Zomerserie - Het einde van de man: Nederland

Een seksloze zorglieverd

Mannen lijden onder oprukkende vrouwen in de westerse maatschappij en worden zelfs uitgeroepen tot de nieuwe tweede sekse. Geldt dat ook voor de Nederlandse man? Hij is als vader in ieder geval minder geëmancipeerd dan het lijkt.

Medium dmnldavid cover 5b3 5d

Denk je dat hij naar de winkel gaat om een shirtje voor Jasim te kopen? Daar kan ik 25 jaar op gaan zitten wachten. Jasim krijgt tandjes, hij huilt veel en wil de hele dag bij je zijn. Daar begrijpt Hafid niks van. Hij is altijd aan het werk. Of is hij weg met zijn vrienden, dan gaat hij weer eten bij zijn moeder.’

De jonge vrouw zit naast me in de trein en van haar telefoongesprek is ieder woord te volgen. Als ze ophangt, continueert ze tegen mij haar beklag over de vader van Jasim, een schattig ventje dat kwijlend vanwege zijn eerste tandjes op haar schoot hangt. Zij is van oorsprong Marokkaans en trouwde op haar 21ste toen ze zwanger bleek. Er is wel liefde, zegt ze fel, maar toen hun zoon was geboren liet hij het als vader afweten. Haar oudere zus, gescheiden met twee kinderen, helpt een handje. ‘Ik heb een baan, achter de balie bij een bank, voor zestien uur in de week. Dat geef ik dus écht niet op.’ Ze verzucht nog eens: ‘Aan hem heb je helemaal niks.’

Na een kwartier begint het geklaag over de lakse Hafid me te vermoeien. Ik kan me ook voorstellen wat Hafid zal zeggen: wat zeurt ze nou? Ik houd zielsveel van Jasim en ik doe alles voor hem, alleen doe ik het in haar ogen nooit goed.

Hafid is niet dé Nederlandse man – want die bestaat natuurlijk niet. Wel staat hij voor de vader in het postfeministische tijdperk die volgens zijn vrouw te weinig doet voor de kinderen en de opvoeding. Uit cijfers (rapport Deeltijd (g)een probleem van het Sociaal en Cultureel Planbureau, 2009) blijkt dat slechts tien procent van de mannen arbeidstijd inlevert als het eerste kind geboren is. Het door de overheid gestimuleerde 2x4-model stuit op een hardnekkige Hollandse traditie: vrouwen werken (zeventig procent) maar vooral niet te veel (gemiddeld 26,4 uur per week). Ze laten zich daarin leiden door conventionele normen om hen heen. De buurvrouw, de moeder, vriendinnen en collega’s op het werk, ze doen het allemaal zo. Ze combineren een baan met het gezin en vrijetijdsbezigheden (potje tennis, shoppen, klusjes doen op school) en dit model functioneert volgens hen ‘prima’. Mannen vinden de scheve arbeidsverdeling over het algemeen de meest wenselijke: zijzelf prefereren een voltijdbaan en zien hun vrouw graag werken in een deeltijdbaan van bescheiden omvang. Al met al vertonen de wensen veel overeenkomsten met in 1994 gemeten resultaten.

Toch staan Nederlandse mannen te boek als geëmancipeerd; samen met de Scandinaviërs scoren zij steevast het best. In Noord-Europese landen met een hoog ontwikkeld sociaal stelsel vinden mannen het normaal dat vrouwen werken, een zelfstandig maatschappelijk leven hebben en dat zij zelf thuis zo veel mogelijk bijdragen om het gezinsleven draaiend te houden. Zij passen niet op hun kinderen, zoals dat vroeger omineus heette, maar nemen een papadag – een woord dat politiek correct is sinds werkende vrouwen het hebben over hun mamadag. Hoewel in Nederland de wens meer de vader van de gedachte is: mannen kwijten zich van hun gezinstaken na of tijdens hun werk. Dat betekent veel geschipper en stress.

Dit type man, tussen eind twintig en eind veertig, zie je overal. Ze lopen achter winkelkarretjes met een baby in de draagzak en rijden zwoegend met een bakfiets vol peuters door de buurt. Ze gaan eerder weg uit een vergadering om de sluitingstijd van de crèche te halen – en melden dat hardop, in tegenstelling tot de eerste werkende vrouwen die stilletjes wegglipten. En zij dragen bij aan de dagelijkse zorg, zoals eten koken en de kinderen naar bed brengen. Als de kinderen ouder zijn helikopteren ze met hun kroost mee in hun studiekeuze. De vervelende sleurtaken zoals stofzuigen, wassen, strijken, de wc-rollen verwisselen of de borstel door de vieze plee halen laten ze liever aan zich voorbij gaan. Op hun beurt vertonen vrouwen weinig belangstelling voor typische mannendingen: spijkers in de muur slaan, rekeningen betalen, de auto wassen, op de ladder klimmen om de dakgoot te ontdoen van herfstbladeren.

Medium dmnl14 07 15 david skateboard

Maar er is méér dan het eeuwige verhaal over het ouderschap en de verdeling van de lusten en de lasten. Een halve eeuw na het uitbreken van de Tweede Feministische Golf is de samenleving voor alle mannen flink veranderd. En daarvoor betalen zij een prijs. Sinds enkele jaren zijn ze onderwerp van een debat zoals dat al decennialang wordt gevoerd over de positie van de vrouw. Het lijkt erop dat in de gender war de focus zich verlegt naar de man die in de knel zit. De man wordt zelfs gebombardeerd tot het nieuwe zwakke geslacht, of de nieuwe tweede sekse, zoals het Duitse weekblad Der Spiegel enkele jaren geleden in een coververhaal schreef. Daar wijzen cijfers op.

In het onderwijs scoren jongens slechter dan meisjes, gemeten naar bijvoorbeeld doubleren en de Cito-score. Als verklaring geldt dat in het basisonderwijs juffen heer en meester zijn geworden (negentig procent) waardoor het ontbreekt aan mannelijke rolmodellen met een dito aanpak van het lesmateriaal. Jongens die van nature fysieke uitdagingen zoeken worden daarin tijdens de pauze door overblijfmoeders beknot en keren stuiterend van de energie weer terug in de schoolbanken. Waar dan de juf telkens roept: Jesse, Mohammed, zit nou toch eens stil.

In het middelbaar onderwijs, waar meer sekse-evenwicht in het docentenkorps is, heerst eveneens een feminien leerklimaat, gekenmerkt door niet-cognitieve competenties. Dat zou nadelig uitpakken voor jongens. Op de universiteit lopen jongens grotere vertraging op dan hun vrouwelijke medestudenten. ‘Jongens dreigen steeds meer een achterstandgroep te worden’, zei Jan Latten, hoogleraar demografie aan de Universiteit van Amsterdam en demograaf bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (cbs) een paar jaar geleden in De Groene Amsterdammer.

De omslag in het onderwijs zou zijn begonnen in 1995 – het percentage jongens met een vwo-diploma kelderde toen drastisch en ging bij meisjes flink omhoog. De output op de arbeidsmarkt is inmiddels zichtbaar. In de klassieke mannenbolwerken zoals de rechterlijke macht en het medische specialisme beginnen vrouwen een zodanige meerderheidspositie in te nemen dat op sommige werkvloeren wordt geopperd om bij sollicitaties bij gelijke geschiktheid de voorkeur te geven aan de mannelijke kandidaat. Onlangs trok de rechtbank in Den Haag zelfs aan de bel: te veel (in deeltijd werkende) vrouwen zou scheefgroei in de vonnissen teweegbrengen, vooral bij zedenzaken en scheidingsprocedures. Hoongelach uit feministische hoek volgde: na eeuwen van mannendominantie doet nu opeens de sekse in de toga ertoe. Hetzelfde valt te horen over het onderwijs. Nu meisjes in het voordeel zijn, gaan we opeens mopperen over de achterstelling van jongens. Ook op andere vlakken zie je die geïrriteerde reactie: als vrouwen aan de top zich hard opstellen tegen mannelijke collega’s krijgen ze kritiek, en dat is niet eerlijk.


Medium groene einde man

In deze bundel van verhalen richten we onze blik op de positie van de man in landen als Turkije, China, Mexico, Oeganda en India. U kunt de bundel (pdf) nu voor 4,95 aanschaffen in onze webwinkel. Na betaling kunt u de bundel direct downloaden en alle verhalen lezen.


Neutraal gesteld is er onmiskenbaar een trend: mannen worden in prestaties ingehaald door vrouwen en dreigen achterop te raken. Als die ontwikkeling doorzet naar andere maatschappelijke sectoren, zoals het bedrijfsleven, de financiële, politieke en bestuurlijke wereld, dan is er een historisch unieke omwenteling in de sekseverhoudingen gaande.

Jonge kerels die zich een stoere baard aanmeten – het zijn zwakke oprispingen van een uitstervend alfadier

Volgens de Amerikaanse journaliste Hanna Rosin voltrekt zich in de laatste decennia in de westerse wereld een stille revolutie. Vrouwen hebben dankzij hun flexibiliteit bewezen zich beter aan te passen aan deze tijd, constateert zij in haar vorig jaar verschenen en zeer succesvolle boek The End of Men. Deze eigenschap is succesvol in een samenleving waarin de industriële economie heeft plaatsgemaakt voor een dienstverlenende en op communicatie gerichte economie. Traditioneel mannelijk werk – fysieke arbeid – is sterk op z’n retour. De crisis heeft de positie van laaggeschoolde mannen nog verslechterd. In de afgelopen jaren vielen er massaontslagen in industriële bedrijfstakken, en dat kwam vooral voor rekening van mannen.

Sterker dan voor Amerika geldt in Europa dat feministische idealen van seksegelijkheid gedijen in een verzorgingsstaat met een brede middenklasse. In Noord-Europa is de samenleving sinds de jaren zeventig doortrokken van het minder waarderen van masculiene waarden, zoals zelfcontrole, experimenteren en roekeloosheid. Aldus de Britse socioloog Frank Furedi, die het mensbeeld in de laatste decennia ziet veranderen van ‘flink zijn’ naar ‘toegeven aan emoties’. ‘Alles in onze westerse samenleving draait om communicatief zijn, mondig zijn – en daar zijn vrouwen beter in.’

Rosin onderbouwt haar stelling met cijfers op het gebied van werk, relaties en sociale omgeving die bevestigen wat ook voor Nederland geldt: vrouwen studeren sneller en in groteren getale af, ze kiezen daarna gericht voor een goede baan, en een toenemend percentage verdient meer dan hun echtgenoot. Dus, zegt ze, gaan mannen steeds vaker de traditionele vrouwenrol thuis op zich nemen: zorgen voor de kinderen en de bejaarde ouders, boodschappen doen, koken en het huishouden. En dat betekent ‘het einde van de man en de opkomst van de vrouw’.

Haar conclusie, op basis van sociologische data, wordt bevestigd door sommige biologen. Onlangs schreef Louise Fresco in NRC Handelsblad in een column, Baard helpt niet, eind van de man is nabij, dat het voortbestaan van de man puur op biologische grond wordt bedreigd: het Y-chromosoom dat het mannelijk geslacht bepaalt is ernstig afgetakeld. ‘Ooit telde het zeshonderd genen, nu nog maar 45. Terwijl het X-chromosoom dat het vrouwelijk geslacht bepaalt altijd in tweevoud voorkomt, is de aanwezigheid van slechts een enkel Y-chromosoom een risico, omdat fouten bij kopiëren in de cel niet hersteld kunnen worden. Als het zo doorgaat, is het binnen vijf miljoen jaar definitief gedaan met de man, ook al zouden andere chromosomen een deel van de functies overnemen.’ Over de evolutionaire determinatie van de man in verval werden al in 2003 twee wetenschappelijke studies gepubliceerd (zie ook ‘Het einde van de man’, De Groene Amsterdammer van 8 februari 2003) en heeft sindsdien een discussie gewoed die lijkt op de reactie op het eerste succesvolle klonen van schaap Dolly: de man is bij de voortplanting straks niet meer nodig, en kan straks worden afgeschaft.

Medium dmnl14 07 15 david binnen

Het is allemaal van een hilarisch soort getheoretiseer: na 35.000 jaar beschaving waarin de man is geëvolueerd van een oerkracht die met een knots op jacht ging tot een kostwinner in een overall of een maatpak zou er nu al worden vooruitgelopen op zijn verdwijning van de genetische kaart over pakweg vijf miljoen jaar. Fresco ziet, net als andere wetenschappers, hiervan namelijk de eerste tekenen. Jonge kerels die zich een stoere baard aanmeten of flirten met een neolithisch dieet – het zijn zwakke oprispingen van een uitstervend alfadier. ‘De jongste generatie metromannen heeft bovendien feministische moeders’, stelt ze, ‘en dat gaat niet meer over.’ Uit allerlei studies blijkt volgens haar dat mannen vrouwelijker worden; ze nemen vrouwelijke zorgtaken op zich en worden daarmee seksueel minder aantrekkelijk.

Ook op dit punt worden in het debat over de teloorgang van de man bewijzen in stelling gebracht die erop neerkomen dat mannen door hun aanpassing aan vrouwen hun fysieke wapens inleveren. In relaties met een egalitaire taakverdeling neemt de seks af, schreef in februari van dit jaar psychotherapeut Lori Gottlieb in het magazine van The New York Times. Ze baseert dit op jarenlange ervaring in haar praktijkruimte waarin ze therapie geeft aan echtparen met huwelijksproblemen. Niet helemaal aselectief, want zij doen een beroep op haar als therapeut juist omdat hun problemen meestal van seksuele aard zijn. Toch signaleert zij duidelijk een verschil dat pijnlijk zou zijn voor het ideaal van seksegelijkheid. Bij stellen waar mannen wel de stereotiepe mannenklusjes doen, en geen zin hebben in allerlei damesopdrachten, is er meer en betere seks.

Ik moet hierbij denken aan een scène in de serie Mad Men, die zich zoals genoegzaam bekend is weliswaar afspeelt in het moderne Amerika van begin jaren zestig maar waar de thuiszittende en zich vervelende vrouw nog dienstbaar en onderdanig is en de man nog ongegeneerd vrouwen met professionele ambities terugblaast in hun hok. Het toont een seksistisch tijdperk met lonkend om de hoek de uitbrekende emancipatie van vrouwen. Hoofdpersoon Don Draper timmert met ontblote bast zwetend van inspanning en gestaag bier drinkend een huisje in de tuin voor de verjaardag van zijn dochter. Zijn vrouw kijkt samen met een vriendin toe vanuit de keuken waar ze kwebbelend borrelhapjes staan te maken. Dan zegt haar vriendin starend naar Draper met een slepende stem vol bewondering: ‘That man.’ Hij is op dat moment zó sexy.

Mannen en vrouwen hebben volgens Gottlieb in een huwelijk door hun gelijkwaardige machtsverhoudingen, inkomsten, huiselijke taken en gedeelde interesses geen seksuele aantrekkingskracht op elkaar. ‘Mannen in mijn kliniek hebben allemaal afgeleerd vrouwen überhaupt als lustobject te mogen zien’, schrijft zij. Een jaar daarvoor verscheen er een artikel, getiteld Egalitarianism, Housework, and Sexual Frequency in Marriage, in American Sociological Review, met eenzelfde strekking. De onderzoekers analyseerden op basis van enquêtes de verdeling van huiselijke taken en de seksuele frequentie binnen het huwelijk. Ze concluderen dat mannen en vrouwen opgewonden raken van elkaar als ze de taken op zich nemen die traditioneel passen bij de sekse.

Kortom, als macht erotiseert, dan is het tegendeel ook waar: gelijkheid is dodelijk voor de lust. Een scherp contrast tussen beide seksen is vast evolutionair altijd nuttig geweest voor de voortplanting. Het verklaart waarschijnlijk de seksreizen van assertieve westerse vrouwen op leeftijd naar landen als Gambia, waar ze zich laten verwennen door mannen die zij zien als lustobject. Ze kunnen zich daar uitleven, wat in eigen land niet zomaar kan of lukt. Of neem het wereldwijde succes van het (stomvervelende) boek Fifty Shades of Grey onder vrouwen. De vrouw als slaaf van een sadistische man.

Over de Nederlandse situatie op dit punt is nog geen specifiek onderzoek bekend. Voor het debat over de man in de knel gingen de Amerikaanse stellingen er echter in als koek. Zie je wel, een meer sekse-egalitaire samenleving pakt slecht uit voor het jachtinstinct van de man en zijn zelfvertrouwen. Net als het idee van ‘het einde van de man’. Dat klinkt prikkelend voor het debat, maar getuigt van omgekeerd moralisme: zoals de huisvrouw voorheen onzichtbaar en onbetekenend was, zo zouden we de man met een minder belangrijke en minder verdienende baan helemaal kunnen afschaffen.

Hoe overdreven allemaal ook, het is evident dat de inhaalslag van vrouwen in de afgelopen decennia een weerslag heeft op hoe mannelijkheid wordt beleefd: niet meer als een vanzelfsprekende, onproblematische identiteit. Die ontwikkeling vormt een sociaal risico, aldus Latten van het cbs: gebrekkige schoolresultaten, jeugdwerkloosheid en criminaliteit hangen samen. Die achterstelling komt ook tot uiting bij vechtscheidingen die steeds vaker voorkomen, met een ontwrichtend effect op de kinderen. Het co-ouderschap is regel geworden vanwege het gelijkheidsbeginsel. Toch zijn mannen door de rechter vaak benadeeld bij de omgangsregeling en kunnen zich daar – heel begrijpelijk – niet bij neerleggen.

Dat de machtsbasis van de man in het Westen zou wankelen is ondertussen heel wat af te dingen. Hoe is de realiteit achter het debat?

In de aanloop naar de nucleaire top in Den Haag, maart dit jaar, zag je overal groepjes mannen met hesjes aan en helmen op druk bezig om de buurt rond het Congresgebouw om te bouwen tot een onneembaar fort. Op roadblocks verschenen stoere politieagenten en zwaar uitgeruste ME’ers met strak aangelijnde speurhonden. Onder de 58 wereldleiders waren slechts acht vrouwen. Het cateringbedrijf had ervoor gekozen om dit gezelschap tijdens de lunch en het diner te laten bedienen door mannen van minimaal 25 jaar, officieel om een eenduidige uitstraling te hebben. Informeel werd toegegeven dat de wereldleiders niet van hun missie afgeleid mochten worden door vrouwelijk schoon. Deze internationale bijeenkomst op Nederlandse bodem illustreerde van hoog tot laag een klassiek rollenpatroon: techniek, veiligheid en uiteraard kwam er nauwelijks een vrouw aan te pas. Het was enkele dagen een man’s world.

Als macht erotiseert, dan is het tegendeel ook waar: gelijkheid is dodelijk voor de lust

En dat is nog altijd de maatschappelijke werkelijkheid van vandaag. Hoogopgeleide mannen dreigen dan wel in van oudsher prestigieuze beroepen te worden verdrongen door vrouwen en laagopgeleide mannen kampen op de arbeidsmarkt met werkloosheid, maar zo heel veel is er niet veranderd in de arbeidsverhoudingen. Alle pogingen om het bestaan van typische mannenberoepen te doorbreken ten spijt, is het meest voorkomende beroep van Nederlandse mannen nog altijd chauffeur en voor vrouwen verkoopster in een winkel – een baan die overigens ook sterk op de tocht staat door de crisis en concurrentie van het internetshoppen.

Jongens studeren weliswaar trager, maar als ze gaan werken kiezen ze voor andere banen waar je kunt scoren en veel geld verdienen: in het bedrijfsleven, de bancaire en financiële wereld, of in de high tech. Op die werkvloeren heerst testosterongedreven concurrentie, in de bestuurlijke top aangejaagd door bonusprikkels. De overmoed van bankbestuurders, politieke leiders en toezichthouders is een symptoom van een masculiene ons-kent-ons-cultuur waar geen vrouw zomaar in kan – of wil – doordringen. Het echec van de laatste jaren zou een agressieve reactie zijn op het feminisme – het is vaak gezegd maar het laat zich niet zomaar empirisch onderbouwen.

En mannen halen de achterstand op vrouwen in onderwijsprestaties later in. Vrouwen zetten zodra de eerste baby in de wieg ligt – gemiddeld op de leeftijd van 29,4 jaar – hun carrière op een laag pitje en dan krijgen mannen ruim baan voor een sleutelfunctie in de maatschappij. Zij nemen dus nog niet, zoals Rosin en Fresco beweren, massaal traditionele vrouwentaken op zich.

Vindt er een stille revolutie plaats? Daar is eveneens een debat over gestart. Het draait om de Nederlandse achilleshiel van de emancipatie: vrouwen die in deeltijd werken en mannen die niets willen opgeven aan arbeidsuren ten gunste van de zorgtaken. In deze loopgravenoorlog staan mannen tegenover vrouwen.

Justine Ruitenbeek promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Socialized Choices: Labour Market Behaviour of Dutch Mothers, waarin ze heeft onderzocht hoe Nederlandse moeders tot hun keuze op de arbeidsmarkt komen. Haar conclusie is dat vrouwen met kinderen worden belemmerd om fulltime te werken door hun sociale achtergrond, de omgeving en de werkgever. Volgens Ruitenbeek zijn ze realistisch door ‘negatieve ervaringen op de arbeidsmarkt en partners die geen concessies hebben gedaan ten aanzien van hun eigen werk waardoor zij de zorg voor de kinderen onbedoeld volledig in handen hebben gekregen’. De ondervraagde vrouwen zeggen dat het aantal uren dat ze werken grotendeels overeenkomt met het aantal uren dat ze willen werken.

Kortom, zegt ze, de rolverdeling verandert maar niet. Deeltijdwerken is ‘de nieuwe sociale norm’ geworden voor moeders met jonge kinderen. Want zowel fulltime werkende moeders als thuisblijfmoeders krijgen te maken met onbegrip en verwijten van hun sociale omgeving. De keuze is volgens haar minder ‘vrij’ dan vaak wordt gedacht. Toch klagen de geïnterviewde moeders nauwelijks over deze ongelijkheden, maar rechtvaardigen deze vanuit karakterverschillen of de ‘natuurlijke’ verschillen tussen mannen en vrouwen. Ruitenbeek klaagt: emancipatie is uit, want vrouwen volharden halsstarrig in deeltijdwerk.

Een reactie kon natuurlijk niet uitblijven. Onder de titel Het keerpunt is bereikt: De emancipatie is niet uit, maar gewoon af serveerden Diederik Boomsma en Jonathan Price, beiden promovendus rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden, dit af als gejammer. Inderdaad, zeggen zij, de feministische fifty-fifty-droom sneuvelt op ‘de realiteit van de menselijke natuur’. Zij ergeren zich het meest aan de manier waarop Ruitenbeek het begrip ‘vrije keuze’ interpreteert. ‘Door een subtiel spel van impliciete sociale bemoediging van ouders, partners, vrienden en werkgevers hebben die arme vrouwen de gedachte verinnerlijkt dat zorgen voor anderen belangrijk is, en daarom werken ze weinig.’

De auteurs vinden dat de onderzoekers een betuttelende, bijna patriarchale opvatting hebben. ‘Vrouwen kiezen er immers voor om al dan niet te luisteren naar ouders, partners en vrienden! Als ze willen, kunnen ze die raad of ontbrekende schouderklopjes in de wind slaan en met kinderen op de crèche zes dagen per week asperges steken of massaal executive boardrooms bestormen. Dames, blijkbaar willen jullie het niet!’

Op basis van dezelfde cijfers over deeltijdwerken concluderen zij het tegenovergestelde: het einde van de emancipatie is bereikt, de emancipatie is af. Hun devies: ‘Laten we vrouwen niet nog meer bestoken met moralistische propaganda voor fulltime banen. Laten we de verschillen niet veroordelen, maar koesteren als een verworvenheid van de vrijheid.’

Beide seksen wijzen voor de oorzaak van het Nederlandse fenomeen van deeltijdwerkende vrouwen naar elkaar. Mannen willen niet inleveren! Nee, vrouwen verschuilen zich achter ‘sociale normen’, die zij langzamerhand mede zouden moeten bepalen. Het verschil in interpretatie weerspiegelt precies waar de ruzies in menig gezin, zoals bijvoorbeeld bij Hafid en zijn vrouw over Jasim, dagelijks over gaan.

De discussie is in ieder geval nog niet af. Het einde van de man is zeker niet nabij, alleen al omdat hij nog steeds geen huisvrouw is, zoals Betty Friedan in 1963 in haar baanbrekende boek The Feminine Mystique beschreef: als een middenklassevrouw met een afgebroken loopbaan die in stilte lijdt onder de afstomping van het thuiszitten. Als er al onbehagen bij de man zou zijn, dan heeft dat eerder met iets anders te maken: weggezet worden als zwak, zielig of onnuttig.


Het einde van de man

In Nederland, maar ook in de Verenigde Staten en andere Noord-Europese landen, is het inmiddels een lopend debat: de benarde positie van de man. Of het nu gaat om het achterblijven van jongens in het onderwijs, de feminisering van hele van oudsher mannelijke beroepsgroepen, de problemen op de arbeids- en relatiemarkt waar laagopgeleide mannen mee kampen – inmiddels wordt de man niet meer als het vanzelfsprekende sterke geslacht gezien. Der Spiegel verklaarde de man al weer jaren geleden tot de nieuwe tweede sekse, de Amerikaanse auteur Hanna Rosin maakte furore met haar boek The End of Men.

Nu valt er op het wankelen van de machtsbasis van de man in het Westen het nodige af te dingen, maar de inhaalslag van vrouwen is ook een feit. En dat heeft een weerslag op hoe mannelijkheid wordt beleefd: niet meer als een vanzelfsprekende, onproblematische identiteit. Maar hoe ligt dat in andere culturen? In onze zomerserie richten we onze blik op de positie van de man in Turkije, China, Afrika, Mexico en India. Schemert ook daar onder het oppervlak van dominantie een crisis van de mannelijkheid?


Medium groene einde man

In deze bundel van verhalen richten we onze blik op de positie van de man in landen als Turkije, China, Mexico, Oeganda en India. U kunt de bundel (pdf) nu voor 4,95 aanschaffen in onze webwinkel. Na betaling kunt u de bundel direct downloaden en alle verhalen lezen.


Margreet Fogteloo spreekt op 12 oktober over het einde van de man in Utrecht.