Kunst: Alleen met Vermeer, samen met Bal

Een schilfertje gele verf

Voor emeritus hoogleraar en kunstenaar Mieke Bal is het maatschappelijke nut van kunst geen vraag, het is een vanzelfsprekendheid. In haar films probeert ze dat duidelijk te maken.

Johannes Vermeers Gezicht op Delft in de expositie Alleen met Vermeer © Mauritshuis

‘In de tentoonstellingszaal kunnen bezoekers tijdens een vooraf geboekt tijdslot alleen, in stilte ervaren wat dit bijzondere kunstwerk met hen doet.’ Aldus het Mauritshuis, dat de komende maanden Alleen met Vermeer op de agenda heeft staan: een exclusief één-op-één-contact met het Gezicht op Delft. Met ‘perfecte belichting’ en geen geluiden of afleiding van buitenaf. Vorig jaar kon de bezoeker van het Stedelijk Museum Schiedam in haar of zijn eentje zonder telefoon een werk van Mark Rothko bekijken, het project werd wegens groot succes verlengd. Nu presenteert het Mauritshuis het stadsgezicht van Vermeer dus als persoonlijke ervaring. Een korte video op de website van het museum noemt Vermeer een regisseur of schrijver die zijn publiek ‘zijn verhaal’ in trekt. Een zeventiende-eeuws verhaal, volgens het museum. De buitenwereld, die van vreemde museumbezoekers, met hun associaties, gesprekken en andere geluiden, kleding en lichamen, en de loeiende ambulances en regenbuien buiten, gelden als stoorzender.

Het wás al zo stil in Nederlandse musea. Niet alleen vanwege het gebrek aan toeristen en dagjesmensen, ook vóór de lockdown in maart was er al weinig omgevingsgeluid, steeds minder misschien. Veel bezoekers storten zich op de audiotour, gidsen spreken hun groepen gedempt toe via een microfoontje en suppoosten sussen te luide discussies van bezoekers onderling. Alsof een luide stem de betovering van de kunstwerken zou verbreken.

De omgeving is van wezenlijk belang voor het ervaren van een kunstwerk. Een museum geeft een kunstwerk status, laat zien hoe relevant het werk is voor het instituut. Bruiklenen en speciale presentaties laten kunstwerken met elkaar in dialoog gaan, wijzen de toeschouwer door gelijkenissen of contrasten op details of keuzes. Musea hangen kunstwerken op en lichten ze uit in een temperatuur- en lichtgecontroleerde museumzaal. Ernaast hangt of klinkt een toelichting, de stem van het museum, en nieuwsgierige bezoekers kunnen meer lezen in de catalogus. Maar doet het kunstwerk ook iets voor ons, meer dan het geven van een esthetisch genot?

Voor Mieke Bal, emeritus hoogleraar theoretische literatuurwetenschap én videokunstenaar, is het maatschappelijke nut van kunst geen vraag, het is een vanzelfsprekendheid. In haar cultuuranalyse, zoals ze recent nog toelichtte in haar boek Het geel van Marcel Proust (Van Tilt, 2019), neemt ze naast het kunstwerk zelf het geheel van commentaren, theorie en de politieke en sociale actualiteit mee. De titel van het boek verwijst naar de omschrijving die Marcel Proust in À la recherche du temps perdu gaf van Vermeers Gezicht op Delft: ‘le petit pan de mur jaune’, het schilfertje gele verf op een van de muren dat op Bergotte, de fictieve schrijver in de roman, een dodelijke uitwerking had.

Bal concentreert zich onder andere op het boek van Proust, zijn gebruik van ‘fictieve kunstenaars’, op de betekenis van de kleur geel, en laat zien hoe dankzij het schilderij van Vermeer een vruchtbare dialoog ontstaat tussen de literaire tekst en de moderne theorie. Bal noemt die versmelting ‘beelddenken’. In haar videowerken, waarmee ze begon in 2002, breidt ze die methode verder uit. Ze begon met documentaires, vanaf 2010 maakte ze meerdere fictiefilms. Die zijn nu te zien in Museum Jan Cunen in Oss, onder de titel Kunst als noodzaak. ‘Het is zinvol, zelfs noodzakelijk, om vanuit kunst naar de wereld te kijken’, stelt Bal in de aankondiging.

De films in de tentoonstelling zijn gerangschikt naar vier thema’s: verlangen, twijfel, verdriet en waanzin. De presentatie begint met een essayfilm: It’s About Time! Reflections on Urgency. Het is haar meest recente film, ze heeft hem kort voor de lockdown opgenomen in Polen. Net als bij haar eerdere films werkte ze met een kleine groep lokale acteurs, ze spreken dus Pools, Engels ondertiteld: vooraf opgeschreven, complexe teksten, het kunnen ook citaten zijn van romanpersonages. De statische dialogen gaan over tijdloze vragen en zijn niet makkelijk te volgen. Gezichten zijn hard uitgelicht, de acteurs dragen historische kostuums, bewegen zich binnenshuis in een historisch aandoende omgeving, maar wandelen eenmaal buiten door de straten van een moderne Europese grote stad.

In deze eerste film speelt een jonge vrouw de hoofdrol. Eerst als actrice in een theater, later zegt ze haar ouders dat ‘iemand zijn, mens zijn, betekent dat je woorden en beelden gebruikt om niet alleen te zijn’. Op het scherm verschijnt een citaat van T.S. Eliot, over de arbitraire onderverdeling van verleden en heden. ‘Preposterous’ noemt hij het, een term die Bal ook overneemt in haar teksten, vanwege het spel met de pre- en post- die op de ‘voor- en na-chronologie’ inspelen. Er wordt gesproken over het oplichten van de waarheid van het kunstwerk, uit de these van Walter Benjamin over het beeld van het verleden.

Mathieu Montanier in Don Quijote, tristes figuras van Mieke Bal © Mieke Bal
‘Het is zinvol, zelfs noodzakelijk, om vanuit kunst naar de wereld te kijken’

In de volgende zalen zijn de films als installatie gepresenteerd: de scènes worden verdeeld over meerdere schermen, soms met koptelefoon, soms is ook een still uit de film aan de muur geplakt. De films zijn gebaseerd op literaire of filosofische klassiekers: Don Quichot, René Descartes, Madame Bovary. Afhankelijk van het thema is het soms een chaos van beelden en geluid door elkaar, soms speelt ook slechts een geconcentreerde introverte scène. Ernaast staan en hangen enkele kunstwerken uit de collectie van het museum. Het kijken van de films voelt als een marathon, de monologen zijn vaak zo ingestudeerd en vol verwijzingen dat het ook voor de redelijk belezen toeschouwer een intellectueel raadspel wordt, in plaats van de ervaring van een kunstwerk dat je anders naar de wereld laat kijken.

Zo blijkt uit de aftiteling van de openingsfilm de hoofdrolspeelster Cassandra te zijn, de mythische vrouw die van Apollo de gave kreeg de toekomst te voorspellen. Toen ze weigerde in te gaan op zijn avances vervloekte hij haar, en zouden haar voorspellingen niet worden geloofd. ‘We moeten nu handelen’, is de raad van het orakel. Maar hoe?

Het gaat er bij deze films niet om het volledige verhaal te hebben gezien, vertelt gastcurator van de tentoonstelling Jeroen Lutters, zelf lector kunsteducatie aan kunstacademie ArtEZ. Hij is grondlegger van de zogeheten Art Based Learning-techniek, waarbij het gaat om een ‘dialoog met kunstzinnige objecten’, en zo uiteindelijk ook ‘beter bij jezelf en authentiek’ te zijn. De ideeën van Mieke Bal hebben hem geïnspireerd. Vragen stellen, de dialoog aangaan en op basis daarvan tot nieuwe inzichten komen, het klinkt als een voor de hand liggend vertrekpunt.

Meer toelichting volgt in de publicatie bij de tentoonstelling, voor het grootste deel geschreven door de kunstenaar Mieke Bal, of is het de wetenschapper? Hoe respectabel en intelligent Bals analyses van het werk van Rembrandt, Edvard Munch of Louise Bourgeois ook zijn, haar analyses van de films van Mieke Bal maken op meerdere plekken kortsluiting. Zo stelt Bal hoe belangrijk het is de pijn van anderen zichtbaar te maken op een manier die invoelbaar is, omdat ze hoopt dat kunst samen met musea, theater en onderwijs de gevolgen van wreedheid in de wereld kan verzachten of verhelpen. In haar film over Don Quichot zegt ze dat zélf te doen. Of ze stelt dat ‘Emma’s bovarystische verlangen om zichzelf te veranderen’ in haar eigen film een ‘extra visuele lading krijgt’ door een sprookjesachtige winkel. Bal heeft de films blijkbaar gemaakt om téksten te presenteren, in beeld en tekst, niet om beeldende kunst te maken.

Bal neemt in haar films literatuur als bodem. Voor lezers bieden de films daarmee tekstueel wellicht nieuwe relevantie, kijkers riskeren te struikelen over de stroeve cameravoering, het gebrek aan duidelijke keuzes voor vorm. De films zijn geen beeldende meesterwerken, ze missen de betovering die verhalende kunstfilms van bijvoorbeeld Bill Viola of Shirin Neshat wél hebben. Dit zijn in de eerste plaats rationele commentaren, vrije exegeses. Lutters wil met deze tentoonstelling het podium geven aan de kunstenaar Bal. Maar kunstenaar, wetenschapper, analist en schrijver zijn zo met elkaar verweven dat dat loskoppelen niet lukt.

Dat is meteen ook de kracht van deze presentatie. Met de meerdere schermen, de kunst uit de collectie Jan Cunen en bankjes nodigt de opstelling actief uit tot discussie. Dat klinkt wat gratuit, je kunt het ook als een meta-standpunt zien.

Want zo’n kakofonie zou moeten kunnen ontstaan in iedere museumzaal met interessante kunst. In buitenlandse musea lopen vaak medewerkers rond die op eigen verzoek een korte toelichting geven op bepaalde kunstwerken. Laagdrempelig, persoonlijk, vrijblijvend, met mogelijkheid tot vragen stellen. Je ziet in deze musea, meer dan in de Nederlandse, schoolklassen, soms nog maar net de peuterleeftijd voorbij, die met daarvoor opgeleide medewerkers praten over wat ze zien. Maar zelfs het commentaar van willekeurige medebezoekers beklijft vele malen beter dan een audiotour, ook, misschien wel juist, als die bezoeker niet bekend is met de kunsthistorische en culturele conventies. Rineke Dijkstra maakte er in 2019 een film over, Nightwatching. Bij de Nachtwacht spraken mensen vrijuit met elkaar over wat ze zagen, en dat gaf, meer nog dan een frisse interpretatie van het schilderij, een schitterend portret van de sprekers.

De ontvangst van Alleen met Vermeer in het Mauritshuis is steriel, als bij een auditie mag de bezoeker wachten op een bankje totdat de tijd van de vorige bezoeker erop zit. Twee bewakers scannen het ticket en houden het schema in de gaten, camera’s geven een zwart-witblik op de zaal met het schilderij. In het midden, vooraan, hangt het schilderij, alleen. Bij binnenkomst blijkt het bankje dicht op het doek te staan. Op de voorgrond beginnen, langs de mensen bij de boot, over het water naar de gele muur. Is dat het detail waar Prousts schrijver aan overleed? De wolkenlucht werpt een donkere schaduw, en laat alleen de horizon en de kerktoren in het licht. Nu maar hopen dat andere bezoekers dat ook hebben gezien.


Mieke Bal – Kunst uit noodzaak, t/m 31 januari in Museum Jan Cunen in Oss; museumjancunen.nl