Een stad vol spoken

Neem het verhaal over de Waanzinnige Jood Kalman. Hij woonde in het Gouden Straatje nabij de Praagse Burcht, samen met zijn beeldschone dochter. Die werd op de verkeerde man verliefd, althans in de ogen van haar vader. Deze trad zo onverbiddelijk tegen het jonge paar op dat ze samen in de Vtlava sprongen en verdronken. Een wanhoopdaad die de oude Kalman met de waanzin sloeg.

Sedertdien doolt zijn geest ’s nachts over de Smetanova Nabrezi, in de directe nabijheid van het wurgende water. Veel kwaad doet hij niet, maar waag het niet hem om een handtekening te vragen, want dan vloekt hij je stijf met alle scheldwoorden waarover het Hebreeuws beschikt.
Het grote probleem van Praag is niet zozeer het overgrote aanbod van toeristen op en rondom de Staromestske Namesti. Het ware probleem wordt gevormd door de vele geestverschijningen die de stad onveilig maken. Alleen al de Karlova, het verlengstuk van de Karlovbrug, ziet er zwart van.
Neem bijvoorbeeld de geest van het Verdronken Dienstmeisje, dat om het leven kwam in de put nabij cafe De Rode Stoel en sedertdien doorweekt en tandenklapperend van de kou door het stadscentrum zwerft.
Of neem de geest van de Waanzinnige Barbier. Hij oefende zijn handwerk uit onder de heerschappij van Rudolf II, maar gaf zoveel geld uit aan zijn hobby (de alchemie) dat hij aan de bedelstaf raakte en krankzinnig stierf.
Tot op heden doorkruist hij met rollende ogen en zwaaiend scheermes de Karlova en smeekt iedere voorbijganger zich door hem te laten scheren. Dat is voor hem de enige manier verlost te worden.
Maar de Pragers, ook niet gek, nemen geen enkel risico en wenden zich liever tot een reguliere kapsalon.
De Man in het Vuur zucht onder een vergelijkbare vloek. Hij sjokt nu al eeuwenlang met een zak vol goud door de Karlova, zonder dat ook maar iemand bereid is deze zware last van hem over te nemen, wat voor hem de redding zou betekenen.
Het is de straf voor het feit dat deze gierigaard ooit, terwijl de halve stad in brand stond, op zijn goud bleef zitten, zonder, net als iedereen, het vuur te helpen blussen.
Het is over het algemeen een onaangenaam volkje.
De Geest van de Molenaarsdochter is een goed voorbeeld. Zij verkocht haar ziel aan de duivel in ruil voor een partijtje in Slot Lichtenstein. Sederdien duikt zij tegen middernacht op in de buurt van de Praagse uitgaanscentra, waar zij de jonge, knappe, concurrerende meisjes probeert de ogen uit te krabben.
Het sterke geslacht moet op zijn beurt beducht zijn voor de Wurgende Jodin, die in de buurt van Parizska opereert.
Zij bracht lang geleden een abt om het leven die een stokje had gestoken voor haar relatie met een monnik uit het klooster van de heilige Nicolaas. Geen man, geestelijke of burger, is sedertdien voor haar veilig.
En pas eveneens op voor de Burgemeester Zonder Hoofd, de Eenhandige Dief, de Gierige Weduwe en de beroemde Golem, coproduktie van de rabbijnen Ezechiel Low en Jehuda Low ben Bezabel.
Prachtige stad, dat Praag, echt waar, maar je moet er, als bezoeker, wel over zenuwen van staal beschikken.