Een steen voor van der lubbe

Sinds deze week heeft Marinus van der Lubbe een gedenksteen op zijn graf in Leipzig. Het monument kwam tot stand op aandringen van de Nederlandse Van der Lubbe-lobby maar mag ook op brede steun rekenen bij de gemeenteraad van Leipzig, de stad waar Marinus van der Lubbe na een showproces dat de wereld had verbijsterd door onthoofding ter dood werd gebracht vanwege zijn aandeel in de brand van de Berlijnse Reichstag op 27 februari 1933.

Dat het stadsbestuur van Leipzig nu erkent dat Van der Lubbe een slachtoffer en geen handlanger van de de nazi’s was, is een doorbraak van jewelste. Na de oorlog bleef rehabilitatie voor Van der Lubbe uit. Ook in de Bondsrepubliek Duitsland bleef het vonnis van de nazi-rechter van kracht. Karrevrachten bewijsmateriaal waaruit bleek dat Van der Lubbe het slachtoffer was van een nazi-complot werden systematisch over het hoofd gezien. Zo bleef de idealistische metselaar uit Leiden in de geschiedschrijving van het moderne Duitsland de katalysator van de komst van het Derde Rijk, een politiek warhoofd, als eerste verantwoordelijk voor de catastrofe die dat wat begin 1933 nog resteerde van de Duitse democratie definitief om zeep hielp. En ook in de DDR werd de radencommunistist Van der Lubbe verketterd als ongeleid politiek projectiel. Op grond van pas recent vrijgekomen bewijsmateriaal in de zaak-Van der Lubbe (zoals een serie foto’s van het aantal brandhaarden in de Rijksdag in februari 1933) is het zonneklaar dat dat de Rijksdagbrand het resultaat was van een grootscheepse operatie. Van der Lubbe is er in 1933 ingeluisd. In die zin kan hij als het eerste slachtoffer van het Derde Rijk worden aangemerkt. Een gedenksteen is dan ook wel het minste. Heropening van het proces zou beter zijn.