Reportage: psychiatrische inrichting Shtime in Kosovo

Een speciaal soort hel

«Bewoners zijn slachtoffer van seksuele, psychologische en fysieke mishandeling», oordelen onderzoekers over de psychiatrische inrichting Shtime in Kosovo. Toch krijgt Shtime binnenkort twee miljoen euro subsidie van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. De Groene Amsterdammer bezocht het instituut en sprak met de verantwoordelijken.

STIMLJE — In een kleine, bedompte kamer zitten veertig mannen zwijgend naast elkaar op houten bankjes. Het stinkt er naar urine en de televisie staat hard. De een kijkt verdoofd voor zich uit, de ander mompelt wat en een enkeling staart naar de tv. Zelfs voor hem is de film niet te volgen; de mannen zijn grotendeels Serven, spreken geen Engels en kunnen de Albanese ondertiteling niet lezen.

Het verblijf in deze kamer vormt de voornaamste dagbesteding in het «Speciale Instituut» in het Kosovaarse plaatsje Stimlje (Shtime in het Albanees), een sociale inrichting voor mentaal gehandicapten. «Dit is een slechte plek om te leven», bekent de Nederlander Hilbert Belksma. Hij is in dienst van de Verenigde Naties, die het hoogste bestuursorgaan vormen in Kosovo (Unmik). Belksma is «hoofd van instituten» in Kosovo en daarmee verantwoordelijk voor Shtime.

Belksma reageert op het rapport dat de gerenommeerde Amerikaanse organisatie MDRI (Mental Disabilities Rights International) onlangs uitbracht over de opvang van mensen met een mentale (verstandelijke of psychische) handicap in Kosovo. De inhoud van het rapport is vernietigend, en de kritiek richt zich met name op Shtime, zoals het Speciale Instituut kortweg wordt genoemd. De conclusie: «Mensenrechten van mentaal gehandicapten worden stelselmatig geschonden. Bewoners zijn slachtoffer van seksuele, psychologische en fysieke mishandeling. Ze zijn levenslang en op een onbehoorlijke manier opgesloten. Hun dagen vullen ze in ledigheid, zonder enige privacy en omgeven door vuil.» Volgens MDRI is Shtime zo gevaarlijk en destructief voor de patiënten dat het onmiddellijk gesloten dient te worden.

Ondanks het vernietigende MDRI-rapport over de dagelijkse gang van zaken in Shtime besloot de Nederlandse overheid onlangs twee miljoen euro subsidie toe te kennen aan de renovatie van het instituut. Weggegooid geld, vindt Eric Rosenthal, directeur van MDRI. Volgens hem is het een «cosmetische ingreep» die getuigt van kortetermijndenken: «Geldschieters verbouwen instituten omdat ze graag direct resultaat zien. Mensenrechten van de bewoners worden daardoor echter niet verbeterd. Een fris gebouw wordt al snel weer lelijk.» Het rapport stelt dan ook dat het geld gebruikt moet worden om mensen terug te laten keren in de maatschappij.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken, verantwoordelijk voor het verlenen van de subsidie, blijft bij zijn besluit. Een woordvoerder: «Ons standpunt is: doorgaan met het geven van steun. De inspanning is erop gericht het lot van de mensen, die daar worden vastgehouden en verzorgd, te verbeteren. Er zijn zaken waar terecht de vinger op wordt gelegd, maar wij zien geen ander alternatief.»

Het MDRI-rapport komt voor de Verenigde Naties op een ongelegen moment. Het functioneren van de VN op de Balkan staat steeds vaker ter discussie. Medewerkers raken regelmatig in opspraak, onder meer vanwege seksschandalen in Bosnië. MDRI stuurde de VN ruim een jaar geleden een in scherpe bewoordingen gestelde brief. Toen daar nauwelijks op werd gereageerd en de toestand niet veranderde, zocht men de publiciteit. Na de publicatie van het rapport erkende Fred Eckhart, woordvoerder van VN-secretaris-generaal Kofi Annan, de problemen, maar voerde armoede en gebrek aan medewerking van de lokale autoriteiten aan als oorzaak. Deze argumentatie wekt bevreemding: de VN delen de lakens uit in Kosovo en hebben in vergelijking met andere hulpmissies meer dan voldoende middelen ter beschikking.

In Shtime drukken bewoners hun gezicht door de spijlen van het hek om voorbijgangers om sigaretten te vragen. Anderen liggen bewegingloos in het groene gras — driekwart van de inwoners krijgt zware medicijnen toegediend. Hier wonen 235 patiënten, vanwege een verstandelijke handicap, psychiatrische problemen of omdat ze niet in de maatschappij functioneren.

Het grootste probleem in Shtime is de geringe beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel. In het instituut, waar veertig procent van de bewoners aan chronische psychoses lijdt, werkt geen psychiater. Drie jaar geleden zijn de patiënten voor het laatst gediagnosticeerd door een Spaanse psychiater van het Noorse Rode Kruis. Ze krijgen nog steeds dezelfde medicijnen. Het personeel dat deze medicatie toedient, is hiervoor niet opgeleid. De gevolgen van dergelijke medicijnen voor de gezondheid worden niet gecontroleerd. Er is maar één dokter in Shtime: een huisarts. Hij draagt de zorg voor 235 patiënten. In achttien maanden tijd overleden achttien patiënten in het instituut. Meer dan de helft van hen was jonger dan vijftig jaar. Er is geen onafhankelijk systeem om vast te stellen of hun dood natuurlijk was, of «verdacht», volgens MDRI. Slechts de directeur van het instituut kan opdracht geven een autopsie te verrichten. Dat gebeurde in geen van alle sterfgevallen.

MDRI meldt in zijn rapport dat soms informatie wordt achtergehouden. Toen een patiënte aan onderzoekers van MDRI vertelde dat ze was aangevallen met een mes, verzocht de directeur de tolk die opmerking niet voor de onderzoekers te vertalen. En een medewerker die openheid van zaken gaf, vroeg om het vernietigen van de verstrekte informatie uit vrees voor repercussies.

Al op zijn eerste werkdag was de Spaanse psychiater van het Noorse Rode Kruis getuige van seksueel misbruik in de inrichting. Een vrouw werd in de gang verkracht door een medebewoner. Het personeel keek toe zonder in te grijpen en de directeur verklaarde dat de patiënte er wellicht zelf om had gevraagd. Toch constateren verscheidene onafhankelijke bronnen dat het slecht gesteld is met de bescherming van vrouwen tegen seksueel geweld. Al in 2001 stelt een medewerker van het Rode Kruis vast dat er geen deur is die de vrouwenafdeling afdoende afsluit tegen ongewenst bezoek. Tot op de dag van vandaag is deze deur er niet gekomen. Wederom wordt geldgebrek als reden aangevoerd.

In Shtime wordt het seksueel misbruik ontkend of gebagatelliseerd. Hilbert Belksma: «In elk instituut gebeurt weleens wat. Maar wat voor hen gisteren lijkt, gebeurde drie of vijftien jaar geleden. Ze zijn verstandelijk gehandicapt. Dat ze praten over dingen die lang geleden plaatsvonden, is onderdeel van hun mentale situatie.»

Advocaten en psychologe Éva Szeli, co-auteur van het MDRI-rapport, reageert boos: «Door dit soort beschuldigingen toe te schrijven aan een verstandelijke handicap raak je de kern van hun kwetsbaarheid. Dit zijn geen kleinzielige aantijgingen. We hebben bewijzen, óók verkregen via verschillende betrokken autoriteiten, dat er de laatste twee jaar verkrachtingen hebben plaatsgevonden in de inrichtingen.»

«Belksma zegt dat hij de verkrachtingen zelf heeft onderzocht», vult Eric Rosenthal aan. «Maar dat biedt absoluut geen garantie. Hij kan geen onafhankelijke positie innemen, want het schaadt hem persoonlijk als hij seksueel misbruik rapporteert. Hilbert Belksma is, op z’n zachtst geformuleerd, vergeetachtig met betrekking tot seksueel misbruik in zijn eigen inrichtingen.»

Belksma zelf meent dat renovatie de voornaamste problemen zal verhelpen. Hij beweert dat voor 2008 het bewonersaantal van 235 tot 100 zal dalen. Dit streven lijkt niet realistisch: de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voorziet een toestroom van patiënten en daarmee een toenemende druk om hen op te nemen. «Zeker als Shtime eruit gaat zien als een vijfsterrenhotel», aldus een intern memo van de WHO aan de Nederlandse regering.

«Belksma faalt als beleidsmaker en de VN falen als uitvoerend orgaan», concludeert Rosenthal. «Het Nederlandse subsidiegeld wordt misbruikt om mensen binnen te houden die buiten horen.»

Inmiddels dringt de inhoud van het rapport door tot de rest van de wereld. De Washington Post schreef een vlammend redactioneel commentaar, waarin psychiatrische instellingen in Kosovo worden beschreven als «a special kind of hell». «Mensen die therapie nodig hebben, worden in plaats daarvan volgestopt met medicijnen. Mensen die vrij zouden moeten zijn, worden levenslang opgesloten.» De krant heeft ook kritiek op de Verenigde Naties. «Organisaties die zich in het algemeen sterk maken voor de mensenrechten verwaarlozen de rechten van mentaal gehandicapten.» Ook de BBC stelde de problemen aan de kaak en de Belgische krant De Morgen wijdde er een paginagroot artikel aan.

In Nederland verbaast PvdA-kamerlid Koenders zich over het feit dat de Nederlandse regering niets heeft ondernomen na het bekend worden van het rapport. Binnenkort zal hij kamervragen stellen; Koenders wil dat de subsidie wordt bevroren tot er een beter alternatief is gevonden voor besteding van het geld. «We moeten dergelijke projecten niet ondersteunen. Als je hoort over mishandelingen, verkrachtingen, het ontbreken van een psychiater of het onzorgvuldig toedienen van medicijnen, ben je medeverantwoordelijk door daar geld aan uit te geven. Nu blijkt dat we iets subsidiëren dat mensonterend is, moet er direct en fors worden ingegrepen», vindt hij.

Hij noemt de houding van Buitenlandse Zaken in deze kwestie «passief»: «Men denkt dat de VN het wel zullen doen, maar die zijn erg traag wanneer er geen politieke druk achter zit.» Koenders bekritiseert ook de opstelling van de VN: «De VN schuift het af op de cultuur van het land. Men gaat moeilijk om met gehandicapte of psychiatrische patiënten en dus mag je de standaard niet al te hoog leggen, is de redenering. Ik ben absoluut niet onder de indruk van dat argument.»

De standaard in het Speciale Instituut te Stimlje/Shtime lijkt inderdaad niet al te hoog te liggen. Op het bureau van de medische behandelkamer hangt een grote poster van het uçk, het inmiddels verboden Albanese rebellenleger, dat na de intocht van de Navo-troepen Servische burgers naar het leven stond. Hilbert Belksma zegt dat de poster «morgen verwijderd» zal worden, en houdt vol dat er geen spanningen zijn tussen de Servische bewoners en het Albanese personeel. Een meisje gekleed in lompen en met bloedende krassen op haar neus klampt zich vast aan Belksma. «Welke hand heeft dat gedaan?» vraagt Belksma, kijkend naar het bloed op haar gezicht. Hij tikt op haar linkerhand en zegt: «Slechte hand. Dit is een slechte hand.» Aan zijn voeten speelt een hondje. «Neem die maar mee, daar wil ik ook van af.» Of er ook een paar mensen uit de inrichting mee zouden mogen? Belksma aarzelt niet: «Be my guest.»