Reportage: Parkeerhandhavers Amsterdam

Een slepie voor binnen

Danny, Quinten en Herman voorkomen namens de Amsterdamse wegsleepdienst dat de stad dichtslibt door foutparkeerders. Dat soms iemand ‘stelletje klootzakken!’ naar ze roept, dat doet ze niks.

‘We zorgen ervoor dat invaliden kunnen parkeren, en dat mensen hun werk kunnen doen’

‘Je ziet de stad wakker worden’, zegt Danny. Het is kwart over zeven ’s ochtends. In de sleepwagen van Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte zien we hoe Amsterdam zich uitrekt terwijl het licht wordt. Er verschijnen fietsers en voetgangers. Een jonge vrouw met verwarde haren rent door een nog lege straat om de tram te halen.

We rijden al vanaf half zeven rond. Danny zit op de bijrijdersstoel en speurt de omgeving af. Wordt die auto werkelijk opgeladen of staat-ie illegaal geparkeerd bij een elektrische laadpaal? Ligt er een invalidenparkeerkaart in dat voertuig op die invalidenplek? Achter het stuur zit Quinten. Hij concentreert zich op de route.

Bij Quinten staat ‘toezicht’ op de rug van zijn donkerblauwe jack. Dat betekent dat hij geen buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) is. Danny is dat wel, op zijn rug staat ‘handhaving’. Hij draagt het boa-uniform met lichtblauwe mouwen en borststuk, en het opsporingsschildje op de rechtermouw. Danny mag strafbare feiten opsporen, bekeuringen uitschrijven en mensen staande houden. Hij draagt handboeien, duidelijk zichtbaar aan de voorkant van zijn koppelriem.

Handhavers zijn nauwelijks meer weg te denken uit het straatbeeld van grote en middelgrote steden. Ze houden als fietsteams toezicht in de wijken ter ondersteuning van de politie. Ze patrouilleren rond metrostations, beboeten mensen die hun afval op straat kwakken en zorgen ervoor dat de drukke stadswegen begaanbaar blijven voor openbaar vervoer, desnoods door auto’s weg te slepen.

Zo zoetjesaan begint de associatie met de kneuterige stadswachten van weleer te vervagen. Vanaf 1988 konden langdurig werklozen met behoud van uitkering via een stadswachttraject ervaring opdoen voor een ‘echte’ baan. In 1995 werden dat gesubsidieerde ‘Melkertbanen’, wat bepaald niet bijdroeg aan het gezag van de stadswacht. Maar die tijden zijn voorbij.

Terwijl wij genieten van de mooie ochtend krijgt in Amsterdam-West, nabij het Vondelpark, iemand straks de schrik van zijn leven. We stellen het ons voor: net wakker, snel ontbeten, nog slaperig naar buiten, mok verse koffie mee voor onderweg. Paniek: auto verdwenen. Een glimmend gewassen Mini Cooper was het. Hij hangt achter onze sleepwagen, want hij stond pontificaal geparkeerd langs een gele streep.

‘De eigenaar belt natuurlijk de politie’, zegt Danny. ‘Die controleert het kenteken in het systeem en ziet dan dat de auto is weggesleept. Dat heb ik namelijk net ingevoerd via onze handcomputer.’ Hij houdt een apparaat omhoog dat eruitziet als een groot formaat smartphone. Voordat de Mini aan de sleepwagen werd gehangen maakte Danny van alle kanten foto’s van de auto. Die komen ook in het systeem. Als bewijs van de overtreding en om de conditie van de auto vast te leggen voordat hij werd versleept. ‘Mensen proberen soms schade op ons te verhalen die er al was voordat wij kwamen.’

In het depot aan de Daniël Goedkoopstraat op bedrijventerrein Overamstel worden de weggesleepte voertuigen gestald totdat de eigenaar zich meldt. Die krijgt het voertuig terug na betaling van een slordige 373 euro. Voor elk etmaal dat de auto wordt gestald komen er dertig euro stallingskosten bij.

Het voorste gedeelte van de hal is nog vrij leeg. De meeste voertuigen die gisteren werden binnengebracht zijn al weer opgehaald door de eigenaars. In een apart gedeelte staan auto’s die langer geleden zijn weggesleept. Wie vijf of meer parkeerbonnen heeft openstaan krijgt een wielklem à 192 euro. Blijft betaling uit, dan wordt je auto door de Dienst Handhaving versleept op last van de Belastingdienst. Auto’s die om die reden het depot worden binnengebracht worden vaak niet opgehaald. De kosten van de bonnen, de klem én het wegslepen zijn vaak hoger dan de waarde van de auto. Dan volgt een veiling. ‘Maar als die niet genoeg opbrengt om de kosten en de bonnen te betalen, krijg je alsnog een deurwaarder over de vloer’, zegt Danny.

Er stond ook een tijdlang een Rolls-Royce met een Brits kenteken. Die is nu verdwenen. Waarschijnlijk is-ie vernietigd. Dat is meestal het lot van weesauto’s afkomstig uit een land waarmee Nederland geen kentekeninformatie uitwisselt.

Het depot ligt pal naast het hoofdkantoor van Toezicht en Handhaving. Hier is de spartaans geoutilleerde kantine van de slepers. Wat simpele witte tafels en stoelen, een mini-keukentje met koelkast en twee afvalbakken. Brood neem je zelf mee, koffie haal je boven, op de tweede verdieping waar de leidinggevenden zitten, die niet zelden een politieachtergrond hebben.

‘Iedereen is druk in zijn hoofd ­tegenwoordig. Dat hoort bij deze tijd’

In 1993 reageerde de politie op de opkomst van de stadswachten met het invoeren van de ‘politiesurveillant’. Die kreeg een veel kortere opleiding dan een normale agent en droeg geen vuurwapen. Volgens de minister was dat nodig wegens de verbrokkeling van toezichthoudende functies. Inmiddels zijn de handhavers geprofessionaliseerd. Er is geen subsidie meer en de boa-opleiding van vijf maanden, met permanente bij- en herscholing, heeft het beroep gestandaardiseerd, ook al zijn alle gemeenten afzonderlijke opdrachtgevers. De invoering van het landelijke handhaversuniform vanaf 2015, met de handboeien, verjoeg het kneuterige imago. Met de invoering van de nationale politie in 2013 verviel de functie van politiesurveillant.

Je zou haast denken dat Toezicht en Handhaving eigenlijk een nieuw type gemeentepolitie is. Als je dat oppert op de tweede verdieping van het hoofdkantoor worden de ogen even goedkeurend samengeknepen. ‘Jij zegt het’, klinkt het. En dan volgt de uitleg dat handhaving en politie natuurlijk gescheiden zijn.

De Mini wordt losgekoppeld van de sleepwagen en gestald. Meteen daarna rijden Danny en Quinten terug naar de Schoolstraat, waar de Mini werd weggesleept. Daar staan nog vier auto’s op de nominatie om versleept te worden. Ze staan geparkeerd op parkeerplekken waar een ‘tijdelijke verkeersmaatregel’ heerst. Dat betekent dat de parkeervakken gereserveerd zijn middels een duur betaalde vergunning. Zo’n ‘tvm’ wordt aangegeven met een groot blauw laad- en losbord met daaronder een geel bordje waarop een kraanwagentje prijkt waaraan een auto hangt. Eronder staat ‘wegsleepregeling van kracht’ en de periode waarin het parkeerverbod geldt.

Deze borden zijn de schrik van elke Amsterdamse automobilist. Hoe kan het dan toch dat mensen op zo’n verdoemde plek hun auto neerzetten? ‘Ze zien het vaak niet’, zegt Danny. ‘Iedereen is druk in zijn hoofd tegenwoordig. Dat hoort bij deze tijd. Mensen parkeren, stappen uit en lopen weg zonder naar de borden te kijken.’

Als we zijn aangekomen in de Schoolstraat stapt een man op Danny af. Hij stelt zich voor als Arthur, degene die de plekken heeft gereserveerd. Hij runt een cateringbedrijf voor foto- en filmshoots op locatie, en vandaag dient hij zorg te dragen voor modellen en fotografen van kledingmerk G-Star dat een fotoserie maakt in het naastgelegen Vondelpark.

‘Ik ben blij dat jullie er zijn’, zegt hij. ‘We lopen flinke vertraging op.’ Hij heeft de parkeervakken nodig om de lampen en andere apparatuur te stallen en een keuken en kleedruimtes in te richten. ‘Ik heb dit al honderden keren gedaan en het gaat bijna altijd mis’, zegt Arthur. ‘Meestal staan er toch auto’s geparkeerd als onze tijd ingaat. Om je eerlijk te zeggen begrijp ik niet waarom dat is. De borden zijn duidelijk, toch? De bewoners krijgen bovendien een brief in de bus. En deze keer had ik ook nog een mannetje ingehuurd dat van zeven uur ’s avonds tot zeven uur ’s ochtends onze plekken bewaakte.’

Het is inmiddels acht uur. De wegsleepregeling ging in om half acht. ‘Ik vind dat we de eigenaars van die auto’s wel genoeg tijd hebben gegeven’, zegt Danny. Net op tijd komt een bewoner naar buiten die snel zijn auto weghaalt. Als-ie al aan de sleepwagen had gehangen, zou hij hem niet meer hebben teruggekregen. ‘Zo zijn de regels nu eenmaal’, zegt Danny.

Hij loopt naar een van de andere auto’s en controleert of het kenteken op de lijst staat van voertuigen die al in de vakken geparkeerd stonden toen de wegsleepborden werden neergezet. In dat geval wordt de auto versleept naar een vrije parkeerplaats in de buurt, zonder kosten. Het kenteken staat niet op de lijst en moet dus naar het dure depot. Danny pakt de portofoon. ‘Meldkamer? Het wordt een slepie voor binnen, hoor.’

Met knoppen voor de elektrische bediening aan de zijkant van de takelwagen laat hij het juk neer waarin de voor- of achterwielen van de te slepen auto worden vastgesjord, waarna hij opgetakeld kan worden. Om de wielen van de auto in het juk te krijgen, moet worden geduwd. Danny werpt een blik naar binnen. ‘Hij staat op de handrem. Die moet open.’ Dat gaat met een hydraulisch kussentje dat eerst plat – zonder lucht erin – tussen de carrosserie en de deur wordt geplaatst en vervolgens wordt opgepompt waardoor een smalle opening ontstaat. Daar kan net een dunne buigzame staaf doorheen waarmee naar de deurklink wordt gehengeld. De haak grijpt zich vast, even trekken en de auto is open.

Danny is 35. Voor hij bij de sleepdienst kwam werkte hij bij Stadsreiniging, waar hij begon als vakantiekracht. ‘Lekker buiten, op de vuilniswagen, met een team van drie jongens. Vroeg beginnen, hard werken, vroeg klaar.’ Hij volgde aanvankelijk de mbo-opleiding bedrijfsadministratie, om de baanzekerheid. ‘Ik wilde uiteindelijk accountant worden, daar is altijd werk in, was het idee. Maar toen ik voor mijn opleiding stage moest lopen en alleen maar achter een bureau zat, dacht ik: wil ik dit wel?’ Zijn vakantiebaantje werd een permanente job, twaalf jaar lang. ‘Je kunt je bij de reiniging nauwelijks ontwikkelen, dus het werd tijd voor iets anders.’

‘U gaat niet zeggen wat wij moeten doen, want zo werkt het niet’

Twee jaar werkt hij nu bij de wegsleepdienst. Sinds anderhalf jaar is hij ‘handhaver’. Daarvoor moest hij naast het werk zijn boa-certificaat halen. De opleiding van vijf maanden is pittig, vertellen wegslepers in de kantine, vooral wegens de wetskennis. De slepers zijn niet dol op de schoolbanken, maar geen certificaat betekent: geen opsporingsbevoegdheid, geen hoger salaris en geen uniform.

Pas om kwart over negen wordt de laatste fout geparkeerde auto in de Schoolstraat – een oude Volkswagen Polo – door Danny en Quinten weggesleept. Nu pas, bijna twee uur nadat zijn dure vergunning inging, kan Arthur van de catering vol aan de slag. ‘Het is irritant’, zegt hij. ‘Maar dit hoort nu eenmaal bij Amsterdam, niets aan te doen.’ Hij is minder coulant over de reacties van sommige fout parkerende bewoners. ‘Die komen verhaal halen bij mij als de sleepwagen met hun auto erachter al weg is. Woedend zijn ze dan. Het is soms echt aanpoten om ze rustig te krijgen.’

Als we wegrijden sjouwt Arthur al met een stapel vouwstoeltjes. Twee mannequins zwaaien ons uit. ‘Wij helpen mensen, maar niet iedereen wil dat zien’, zegt Danny. ‘Je hebt wel eens dat iemand “stelletje klootzakken!” naar ons roept als we langsrijden. Dat doet me niks. Het is heel simpel: we hebben parkeerregels en die zijn er om te zorgen dat het geen chaos wordt. Als je je daar niet aan houdt, dan komen wij. We zorgen dat invaliden kunnen parkeren, en dat mensen hun werk kunnen doen. Zonder ons zou de stad dichtslibben.’

En voort gaat het. Naar de Saenredamstraat, voor een serie verplaatsingen. ‘Jullie zijn wel coulant, hoor’, zegt de beheerder van een keukenwinkel. ‘Die Golf staat hier al dagen terwijl dat niet mag.’ Hij stond blijkbaar niet in de weg, zegt Danny. Werklieden zijn bezig met de bestrating. De meeste parkeerplekken worden opgeheven omdat met de komst van de Noord-Zuidlijn een grote parkeergarage onder de Pijp is aangelegd. Er worden maar een paar vakken behouden. Die moeten dienst gaan doen als laad- en losplek, met name voor de winkels. De eigenaar van de keukenshop is er niet gerust op. ‘Als jullie straks ook zo vriendelijk zijn voor mensen die onze laad- en losplekken bezet houden, hebben wij een probleem.’

Als op het hoofdkantoor Herman (62), een van de voormannen van de wegslepers, die opmerking krijgt voorgelegd, reageert hij begripvol. Laad- en losplekken, lalo’s in wegslepersjargon, willen wel eens problemen opleveren, zegt hij. Als ze bezet zijn gaan vrachtwagenchauffeurs vaak uitladen op de doorlopende weg. De handhavers van de wegsleep sommeren hen dan door te rijden. ‘En dan begint het tegenstribbelen’, zegt Herman, die al 33 jaar bij de dienst werkzaam is. In onvervalst Amsterdams vertelt Herman hoe dat gaat, een spoedcursus de-escalatie waar geen schoolbank aan te pas komt:

‘“Ja hallo, ik moet mijn werk kunnen doen”, begint zo’n belader dan. “Meneer”, zeg ik, “daar hebt u volkomen gelijk in, maar ik doe óók mijn werk en daarbij komt dat u een belemmering bent voor de doorstroming van het verkeer, dus ik verzoek u om door te rijden.”

Zegt-ie: “Daar begin ik niet aan.”

“Oké, meneer, dan waarschuw ik nog één keer en anders ga ik over op het feit dat u mijn opdracht niet vervult en dan krijgt u daarvoor een proces-verbaal.”
“Dat doe je dan maar.”
“Fijn. Laat me dan meteen maar even uw rijbewijs zien.”
“Mooi niet.”
“Prima. Dan zal ik het u even anders uitleggen. Bij deze vorder ik uw identiteitsbewijs. Geeft u daar geen medewerking aan, dan moet u mee naar het bureau. En houdt u er rekening mee dat u dan minimaal drie uur onderweg bent.”
“Is dat zo?”
“Ja, dat is zo. Maar ik verzoek alleen maar dingetjes, hoor. Ik vraaget u vriendelijk, begrijpt u?”

Dan beginnen ze van: sorry, zo bedoel ik het niet. Ik moet zus doen, ik moet zo doen. Mijn baas dit, mijn baas dat. Dan zeg ik: “Meneer, ik vertel u alleen de procedure en ik hoop dat u uw eigen daarmee kunt conformeren. Dus geef me nou maar uw rijbewijs.”

Dat doet-ie dan uiteindelijk. Maar dan, terwijl ik alles sta te noteren, komt het – en dan zijn ze bóós, hè: “Ga je dan ook iets aan die auto’s doen die op onze lalo’s geparkeerd staan?”

Dat is dan wel zo’n beetje het moment dat ik het op de vroege ochtend even gehad heb met meneer. Maar we blijven natuurlijk vriendelijk. Dus zeg ik: “Hallo, schoenmaker, houd u bij de leest. Die lalo’s zijn niet van u, maar van iedereen. En u gaat niet zeggen wat wij moeten doen, want zo werkt het niet. Ik zeg u: wij gaan hier optreden, dat is buiten kijf. En dat u daarna gebruik kunt maken van die lalo, is een feit dat zeker is. Alstublieft, hier is uw bon, en nu doorrijden graag.”’

Het mooie is, vertellen de handhavers van de wegsleep, dat zo’n chauffeur dan altijd gewoon gáát. Hoe kwaad-ie ook is. Want zíj blijven rustig en standvastig, en ze leggen precies uit hoe het werkt met de wet. Dus dan weet zo’n chauffeur met z’n verzet: dit schiet niet op.

Vervolgens maken de handhavers de laad- en losplekken vrij door de auto’s die er geparkeerd staan weg te slepen. Komt zo’n belader die eerst boos was naar ze toe terwijl ze de fout geparkeerde auto aan de sleepwagen hangen. Krijgen ze een hand en een bedankje. En soms zelfs een excuus.