Een spin van verf

Bianca Stigter, Mondriaans alfabet. Uitgeverij Waanders, 32 blz., 324,50
Kinderkunstboeken lijken vaak op elkaar. Ze horen meestal in een serie van buitenlandse komaf, ze glanzen je tegemoet met een stortvloed aan reprodukties en met regelmaat worden er vreemde kunstgrepen toegepast om vorm te geven aan de informatie. Het ene boek over Picasso laat een jongen ‘toevallig’ belanden in een voormalig atelier van de kunstenaar, waar een sprekend beeld zich ontpopt als kunsthistoricus. Een ander boek laat de maestro in de ik-vorm vertellend door zijn eigen verleden dwalen. En de alwetende ooms en tantes die hun neven en nichten op sleeptouw nemen langs musea, ateliers en geboortehuizen zijn nog altijd niet uitgestorven.

Met Mondriaans alfabet maakte Bianca Stigter (werkzaam bij de kunstredactie van NRC Handelsblad) een verrassende eenling, ter gelegenheid van de tentoonstelling De vroege Mondriaan in de Rotterdamse Kunsthal. Binnen de omvang van een prentenboek lukt het haar om via 26 trefwoorden de omtrekken van Mondriaans plaats in de kunstgeschiedenis zichtbaar te maken. Ze wordt daarbij krachtig gesteund door het visuele materiaal en de uitgekiende vormgeving van Stang Gubbels.
Erg oorspronkelijk is de gedachtenordening via het ABC natuurlijk niet - bij elke festiviteit is er wel weer één gelegenheidsdichter die het feestvarken alfabetisch samenvat - maar voor een eerste kennismaking door kinderen is zij zeker effectief. Veel is afhankelijk van de trefwoordkeuze. Voor de hand liggen ‘compositie’, 'huis’, 'jazz’, 'kleur’, 'lijn’, 'Parijs’ en 'de Stijl’. Opmerkelijk is 'encyclopedie’ of 'geen gemberpot’. Onder encyclopedie wordt Mondriaans belang voor de wereld afgemeten aan de omvang van de informatie ten opzichte van andere grootheden met de letter M: meer dan over Mitterrand, Maria Montessori en Marilyn Monroe, en minder dan over Maria ('de moeder van Jezus’) en Karl Marx ('de bedenker van het communisme’). 'Geen gemberpot’ maakt duidelijk waarom Mondriaan de wereld om zich heen wilde terugbrengen tot cirkels en rechte lijnen. Het miniverhaal is gevat in een cirkel, die qua kleur harmonieert met het doek Stilleven met gemberpot. Vorm en inhoud kloppen.
Waarin dit kleine boek bovenal uitmunt, is de heldere uitleg en de persoonlijke toon. Hier is iemand aan het woord die de passie voor haar onderwerp weet te vangen in gewone taal. Zo steekt Stigter van wal onder de A van 'abstract’: 'O! Van een paard moet je soms zuchten. Hij is sterk en snel en elegant en onder zijn glanzende vacht kun je zijn spieren zien bewegen. Iiii! Van een spin moet je soms gillen. Hij is klein en hij wriemelt en hij heeft harde zwarte haren. Er zijn veel meer schiderijen van paarden gemaakt dan van spinnen. Toch kan een spin van verf veel mooier zijn dan een paard van verf. Want op een schilderij gelden andere wetten dan in de wei of aan het plafond.’ Daar hebben we dan de figuratieven die paarden en spinnen schilderen en de abstracten die kleuren en vormen schilderen. Volgens Stigter zijn kleuren en vormen net zo echt als paarden en spinnen: 'Iedereen kan ze zien. En soms moet je ervan zuchten.’
Hopelijk krijgt de auteur vaker de gelegenheid om kinderen te interesseren voor zoiets tamelijk ingewikkelds als beeldende kunst.