‘Afterglow (a dog memoir)’, Eileen Myles

Een specifiek soort overgave

Ik was erg gecharmeerd van Eileen Myles’ nieuwste boek Afterglow (a dog memoir). Bijna zeventien jaar lang leefde Myles samen met haar pitbull Rosie, die ze in 1990 in een nest aantrof op straat en mee naar huis nam. Hoewel ze terugblikt op haar tijd met Rosie en zich afvraagt wat de band tussen mens en hond betekent (‘A dog’s silence is often construed as love’) is dit boek bepaald geen traditionele memoire. Het is eerder een boek in de vorm van een hond: wild, levend, voortdurend afgeleid. Waar het op neerkomt: Eileen wordt de hond, en de hond wordt Eileen. Samen vormen ze een organisme dat denkt en schrijft, maar evengoed kwispelt, door het gras rolt, pure vreugde put uit de sensatie van een hand die over een buik aait.

(‘So yeah I taught her to write’, becommentarieert Rosie vanuit het hiernamaals. ‘I wrote virtually every poem by Eileen Myles from 1999 to 2006.’)

Dit boek lijkt zich hevig te verzetten tegen het idee dat er iets uit te leggen valt. Myles is geïnteresseerd in de ervaring van het in leven zijn, en de manier waarop je die ervaring kunt overbrengen op het papier zonder dat die doodslaat. Haar meerstemmigheid is haar stem, Rosie is haar stem, en Rosie is een hond maar ook de geest van een hond, een god, een gast in een talkshow voor poppen, de reïncarnatie van Eileens vader. Het proza is soms helder, soms nauwelijks te volgen; bij Myles lopen kritisch en lyrisch bewustzijn naadloos in elkaar over, haar lezen is kiezen voor een specifiek soort overgave waarbij het denken lichamelijk wordt en vice versa. Of, om het in Rosie’s woorden te zeggen: ‘Once you touch everything – and touch it well – then you can let go. And go home. Then you can sink into the pond and know everything. There’s no God. There’s no dog! Just water. Everything is water. On and on.’