Een scenisch oratorium

Het klinkt misschien raar om een nieuwe produktie van een Verdi- opera revolutionair te noemen, maar de Otello die dirigent Riccardo Chailly en regisseur Klaus Michael Gruber op de planken van het Muziektheater zetten, is een onbetwist hoogtepunt in de reeks moderne Verdi-benaderingen die intendant Pierre Audi enkele jaren geleden is begonnen. Door een verregaande abstrahering en stilering ontstond een gloednieuwe Otello die, ontdaan van die stoffige beelden van paleizen en gewelven, het drama in al zijn gruwelijkheid etaleert.

Eenvoudige symbolen zetten de toon. Dat begint met de kleding van de vier hoofdpersonages. Desdemona gaat in een hemels blauw gekleed, Jago in een agressief rood gewaad, Emilia oogt vooral solide in haar steenbruine jurk, terwijl Otello - roetzwart geschminkt - als een grote, dreigende vleermuis over het toneel fladdert. Ook het decor bevat simpele verwijzingen. Palmbomen en moorse poortjes verwijzen naar de Noordafrikaanse afkomst van Otello. Een leeuw in een reusachtige kooi verbeeldt de wijze waarop de door jaloezie getergde Otello in zijn hersenspinsels zit opgesloten. Het zijn beelden die haast een beetje naief aandoen, maar in feite geldt dat zowel voor Otello (die klakkeloos de laster van Jago gelooft) als voor Desdemona (die niet begrijpt wat er gaande is).
Doordat het toneelbeeld sober is en de zangers niet meer bewegen dan nodig is, ligt het accent volledig op de muziek. Deze is zo rijk aan ideeen en emoties, zo intelligent geconstrueerd en - niet op de laatste plaats - zo theatraal, dat er een prachtig evenwicht tussen regie en muziek ontstaat. Alles (openingsscene uitgezonderd) valt op z'n plaats. Aan Chailly is dit repertoire volledig toevertrouwd. Het orkest bruist, klatert en vonkt, loopjes klinken sprankelend als watervalletjes, het giftig venijn van Jago wordt door een rauwe afgebeten streek van de violen verbeeld, terwijl de voortvarende ritmes - die Chailly puntig en strak houdt - als motto fungeren.
Het werkelijke geheim van de voorstelling schuilt echter in de belichting, die van een surreele intensiteit is. De diepe en felle kleuren creeren een atmosfeer die een sprookjesachtige droomwereld suggereert. Op een zeer esthetische manier versterkt dit het illusoire karakter van Otello's jaloezie en de nachtmerrie waarin het verhaal uiteindelijk ontaardt.
Even sober, statisch en succesvol was Klaas de Vries' A King, Riding - niet voor niets een scenisch oratorium genoemd - dat een dag later in Carre in premie
re ging. Gesitueerd in een oude, hoge, donkerhouten eetzaal als decor begint het stuk heel terloops. Op een band klinkt een geroezemoes dat ook uit de zaal afkomstig zou kunnen zijn, dirigent Reinbert de Leeuw neemt een laatste trekje van zijn sigaret en loopt naar de bok, en de zangers die rondom op het balkon staan opgesteld, beginnen te fluisteren. Geleidelijk krijgt de muziek contouren en twee uur lang klinkt er een uiterst geraffineerd klankspel dat door de ruimtelijke opstelling van de musici en de elektronische manipulatie van de klank over achttien luidsprekers het publiek omhult, zoals ook de zes personages uit The Waves van Virginia Woolf - naar analogie van de heteroniemen bij Pessoa - door een denkbeeldig brein dolen.
Klaas de Vries heeft prachtige muziek gecomponeerd. Een uiterste verfijning in instrumentatie gaat samen met een krachtige uitdrukking en door een simpel verband te leggen tussen de zes stemmen en zes soloinstrumenten heeft het stuk een duidelijke logica. De keuze voor regisseur Christoph Marthaler is een gelukkige geweest: in zijn enscenering zit dezelfde geheimzinnigheid als in de muziek doordat hij niet probeert het ontbreken van enig verhaal te compenseren. Met name de toevoeging van een danser, die de onrust van de jonge Percival belichaamt, is heel mooi.
In tegenstelling tot de onversneden dramatiek in Otello is in A King, Riding eerder sprake van een trieste kwetsbaarheid die op een veel abstractere manier ontroert. Toch is het een stuk met een dwingend karakter. Het is voelbaar dat deze thematiek Klaas de Vries bezighoudt en dat hij de teksten op deze manier heeft willen muzikaliseren en theatraliseren.