Een stembusrevolutie door jongeren in Kenia

Nairobi – In het zakencentrum van Nairobi lopen voetgangers haastig langs een muur vol graffitischilderingen. Niemand lijkt ze op te merken. De cartoon toont een gier op een troon, zijn klauwen grijpen het hoofd van zomaar een Keniaan vast. ‘Ik ben een tribale leider, steel hun belastingen en land, en toch blijven die idioten op me stemmen’, aldus de vogel.

De gier staat model voor het doorsnee Keniaanse parlementslid, de man onder hem voor de onverschillige burger. Boniface Mwangi (28) is een van de kunstenaars achter de schildering. ‘In vier nachten versierden we meer dan veertig muren en andere prominente plekken in de stad. Kenianen moeten wakker worden, niemand doet iets tegen politici die ons land verpesten.’ Samen met gelijkgestemde kunstenaars richtte Mwangi broedplaats pawa 254 op, waar elke creatie moet leiden tot sociale verandering. In het stadshart zijn nog maar drie schilderingen te vinden, sinds de gemeente in maart daags na de graffitiactie de muren overschilderde.

De aankomende presidentsverkiezingen beheersen in Kenia het publieke debat. Of die dit jaar of begin 2013 plaatsvinden is nog onduidelijk. Vier jaar geleden liepen de verkiezingen drastisch mis: meer dan 1500 doden, 300.000 binnenlandse vluchtelingen en een blijvende open wond in de collectieve herinnering van Kenia. Het Internationaal Strafhof klaagde vier prominente Kenianen aan op verdenking van het aanzetten tot geweld.

Een stembusrevolutie door jongeren, dat is wat de activisten met inzet van beeldende kunst onder aanvoering van Mwangi willen bereiken. Vier jaar geleden al trok de kunstenaar met zijn camera het land in tijdens de gewelduitbarsting. Zijn fotoreeks Picha Mtaani, Swahili voor straattentoonstelling, verscheen in internationale media. Mooi meegenomen, maar zijn doel was: de Keniaanse middenklasse wakker schudden door het geweld in de ­sloppenwijken van Nairobi en elders zichtbaar te maken. Met zijn graffiti streeft hij nu deels hetzelfde na. Maar zijn doelgroep is breder dan alleen de middenklasse. ‘Zij moeten sowieso hun Twitter- en Facebook-pagina’s verlaten’, zegt hij fel. Op zijn shirt prijkt een speldje met de Keniaanse vlag. ‘Kenya Is Our Home, en alle jongeren die daar een concrete bijdrage aan willen leveren kunnen zich aansluiten. Onze generatie moet het gaan doen.’ Geen rare gedachte in een land waar ruim 75 procent van de inwoners onder de dertig is.

Opvallend genoeg is Mwangi zelf een fervent twitteraar. Toch gelooft hij niet in revoluties door sociale media. Die zijn ‘één grote talkshow van de middenklasse’. Toen hij afgelopen maand vanwege zijn protestkunst werd aangehouden door de politie was #LetmwangiGo als snel een trending topic op Twitter. ‘Maar van de tweehonderd man die daar op straat tegen demonstreerden, waren er maar drie van mijn zesduizend Twitter-volgers. De rest kende ik uit de arme buurten waar ik mijn werk laat zien. Echte actie vindt plaats op straat, en uiteindelijk bij de stembussen.’ De politieke retoriek speelt anno 2012 veel sterker in op tribale emoties dan vier jaar geleden. Het baart Mwangi zorgen, maar maakt zijn strijdlust des te groter. ‘Wacht maar, onze volgende actie wordt vele malen groter.’