Srdja Popovic over geweldloos verzet

‘Een spontane revolutie bestaat niet’

Foreign Policy zette hem deze week boven aan de lijst van Global Thinkers, als auteur van het handboek voor de revoluties van 2011 en als inspirator van geweldloos verzet. Een portret van Srdja Popovic, wereldwijd revolutionair.

BELGRADO, 5 oktober 2000. Ik film de massale protesten op het plein voor het parlement, de volksopstand die het einde van Slobodan Milosevic inluidt. Tot de revolutie durfde ik hier niet openlijk te filmen. Ik was ‘staatsvijand’, 'Navo-huurling’, en als westerse journalist niet welkom verklaard door Milosevic, de president van Servië. Meestal kwam ik de grens over met de smoes dat ik een trouwerij ging filmen. In werkelijkheid werkte ik aan een film over Otpor (Servisch voor 'verzet’), de jongeren- en later nationale volksbeweging die aan de wieg stond van de grote geweldloze demonstraties die uiteindelijk tot de val van Milosevic zouden leiden. Ik wilde het verzet, het ontstaan van de revolutie, van binnenuit in beeld brengen. Wie waren degenen achter Otpor?
Belgrado, september 2011. Ik ben terug en sta weer tegenover het parlement. Maar nu ben ik - o ironie! - echt bruiloftsgast. Van Srdja Popovic.
'Landverrader’, 'CIA-huurling’, 'terrorist’. In de top-tien van vijanden van Servië was Srdja staatsvijand nummer één. Hij was de oprichter en leider van Otpor. Niet dat ik dat in oktober 2000 mocht weten. 'Otpor heeft geen leiders’, verklaarden activisten in interview na interview. Of: 'Iedereen bij Otpor is leider’, of: 'De leider van Otpor is een idee, die kun je niet arresteren’. De discipline van de boodschap hadden ze direct afgekeken van toespraken van Goebbels. Ze hadden werken van Gandhi, Martin Luther King, Gene Sharp en Monty Python bestudeerd, maar ze zeiden: 'Bij Otpor gebeurt alles zonder training en zomaar, spontaan.’ Dat ik beter wist, was tot daaraan toe. Maar dat ik het had gefilmd, hém had gefilmd, dat kon Srdja niet uitstaan.
'Een normaal leven in een normaal land’, scandeerden honderdduizenden Serviërs, die op 5 oktober 2000 in Otpor-T-shirts en met Otpor-vlaggen op weg waren het parlement te bestormen. Ze hadden geen idee wie die zin had bedacht.
Sinds de Servische revolutie kan Srdja een hele rits machtswisselingen op zijn cv bijschrijven: Oekraïne, Georgië, Malediven, Tunesië, Egypte. Als student biologie droomde hij ervan door de wereld te reizen en vissen te bestuderen. Nu is hij directeur van Canvas, Centre for Applied NonViolent Action and Strategies, gevestigd - hoe toevallig - in de Gandhi-straat in Belgrado, en traint hij activisten in 37 landen. Hij wint internationale prijzen, geeft lezingen op Harvard, Oxford, in Boston en Berlijn. Sinds de Egyptische revolutionair en blogger Mohamed Adel aan Al Jazeera heeft verteld dat hij in Belgrado is opgeleid, lopen journalisten de deur plat: Srdja’s naam verschijnt in kranten, zijn gezicht in tv-reportages; een documentairemaker volgt hem op de voet, een producer wil een speelfilm gebaseerd op zijn leven maken. Mohamed Nasheed, de president van de Malediven, schenkt hem als dank voor zijn consulten voor 35 jaar het eiland Tinadu om er een universiteit voor geweldloze studies te vestigen; bruiloftgasten uit heel de wereld vliegen naar Servië met nog meer cadeaus. Srdja gaat trouwen met het mooiste meisje van Belgrado, hoe normaal is dat!
Een auto komt aangescheurd. Ceremoniemeester Darko klapt een raam van het parlementsgebouw open en springt het keukenmagazijn in. Zakken met vispastei en sardientjes worden naar binnen geschoven, de kok ruikt er goedkeurend aan: 'Alles vers, met de hand klaargemaakt, de bruidegom is gek op vis.’ De getuige van Srdja, loco-burgemeester van Belgrado en hoofdorganisator van de bruiloft, schudt me de hand. 'Nee, normaal is dit niet’, lacht hij, 'maar als de schalen beneden worden opgemaakt, kan ik boven mijn normale werk doen.’
Vlak na de revolutie kwam Srdja’s idool Gene Sharp, hoogleraar politicologie en auteur van het boek From Dictatorship to Democracy, lunchen in het parlement. Srdja was in alle staten, Sharps boek over geweldloos verzet was zijn bijbel. Tot mijn verbazing was het Sharp die de vragen stelde. Hij wilde tot in detail over technieken en tactieken van Otpor horen, voor zijn volgende boek.
In de praktijk zijn geweldloze revoluties vaak gekoppeld aan verkiezingen. In Servië voerde Otpor een intensieve campagne, Get Out and Vote, gebaseerd op het idee dat er bij een hoge opkomst niet genoeg blanco stembiljetten zouden overblijven om mee te frauderen. Met de slogan 'Het is tijd!’ klopten activisten op de deuren om kiezers te motiveren, zoals later aanhangers van presidentskandidaat Obama dat deden.
Milosevic had de verkiezingen verloren. Maar hij gaf dat niet toe. In het kantoor van Otpor was het drukker dan ooit. Toen zag ik Srdja voor het eerst. 'Dit is jullie overwinning!’ begon hij. Activisten juichten. 'Milosevic wil een tweede ronde.’ Boegeroep. 'De oppositie twijfelt.’ Nog meer boegeroep. 'Het is nu aan jullie.’ In de overvolle ruimte werd het doodstil. 'Jullie zijn ervoor getraind, jullie hebben ervaring, jullie weten hoe je een mars moet leiden, jullie hebben lijsten van universiteiten, jullie weten wie je moet bellen.’ Hij keek de zaal rond… 'Dit is jullie protest’… en keek recht in mijn camera. 'Wie is dat? Gooi haar eruit!’
Ceremoniemeester Darko springt het parlementsgebouw weer uit, om een vrachtauto op te vangen. 'De grootste aggregaat van Belgrado’, zegt hij trots. 'Even geleend, om de muziekinstallatie te testen.’ Na een revolutie is een bruiloft organiseren een makkie. Of, zoals Srdja schrijft in zijn boek NonViolent Struggle: 50 Crucial Points: 'De methoden van geweldloos verzet dragen bij aan de ontwikkeling van vaardigheden die essentieel zijn in een democratie.’ Organiseren, improviseren, onderhandelen, compromissen sluiten, de pers te woord staan: de ex-Otpor-bruiloftsgasten doen het net zo makkelijk als met slechts één megafoon dertigduizend man leiden of een vol plein toespreken. Ze hebben er dan ook maanden- en sommigen jarenlang op geoefend. 'Een spontane revolutie? Wees ervan overtuigd dat zoiets niet bestaat’, zegt Srdja tegen zijn publiek op TEDx in Krakow. 'Geven demonstranten bloemen aan politieagenten? Dan moet op z'n minst iemand hebben bedacht ze te plukken, of ze te kopen.’
Duda, de beste vriend van Srdja, heeft de uitnodigingen voor de bruiloft ontworpen. Hij is ook ontwerper van het symbool van Otpor, de gebalde vuist, die opduikt van Rusland tot Egypte, Birma en Manhattan. En ook bij Occupy Amsterdam. Op YouTube toont de president van Venezuela met afgrijzen de gelijkenis tussen het symbool van binnenlandse demonstranten en die van 'Servische terroristen’. Duda heeft aan het ontwerp nooit een cent verdiend; hij had het sjabloon snel geschetst om maar mee te mogen op actie met het meisje waar hij smoorverliefd op was. Tijdens het spuiten van de graffiti werden ze gearresteerd.
Ze arriveren met twee kinderen als eerste op de bruiloftsceremonie. Veel van de gasten ken ik bij hun voornaam, of bij de bijnaam die vrienden en Otpor-leden hanteerden. Achter Duda volgt Siki, destijds verantwoordelijk voor het drukken en verspreiden van propagandamateriaal. Hij is net terug uit Syrië. Daarachter Sloba die de financiën deed, nu minister. Otpor-icoon Ivan Marovic (die door iedereen 'Marovic’ wordt genoemd, geen mens noemt hem Ivan) ontwerpt videogames als lesmateriaal over geweldloos verzet: 'Die kun je op een stick elk land binnensmokkelen en je hoeft er geen saaie boeken voor te lezen. Als je op het level “bezet het plein” ingesloten raakt door de milities, dan weet je dat je iets verkeerd hebt gedaan.’
'Eenheid, geweldloosheid en een plan voor de toekomst zijn cruciaal om je revolutie te laten slagen’, doceert Srdja via binnengesmokkelde dvd’s de activisten in Caïro. Zij ruilden op het Tahrir-plein hun individuele symbolen in voor de Egyptische vlag. Daarmee pareerden ze tevens de aantijging dat ze landverraders waren: 'Wij zijn één, we houden van Egypte!’ wapperde elke vlag. Zoals de beelden van christenen die tijdens het bidden moslims beschermen - en andersom - een belangrijke boodschap uitzonden aan de internationale gemeenschap: 'Wij zijn één, wij zijn geen fundamentalisten!’
Vier violistes in het wit spelen op het podium; schalen met vispastei en sushi worden rondgebracht. Marovic omhelst de bruidegom. Tot vlak voor de verkiezingen hielden Servische meisjes - van zeventien tot 71 jaar - massaal de adem in als hij op een podium klom. Na zeven arrestaties en drie verhoren door de geheime politie gaf hij ze het nakijken door op zijn dienstoproep in te gaan. Een leider van Otpor in soldatenkleren, die kun je niet arresteren: wat een vondst. Op het podium ontstond des te meer plek voor Branko, die als woordvoerder al gauw de status van een popster kreeg. Zijn speeches schreef een ander - ik had gefilmd hoe hij de zinnen van het papiertje zenuwachtig in zijn hoofd stampt - maar zodra hij de microfoon pakte, dacht eenieder die gevoelig was voor het verhaal dat Otpor een terroristische organisatie was nog maar één ding: hij een terrorist? Dan wil ik dat ook zijn!
En dat was ook precies de bedoeling.

VOLGENS de theorie van het geweldloos verzet ligt de macht niet bij de president, het leger of de politie. Als elke militair weigert de bevelen op te volgen, als elke agent, ambtenaar, vuilnisman besluit om niet langer te gehoorzamen, dan heet dat revolutie.
'Ik wil niet met je praten’, fluistert Marovic in mijn oor. Dan, quasi-gekwetst: 'Je film wint de Prix Europa, en ik, sleutelfiguur, zit er niet in! En deze CIA-huurling wel!’ wijst hij naar Srdja, en ze schieten beiden in de lach.
Ook in Egypte worden activisten van landverraad beschuldigd. Na de aantijging dat de CIA honderd dollar en KFC-maaltijden aan ze uitbetaalt, filmen ze hun lunch op het Tahrir-plein: droge stengels en falafel. 'Mijn dollars staan al op de Zwitserse bank’, grapt een activist die op YouTube door honderdduizenden mensen wordt bekeken.
Canvas accepteert geen geld van overheden, staat op hun website. Toch staat het internet vol aantijgingen over wie 'eigenlijk’ achter revoluties zit en wie ervoor betaalt. Hard om lachen, nooit tegenspreken en een ander beeld ertegenover zetten: framing, dat is volgens het handboek van Srdja wat je met aantijgingen doet. Inmiddels is zijn boek bijna honderdduizend keer gedownload en in het Arabisch en Farsi vertaald. Srdja: 'Mijn eerste advies aan activisten is: luister niet naar buitenlanders! Een revolutie is niet een koffer die je mee kunt nemen over de grens. En het zou een groot onrecht zijn met de eer te gaan strijken; de jongens en meisjes in Tunesië en Egypte hebben het echt zelf gedaan. Wij hebben ze hooguit wat gereedschap aangereikt.’
Geweldloosheid is voor Srdja zelf meer dan gereedschap. In 2003 werd zijn leermeester Zoran Djindjic, de premier van Servië, die als een vader voor hem was, doodgeschoten. Een vriendin stierf tijdens demonstraties, klasgenoten sneuvelden in oorlogen. Zijn moeder, presentatrice van het achtuurjournaal, ontsnapte tijdens de bombardementen van de Navo ternauwernood aan de dood. 'Die bombardementen in 1999 waren het gewelddadige antwoord op de gewelddadige actie van Milosevic om Albanezen uit Kosovo te verdrijven. Zoals het binnenvallen van Amerikanen in Afghanistan in 2001 het gewelddadige antwoord was op het omver vliegen van de Twin Towers. Resultaat? Instabiliteit, drugssmokkel, wapensmokkel. Terwijl in de Oekraïne verkiezingsfraude net zo onwaarschijnlijk is als in Georgië of Servië. Waar bovendien…’, Srdja grijnst, ’…geen president het nog in zijn hoofd zal halen jongeren te slaan.’

TIJDENS zijn lezing in Amsterdam in 2010 toont hij de poster die in Servië niemand onberoerd liet. Een foto van een jonge activist, blauwgeslagen door de politie, met de tekst: 'Dit is het gezicht van Servië!’ Zelfs politieagenten en aanhangers van Milosevic vonden kindermishandeling misdadig. Elke arrestatie kostte stemmen. En ook dat was precies de bedoeling.
Otpor beschikte over een netwerk van vrouwen, die bezorgd naar het politiebureau belden. Anderen kwamen met tientallen 'op bezoekuur’. Het bureau werd als het ware bezet. 'Als een paar honderd man voor het huis van de politiecommissaris staat, dan heeft hij zijn buren heel wat uit te leggen’, doceert Srdja.
De ontwikkeling van de sociale media versnelt revoluties enorm, maar het gereedschap blijft hetzelfde. Op de livestream van Occupy Canada is te volgen hoe activisten minutenlang op agenten inpraten: 'Je moet je huis afbetalen, je wilt je baan niet kwijt. Maar ik ben je vijand niet, ik sta hier ook voor jou!’ Onderin telefoonnummers van de politiecommissaris, namen en badgenummers van agenten, voor het geval je 'op bezoek’ gaat.
Een paar dagen na de revolutie, nadat Milosevic - net als later Moebarak - zijn volk liet weten dat hij van nu af aan voor zijn kleinkind gaat zorgen, belde Srdja of ik naar het kantoor wilde komen. 'Die vergadering die je hebt gefilmd, was bewijsmateriaal voor minstens twintig jaar gevangenis, of erger. Wist ik veel wie je was. Nu kan ik je alles vertellen, film maar.’

  • 'Hoeveel leiders heeft Otpor?’
  • 'Elf’
  • 'Wie schrijft de teksten voor Branko?’
  • 'Ik’.
  • 'Waar was je op 5 oktober 2000?
  • 'De discipline van geweldloos verzet aan het bewaken’, lacht hij. Als zoon van journalisten wist Srdja als geen ander dat één gewelddadige foto genoeg is om je beweging te corrumperen. Hij draaide zijn colonne dan ook direct om toen hij hoorde dat hooligans het partijkantoor van Milosevic wilden vernielen. Ter plekke plaatste hij versterkers met housemuziek voor de deur. Een paar duizend mensen dansten de vandalen weg. 'Raar, om op de dag van de revolutie het bezit van mijn grootste tegenstander te verdedigen’, grijnst Srdja voor het eerst op onze camera. 'Leuk voor Branko, dat feestje: hij was jarig die dag.’ In 2010 werd Srdja uit Amsterdam weggeroepen naar protesten in Thailand. Hij bracht zijn nette pak bij mij thuis. Naast zijn pak liet hij een boodschap achter: 'Ga met je camera naar Egypte!’ Een paar maanden later stond inderdaad Caïro in brand. Ik schrok van de reportage die Al Jazeera over de activisten maakte. De beelden waren nauwelijks te onderscheiden van die uit onze film in Belgrado. Zelfs het balkon, het trappenhuis, de ligging van het kantoor, leken hetzelfde. Dezelfde uitspraken, grappen, arrestaties. Srdja: 'Van de 67 transities van dictatuur naar democratie in de afgelopen 35 jaar zijn er vijftig geweldloos verlopen. Van de zeventien die met militair ingrijpen zijn afgedwongen is er niet één met gemak aan te wijzen die meteen democratie en stabiliteit tot gevolg had. Stel je eens voor dat maar één procent van het budget dat is uitgegeven aan militaire acties in Afghanistan, Libië, Irak zou zijn besteed aan lesmateriaal en ondersteuning van activisten in geweldloos verzet. Dat zou tevens de bewering onderuithalen van radicale extremisten dat verandering alleen mogelijk is met terroristische acties.’ Bruiloftsgasten applaudisseren, de leiders van Otpor naast elkaar: een ondenkbaar shot elf jaar geleden. Srdja in All Stars-gympen en spijkerbroek kust zijn bruid, zijn getuigen dragen hetzelfde tenue. Roddelbladen melden dat het echtpaar op huwelijksreis gaat naar Italië. Niets is minder waar, Srdja is naar New York. Twee dagen later: protesten in Manhattan. Het podiumbeest Marovic gebruikt als een van de eerste sprekers op Wall Street de menselijke microfoon. December 2011. Het invloedrijke tijdschrift Foreign Policy publiceert zijn top-honderd van 'Global Thinkers’. Srdja staat op één, samen met zijn jeugdheld Gene Sharp. Goed, ze delen de kampioensplek met twaalf Arabieren die net als zij onmisbaar waren voor het in gang zetten van de Arabische lente. Obama staat op een elfde plaats, Bill Gates op dertien. 'Moebarak, Hoessein, Kadhafi, Assad, Bin Laden, Mladic… It has been a bad year for bad guys!’ herhaalt hij voor de camera’s. Dan, vlak voordat de ceremonie van Foreign Policy begint, post hij aan vrienden op Facebook: 'Bit nervous. God, how I hate suits…’