Commentaar: Naturalisatiebeleid

Een schrijnende zaak

De Marokkaan Azzouz, al 25 jaar in Nederland, mag geen Nederlander worden. Hij had een vuilniszak een dag te vroeg aan de straat gezet en kreeg daarvoor de uitzonderlijk hoge boete van duizend gulden. Naturalisatie werd hem geweigerd. Bij een boete van duizend gulden of meer op je naam ben je «gevaarlijk voor de openbare orde». Het loket bleef derhalve gesloten.

Geen paspoort vanwege een vuilniszak, dat kan toch niet de bedoeling zijn. En dat terwijl de Rijkswet op het Nederlanderschap voorziet in een uitzonderingswet voor schrijnende zaken als die van Azzouz. Artikel 10 is een dubbel bewaakte achteringang naar het rijk van de Nederlandse paspoorthouders. «Bij koninklijk besluit» en in hoge uitzondering wordt er iemand toegelaten.

Iemand als Máxima Zorreguieta.

Waar de gemiddelde immigrant vier jaar nodig heeft, kreeg de Argentijnse het begeerde papiertje binnen enkele weken. Dat heeft de gemoederen verhit. Classicus Anton van Hooff heeft een vriendin uit Estland en vroeg Willem-Alexander (voor de gelegenheid aangesproken met doctorandus in de historische wetenschappen) onlangs in een brief om uitleg. Was het principe van de door hem bestudeerde klassieke democratie niet de gelijkwettigheid? En hoe kon hij, als hoeder van de grondwet, voorbijgaan aan deze basisregel?

De naturalisatie van Máxima geeft inderdaad te denken. Bijzonder schrijnend kan haar situatie niet worden genoemd. Een andere reden die volgens artikel 10 recht geeft op een paspoort is «staatsbelang». Volgens oud-hoogleraar immigratierecht H.U. Jessurun d'Oliveira moesten de prinsen in eerdere tijden genaturaliseerd worden om ervoor te zorgen dat hun kinderen Nederlands zouden zijn. Op Máxima is dit niet van toepassing. Wel behoort ze door de naturalisatie tot het Koninklijk Huis en kan ze door het kabinet de mond gesnoerd worden. Staatsbelang? Terwijl de PvdA roept minder mensen in het keurslijf van het Huis te willen, wordt Máxima door een expreswet onder ministeriële verantwoordelijkheid gesteld.

De belangrijkste reden voor de snelle naturalisatie is waarschijnlijk van een meer gevoelsmatige aard. Schoonmoeder in spe vindt het vooral heel prettig als haar zoon met een Nederlandse trouwt. Gelukkig is daar artikel 10 van de Rijkswet.

De term «koninklijk besluit» komt hiermee in een geheel nieuw licht te staan. Het dossier van de immigrant moet door de regering (koningin en kabinet) en de Raad van State (voorgezeten door de koningin) worden goedgekeurd. Met een toekomstige schoonmoeder die beide sleutels van de achteringang in handen heeft, ben je zo binnen. Maar niet iedereen heeft friends in high places. Anton van Hooff overweegt terecht de zaak aanhangig te maken bij de commissie gelijke behandeling. De Marokkaan Azzouz blijft procederen.