, maar dat betekent niet dat het me onverschillig laat.’

Hrafnhildur Hannesdóttir is uitgesprokener. ‘Ja, ik ben verdrietig, maar ik ben vooral boos, omdat er niet genoeg wordt gedaan. Wetenschappers over de hele wereld werken hieraan en verschaffen alle data, maar er gebeurt niets. Het is er allemaal, de wetenschap is unaniem over het verdwijnen van gletsjers, maar niemand doet er wat mee. Mensen zijn zo op zichzelf gericht. Ik zie mensen hier geen foto’s maken van het uitzicht of van de gletsjer, maar van zichzelf vóór de gletsjer. Het is ik, ik, ik.’ Ze zucht en concludeert: ‘We moeten nieuwe manieren vinden om de boodschap over te brengen. Er moeten andere vormen van communicatie komen. Samenwerking met kunstenaars en journalisten speelt daarbij een belangrijke rol.’

Thorsmork, 1925 © H.G. Mansfield / Royal Geographical Society / Getty Images

Schrijver Andri Snær Magnason haalt me de volgende dag op in zijn kleine, witte Volkswagen. De storm van gisteren is gaan liggen en de lucht is rustig en fris. We rijden langs het donkerblauwe water van de zee naar het kantoor van het Openbaar Ministerie in Reykjavik, waar hij vandaag een lezing geeft voor de openbaar aanklagers. Over gletsjers, tijd en water. Niet omdat dit onderwerp van direct belang is voor openbaar aanklagers, maar omdat gletsjers van belang zijn voor iedere IJslander en een lezing van een beroemde schrijver gewoon een leuk verzetje is op een vrijdagochtend op kantoor. Bovendien heeft Magnason net een nieuw boek uit, Tijd en water. In de boekhandel heb ik de stapels ervan prominent uitgestald zien liggen.

Op het kantoor van de openbaar aanklagers wordt Magnason met alle egards ontvangen. De lezing is in het IJslands, dus ik heb de rust om uit het raam te kijken, naar het weidse uitzicht over de baai van Reykjavik. De lucht verandert elke seconde in een andere schakering witgrijs en vormt telkens nieuwe contrasten met het diepe donkerblauw van het water en de met sneeuw bedekte bergen, aan de overkant van de baai. Ik denk aan de vlag van IJsland: het grote blauwe vlak dat staat voor het water van de Atlantische Oceaan, het wit van het kruis dat staat voor het ijs en het rood in het kruis dat de vulkanen vertegenwoordigt.

‘Ik wilde een boek schrijven over klimaat, maar het op een andere manier aanpakken’, vertelt Magnason me voor de lezing. ‘Ik had bijvoorbeeld een kunstmatig intelligent systeem kunnen gebruiken en dat kunnen loslaten op alle Guardian-artikelen over het klimaat van de afgelopen jaren. Dat zou dan een boek kunnen zijn, maar zo’n boek wilde ik dus niet.’ In plaats daarvan verwerkte hij allerlei persoonlijke en historische verhalen in zijn boek. Verhalen over zijn grootouders, die de oprichters waren van de vereniging van gletsjermonitors, een groep citizen scientists avant la lettre, maar ook verhalen over hoe de Franse revolutie naar IJsland kwam en hoe IJsland zich toen abrupt losmaakte van Denemarken.

‘Mijn idee’, zegt hij, ‘is dat het klimaatonderwerp zó groot is dat het groter is dan taal. We kunnen het niet begrijpen door er alleen over te lezen. Het is als een zwart gat. Wetenschappers kunnen niet direct in een zwart gat kijken. En de enige manier om over een zwart gat te praten is door er niet over te praten, door er omheen te kijken, naar de periferie, naar hoe het zwarte gat sterrenstelsels naar zich toetrekt. Mijn boek gaat over hoe er geen taal is en hoelang het duurt tot nieuwe taal zich ontwikkelt.’

Praten over klimaatverandering is altijd verbonden met data in de toekomst. Dat maakt ons gevoel van urgentie zeer beperkt. ‘Als een wetenschapper het over bijvoorbeeld het jaar 2120 heeft’, zegt Magnason, ‘dan voelen we niets. Als je hoort dat de zee de komende honderd jaar net zo veel zal veranderen als de afgelopen vijftig miljoen jaar, dan is dat een verandering die iemand in zijn leven zal meemaken. In één mensenleven tien keer de gehele tijd van de evolutie van mensen. Mensen bestaan immers vijf miljoen jaar, en dat dus keer tien. Daarom zeg ik dat we leven in mythologische tijden. In mythische en bijbelse verhalen is de tijd in de taal “opgeschaald”. De aarde is bijvoorbeeld gemaakt in zeven dagen of de zondvloed duurt veertig dagen.’

Magnason is ervan overtuigd dat we een paradigmaverschuiving doormaken. Om die te kunnen begrijpen voorspelt hij niet de toekomst, maar kijkt hij terug en gebruikt hij zijn eigen familie als tijdschaal. ‘Toen mijn grootouders de gletsjers in kaart brachten, gebeurde dit in de context van de eeuwigheid. Maar nu zijn de gletsjers aan het verdwijnen in de levenstijd van iemand die vandaag geboren wordt en bijvoorbeeld zo oud wordt als mijn grootmoeder van 96. Ik praat juist over mijn grootouders, omdat zij mensen zijn die voor mij volledig betekenis hebben en dezelfde afstand hebben van mij als mijn toekomstige kleinkinderen. Bij die nog niet bestaande kleinkinderen voel ik niets. Ik kijk dus juist in de andere richting van het zwarte gat.’

De grootmoeder van de schrijver was de eerste vrouw die een vliegbrevet haalde. Maar het standaarddocument voor het brevet kende alleen de IJslandse, mannelijke vorm voor het woord piloot. De vrouwelijke vorm was immers nooit eerder gebruikt. Op het vliegbrevet werd de mannelijke uitgang van het woord doorgehaald en de vrouwelijke erbij geschreven. ‘Omdat plotseling bleek dat vrouwen ook konden vliegen, moest een nieuw woord worden gemaakt. Nieuwe taal werd gevormd. Ik gebruik die generatie om te kijken hoe zij met paradigmawisselingen omgingen.’

Onverwacht bleken de gletsjerverhalen van zijn grootouders in verband te kunnen worden gebracht met een verhaal dat hij besprak met de dalai lama. Magnason was gevraagd om hem te interviewen en wist eigenlijk niet goed waar hij het over moest hebben: ‘Wat zeg je tegen iemand die al veertien keer is gereïncarneerd?’ Ze bleken genoeg gespreksstof te hebben en ontdekten onverwachte connecties.

In de Noorse mythologie begon de wereld met een bevroren koe en uit die bevroren koe kwamen vier rivieren voort. ‘Waarom? Niemand weet het. Het slaat eigenlijk nergens op. Het lijkt een soort fluisterspelletje dat mis is gegaan’, begint Magnason een van zijn ‘mythologische verhalen’. De naam van de koe was Humla. Ook de oorsprong van die naam is onbekend. Maar tijdens het gesprek met de dalai lama kwam Magnason erachter dat in Nepal het district Humla ligt. Het grote Himalaya-pad leidt daar naar de Gailes-berg, die gezien wordt als de troon van Shiva en het boeddhistische centrum van de wereld. Bovenop de Gailes-berg ligt een gletsjer met de naam Gamuk en uit die gletsjer komen de vier grote rivieren van Azië voort, waaronder de Ganges en de Indus. ‘En wat blijkt Gamuk te betekenen? Het betekent de mond van de koe!’

De metingen en grafieken zijn het topje van de ijsberg, daaronder ligt een schat aan kennis die we hoognodig in beeld moeten brengen

Is dat dan de bevroren koe waar de wereld mee begon? De bevroren koe waar vier rivieren uit ontspringen en waaruit al het leven voortkomt? Hoewel Magnason weet dat dit geen bewijs is voor de connectie tussen de Noorse mythologie en de boeddhistische betekenis van de gletsjer in de Himalaya, vindt hij het verband ‘plausibel’. ‘En het klopt in de context van Nepal. De gletsjer is daar een bron van het leven en biedt het voedende water, via het perfecte systeem van de moesson die water geeft wanneer je het nodig hebt en het vasthoudt als het te overvloedig wordt. De dalai lama wilde met mij praten over de miljard mensen in Azië die leven aan het water van die grote rivieren. Wat gebeurt er met die mensen als de gletsjers zich terugtrekken? Je kunt je voorstellen wat een impact dit heeft in Azië.’

In IJsland hebben gletsjers deze voedende rol veel minder. Daar zijn ze van oudsher eerder een dreigende aanwezigheid, vergelijkbaar met de vele vulkanen in het land. De oudste generatie IJslanders heeft angstige herinneringen aan zogenaamde jökulhaups, een soort ijsoverstromingen die plotseling vanuit een gletsjer kunnen losbarsten en in een mum van tijd een heel dorp kunnen vermorzelen. ‘Je respecteert de kracht van een gletsjer net zoals die van een vulkaan, maar verder heb je er geen emoties bij. Ze zijn er gewoon. Maar nu is het anders, want nu blijken mensen plotseling sterker dan de gletsjer.’ Magnason vergelijkt het met haaien of tijgers: je voelt vooral angst voor deze wilde dieren, tot hun populaties afnemen en ze met uitsterven worden bedreigd. Dan wil je ze opeens beschermen.

De beklimming naar de top van Ok, waar een rouwbijeenkomst voor de gletsjer plaatsvindt,augustus 2019 © Felipe Dana / AP / HH

Henry Pollack, een bekende geofysicus, schreef in 2009 in zijn boek A World without Ice dat ijs misschien wel de meest gevoelige en ondubbelzinnige graadmeter is van klimaatverandering. Want wat doet ijs simpelweg? Het smelt. De Amerikaanse jonge geoloog en glacioloog M. Jackson woonde langere tijd in het zuidoosten van IJsland, waar de meeste gletsjers zijn. Zij is het niet met Pollack eens. In haar boek The Secret Lives of Glaciers schrijft ze dat ijs ‘niet slechts een thermometer is’ en ‘juist niet simpelweg smelt’. Ze observeert dat ‘de getallen van verandering niet overeenkomen met de ervaring van verandering’.

Ze ontdekte dat de IJslanders gletsjerverandering vaak in de eerste plaats interpreteerden door de lens van hun eigen culturele verhalen over gletsjers. Zo merkte ze in gesprekken met oudere IJslanders, met hun herinneringen aan verwoesting door uitdijende gletsjers en jökullhaups nog op het netvlies, dat ze vaak blij waren dat de gletsjers zich terugtrokken. Nu hoefden ze eindelijk niet meer bang te zijn.

Bovendien hebben de gletsjers veel IJslanders van een nieuw inkomen voorzien. Na de bankencrisis van 2008 is het vooral het toerisme geweest dat IJsland uit het slop wist te trekken. ‘Met het toerisme stroomde buitenlandse valuta het land binnen’. vertelt Hans Welling, die aan de Universiteit van IJsland een promotie-onderzoek deed naar IJslands gletsjertoerisme. Hij woont al tien jaar in IJsland met zijn IJslandse vrouw en kinderen. Wandelingen op gletsjers en bezoeken aan de ijsgrotten zijn razend populair; het feit dat gletsjers verdwijnen lijkt ze alleen maar aantrekkelijker te maken. Het is een wereldwijd fenomeen dat ook speelt bij koraalriffen in Nieuw-Zeeland en skipistes in de Alpen: snel nog een laatste bezoekje voordat het weg is.

We spreken elkaar in Reykjavik in een hip café met een Frans decor. Corona heeft IJsland net bereikt en dat verbaast niet. ‘Per jaar bezoeken twee miljoen toeristen IJsland, vooral om te genieten van de natuur’, zegt Welling. Veelzeggend is dat de faculteit waar hij werkt zowel geologie als toerisme omvat. ‘Die twee zijn in IJsland niet meer los van elkaar te zien.’

Uit Wellings onderzoek bleek dat touroperators klimaatverandering wel degelijk erkennen, maar hun reactie hierop bestaat vooral uit een wait-and-see-strategie, gecombineerd met ad hoc aanpassingen aan het programma van hun tours. Langetermijnaanpassingen en -strategieën bleven uit. De coronacrisis zal de touroperators op dit moment veel meer zorgen baren dan de terugtrekkende gletsjers. Nu het eiland lastig te bereiken is zolang het vliegverkeer nagenoeg stilligt, zal het virus hoe dan ook een enorme impact hebben op de IJslandse economie.

Welling mailt me later dat het toerisme een ‘behoorlijke klap’ krijgt in IJsland, vooral in het zuiden. Toch denkt hij dat de toeristen op de lange termijn terug zullen komen. ‘De factoren die het mondiale toerisme aanjagen – meer mensen, meer welvaart en meer vrije tijd – worden door het virus en de economische crisis niet structureel veranderd. IJsland heeft met zijn unieke natuur zijn plek op de mondiale toerismeradar inmiddels veroverd.’ Van de tijdelijk verminderde CO2-uitstoot verwacht hij dan ook geen belangrijk effect. ‘Om het smelten van de gletsjers te vertragen en misschien te stoppen voor ze zijn verdwenen’, zegt hij, ‘zal er een soort mondiale, economische, ideologische omwenteling moeten komen, waarin materiële ontwikkeling en mobiliteit niet de kern van ons welzijn moeten zijn.’

Via Zoom spreek ik met Þorvarður Árnason, directeur van het onderzoekscentrum van de Universiteit van IJsland in Hornafjörður, het gebied in het zuidoosten van IJsland met de meeste gletsjers. Árnason denkt dat wetenschappers moeite hebben met het delen van hun research met het publiek. ‘Ze worden daar ook niet op beoordeeld. Alleen hun publicaties in academische tijdschriften tellen mee.’ Volgens Árnason ervaren wetenschappers een ‘valse dichotomie’ tussen feiten en waarden. ‘Ze hebben het idee dat wetenschap volledig waardeneutraal zou moeten zijn’, licht hij toe. ‘Maar als we willen dat feiten betekenis krijgen, zoals in het geval van de klimaatcrisis, dan zullen we ze ook in het framework van waarden moeten bespreken. Wetenschappers zullen ook de waarden moeten gaan omarmen die spelen in relatie met de uitkomsten van hun onderzoek.’

Daarbij waarschuwt hij voor ‘preken’. Het gaat erom dat wetenschappers meer gaan deelnemen in geïnformeerde discussies met wetenschappers van andere disciplines, met beleidsmakers, met journalisten. Hij vergelijkt de klimaatcrisis met een ziektesyndroom. ‘Het heeft geen zin om alle aparte systemen los van elkaar te behandelen. Je moet alles tegelijk in samenhang met elkaar bekijken.’ Samen met zijn collega Kieran Baxter (Universiteit van Dundee) maakte Árnason daarom een korte film over gletsjers waarin emoties een duidelijke rol spelen. ‘Wetenschap, ethiek en esthetiek kunnen heel goed samengaan. Toen ik de trailer voor de eerste keer zag, waren er tranen, zelfs zonder de muziek.’

Gletsjers zijn de iconische beelden van klimaatverandering, maar tegelijkertijd zijn ze moeilijk wetenschappelijk te bestuderen. ‘Ze zijn vaak zo groot dat het atmosferisch perspectief – het effect waar objecten over lange afstanden lijken te versmelten met hun achtergrond – onze mogelijkheden om accuraat afstanden, schalen en verandering te beoordelen vervormt’, schrijft Jackson in The Secret Lives of Glaciers. Dit geldt in meerdere opzichten. ‘Wat we vandaag de dag zien is dat gletsjers steeds meer worden gereduceerd, versimpeld en afgezonderd van hun omgeving, van mensen, van sociaal-politieke en culturele processen.’

Jackson constateert dat het haar als wetenschapper lange tijd heeft gekost om zich te realiseren dat het herhalen van de getallen van gletsjerverandering niet erg effectief was. Dit enkelvoudige verhaal van gletsjers moet volgens haar veranderen. ‘Als mensen zich niet herkennen in het verhaal, dan zijn ze geen onderdeel van het verhaal.’

Gletsjers moeten worden bestudeerd in hun omgeving, in relatie met de mensen in de Himalaya wier leven ze voeden, in relatie met de ouderen in IJsland die soms juist blij zijn met de terugtrekking van die gevaarlijke ijsmonsters, met de touroperators die hun levensonderhoud te danken hebben aan het bewegende en verdwijnende ijs. Kortom, gletsjers vormen onderdeel van een bredere ecologie van landschap en mens. Net zoals de studie van de ecologie van gletsjers noodzakelijk is, zo is ook de ecologie van de wereld rond glaciologen van groot belang.

De glacioloog die metingen doet en grafieken naar buiten brengt is belangrijk, maar wordt genegeerd. Maar de glacioloog die samenwerkt met de antropoloog, met de politicus, met de schrijver en de journalist, maakt plotseling wereldwijde belangstelling los voor onze gevoelens over gletsjers, voor de betekenis van gletsjers, voor ons besef van urgentie. De metingen en grafieken zijn het topje van de ijsberg, daaronder ligt een schat aan kennis die we hoognodig in beeld moeten brengen. De tijd dringt.