Interview acteur Jacob Derwig

Een slagveld bezaaid met kunstenaars

Deze maand zou acteur Jacob Derwig met opnamen beginnen voor ‹Grimm›, de nieuwe film van Alex van Warmerdam. Zou, want de film sneuvelde dankzij de gewraakte cv-regeling van staatssecretaris Van der Ploeg. «De Nederlandse financieringsmolen is weer te log gebleken om een interessante film te steunen.»

Hij wordt gezien als een van de meest talentvolle Nederlandse acteurs. Hamlet (bij De Trust), Platonov (’t Barre Land) en chauffeur Arie (in de televisiefilm Johnny Jordaan) maakten Jacob Derwig (1969) bekend bij een groter publiek, terwijl de kritiek wegliep met rollen als Professor Kien in Hoofd zonder wereld, een op hol geslagen crimineel in de film Lek en het lijpe vriendje van een van de drie vrouwen in Iles Flottantes. Schitteren in Grimm, de nieuwe film van Alex van Warmerdam, waarvoor binnenkort de opnamen zouden starten, zit er voorlopig niet in. De begroting werd niet dekkend gekregen (zie inzet rechts), waardoor weer een veelbelovende Nederlandse productie om geldtechnische redenen van de agenda verdween. Woede en ongeloof vechten om voorrang in het hoofd van een betrokken acteur. Derwig: «Het verhaal van de financiering van Grimm is exemplarisch voor wat er in Nederland op dit moment aan de hand is. Alex van Warmerdam, toch niet zomaar iemand, wil een film maken die meer geld kost dan je in Nederland van de bekende filmfondsen kunt krijgen. En dat blijkt dan, na twee jaar getouwtrek en gezwoeg, niet te lukken. In die twee jaar is diverse keren geprobeerd een cv-constructie voor deze film in het leven te roepen, maar vanwege volslagen onduidelijkheid over de eisen en een veel te trage goedkeuring voor de Nederlandse regeling vanuit Brussel, is dat allemaal jammerlijk mislukt. De treurige conclusie is dat de Nederlandse financieringsmolen weer te log is gebleken om een interessante film te steunen. Let wel, het gaat hier om mensen die integer aan het werk zijn en niet zomaar in de rondte slaan om het geld, zodat het wherever maar vandaan komt. Van Warmerdam wil niet te veel invloed van andere partijen, hetgeen je in dit land niet voldoende geld oplevert. Als hij nou minister Vermeend persoonlijk had gekend, was het misschien nog gelukt om een en ander van de grond te krijgen. Kennelijk doet hij iets fout als hij niet Jeltje van Nieuwenhoven even belt en zegt: help! Die reddingsactie van Discovery of Heaven, daar zit toch een luchtje aan, of ben ik nou gek? Daar heeft men toch een belastingtechnisch onfrisse constructie willens en wetens door de vingers gezien?»

Het uitstellen van Grimm staat niet op zichzelf. In juli sprak de rechter het faillissement uit over de film Ocean Warrior, die met 114 miljoen gulden de duurste Nederlandse productie ooit moest worden, maar door problemen met de financiering op een fiasco uitdraaide. In beide gevallen had een belastingvoordeel via een commanditaire vennootschap het aantrekken van privaat kapitaal moeten garanderen. Derwig: «Dat verhaal van Ocean Warrior is pas echt bizar. Daar zijn allemaal particuliere investeerders bij betrokken die hun geld kwijt zijn. Die denken nu natuurlijk wel zestien keer na voordat zij nog eens in een Nederlandse productie investeren.

Weet je wat raar is? Moet je eens opletten hoeveel debuutfilms we in Nederland produceren. Nieuw talent krijgt een kans, en terecht, maar daarna? Waarom is het zo moeilijk voor Eddy Terstall? Waar blijft de nieuwe film van Erik de Bruin? Waarom krijgt Van Warmerdam niet gewoon de kans om elke twee jaar een nieuwe film te maken? Mensen die langzamerhand wel hun sporen hebben verdiend. Men kan geen continuïteit waarborgen voor de Nederlandse film. Ergens klopt er iets niet. Op een gegeven moment word je het als filmer ook zat; moet ik nou weer al die fondsen af? Moet ik nou weer mezelf verkopen? Staat van dienst zegt helemaal niets in deze situatie.

Ik snap niet waarom het elke keer zo’n strijd moet worden. Een strijd die niet op inhoudelijke gronden wordt gevoerd. In het rapport van de Raad voor Cultuur over Maatschappij Discordia (het per 1 oktober jl. opgeheven toneelgezelschap — at) staan geen inhoudelijke argumenten. Het bezwaar van Discordia tegen het rapport wordt gegrond verklaard. Maar dan zegt Rick van der Ploeg: ‹Da’s best, maar jullie krijgen sowieso geen geld meer.› Dat loopt dan uit op een juridische strijd van jaren, die je als klein gezelschap nooit kunt volhouden. Je zou continu in gesprek moeten zijn met de Raad, in plaats van om de vier jaar de rekening gepresenteerd te krijgen.»

«Als Discordia wordt opgeheven, gaat dat niet over de inhoud van de voorstelling; dat gaat over publiekscijfers. Niet meegaan in de drang een groot publiek te bereiken nekt je in dit koopmannenklimaat. De druk van commercie op kunst zorgt niet voor een noodzakelijke, geladen uitspraak vanaf een podium. Ik heb wel de drang die te doen, maar dat is niet genoeg om je centen mee te verdienen. Kun je Discordia voor de voeten werpen dat ze geen enorme publieksaantallen haalt? Kunst bestaat toch ook als er een klein, geïnteresseerd publiek is? En dan dat criterium dat je je best moet doen om allochtonen te bereiken — wij proberen álle mogelijke publieken te bereiken. We kunnen toch niet ineens ons programma gaan omgooien om allochtonen te trekken? Wat is dat voor onzin? We moeten toch maken wat ons raakt, fascineert, inspireert? Niet iets wat wordt opgelegd, dat slaat de kunsten dood. Eigenlijk hadden we vier jaar geleden direct tegen Van der Ploeg moeten zeggen: de groeten. Vier jaar heeft zijn Kunstenplan hoogtij gevierd, met alle gevolgen van dien, en daarna gaat meneer weer weg. Hij heeft het wel een beetje gehad met dat cultuurdepartementje. Hij wil nu graag minister worden, dit was een soort tussendoortje, maar iemand anders mag de puinhoop weer op gaan ruimen. Die man laat een ongelooflijk slagveld achter, bezaaid met kunstenaars die hun wonden likken.

Ik wil heel graag iets delen. Als ik Tsjechov lees fascineert mij dat enorm en zie ik dat bij wijze van spreken direct op het toneel voor me. Dat moet een feest zijn om dat stuk in het theater te zien, of tranen met tuiten om daar als publiek bij te zitten! Dat je naar een voorstelling gaat en er als het ware gelouterd weer uitkomt. Dat je buiten denkt: wat is het leven toch mooi! Of lelijk voor mijn part, of: god, dat bestaat ook nog. Dan voel je je sterker als mens, rijker.

Ik probeer mij als acteur altijd te verplaatsen in het publiek, wil iedereen erbij betrekken. Dat uit zich in een bepaalde speelstijl, vooral bij ’t Barre Land, waarbij je de mensen omarmt. Hoop ik. Ik spreek de mensen direct toe; de vierde wand bestaat niet. De eerste monoloog van Hamlet bij De Trust begon met de zin: ‹Kon dit vaste vlees maar smelten.› Het eerste wat ik probeerde te doen was ervoor zorgen dat al die mensen met mijn gedachten mee zouden gaan, zodat ze die van Hamlet kunnen volgen. Ik moet het publiek betrekken in zijn probleem, bij zijn zoektocht naar de waarheid. Jongens, hoe moet dat nou met die Hamlet? Kon dit vlees gewoon maar smelten, dan waren we ervan af.»

De belangenvereniging Kunsten ’92 ijvert er sinds haar oprichting voor de overheidsbegroting voor kunst te verdubbelen, van de huidige 0,4 procent naar één procent. De Duitse overheid gaat uit van twee. Derwig: «Dat getuigt van respect, vind ik. Respect voor fascinatie, inspiratie en bezieling die kunst kan bieden. Of troost, weet ik veel wat. Confrontatie! Uitdaging! In Duitsland staat toneel in een veel groter aanzien dan hier. Het toneel neemt daar veel meer deel aan de publieke discussie. Er zijn in Nederland best mensen die daarnaar streven, Theu Boermans bijvoorbeeld, maar volgens mij is dat ijdele hoop. Zijn Faust, van Gustav Ernst, probeerde met allerlei zekerheden af te rekenen: politiek, wetenschap, niets geeft houvast in het leven. Een krachtig statement, maar ik ben bang dat Nederland deze voorstelling na een week weer is vergeten. Echt iets veranderen kan toneel niet. Maar toneel kan je wel raken. Zelf word ik altijd geraakt door de aanspraak op de menselijkheid. Zoals mijn favoriete toneelschrijver Tsjechov doet. Die laat zijn personages altijd hopen: misschien over honderd jaar, als we maar werken, dan komt het! Tegelijkertijd is iedereen zo in de war van zijn eigen leventje dat maar niet vooruit komt. Iedereen roept: naar Moskou, naar Moskou, maar gaat er uiteindelijk toch niet heen. Je moet het dus hier opknappen, met elkaar, nu. Dat geworstel relativeert waar je zelf als mens staat, kan je troost geven over je eigen lullige situatietje. Die macht heeft toneel wel.»

____________________________

Het verhaal Grimm

Hoe lastig het is om in Nederland financiering voor een filmproductie rond te krijgen, bewijst de speurtocht van Marc van Warmerdam, broer van Alex en producent van zijn films, naar de benodigde fondsen voor de film Grimm.
Marc van Warmerdam: «We zijn bijna twee jaar bezig geweest met geld verzamelen voor Grimm, zo’n acht miljoen gulden. Ongeveer de helft van dat budget werd gedekt door het Filmfonds, de Vara, het Cobo-fonds, het Stimuleringsfonds, distributeur RCV en sales-agent Fortissimo. Vervolgens hebben wij onderzocht of met een ‹cv-Grimm› het resterende geld kon worden binnengehaald. Kort samengevat hebben wij daar om drie redenen van afgezien. Ten eerste bestond er grote onzekerheid over de regeling, mede doordat de belastingmaatregel ter bevordering van de Nederlandse film industrie nog geen formele toestemming had vanuit Brussel. Ten tweede hadden wij grote bezwaren tegen de wanverhouding tussen kosten en opbrengsten. Om aan vier miljoen productiebudget te komen, moest er tien miljoen ‹uit de markt› worden gehaald om de investeerders een minimumopbrengst te garanderen en de kosten, ongeveer een miljoen gulden, van de tussenpersoon te dekken. Ten derde zagen wij tot onze verbijstering bij andere cv’s winstprognoses die niets meer te maken hadden met de werkelijkheid.»

Van Warmerdam probeerde vervolgens de film door internationale coproductie en subsidiëring te financieren. Maar ook dat bleek een heilloze weg. «De internationale filmmarkt is momenteel zeer afwachtend. Bovendien bleken buitenlandse partijen niet altijd even betrouwbaar. Een cv leek toch de enige manier. Maar in april en de daaropvolgende maanden was de onduidelijkheid over de regeling zo groot dat niemand zich aan het cv-Grimm wilde wagen. In afwachting van goedkeuring uit Brussel over de Nederlandse cv-regeling hebben we een aantal particuliere investeerders gezocht. Dat ging niet slecht, tot op 11 september de zekerheid uit de financiële markten werd weggeslagen en mensen hun geld terugtrokken. Uiteindelijk was er onvoldoende vreemd vermogen om het cv-Grimm van de grond te krijgen en is de film voor onbepaalde tijd uitgesteld.

Het schandaal van de cv-regeling zit hem niet in het verhaal van Vermeend die een film redt uit een vijver vol drenkelingen, maar in de volstrekte onduidelijkheid die de regeling bood. De regeling zal overigens niet gauw soelaas bieden aan films die te groot zijn voor de huidige fondsen, maar niet commercieel genoeg voor de particuliere investeerder. Gerenommeerde en onafhankelijke filmers als Alex zijn het slachtoffer van een filmbeleid dat, ondanks alle goede bedoelingen, zijn doel voorbij schiet.»