ACTIVISTEN VERSUS DE WET

Een spandoek ziet niemand

Na Wijnand Duyvendaks bekentenis van inbraak bij een ministerie reageerde men eensgezind, ook GroenLinks: actievoerders mogen nooit de wet overtreden. Is het zo simpel? ‘Stop dan ook onze abortuspraktijk.’

HET WAS VEEL TE LICHT in de Haagse straten, in de nacht van 20 op 21 juni 1985. En dan al die auto’s. Maar de glazenwassers boden uitkomst. Aan de achterkant van de flat waar het ministerie van Economische Zaken gehuisvest was, hing hun trapje op vier meter boven de grond. De daarop volgende klim was eigenlijk het moeilijkste onderdeel van de inbraak. ‘25 meter omhoog op een wiebelende trap met een zware rugzak met gereedschap op je rug is niet niks’, aldus het verslag in actieblad Bluf!, geïllustreerd door een houterige tekening van een poppetje op een ladder. Eenmaal boven op de flat kwamen de inbrekers gemakkelijk binnen, via het gebouwtje voor de lift en de airco. Het was heerlijk rustig op het ministerie. Bovendien wisten de nachtelijke bezoekers waar ze zoeken moesten. Met naar eigen zeggen zes postzakken vol informatie keerden ze huiswaarts.
‘We wilden wel eens te weten komen hoe ver de voorbereidingen voor de bouw van nieuwe kerncentrales in Nederland al zijn’, zo luidde de motivatie van de actievoerders van de antimilitaristische organisatie Onkruit. De vruchten van hun zoektocht verschenen in de daaropvolgende maanden in diverse media, waarbij ook De Groene Amsterdammer zich op een pakketje met stukken mocht verheugen. De plannen voor een extra kerncentrale waren er inderdaad. Bovendien was de regering zonder goedkeuring van de Tweede Kamer financiële verplichtingen aangegaan. En dat terwijl de conclusie van de in de voorgaande jaren gehouden Brede Maatschappelijke Discussie was dat de bevolking geen nieuwe centrales wilde. Het gevolg was een politieke rel tussen kabinet en Tweede Kamer.
Ruim twintig jaar later zorgt de inbraak opnieuw voor politiek gekrakeel, als gevolg van de opmerkelijk onhandige bekentenis van GroenLinks-Kamerlid Wijnand Duyvendak afgelopen week dat hij erbij betrokken was. Maar dit keer reageren de partijen eensgezinder. Het CDA spreekt er schande van, de VVD pleit voor betere screening van Kamerleden en de PVV meent dat ‘ordinaire inbrekers’ niet thuishoren in het parlement. De Volkskrant, voorheen gretig afnemer van door Onkruit gestolen documenten, doet haar reputatie als rechtse krant voor linkse mensen eer aan en noemde Duyvendaks partij in een hoofdcommentaar ‘een reclasseringsinstelling voor politieke delinquenten’. Zelfs GroenLinks haakt aan bij de consensus. ‘Acties moeten zich richten op de parlementaire besluitvorming en binnen de grenzen van de wet blijven’, aldus Duyvendak in een reactie, waarin hij afstand nam van zijn actieverleden. GroenLinks-leider Halsema is het daarmee eens: ‘Ik vind dat acties altijd binnen de grenzen van de wet dienen te blijven.’

De reactie van GroenLinks toont de razendsnelle verschuiving die heeft plaatsgevonden in het denken over activisme. Enkele decennia geleden nog discussieerden juristen over de vraag wanneer burgerlijke ongehoorzaamheid, waarbij de wet bewust wordt overtreden, is toegestaan. Binnen links woedden hevige debatten over hoe ver actievoerende burgers mochten gaan. Er was sprake van allerlei gradaties. Was alleen passief, of ook actief verzet geoorloofd? Mochten actievoerders economische schade aanrichten? Of geweld gebruiken? En zo ja, tegen gebouwen en infrastructuur, of zelfs fysiek, tegen mensen?
In het huidige debat wordt alles op één hoop gegooid. Of het nu om de aanslag op staatssecretaris Kosto gaat of om burgerlijke ongehoorzaamheid: illegale acties ondermijnen de democratie. Duyvendak voert daarbij drie argumenten aan. De inbraak waar hij aan meewerkte was allereerst fout omdat je de wet niet mag overtreden. Ten tweede moeten boze burgers zich volgens hem richten op het parlement. En ten derde moeten zulke protesten vanuit een brede beweging komen. Maar dat laatste, strategische argument botst met de eerste twee. Als je nooit de wet mag overtreden, waarom zou de omvang van de beweging er dan nog toe doen?
Het toont dat de kwestie ingewikkelder is dan Duyvendak doet voorkomen. Dat lijkt ook een groot deel van zijn achterban in te zien. Voor wat het waard is: uit een peiling van Maurice de Hond blijkt dat iets meer dan de helft van de kiezers van GroenLinks de inbraak, gezien het doel van de actie, kan billijken. Zij maken een afweging tussen de inbreuk op de rechtsstaat en het hogere belang dat ermee beoogd wordt.
Roger Vleugels, deskundige op het gebied van openbaarheid van bestuur en zelf vroeger betrokken bij de antimilitaristische beweging, vraagt zich om die reden af of de actie überhaupt wel strafbaar was. ‘Neem het elektriciteitsarrest van 1946. Daarbij stond vast dat elektriciteit was gestolen. Maar dat was gebeurd ten behoeve van onderduikers.’ De inbreuk op de rechtsstaat woog niet op tegen het hogere maatschappelijk doel, een motivatie waar ook een onderzoeksjournalist als Peter R. de Vries zich meermalen op heeft beroepen. Bij de inbraak in 1985 kon wel eens iets soortgelijks aan de hand zijn.
Vleugels ziet nóg een bezwaar: ‘De gestolen documenten zijn besproken in de Tweede Kamer en de media hebben er uitgebreid uit geciteerd. Dan zou je dus de hele Kamer en de journalistiek moeten vervolgen voor heling.’
Maar ook los van de strafbaarheid van de actie verbaast Vleugels zich over het standpunt van GroenLinks: ‘Een simpel voorbeeld: Nederlanders staken al een eeuwlang schuin de straat over. Pas in de jaren negentig is het verbod daarop uit het wetboek geschrapt. Het recht leeft kortom, het verandert. Een bijzonder groot deel van ons strafrecht is gevormd als gevolg van wetsovertredingen. Denk aan de geschiedenis van de arbeidersbeweging, aan bedrijfsbezettingen, kraken of de Maagdenhuis-acties.’
Dat historisch besef mist hij in de huidige discussie: ‘Wat GroenLinks nu doet is een schoffering van onze sociale geschiedenis die zijn weerga niet kent. Als je de redenering van Duyvendak volgt, hef dan ook maar de Nederlandse abortus- en euthanasiepraktijk op. Ook die zijn immers ontstaan vanuit het overtreden van de wet.’
En wat voor de wet geldt, gaat net zo goed op voor de democratie. Ook die is voortdurend in ontwikkeling. Democratie is geen vaststaand gegeven, maar kan ingeperkt worden of opgerekt. De vrouwen die vochten voor hun kiesrecht hielden zich daarbij lang niet altijd aan de wet. Hetzelfde geldt voor de zwarte burgerrechtenbeweging. Moet daar dan ook afstand van worden genomen?
Het historische argument is niet het enige. De Nederlandse wet kan botsen met een ‘hoger’ moreel recht. Hoe dat eruitziet, is natuurlijk onmogelijk precies te bepalen. Wie zich hier de hoeder van mag noemen, is helemaal onduidelijk. Maar zelfs in het leger gaat het credo ‘bevel is bevel’ niet altijd op. Als een bevel tegen het oorlogsrecht indruist, hoort een militair te weigeren, ook al wordt hij hiervoor in eerste instantie gestraft. De erkenning volgt pas later.
Zo kon ook de illegale bezetting door feministen in 1976 van de met sluiting bedreigde abortuskliniek Bloemenhove achteraf op brede instemming rekenen. Of wat te denken van de massale weigering, jaren zeventig, om de ‘Kalkar-heffing’ (drie procent) bovenop de elektriciteitstarieven te betalen? De dure kernreactor zou uiteindelijk nooit in werking treden.
Dat was vroeger. Ligt het tegenwoordig allemaal anders, zoals de reacties op ‘de affaire-Duyvendak’ suggereren? Nee, vindt milieuactivist Peter Polder van Groenfront!, want het democratisch bestel functioneert ook nu niet altijd naar behoren. Hij wijst op de Betuwelijn, waar Groenfront! zich tegen verzette door zich vast te ketenen, panden te kraken en bouwterreinen te bezetten. Het gelijk kwam achteraf. De Betuwelijn kostte met 4,7 miljard euro uiteindelijk het dubbele van wat geraamd was. Volgens de Tweede Kamer-commissie die onderzoek deed naar het debacle was vanaf het begin sprake geweest van een bestuurlijke tunnelvisie. Peter Polder: ‘De meerderheid van de bevolking was tegen de Betuwelijn. Toch is die op een ranzige manier doorgedrukt.’
Hetzelfde geldt voor een ander project waar Groenfront! zich met hand en tand tegen verzette, de boskap bij een Navo-basis in de buurt van het Limburgse Onderbanken. De minister walste met speciale wetgeving over de gemeente heen om de ingreep mogelijk te maken. Ten onrechte, concludeerde de Raad van State later. De bomen kwamen er niet mee terug. Om die reden wil Groenfront! ook in de strijd tegen klimaatverandering niet wachten op de wetgever. ‘Het is vijf over twaalf’, zegt Polder. ‘Zelfs Al Gore heeft al eens gevraagd waarom mensen niet voor de bulldozers gaan liggen.’
De democratie functioneert niet alleen niet altijd goed, zij is ook ongelijk verdeeld. Voor illegale vreemdelingen is de rechtsstaat zelfs opgeschort – denk aan illegale vreemdelingen. Ook dat is een argument voor burgerlijke ongehoorzaamheid, vindt een actievoerster (zij wil niet met haar naam in de krant) die betrokken is bij diverse initiatieven tegen gevangenissen voor illegalen. Daarbij werd onder meer eens het dak van een detentiecentrum beklommen. ‘Zoveel rapporten, bijvoorbeeld van Amnesty, hebben gezegd dat de vreemdelingenbewaring niet deugt. Maar de overheid blijft volhouden dat het in orde is. En alle betrokkenen, van de medische dienst tot de bezoekersgroepen, houden hun mond. Je loopt tegen muren op. Dan kun je wel een spandoek ophouden, maar dat ziet niemand. Op spectaculairdere acties komt de pers wel af. Zo hoop je toch de publieke opinie te beïnvloeden.’ Want ook dat is een overweging om net wat verder te gaan dan de wet toestaat, naast de diverse historische, principiële en democratische argumenten.

Een gedachte-experiment. Bij vrijwel alle inbraakacties in de jaren tachtig zijn voorbeelden naar buiten gekomen van besluiten die de overheid naast zich had neergelegd, of waar zij zelfs tegen de wil van het parlement in handelde. Wat als morgen niet bij het ministerie van Economische Zaken een laddertje uithangt, maar elders in Den Haag? Als er geen documenten over kernenergie worden ontvreemd, maar de geheime stukken die de waarheid aan het licht kunnen brengen over de Nederlandse deelname aan de illegale oorlog in Irak? Het voor de hand liggende verweer dat die documenten via de parlementaire weg verkregen moeten worden, gaat niet op. Ook vijf jaar na dato staan coalitiebelangen openheid over de besluitvorming in de weg. Op de daaruit volgende, logische vraag kan ieder zijn eigen antwoord geven: zou zo’n inbraak de democratie ondermijnen of versterken?