Obama’s eerste honderd dagen

Een stempel op de wereld

Op 30 april zal bekeken worden wat Barack Obama van zijn eerste honderd dagen als president gemaakt heeft. Om ex-burgemeester Ed Koch van New York te parafraseren: ‘How is he doin’?’

TACHTIG DAGEN kostte het president Barack Obama om voor zijn dochters een Portugese waterhond te regelen. Langer dan het redden van de economie, korter dan het opvullen van de open plekken in de regering. Om zijn verkiezingsbelofte na te komen moest Obama een andere belofte schenden: hond Bo kwam niet uit het asiel, hij was een cadeau van senator Ted Kennedy. De rechtse radiomoraalridders kwijlden er bijna van, net als de media die geen genoeg konden krijgen van familieplaatjes. De verwerving van Bo The First Dog mag model staan voor een oude wijsheid: regeren is moeilijker dan verkiezingen winnen. Beter geformuleerd: het is van een andere orde. Je moet deals maken, schade oplopen, beloftes breken om beloftes na te komen. Kortom, regeren gaat van au. Ook voor een uitzonderlijk getalenteerd president als Barack Obama.
Vlak voor de inauguratie konden we zeggen: ‘So far, pretty good.’ Het was de duivel verzoeken, want meteen daarna ging er een hoop mis. Was het transitieproces tot dan toe buitengewoon soepel verlopen, slordig stafwerk sloeg een deuk in Obama’s imago van koele competentie. Beoogd minister van Handel Bill Richardson moest afhaken totdat een langlopend proces was afgewikkeld. Had niemand dat gezien? Beoogd minister van Financiën Timothy Geithner moest fiscale plooien gladstrijken. Geklungel, maar klein bier. Dat was niet het geval toen Obama’s vriend Tom Daschle sneuvelde als aanstaand minister van Gezondheid. Opnieuw: had niemand problemen voorzien met een miljoenen verdienende lobbyist/ex-politicus? Waar was die briljante staf? Van pure schrik hielden nog enkele andere genomineerden het voor gezien. Ook het afhaken van de beoogde troetel-Republikein in de regering, senator Judd Gregg die minister van Handel moest worden, oogde rommelig, maar ditmaal was dat vooral een politieke misrekening. Maar een misrekening was het.
Net als Bill Clinton en George W. Bush heeft Obama moeite om formele regeringsposten bezet te krijgen. Toen de G20 begon zat op Financiën alleen Timothy Geithner op zijn plek, omringd door 21 vacatures. Voor de rest van de drieduizend functies die senaatsgoedkeuring behoeven is het niet veel beter. De kosten van een functie bij de overheid worden wel erg hoog. Obama uitte een berouwvol ‘I screwed up’, maar het gaf te denken over de presidentiële staf. Leerprocessen voor presidenten zijn genadeloos. Les één van het presidentschap was snel binnen: het is een frustrerend ambt.
We kunnen een waslijst opvoeren van maatregelen en besluiten (zie pagina 21 voor een poging tot inventarisatie), maar belangrijker is het om de algemene teneur te herkennen. Cynici zullen verrast zijn hoeveel verkiezingsbeloften zijn nagekomen. Wat hen niet zal verrassen is Obama’s falen om de patstellingen in Washington te doorbreken. Dat Republikeinen dom en kortzichtig zijn, oké, maar ook zijn eigen Democratische Partij kon er wat van. Door wraakzucht en overmoed gecombineerd met stompzinnigheid vielen Democratische Congresleden terug in oude patronen: enge belangenbehartiging, het corrumperen van de begroting en het bevorderen van kortzichtig protectionisme in de vorm van ‘buy American’-voorzieningen. Wie onpasselijk was van het spektakel aan de Congreskant van de Amerikaanse politiek is dat nog steeds.
Obama’s prioriteiten waren de economie en de financiële crisis, waarbij niet altijd duidelijk was in hoeverre beide aan elkaar gekoppeld zijn. Om de Republikeinen te lijmen, stopte Obama flink wat belastingverlaging in het stimuleringsplan van achthonderd miljard dollar. Leuk geprobeerd, maar het leverde niet eens ruimhartige steun op. Wel duidelijkheid: de Republikeinen weigeren mee te doen. Niettemin werd het plan razendsnel aangenomen en inmiddels claimt Obama de eerste effecten.
Minder gelukkig was de aanpak van de bankencrisis. Minister Geithners eerste plan was te weinig uitgewerkt en zijn presentatie te onzeker om Wall Street gerust te stellen. Deze flater legde een hypotheek op het vervolg. Geithners tweede plan, waarbij de overheid de toxic assets garandeert tot tachtig procent en van private financiers verwacht dat ze voor de rest deelnemen, bracht enige stabiliteit maar is absurd aantrekkelijk voor investeerders (Nobelprijswinnaar Paul Krugman noemt het ‘cash for trash’). Of het de crisis in toom houdt, staat te bezien. Zeker is dat het Congres geen zin heeft om met nog meer geld over de brug te komen.
Obama heeft nadrukkelijk gekozen tegen nationalisering van de banken. Dat was een politieke beslissing. Obama wilde geen aanleiding geven om als ‘socialist’ te boek te staan, hoe absurd die Republikeinse kwalificatie ook is. Officieel stelde Obama dat overheidsovernames het wankele vertrouwen zouden ondermijnen en de kosten voor de belastingbetaler verder zouden opjagen. Volgens de invloedrijke opinieschrijver Martin Wolf van de Financial Times is het Geithner-plan, ‘als het al werkt’, een ‘niet-transparante manier om geld van de belastingbetaler naar de banken over te maken’. Critici vrezen dat banken kwetsbaar blijven en dat de zogenoemde stress-testen niets voorstellen. Zo vindt de bloggende topeconoom Willem Buiter dat Geithner de problemen vooruit heeft geschoven. Pessimisten voorzien een nieuwe crisis voor het eind van het jaar. Het Tarpfonds om de financiële wereld te redden, dat onder de regering-Bush werd ingesteld, is bijna leeg. Het Congres wil niet meer geven en bankiers maken al weer geluiden die doen vermoeden dat ze niets hebben geleerd. Als er ergens gevaar dreigt, dan is het hier.

INMIDDELS IS Nobelprijswinnend econoom en columnist Paul Krugman de belangrijkste criticus van Obama geworden. Krugman geniet ervan. Volgens hem is Obama’s beleid lang niet keynesiaans genoeg. Hij bepleit veel meer stimulusprogramma’s: van alles proberen en kijken wat werkt. Dat vloeit voort uit Krugmans stelling dat de crisis langer gaat duren dan Barack Obama denkt (Grote Depressie 2.0 noemt hij het) en uit de breed gedeelde interpretatie van Franklin Roosevelts daadkracht in 1933. Of Krugman gelijk heeft, is minder belangrijk dan de vaststelling dat de kritiek vooral van links komt. De Republikeinen hebben niets te bieden, mensen noch ideeën. In die zin is Krugmans kritiek welkom, het maakt Obama meer iemand van het midden (zonder dat hij dat is).
ONDERTUSSEN moet Obama oppassen dat zijn natuurlijke neiging tot optimisme hem niet misleidt. Op 15 april kondigde hij aan dat zijn beleid van steun en stimulering vruchten afwierp. Hij zag ‘tekenen van economische vooruitgang’. Dezelfde dag hield Fed-baas Ben Bernanke een toespraak van gelijke strekking. Hun optimisme werd met scepsis ontvangen. Het is echter waar dat de Amerikaanse economie scherper reageert op recessies en er ook weer sneller uitkomt dan Europese economieën. Daarover ging het verschil van mening op de G20. Obama was politicus genoeg om het niet op de spits te drijven, maar erachter lag een serieus probleem van onbalans in de wereld. Het ‘Amerikaanse importeer-en-consumeer-model is dood’, stelde de Financial Times. In één adem meldde de krant dat het Duitse en Japanse exporteer-en-spaar-model ook het leven had gelaten. Hier was de hand te herkennen van commentator Martin Wolf, een hooggewaardeerd en pessimistisch analist. Deze critici zijn bang dat de vraag op wereldniveau laag zal blijven. In elk geval komt herstel niet uit Amerika met zijn diep in de schulden zittende consumenten. Obama’s primaire doelstelling is consumenten te behoeden voor verdere neergang. Dat betekent mensen in hun huizen houden, werknemers in hun banen. Voor een echte oplossing heeft hij de rest van de wereld nodig. Maar alleen China lijkt bereid de rol als land van consumptie op zich te nemen. Europa, Duitsland voorop, geeft niet thuis. De G20 heeft dit keurig toegedekt, maar niet opgelost.
De begroting van drie triljard dollar die Obama in maart indiende, ging veel verder dan menigeen had verwacht. De Republikeinen kregen er acuut hartzeer van. Het is een begroting die op allerlei terreinen de zaak opschudt, die revolutionair anders van toon is dan die van zijn voorgangers. Maar ook jaagt hij de tekorten flink op. Dat mag in een tijd van economische teruggang. Maar Obama’s belofte dat tegen 2013 de tekorten gehalveerd zullen zijn, valt of staat met een economisch herstel dat allesbehalve is gegarandeerd.
De acute crisis komt binnen een paar weken als Obama moet besluiten de auto-industrie te laten vallen. Hij heeft al daadkracht getoond door de baas van General Motors aan de kant te zetten omdat diens reddingsplan niet aan de eisen voldeed (had hij dat ook maar met bankiers gedaan, verzucht menigeen). Herstructurering onder faillissementsbescherming lijkt de volgende stap en voor Chrysler een overname door Fiat. Obama heeft duidelijk gemaakt dat hij structurele hervormingen eist in ruil voor hulp. Het past bij zijn campagnebelofte om de auto-industrie te hervormen tot een producent van milieuvriendelijker producten en de energieafhankelijkheid van Amerika te verminderen.

VOOR VEEL beleid is het nog veel te vroeg om te evalueren. Neem de hervorming van de gezondheidszorg. Door het Daschle-debacle verloor Obama de man die die wetgeving door het Congres moest loodsen. Inmiddels zit er een nieuwe minister, Kathleen Sebelius, maar zij heeft niet het gezag van Daschle. De coördinator vanuit het Witte Huis, Nancy-Ann DeParle, zegt dat ze bijna dagelijks afspraken heeft met stafmensen op Capitol Hill en soms met de politici zelf, om wetgeving op te stellen. De essentiële knopen (een volledig publiek programma, à la Medicare, of gedeeltelijk publiek) zijn nog niet doorgehakt. Alle lobby’s draaien op oorlogssterkte. Over vijfhonderd dagen weten we of het gelukt is.
Dat geldt ook voor de Cap and Trade-wetgeving om de CO2-uitstoot terug te dringen. Meteen na zijn aantreden beloofde Obama een onderzoek door het milieubureau naar CO2 en andere gassen dat de regering-Bush weigerde uit te voeren. Deze maand besloot het milieubureau dát ze vervuilend zijn. Niet opmerkelijk voor de rest van de wereld, maar het is maar één voorbeeld van het rechtzetten van de vele zaken die de regering-Bush traineerde.

HET VEROVEREN van de harten van de Europeanen kostte Obama minder dan een week. Voor de rest van de wereld zal dat wat meer tijd kosten, maar de fundamenten zijn gelegd. Zonder in kritiekloos katzwijm te vallen kun je vaststellen dat Obama opnieuw een superieure prestatie leverde als politicus. De toon, de woorden, de uitstraling van gezag en competentie en vooral de body language spraken boekdelen.
De omgang met Ruslands president Medvedev en anderen was van een speels gemak zonder disrespectvol te zijn. Beter dan koningin Elizabeth wist Obama zijn weerzin te verbergen tegen de vulgaire Italiaanse premier Berlusconi. Hij maakte een afspraak over een strategisch wapenbeheersingsakkoord. Hij beslechtte een ruzie tussen de Franse narcist Nicolas Sarkozy en de ambitieuze Chinese president Hu Jintao. Hij liet de Turken hun verzet tegen de nieuwe Navo-baas, de Deen Anders Fogh Rasmussen, opgeven en lijmde hen door de EU op te roepen tot uitbreiding met Turkije. Bovenal wist hij de eenheid te bewaren. Het was een huzarenstukje – vooral omdat het zoveel slechter had kunnen gaan.
Hoewel concrete resultaten beperkt zijn, kun je vaststellen dat gebroken is met vrijwel alles waar de regering-Bush voor stond. De wereld is daarmee niet anders geworden, maar wel Amerika’s rol. Het begint bij Obama zelf. Hij is minder onzeker en daardoor minder doctrinair dan zijn voorganger. Hij kan zelfstandig denken over relevante onderwerpen en gemakkelijk omgaan met zijn collega’s. Het helpt dat Obama aansluit bij de lange traditie van Amerikaans beleid dat ervan uitgaat dat de Verenigde Staten niet alles alleen willen doen. Amerika kan niet alles, het moet keuzes maken. Amerika heeft bondgenoten nodig. En Amerika heeft niet altijd gelijk, zei Obama tot machteloze woede van conservatieve nationalisten, die hem zowat van landverraad beschuldigden.
President Bush riep luidruchtig dat hij de leider was en dat iedereen moest volgen, maar achter hem bleef het leeg. Barack Obama praat, discussieert, geeft leiding. Zonder erover te roepen, ziet hij dat landen volgen. Nou ja, met mate. Natuurlijk slaagde Obama er niet in de Europeanen over te halen meer soldaten naar Afghanistan te sturen. In Straatsburg hield hij Europeanen voor dat blind anti-Amerikanisme miskent wat zijn land heeft gedaan om Europa en de wereld te helpen en wat het aan goed doet in de wereld. De respons was lauw.
Obama’s staf is superieur aan die van Bush en, belangrijker, hij heeft geen vice-president naast zich zitten die met een heel eigen apparaat probeert zijn visie door te drukken. Hillary Clintons eerste honderd dagen maken duidelijk dat ze een goede minister kan worden. Ze is charmant, sluw, weet haar plaats maar draagt ook zelf bij aan beleid – ook al heeft ze terrein moeten prijsgeven aan speciale afgezanten. Maar aangezien Obama’s succes ook haar succes is, zal dat geen probleem zijn. Natuurlijk helpt het ook dat er in het Pentagon geen arrogante drammer zit, maar Richard Gates, die in deze regering waarschijnlijk beter tot zijn recht komt dan bij Bush. Zijn plannen om de hele militaire organisatie op de schop te nemen, hebben meer kans van slagen juist omdat ze van een Republikein komen.
Het is gemakkelijk om symbolische gebaren te maken. Vandaar de belofte op de eerste dag om Guantánamo Bay te sluiten. Vandaar de belofte niet te zullen martelen. De handreiking naar de moslimwereld, zowel via de televisie als bij het bezoek aan Turkije, was geloofwaardig en oprecht. De openingen naar Iran zijn al gemaakt. Vorige week werden ook de voorwaarden vooraf van de regering-Bush van tafel gehaald. Misschien komt er een einde aan de absurde obsessie met Cuba. Hoewel al-Qaeda nog steeds vernietigd moet worden, ook volgens Barack Obama, is de War on Terrorism verleden tijd. Hillary Clinton was in China. Gezanten struinen de wereld af. Er wordt gewerkt. Drie gerichte schoten van mariniers op Somalische piraten snoerden Republikeinen die klaagden over gebrek aan actie de mond. Het is te vroeg voor echte resultaten, maar de openingen zijn gemaakt.
Wel concreet was Obama over Irak. De Verenigde Staten gaan vertrekken, althans de meeste soldaten. De verkiezingsbelofte van zestien maanden is maar iets opgerekt. Dat was geen verrassing, want de regering-Bush had die deal al gesloten, maar ook gemakkelijke punten moet je scoren. Of Obama er straks zo gemakkelijk vanaf komt, staat nog te bezien. Irak is te instabiel om er gerust op te kunnen zijn.
Het nieuwe Afghanistan-beleid voorziet in een Amerikaanse leidende rol in een conflict waarvan Obama steeds heeft gezegd dat het te weinig aandacht had gekregen. Die aandacht krijgt het nu, in combinatie met een robuuster beleid om te voorkomen dat Pakistan de volgende failed state wordt. Het beleid is duidelijk, maar de risico’s zijn enorm. Pessimisten zien niets dan ellende in Afghanistan, een dreigende ineenstorting in Pakistan, en Amerika verwikkeld in een eindeloze strijd. Je hoeft niet meteen de Vietnam-terminologie over te nemen van drijfzand, quagmire en andere indicaties van hopeloosheid om tamelijk moedeloos te zijn over Afghanistan en Pakistan.
DE CONCLUSIE dat honderd dagen te weinig zijn om het succes van Obama te beoordelen lijkt niet alleen een open deur, ze is dat ook. Samengevat: de financiële wereld is voorlopig gered; de vrije val van de Amerikaanse economie lijkt voorlopig gestopt, al of niet dankzij het stimuleringsprogramma; hypotheekhouders worden geholpen; de auto-industrie moet zich herstructureren; Obama’s begroting is potentieel revolutionair. Amerikanen vertrouwen hun president. De fundamenten voor een meer realistische buitenlandse politiek zijn gelegd. De wereld vertrouwt Obama. Niet slecht voor een kleine honderd dagen. Niet alleen heeft Barack Obama Bo geïnstalleerd als First Dog, hij heeft onmiskenbaar zijn stempel gedrukt op Amerika, op de wereld. Kalm, bedachtzaam, stijlvol en met onmiskenbaar gezag. We leven in het Obama-tijdperk en dat voelt behoorlijk goed.

Een (onvolledige) lijst van de resultaten in de eerste honderd dagen

Obama goed
Guantánamo
Cuba
Opening Iran
Banden bondgenoten aanhalen
Revolutionaire begroting van 3600 miljard
Snel stimulusplan van 787 miljard
Hulpplan hypotheken 70 miljard
Tweede financiële plan Geithner
Federale financiering stamcelonderzoek
Terugtrekking Irak officieel
Doelstelling kernwapenvrije wereld
Voor eind van het jaar strategisch kernwapenakkoord met Rusland
Pentagon-hervormingen onder leiding van Gates
Herstel reguleringen milieubureau
Erkenning dat co2 een milieuprobleem is
Terugtrekken memo’s die martelen rechtvaardigden

Obama slecht
Daschle-debacle
Veel onvervulde posities in de regering
Eerste financiële plan Geithner
Moeite de Democraten te behoeden voor hun eigen slechte impulsen
Bruggen bouwen in het Congres mislukt
Hondje niet uit asiel maar van oom Ted
Risico’s bankenredding verlegd naar belastingbetaler, voordelen naar bankiers
Geldkraan open betekent inflatie op termijn
Escalatie Afghanistan

Obama vraagtekens
Ziektekostenverzekering
Paternalistisch libertarisme
Milieubeleid
Rechterlijke benoemingen
Effecten stimulusplan
Koppelen verschillende beleidsterreinen