Interview: erfprins Aloïs von und zu Liechtenstein

«Een sterke politieke monarch biedt stabiliteit»

Prins Hans-Adam II van Liechtenstein heeft het gevecht om de grondwet gewonnen. Er komt een nieuwe constitutie. Hans-Adam zal binnenkort terugtreden ten gunste van de erfprins, Aloïs von und zu Liechtenstein. Een spoedcursus vorstendom.

VADUZ — Slot Vaduz, residentie van de vorst van Liechtenstein, is niet bepaald een sprookjespaleis. Het is een brutaal fort, met dreigende wachttorens en schietgaten. De oudste delen stammen uit de twaalfde eeuw. De muren zijn hier en daar vijf meter dik. Het is gebouwd om mensen buiten te houden. «Het is er koud, niet comfortabel en het kost een hoop geld. Ik zou veel liever in een leuk modern huis wonen», zei vorst Hans-Adam II vorig jaar. Toch vindt hier het eerste interview plaats dat Erbprinz Aloïs von und zu Liechtenstein (35), de oudste zoon van Hans- Adam II, aan een buitenlands medium geeft. Het slot is nu eenmaal hét symbool van Liechtensteins vorstelijke macht.

Hans-Adam II heeft het bittere, meer dan tien jaar durende gevecht om de grondwet, een periode die in Liechtenstein bekend staat als de Verfassungsstreit (zie De onttovering van een droomstaat, pagina 8) gewonnen. Er komt een nieuwe, gemoderniseerde constitutie die de vorst bevestigt in zijn grote politieke macht. Dat is de uitkomst van een referendum in maart, waarbij bijna tweederde van de stemgerechtigde bevolking in het 33.000 zielen tellende dwergstaatje de vorst steunde in zijn strijd tegen enkele liberale burgers en politici die diens macht wilden inperken. Hans-Adam, die met zijn 58 jaar nog best een tijdje als vorst voort zou kunnen, vindt dat zijn taak er nu op zit. Hij zal binnenkort terugtreden ten gunste van de erfprins, die de naam heeft wat milder te zijn dan zijn vader. Het moment is nog niet vastgesteld, maar vermoed wordt, en door Hans-Adams tegenstanders gehoopt, dat hij de troonswijziging officieel zal aankondigen op 15 augustus, Liechtensteins nationale feestdag.

De erfprins wordt in hoog tempo klaargestoomd om het bestuur op zich te nemen. Ook dit interview is onderdeel van de laatste etappe van Aloïs’ spoedcursus vorstendom, laat de voorlichter die ons naar het slot begeleidt doorschemeren. De vriendelijke man wordt met de minuut korzeliger, want de prins laat op zich wachten. We staan nu al bijna een half uur voor de slotpoort. Hij loopt naar het wachthuisje met geblindeerde ramen om nog maar eens te vragen of zijne doorluchtigheid al in aantocht is. Hij voert een kort telefoon gesprek. «De prins stond in de file», meldt hij, «maar de boel rijdt weer dus het zal niet lang meer duren. Laten we alvast naar binnen gaan.»

Langzaam gaan de grote hekken open die toegang bieden tot de slottuin. Veel bloemen, een vijver met watervalletje. Tussen de kantelen is Vaduz zichtbaar. Enkele stokoude kanonnen wijzen met hun loop richting stad. Tientallen meters verderop gaan de hekken van de binnenplaats al open. Ze staan aan het einde van een houten slotbrug over een smal ravijn dat de tuin scheidt van de kasteelgebouwen. We hebben de binnenplaats bijna bereikt als we aan de kant moeten voor een bloedrode Audi-sportwagen die de hekken binnengromt. «Daar zul je hem hebben», zegt de mediaman. Het monster stopt op de kleine binnenplaats, waar nog twee exact dezelfde auto’s staan. Een van de vorst, en een van zijn vrouw, prinses Marie. Te herkennen aan de cijfers van de nummerborden die hun geboortedata weer geven. De prins stapt uit. Een lange, slanke man met zwart borstelig haar die haastig zijn colbertjasje wil aantrekken, maar daarbij verstrikt raakt in een van zijn opgepropte mouwen. Hij heeft zijn rechterhand net op tijd bevrijd voor de begroeting. «Mijn excuses», zegt de prins met een verlegen lachje. «Er was een explosie op de snelweg. Geeft u mij alstublieft nog een moment».

Terwijl de prins zich opfrist, leidt een bediende ons door de spaarzaam verlichte gangen van het kasteel. Schilderijen aan de muur, waaronder veel jachttaferelen. Het interview vindt plaats in een ruim vertrek aan de voorkant van het slot. Het is de bibliotheek, maar veel boeken staan er niet. Onder ons ligt de stad. Misschien is dit de kamer waarvan je de ramen, waarachter soms tot diep in de nacht licht brandt, vanuit Vaduz kunt zien.

De opgefriste prins treedt binnen, gekleed volgens de losse chique van een Britse landlord. Vier jaar verbleef hij in het Verenigd Koninkrijk. Hij deed er zijn officiersopleiding aan de beroemde militaire academie van Sandhurst en werkte er bij een financieel bedrijf. Hij oogt rustig en praat bedachtzaam, maar het is alsof er een storm in hem woedt. Zijn stem klinkt als een bas met een klankkast van het beste hout, maar met te strak gespannen snaren. Elk moment kan er een knappen. Bij kritische vragen gaat aan zijn antwoord een hoog stotterend geluid vooraf, alsof zijn keel wordt dichtgeknepen, en verwringt een zenuwtrek zijn gelaat. Zijn stem wordt luider als hij de indruk heeft dat men hem in de rede wil vallen. Naarmate het gesprek vordert lacht hij vaker en veroorlooft hij zich een grapje. Het langzame, wijde armgebaar waarmee hij dat gepaard laat gaan is houterig.

De Verfassungsstreit was slechte publiciteit voor Liechtenstein, vertelt hij. «Gelukkig is dat nu allemaal voorbij.» De grondwetswijziging die zijn vader voorstelde is volgens de erfprins in een verkeerd licht geplaatst. «Een dictatuur door de vorst is in Liechtenstein onmogelijk. We hebben geen leger en slechts een heel kleine politiemacht. Er is niet eens een revolutie nodig om van de monarchie af te komen. Als het volk een andere staatsvorm wil, dan biedt de nieuwe grondwet daarvoor uitkomst.»

Er zijn Liechtensteiners die menen dat de nieuwe grondwet neigt naar absolutisme.

Aloïs von und zu Liechtenstein: «De vorst heeft zijn macht niet uitgebreid, maar juist beperkt. Hij wijst niet langer de ambtenaren aan, en hij heeft geen veto meer over de verkiezing van rechters. In de oude grondwet bestond een verregaande noodverordening. De vorst kon regeren per decreet. Ook dat is nu niet meer mogelijk. Iedereen met historisch besef weet dat absolutisme iets heel anders is dan wat wij voorstaan. Maar een sterke monarchie wordt tegenwoordig niet meer zo gewaardeerd. Ik denk dat dat verkeerd is. Zeker in een klein land als het onze is het belangrijk dat er een sterke monarch is die zich bezighoudt met het langetermijnbelang. Als hij is gebonden aan een goede grondwet, biedt een sterke politieke monarch stabiliteit. Een tegenwicht voor het korte termijndenken van gekozen politici, die de blik meestal maar vier jaar vooruit richten.»

In de gewijzigde grondwet is op voorstel van uw vader een artikel opgenomen dat het mogelijk maakt de vorst af te zetten, en zelfs een volksstemming te houden over het voortbestaan van de monarchie. Dat lijkt een niet erg stevige basis voor een erfprins die op het punt staat het roer over te nemen.

«Integendeel. Ik voel me daar prima onder. Ik zie het als een waarschuwing voor de monarch om scherp te blijven en altijd te handelen in het belang van het land en het volk. Het geeft het volk de kans op te treden tegen een monarch die zijn positie misbruikt. Als je tegenwoordig kiest voor een politieke monarchie, kun je geen vorst zijn als het volk niet door je geregeerd wil worden.»

Men sprak van emotionele chantage toen de vorst vóór het referendum dreigde met de hele familie terug te keren naar Oostenrijk, waar uw geslacht zijn oorsprong heeft, als zijn grondwetsvoorstel niet werd aangenomen.

«We hadden dat ook al jaren geleden duidelijk gemaakt. Onze familie kan alleen de monarchen voor Liechtenstein leveren als onze politieke rol goed gedefinieerd is, zoals nu, of als niet-politieke, louter symbolische monarchie. Wat wij niet wilden was iets in het midden, waarbij we wel politieke verantwoordelijkheid hadden, maar geen politieke macht. En dat was precies wat het andere grondwetsvoorstel inhield. Als dat was aangenomen, zouden we de boeman zijn als er iets misging, en niet de politieke macht hebben om het goede te doen. Dan zouden we terugkeren naar Oostenrijk. Iedereen wist dat al jaren. Dus was duidelijk dat het referendum óók ging over of de mensen met ons door wilden gaan of niet.»

Uw vader zei ooit dat hij Liechtenstein net zo goed «Microsoft» kon noemen en verkopen aan Bill Gates. Wat vond u daarvan?

(lachend) «Dat zei hij iets anders. Mijn vader houdt ervan stevige woorden te gebruiken om duidelijk te maken wat er op het spel staat. U moet weten dat wij de monarchie uit onze eigen zak betalen, in tegenstelling tot andere Europese monarchen die in meer of mindere mate geld krijgen van de staat. Hier is de monarch zakenman én staatshoofd. Dat gaat ook voor mij gelden. Mijn vader grapt wel eens dat hij ’s ochtends werkt om ’s middags staatshoofd te kunnen zijn. Hij bedoelde: als jullie iemand anders willen die bereid is de kosten en de problemen op zich te nemen die bij mijn functie horen, misschien moet je dan eens aan Bill Gates vragen of het wat voor hem is.»

Gaat u als staatshoofd dezelfde directe stijl hanteren als uw vader?

«Dat hangt af van de situatie waarvoor ik me geplaatst zie. Maar het is zeker belangrijk heel duidelijk te zijn als je een politieke rol hebt. Het heeft geen zin eromheen te draaien, want dan weet niemand wat je bedoelt.»

Welke plichten heeft een prins jegens zijn volk?

«Ik denk niet dat je als prins een andere verantwoordelijkheid hebt dan een normaal staatshoofd. Je moet ervoor zorgen dat de staat zich inzet voor het volk. In het bijzonder waar het onderwerpen betreft op de lange termijn.»

Hebben de Liechtensteiners een speciale plicht jegens hun vorst?

«Er is de laatste jaren de neiging, zowel in republieken als in de monarchieën, weinig respect meer te tonen voor regeerders. Ook ik had kunnen afzien van mijn toekomstige taak als vorst. Dan zou mijn jongere broer erfprins zijn geweest. Maar ik ben niet bang voor de verantwoordelijkheden en de publieke rol. Ik zie er juist naar uit. Maar ik realiseer me dat een heerser vaak niet de publieke reactie krijgt die hij graag zou willen. Om ons land te laten bloeien moeten het volk van Liechtenstein en de vorstenfamilie elkaar respecteren en samenwerken. Dat zou je een speciale plicht van beide kanten kunnen noemen.»