Historicus Judith Herrin

Een schild tegen de islam

Historicus Judith Herrin verrichtte pionierswerk bij het identificeren van de cruciale plaats van het Byzantijnse rijk in de wereldgeschiedenis. Byzantium heeft de ontwikkeling van Europa mogelijk gemaakt, is haar overtuiging.

Medium judith herrin jussi puikonen origineel 20 2

Pas in het derde jaar van haar geschiedenisstudie in Cambridge kreeg Judith Herrin (1942) zijdelings te maken met Byzantium. Haar hoogleraar vroeg-middeleeuwse geschiedenis had een privé-verzameling munten uit die periode. ‘De mooiste gouden exemplaren kwamen uit Byzantium en werden gevonden van het puntje van Noord-Noorwegen tot diep in de Sahara’, herinnert ze zich. ‘Ik was meteen gefascineerd, want dit moesten de overblijfselen zijn van een groot en machtig rijk.’

Herrin startte met de studie Oud-Grieks aan de Universiteit van Birmingham en al gauw ging een ware schatkamer met Griekse teksten uit de Byzantijnse tijd voor haar open. ‘Bibliotheken vol bleken niet vertaald en nog nauwelijks bestudeerd te zijn. Een compleet nieuwe maatschappij ontvouwde zich voor mij.’

Lange tijd zagen westerse historici Byzantium toch vooral als een lange nasleep van het grote Romeinse rijk. Nadat in Rome de laatste keizer in 476 was verjaagd bleef het oostelijk deel nog bijna duizend jaar bestaan, maar dat rijk werd toch vooral gekenmerkt door oorlogen, landverlies, interne strijd, decadentie, corruptie en incompetente leiders. Het einde in 1453 door de verovering van Constantinopel door sultan Mehmet II was daardoor onvermijdelijk. ‘Het beeld was echt negatief’, weet Herrin nog.

Uit de teksten die Herrin bestudeerde kwam echter een heel ander rijk naar voren. ‘Byzantium had in de Middeleeuwen grote invloed op de landen rond de Middellandse Zee, de Balkan en in West-Europa’, schrijft ze in haar bestseller Byzantium: The Surprising Life of a Medieval Empire. Het land had een stabiel rechtssysteem, een keizerlijk hof met een kundige diplomatieke dienst, een efficiënt ambtelijk apparaat en zelfs een onderwijssysteem. De burgers voelden zich veilig en beschermd, het land bracht kundige leiders voort, briljante generaals, vernieuwende theologen en grote wetenschappers, architecten en kunstenaars. ‘Byzantium koesterde de gedichten van Homerus, produceerde de eerste edities van de Ilias en de Odyssee. De toneelstukken van Aeschylus, Sophocles, Euripides en Aristophanes werden nauwkeurig bestudeerd en door generaties scholieren uit het hoofd geleerd, vaak samen met de speeches van Demosthenes en de dialogen van Plato. Sterke elementen van de heidense kennis werden zo geïncorporeerd in Byzantium.’

‘Het rijk was echt geworteld in de Oudheid’, licht Herrin toe. ‘De burgers voelden zich Romeinen en het beter opgeleide deel sprak en las zowel Grieks als Latijn. De Griekse teksten waren in bibliotheken binnen handbereik en ze werden veelvuldig gebruikt. De cultuur was een bron van kracht.’

Aan het eind droeg Byzantium ook bij aan het ontstaan van de Renaissance in Italië. In de veertiende eeuw werden Byzantijnse leraren Grieks benoemd aan Italiaanse universiteiten en zij begonnen met hun leerlingen Plato te vertalen. Met de val van Constantinopel vluchtten veel wetenschappers met klassieke manuscripten naar Italië.

‘De gewone Byzantijn leefde gezonder en had fijnere stoffen aan zijn lichaam’

Byzantium had ook een groot militair belang, benadrukt Herrin. Lange tijd fungeerde het rijk als een effectief schild voor het christelijke Westen tegen de oprukkende islamitische strijders. Geïnspireerd door het nieuwe geloof wilden de Arabische stammen in de zevende eeuw het oostelijk deel van de Middellandse Zee veroveren. Met grote inspanningen wist Byzantium in 634 en 644 invasies af te slaan en het maakte hierdoor de ontwikkeling van Europa mogelijk, is de overtuiging van Herrin, want de verovering van de Balkan, Italië en gebieden verder naar het noorden werd zo voorkomen. ‘De christelijke krachten in West-Europa kregen zo de kans zich verder te ontwikkelen.’

De militaire macht van Byzantium bouwde vooral voort op de Romeinse traditie. Zowel soldaten als cavalerie werden nog getraind met de Romeinse handleidingen, ontdekte Herrin. Ook aanvalsstrategieën op land en ter zee stamden uit die tijd. Nieuw was de ontwikkeling van ‘Grieks vuur’, een substantie die bleef branden op water en waarvan het recept tot staatsgeheim was uitgeroepen. Het goedje, waarvan de samenstelling nog steeds niet helemaal bekend is, joeg tegenstanders op zee en ook bij belegeringen grote angst aan.

Door het bestuderen van de Griekse teksten leerde Herrin vooral het leven en de gedachten van de Byzantijnse elite kennen, door opgravingen waarbij ze betrokken was in onder meer Kreta en Turkije werd haar meer duidelijk over het leven van de gewone Byzantijn. ‘Je ziet welke spullen ze gebruikten en waar vandaan ze die haalden. Wat ze aten, waarmee ze zich kleedden en welke sieraden ze droegen.’ Het ontwikkelingsniveau was voor die tijd erg hoog, concludeerde ze al snel. ‘Ik had het voordeel dat ik eerst de vroege Middeleeuwen in West-Europa had bestudeerd en dan zie je meteen dat ook de gewone Byzantijn in die tijd veel beter af was. Hij leefde gezonder en had bijvoorbeeld veel fijnere stoffen aan zijn lichaam.’

Het belangrijkste element was misschien wel: de Byzantijn kende een hoge mate van rechtszekerheid. Zijn leven en bezit waren redelijk veilig. Herrin: ‘Er waren onafhankelijke, goed getrainde rechters die ook voor hun vak betaald werden. Ook gewone mensen konden hier hun recht halen, zelfs in afgelegen gebieden op het platteland.’

Een enorm verschil met West-Europa, waar vaak de macht van het zwaard regeerde en andersdenkenden al snel op de brandstapel terechtkwamen, een strafmaatregel die in Byzantium niet voorkwam.

Ook keizerswisselingen hadden weinig invloed op het leven van de gewone burger, weet Herrin: ‘Het ambtelijk apparaat bestuurde de staat, inde ook de belastingen. Wie de baas was, was voor de dagelijkse gang van zaken niet echt relevant.’

‘De bisschoppen en de paus in Rome zetten de Byzantijnen uiteindelijk neer als onbetrouwbaar en gevaarlijk’

Judith Herrin krijgt de Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Historische Wetenschap voor haar pionierswerk op het gebied van de oude culturen van de mediterrane wereld en het identificeren van de cruciale plaats van het Byzantijnse rijk in de wereldgeschiedenis. ‘Zij heeft echt het beeld gekanteld’, vindt ook Daniëlle Slootjes, wetenschappelijk medewerker aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘De beperkte groep historici die zich vóór haar met Byzantium bezighield vertelde min of meer chronologisch het verhaal van de negentig keizers en de vele oorlogen. Met haar thematische aanpak gaat Herrin veel meer de diepte in en komt ze met verrassende constateringen. Zij heeft historici de ogen geopend en de weg gewezen naar nieuwe onderzoeksterreinen.’

De boeken van Herrin worden gebruikt in het Nijmeegse curriculum. ‘Belangrijk is vooral haar geweldige kennis van de bronnen’, stelt Slootjes. ‘Zij kan teksten vergelijken en op waarde schatten. Keizerin Theodora werd bijvoorbeeld door sommige contemporaine bronnen als een totale waanzinnige neergezet, terwijl je uit andere bronnen kunt afleiden dat ze een belangrijke rol speelde en daarin ook werd geaccepteerd.’

Herrin wees als eerste op de relatief grote macht van vrouwen in Byzantium. Niet alleen was er een drietal vrouwelijke keizers waartoe bijvoorbeeld ook West-Europese koningen zich moesten zien te verhouden, ook waren er keizerinnen die de macht van hun man overnamen als die zich voor vele maanden op oorlogspad begaf. Maar de belangrijkste factor was dat vrouwen ook als rechtspersoon werden erkend, stelt Herrin. Ze erfden het bezit van hun man en konden naar de rechter stappen als iemand daar een stokje voor wilde steken. ‘Ik heb verschillende zaken bestudeerd waarin vrouwen in dit soort zaken in het gelijk werden gesteld.’

De grote vraag is: waarom is Byzantium er in de vroegere geschiedschrijving zo bekaaid van afgekomen? Allereerst speelt natuurlijk een rol dat het rijk geen opvolger heeft die de geschiedenis koestert, zoals de Fransen trots terugkijken op bijvoorbeeld Karel de Grote, Lodewijk de Vrome en zelfs Karel de Kale. De Turken moeten eigenlijk niets hebben van hun Byzantijnse geschiedenis en voor de Grieken en Italianen is het Byzantijnse rijk slechts een onderdeel van hun totale oudheidkundige erfenis.

Maar misschien wel belangrijker is de ‘katholieke framing’ die vanaf de vroege Middeleeuwen heeft plaatsgevonden, stelt Herrin. ‘In de orthodoxe kerk werden de theologische discussies in het Grieks gevoerd, een meer complexe taal waarin je veel meer nuance kunt aanbrengen dan in het Latijn. Zo zijn er verschillende woorden voor natuur en nog meer voor geest. De bisschoppen en de paus in Rome begonnen zich daar groen en geel aan te ergeren, dat gegoochel met woorden. Ze zetten de Byzantijnen uiteindelijk neer als onbetrouwbaar en gevaarlijk. Dat beeld heeft een enorme invloed gehad op de verdere geschiedschrijving.’

Er liggen in bibliotheken nog vele duizenden Griekse teksten te wachten op historici die er hun eigen ontdekkingsreis willen houden. Herrin constateert tevreden dat de belangstelling daarvoor door haar werk groeit. Ze heeft zelf na 2008 een gedesillusioneerde bankier opgeleid die nu Byzantijnse avonturenromans uit de twaalfde eeuw aan het bestuderen is. ‘Zeer opwindend materiaal’, vindt Herrin. ‘De verhalen gaan allemaal over geliefden die elkaar kwijtraken, meestal omdat de ene geliefde gekaapt wordt door Arabieren en als slaaf dreigt te worden afgevoerd. Door het gebruik van magische krachten weet de andere geliefde op het laatste moment in te grijpen en ze leefden nog lang en gelukkig. Het is veelzeggend dat deze romans in die tijd ongekend populair waren.’


Judith Herrin, laureaat van de Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Historische Wetenschap 2016, houdt op 27 september haar KNAW Heineken Lecture in Utrecht. Info knaw.nl/heinekenprijzen