Een sterk geslacht

Over Stalins sterfdatum zou gelogen zijn, en bovendien is hij niet gewoon overleden maar vermoord. Dat beweert althans een aantal van zijn biografen. Maar de feiten spreken dat tegen. En roepen tegelijk weer nieuwe raadselen op.
IN DE JAREN dertig steunde Stalin persoonlijk de legenden over de buitengewone ouderdom die Georgiers zouden bereiken. In gesprekken met de zieke Gorki had hij het vaak over bergbewoners van in de honderd, die als enig medicijn rode wijn dronken. In 1937 zette professor Aleksandr Bogomolets, destijds de grootste autoriteit op het terrein van de gerontologie in de Sovjetunie, een onderzoeksproject op naar de hoge ouderdom onder Georgiers. Welwillende ambtenaren wisten voor hem voortdurend nieuwe mensen van over de honderd te vinden. Stalin moedigde dat project aan. In de kranten van die tijd vindt men stukken over Georgiers en Abchaziers met een uitstekend geheugen, die zojuist hun honderdtwintigste of zelfs honderddertigste verjaardag hadden gevierd.

Stalins moeder, Jekaterina Dzjoegasjvili, woonde destijds in Tbilisi. Stalin schreef haar van tijd tot tijd briefjes in het Georgisch, die meestal eindigden met de woorden ‘Blijf duizend jaar leven, mama!’ Een brief van hem, van 9 oktober 1936, bestond uit slechts twee regels: 'Lieve mama, ik hoop dat je tienduizend jaar blijft leven. Liefs, je Soso.’ In een brief van 10 maart 1937 schreef hij: 'Ik hoor dat je opgewekt en gezond bent… Als dat zo is, ben ik heel blij. Onze familie stamt kennelijk af van een sterk geslacht.’ Stalin wist dat het bereiken van een hoge ouderdom een erfelijke kwestie is, en beschouwde het lange leven van zijn moeder als een gunstig voorteken. Laatstgenoemde brief bleek overigens zijn op een na laatste aan haar te zijn. Op 4 juni 1937 stierf ze, 78 jaar oud.
Na de oorlog, toen zijn gezondheid snel achteruitging, verbleef Stalin twee tot drie maanden per jaar in Abchazie en Georgie. De opvallend hoge ouderdom onder Georgiers en Abchaziers kwam opnieuw in de pers. Ook verschenen er artikelen en boeken met foto’s van mannen van wie beweerd werd dat ze honderdveertig of zelfs honderdzestig jaar oud waren. Buitenlandse onderzoekers begonnen Georgie te bezoeken om dit verschijnsel onder de loep te nemen.
DE MYTHEN OVER hoge ouderdom onder Georgiers hebben Stalin lang overleefd. Tot eind jaren tachtig noemde het Guinness Book of Records zeer oude personen in de Kaukasus. Pas de laatste jaren houdt de wetenschap zich niet meer bezig met de hoge ouderdom van bergvolkeren.
Niet bekend
De zesde december 1878 is eveneens de geboortedatum die voorkomt op het in het Russisch gestelde diploma dat aan Iosif Dzjoegasjvili werd uitgereikt nadat hij in juni 1894 de volledige opleiding aan het kerkelijk seminarie van Gori had afgesloten. Een fotokopie van het diploma is afgedrukt bij het artikel in de Izvestia TsK KPSS. Ook heeft men daar de titelpagina afgedrukt van het dossier over Iosif Dzjoegasjvili dat vanaf oktober 1911 was bijgehouden door de gendarmerie in Sint-Petersburg. Daarin worden zijn geboortedatum en -plaats aangegeven als 6 december 1878, in de stad Gori, provincie Tiflis.
Volgens het materiaal dat in het dossier uit de archieven is aangetroffen, treedt Stalins nieuwe geboortedatum, 21 december 1879, voor het eerst op in een partij-enquete uit 1921. Na die tijd hebben Stalins medewerkers bij het maken van biografische notities over de secretaris-generaal voor diverse naslagwerken en encyclopedieen steeds deze geboortedatum genoemd. In de archieven van het Centraal Comite van de Communistische Partij van de Sovjetunie (KPSS) zijn kopieen van dergelijke biografietjes gevonden met correcties in Stalins handschrift. Er zijn geen documenten die de juistheid van zijn nieuwe geboortedatum bevestigen. Waarom Stalin zijn geboortedatum heeft veranderd, blijft een mysterie.
STALIN IS OP 5 maart 1953 gestorven. Over die datum bestaat tegenwoordig geen twijfel meer. In het verleden gingen er verhalen dat hij in werkelijkheid een paar dagen eerder was doodgegaan; men beweerde dat hij gedood was door Beria of andere strijdmakkers die vreesden dat zij op het punt stonden uitgeschakeld te worden. Tot voor zeer kort was er ook onzekerheid over de vraag of Stalin nu in de ochtend of in de avond van de vijfde maart was overleden. Volgens de officiele aankondiging van zijn dood zoals die op 6 maart 1953 over de radio werd voorgelezen, is hij op 5 maart om tien voor tien ’s avonds overleden.
Dmitri Volkogonov, de schrijver van een recente, zeer uitvoerige biografie van Stalin, biedt het meest gedetailleerde verslag van Stalins ziekte en dood dat we kennen. Hij beweert dat Stalin gestorven is in de ochtend van 5 maart. Als bewijs daarvoor citeert hij Dmitri Sjepilov, hoofdredacteur van de Pravda in 1953: 'De telefoon ging op de ochtend van de vijfde (maart - zm). Ik hoorde de stem van Soeslov. “Kom snel naar de hoek (zo heette het hoofdkantoor in het spraakgebruik van het Kremlin). Kameraad Stalin is dood.” Hij hing weer op… Op het kantoor was men bezig met de organisatie van de begrafenis.’ Deze bijeenkomst van Stalins intiemste kameraden vond plaats in het kantoor waar het Politburo gewoonlijk vergaderde.
De volgende dag, op 6 maart 1953, zo schrijven Volkogonov en alle andere biografen van Stalin, evenals de sovjetgeschiedenisboeken, was er een gezamenlijke vergadering van de drie belangrijkste machtsorganen, het Centraal Comite van de KPSS, de sovjet-ministerraad en het presidium van de Opperste Sovjet. Bij deze vergadering werd Georgi Malenkov officieel benoemd tot voorzitter van de ministerraad, een post die Stalin had bekleed. Chroesjtsjov werd de belangrijkste man in het Centraal Comite van de KPSS, en Klimenti Vorosjilov werd voorzitter van het presidium van de Opperste Sovjet. Lavrenti Beria werd minister van zowel Binnenlandse Zaken als Staatsveiligheid, terwijl Nikolaj Boelganin minister van Defensie werd.
De chronologische logica van al deze historische gebeurtenissen, die binnen twee dagen plaatsvonden, is nooit eerder in twijfel getrokken. Uit de recentelijk gepubliceerde notulen van deze gezamenlijke vergadering van de drie machtsorganen blijkt echter dat de loop der gebeurtenissen toch enigszins anders is geweest.
Deze gezamenlijke vergadering van de drie sovjet-machtsorganen, die door ongeveer driehonderd personen werd bijgewoond, vond niet plaats op 6 maart, maar op 5 maart 1953, nog voor Stalins dood. Volgens de notulen begon de vergadering om acht uur ’s avonds en eindigde ze om tien over half negen. Chroesjtsjov, die als voorzitter optrad, gaf het woord eerst aan de sovjet-minister van Gezondheid, A. F. Tretjakov, voor 'informatie over de gezondheidstoestand van kameraad I. V. Stalin’. Tretjakovs mededeling werd 'voor kennisgeving aangenomen’. Ongetwijfeld heeft Tretjakov gezegd dat men niet mocht hopen dat Stalin zou herstellen, zodat de verzamelde heersende elite haastig de posten is gaan herverdelen. Eigenlijk was Stalin als eerste minister afgezet. Bij de verkiezing voor het nieuwe presidium van het Centraal Comite van de KPSS, dat van 25 leden werd ingekrompen tot elf, liet men Stalins naam echter op de lijst staan. Zijn naam stond zelfs op de eerste plaats, gevolgd door die van Malenkov en Beria. Toen de lijst op 7 maart in de Pravda en andere kranten werd gepubliceerd, was Stalins naam natuurlijk al verwijderd.
Volkogonov beweert niet, zoals anderen wel deden, dat Stalin is vermoord door zijn collega’s, die vreesden dat de arrestatie- en onderdrukkingscampagne die hij in 1953 had gelanceerd ook hen zou treffen. Volkogonov wekt echter wel de indruk dat men Stalin opzettelijk medische hulp heeft onthouden na zijn hersenbloeding op 1 maart 1953.
Stalin leed al lange tijd aan slapeloosheid. Ook had hij een hoge bloeddruk en aderverkalking in de hersenen. Hij had al twee lichte attaques gehad, waardoor hij minder goed sprak. Hij vertrouwde zijn artsen niet en weigerde voor behandeling naar een ziekenhuis te gaan. Alleen professor Vladimir Vinogradov, een van de vooraanstaande specialisten van het Kremlin-ziekenhuis, mocht hem onderzoeken. Zulke onderzoeken vonden echter maar twee- of driemaal per jaar plaats. In 1952, tijdens zo'n routinekeuring, constateerde Vinogradov een ernstige achteruitgang bij Stalin, en hij adviseerde volledige rust en onthouding van dagelijkse regeringszaken, al was het maar tijdelijk. Ook dit advies is vastgelegd in de speciale geheime status van 'de ziekte van Iosif V. Stalin’ die in het Kremlin-ziekenhuis bewaard werd.
Stalin reageerde woedend op dat advies en beval Vinogradov te arresteren. Al spoedig volgden vrijwel alle belangrijke Kremlin-artsen Vinogradov naar het huis van bewaring van het ministerie van Staatsveiligheid. Aangezien velen van hen joden waren, groeide het 'dokterscomplot’ spoedig uit tot het 'zionistencomplot’, hetgeen weer een antisemitische lawine tot gevolg had in januari en februari 1953.
OP 28 FEBRUARI 1953 nodigde Stalin Chroesjtsjov, Malenkov, Beria en Boelganin uit op zijn dichtstbijzijnde datsja in Koentsevo voor het avondeten. In zijn memoires heeft Chroesjtsjov geschreven dat de avond zonder bijzondere gebeurtenissen verliep. Stalin had veel gedronken en was vrolijk. Zijn collega’s gingen pas om een uur of vijf in de ochtend, op zondag 1 maart, naar huis.
Stalin ging meestal om vijf, zes uur ’s ochtends slapen en bleef dan tot het middaguur of nog later in bed. Wanneer hij opstond, belde hij gewoonlijk de gardist van dienst in de datsja en vroeg deze hem wat te eten te brengen, evenals de post. Deze keer bleven zulke orders uit. Er kwam geen teken van leven uit Stalins vertrekken. Hoewel de gardisten van dienst en de bedienden in de datsja zich zorgen maakten, besloten ze pas laat in de avond zijn kamer binnen te gaan. Leden van de garde hebben Volkogonov verteld dat Stalin op de vloer van de eetkamer lag, 'in pyjamabroek en onderhemd. Hij lichtte moeizaam zijn hand op om Starostin, de gardist van dienst, naar zich toe te wenken, maar hij kon niets zeggen. Zijn ogen stonden verschrikt, angstig en smekend. Een exemplaar van de Pravda lag op de vloer, en op de tafel stond een geopende fles Borzjomi-mineraalwater. Het was duidelijk dat Stalin daar al enige tijd had gelegen, aangezien het licht in de kamer niet brandde.’
De gardisten droegen Stalin naar een bed in een andere kamer en belden, waarschijnlijk volgens instructie, de minister van Staatsveiligheid, Semjon Ignatjev. Op dat moment begon een reeks gebeurtenissen die men alleen maar vreemd kan noemen. Ignatjev deed niets en verzocht de gardist in de datsja Beria en Malenkov te bellen. 'Beria was nergens te vinden. En zonder Beria was Malenkov niet bereid enige actie te ondernemen’, schrijft Volkogonov. Volgens Chroesjtsjov belde Malenkov hem omstreeks twee uur in de ochtend om het nieuws uit de datsja door te geven. Hij zei ook dat Beria en Boelganin al op de hoogte waren en dat zij vieren snel naar Stalins datsja in Koentsevo moesten gaan. Daar kwamen ze om drie uur in de ochtend aan. Alleen Malenkov en Beria gingen naar binnen voor een bezoek aan Stalin, die men al naar een bed had overgebracht.
Volkogonov vernam van de gardisten dat Beria hen na afloop van dit bezoek vertelde dat Stalin sliep en dat hij hun verbood zijn kamer binnen te gaan of iemand op te bellen. Daarna vertrokken de bezoekers. De memoires van Chroesjtsjov bevestigen deze versie. Chroesjtsjov verklaarde hun optreden met de mededeling dat ze niet wilden dat Stalin erachter kwam dat ze hem in zo'n 'weinig presentabele’ toestand hadden gezien.
In de ochtend ging Matrjona Petrovna, een vrouwelijk personeelslid dat Stalin altijd had vertrouwd, de slaapkamer binnen, waar ze Stalin in 'ongewone’ toestand aantrof. De gardist belde opnieuw op naar Malenkov, en de vier collega’s keerden om negen uur ’s ochtends terug naar Stalins datsja; ze besloten toen de andere partijleiders en de artsen erbij te halen. P. E. Loekomski, de hoofdarts van het ministerie van Gezondheid, was de eerste die bij de datsja arriveerde, op 2 maart om elf uur ’s ochtends. Vervolgens haalde men er een andere groep artsen bij, met aan het hoofd de minister van Gezondheid, A. F. Tretjakov. Men vertelde de artsen dat Stalin tot drie uur in de ochtend aan zijn bureau had zitten werken, en om zeven uur ’s ochtends op de vloer was aangetroffen. Dat strookt niet met de waarheid, maar verklaart wel waarom het eerste medische bulletin van 4 maart beweerde dat de beroerte in de nacht van 2 maart had plaatsgevonden.
In de loop van de tweede maart werden een cardiograaf, een rontgenapparaat en beademingsapparatuur naar de datsja overgebracht. Een hersenbloeding kan de ademhaling bemoeilijken en het is daarom gebruikelijk de patient de eerste paar uren of dagen kunstmatig te beademen. Om de een of andere reden is die apparatuur niet gebruikt. Stalins dochter Svetlana, die op 2 maart naar de datsja werd geroepen, beweerde in brieven aan een vriend dat 'dat grote toestel er nutteloos bij stond’.
De volgende dag, zo deelt zowel Chroesjtsjov als Svetlana mee, kwam Stalin van tijd tot tijd bij kennis. Hij gaf tekens met zijn linkerhand en liet zich voeren met een lepel. Zijn toestand verslechterde langzaam, en Stalins dochter en zijn zoon Vasili, die eveneens op de avond van de tweede maart naar zijn vaders ziekbed was geroepen, waren ervan overtuigd dat die verslechtering het gevolg was van een groeiend gebrek aan zuurstof. Volgens het bewijsmateriaal moesten de aanbevelingen van de artsen steeds bevestigd worden door de aanwezige partijleiders.
Het verloop van Stalins ziekte werd zorgvuldig gevolgd door de artsen, die een speciaal dagboek bijhielden. Dat dagboek is later spoorloos verdwenen, en niemand wist nog wat erin stond. Er is echter sprake van een aantal feiten - het uitstel van bijna 24 uur voordat men er dokters bij haalde, de weigering om Stalin onmiddellijk in een ziekenhuis op te nemen, de weigering om kunstmatige beademing toe te passen - dat ons doet betwijfelen of de collega’s die toezicht hielden op Stalins behandeling hem wel in leven wilden houden. Misschien dachten ze aan Lenin, die na een beroerte in 1922 tot 1924 half verlamd in zijn datsja had gewoond en die van tijd tot tijd niet had kunnen spreken. Stalins zoon Vasili, destijds al luitenant-generaal bij de luchtmacht, was de enige die na zijn vaders dood openlijk zei dat hij vermoord was. Toen hij weigerde te stoppen met die beschuldigingen, werd hij in april 1953 gearresteerd. In 1962 is hij in gevangenschap overleden.
VEERTIG JAAR na Chroesjtsjovs beroemde toespraak op het Twintigste Partijcongres van de KPSS in februari 1956 zou het natuurlijk mogelijk moeten zijn een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar alle gebeurtenissen van die gedenkwaardige week, begin maart 1953. Zelfs zonder een dergelijk onderzoek kan men echter met zekerheid stellen dat Stalins dood het land gered heeft van een nieuwe golf van massaterreur. Stalin wenste wraak. Niet op degenen die zijn absolute macht in de weg stonden (die waren er niet meer); hij wilde zich wreken op degenen die hem niet de gebruikelijke 'Georgische’ ouderdom van honderd of zelfs duizend jaar hadden kunnen garanderen.
Vertaling: Tinke Davids