Een sterke rus

DE ECONOMISCHE crisis heeft de prille Russische middenklasse weggeslagen. Deze klasse begon net grote aandacht te trekken. In maart publiceerde de krant Novije Izvestija naar aanleiding van een lijvig wetenschappelijk rapport een serie artikelen over het fenomeen. De Russische middenklasse omvatte ongeveer zeven procent van de bevolking. Deze burgers voldeden volgens sociologe Tatjana Zaslavskaja aan westerse criteria: hoge opleiding, materieel welzijn, politiek conservatisme. Maar zij bekleedden andere maatschappelijke posities dan de middenklasse in het Westen: in Rusland bevonden zij zich direct onder de elite en vormden ze derhalve een bovenlaag. Een vijfde van de bevolking stond op het punt zich bij hen aan te sluiten.

De kleine middenklasse vormde een aantrekkelijk perspectief voor veel Russen; vóór de crisis dacht zestig procent er op den duur deel van te zullen uitmaken. Hoewel velen pessimistisch waren over de economische toekomst van Rusland, waren zij over hun eigen toekomst positief, zo bleek uit een onderzoek in juli. Langzaam leek Rusland in het kapitalisme te groeien. Het begrip ‘democratie’ werd, zo bleek uit dat onderzoek, vooral geassocieerd met 'vertrouwen in de toekomst’ en 'een goed leven in materiële zin’.
De devaluatie van de roebel verstoorde het optimisme wreed. De verscheidenheid aan producten verdween, en daarmee viel ook de middenklasse weg. In plaats van dat de welvaart toenam, ging iedereen er plots fors op achteruit. De westerse levensstijl werd weer een verre droom.
HET MATERIELE welzijn was voor de Russen een van de weinige positieve gevolgen van het nieuwe systeem. De overige aspecten van de democratie werden minder gewaardeerd. De vrije verkiezingen waren voor velen slechts schijn. Meer dan zestig procent van de bevolking meent dat de autoriteiten zich niet laten beïnvloeden door verkiezingsuitslagen. Ook protesten zouden niets opleveren. Niettemin zegt bijna de helft van de Russen sympathiek te staan tegenover demonstraties en harde acties. Eenzelfde percentage verklaart ook zelf te zullen protesteren indien de eigen situatie uitzichtloos wordt, hoewel men er geen effecten van verwacht. De bereidheid tot zinloos actievoeren duidt volgens onderzoeker Michail Gorsjkov op een grote hopeloosheid.
De onmacht die talloze Russen voelen, blijkt ook op andere gebieden. Als grootste probleem wordt de misdaad aangewezen. Meer dan de helft van de bevolking meent dat de maffia het land bestuurt. Het overgrote deel van de Russen denkt dat de overheid niets doet om de belangen van gewone burgers veilig te stellen. Voor iets meer dan een derde is het gehele juridische systeem 'over het geheel genomen onrechtvaardig’, voor bijna de helft 'af en toe’ rechtvaardig. Een meerderheid voelt zich weerloos tegen alle bedreigingen. Bijna driekwart van de Russen wil een 'sterke man’ die hen beschermt; een groeiend aantal burgers verklaart sympathie te voelen voor de coupplegers van 1991.
Door het wegvallen van de middenklasse heeft de democratie in Rusland voorlopig als model afgedaan. Het alternatief dat de communisten zeggen te bieden, is echter evenmin een optie voor de Russen, omdat de partij te vaak met Jeltsin meestemde en momenteel zelfs deelneemt aan de regering. Nog slechts vijf procent van de Russen zegt positief te staan tegenover het communisme.
WAT BLIJFT OVER? Volgens socioloog en onderzoeker Nikolaj Popov is het ideaal van velen een 'Sovjetunie zonder communisten’. Het is een gat waar ultra-rechts wel eens in zou kunnen springen.
In de Russische media wordt al jaren melding gemaakt van inheemse fascistische splinterpartijtjes en terreurorganisaties. Veel aandacht trokken deze organisaties tot voor kort echter niet. Waarschuwingen over antisemitisme en racisme werden in de regel schouderophalend afgedaan. De onverschilligheid werd dit jaar plotseling doorbroken na een aanslag op een Moskovische synagoge, een aantal vernielingen op joodse begraafplaatsen en de moord op een Azeri door skinheads. In de pers verschenen overzichten van racistische incidenten en vroegen commentatoren zich paniekerig af waarom men apathisch bleef jegens het fascistische gevaar. Volgens de krant Novoje Vremja was racisme inmiddels algemeen geaccepteerd.
Ook Jelstin was verontrust: 'Het baart me zorgen dat momenteel niet iedereen in Rusland de realiteit van de dreiging van extremisme erkent. Maar deze bestaat en betekent een grote bedreiging voor de samenleving.’ De voorzitter van het Joods Russisch Congres, de oligarch Vladimir Goesinski, wees zelfs op de kans van een staatsgreep. 'De mogelijkheid dat nationalistische patriotten en fascisten aan de macht komen, wordt elke dag serieuzer.’
Deze panische geluiden steken schril af bij recente enquêteresultaten die aangeven dat het antisemitisme in Rusland afneemt. Bijna negentig procent van de Russen zegt geen bezwaar te maken tegen joodse buren; tachtig procent stelt dat joden getalenteerd zijn. Nog geen tien procent is openlijk antisemitisch. Daarnaast is ook de acceptatie van joden in de politiek veel groter. Veel politieke leiders van het moment zijn joods of half-joods, onder wie premier Primakov, de hervormers Kirijenko, Nemtsov en Javlinski en de populist Zjirinovski. Burgemeester Joeri Loezjkov van Moskou sprak in september welhaast lyrisch de tweede conferentie van Goesinski’s Joods Russisch Congres toe. Volgens onderzoeken ziet bovendien slechts een afnemende minderheid een etnisch zuiver Rusland als ideaal: ruim vier procent. Speelt het gevoel van onmacht en weerloosheid de Russen parten in de plotselinge paniek of is er meer aan de hand?
'IK BAD VEELVULDIG en kreeg de overtuiging dat we hadden gewonnen. Spiritueel hadden we al gewonnen, en alles wat er nog te doen viel, was dit te verwezenlijken op een fysiek niveau.’ Aan het woord is Aleksandr Barkasjov, leider van een extreem rechtse partij. Hij voert een heilige oorlog tegen het huidige Rusland. De voormalige commando en karateleraar geeft openlijk toe een nazi te zijn. 'Wat is daar slecht aan?’ Barkasjov leidde een afdeling binnen een oerbeweging van het Russische ultra-rechts, Pamjat. Uit onvrede stapte hij uit de beweging en bouwde zijn afdeling om tot een eigen partij, de Russische Nationale Eenheid.
Het symbool van de partij is een linksdraaiend hakenkruis op een achtpuntige ster. De partij kent een eigen gedragscode, de 'Wapenbroeders Erecode’. Op overtreding staat de doodstraf. De code ontkent elk gezag buiten de partij. De partij heeft als doel Rusland voor de Russen op te eisen en zijn vijanden te vernietigen.
In 1993 vestigde Barkasjov zijn naam toen hij met zijn aanhang deelnam aan de gewelddadige verdediging van het parlement tegen Jeltsins troepen. Voor zijn aandeel werd Barkasjov gevangen gezet. Na zijn vrijlating was hij de mentor van communistenleider Zjoeganov op het gebied van het nationalisme. Van hem leerde Zjoeganov concepten als 'de Russische idee’ en 'wedergeboorte van het nationaal bewustzijn’. Momenteel telt de Russische Nationale Eenheid 64 regionale afdelingen en volgens eigen zeggen zeventigduizend leden. Volgens andere schattingen bedraagt het ledental slechts twaalfduizend.
Belangrijker dan de grootte is echter het bereik van de partij. De 'Barkasjovtsi’ zijn door geheel Rusland bekend en gevreesd. Sinds enige jaren voert Barkasjov een actief beleid om invloed te krijgen onder studenten, arbeiders en militairen. De Russische Nationale Eenheid organiseert stakingen en zet directies onder druk.
BARKASJOVS PARTIJ is de opvallendste uit een lappendeken van rechtse bewegingen. Een vergelijkbare organisatie is de Nationaal Bolsjevistische Partij van schrijver en cultfiguur Edouard Limonov. Ook de krant Zwarte Honderd van voormalig aardrijkskundeleraar Aleksandr Sjtilmark is ideologisch zeer nabij. Radicaler nog dan Barkasjov is de Russische Nationale Unie van de 24-jarige Konstantin Kasimovski. De partij noemt zich 'nieuw rechts’ en 'fascistisch’. Kasimovski vormt samen met Russische skinheadgroepen speciale gevechtseenheden die klopjachten houden op niet-Russen.
De rechtse splinterpartijtjes hebben wisselende contacten. Enkele onderhouden contacten met de communisten en ultra-links, andere doen deze groeperingen af als 'joodse vrijmetselaars’. In de nationalistische beweging klinkt dezelfde roep als onder de bevolking: men hunkert naar een sterke man. Tijdens de presidentsverkiezingen van 1996 blameerde een aantal partijtjes zich door openlijk Jeltsin te steunen 'omdat hij op de goede weg is’. Sjtilmark van de Zwarte Honderd ziet burgemeester Loezjkov als aanstaande dictator. Anderen tippen generaal Aleksandr Lebed. De leidersvraag houdt de beweging vooralsnog verdeeld.
DE REACTIE van de nationale beleidsmakers op de rechtse groepjes is laconiek. Volgens veel officials moet de kracht van de beweging niet worden overschat. Uiterst traag wordt gewerkt aan maatregelen tegen het extremisme. Elke poging tot wetgeving op dit gebied wordt consequent door de communisten in de Doema getorpedeerd, omdat zij het standpunt huldigen dat de Russen recht hebben op volksbevrijdingslegers. De wetten die er zijn, worden in de praktijk laks toegepast of blijken tandeloos. In de eerste helft van dit jaar ontvingen slechts drie extremistische organisaties een waarschuwing. Antisemitische en racistische publicaties worden ongemoeid gelaten, terwijl journalisten die de Russische Nationale Eenheid 'fascistisch’ noemden, processen tegen de partij verloren. Een rechtbank te Stavropol oordeelde dat de partij juist patriottisch is. 'De swastika kan worden gezien op objecten uit de Russische oudheid. De bewering dat dit symbool specifiek fascistisch is, is compleet ongegrond.’ Toen de regering vervolgens met een wet tegen nazi-symbolen op de proppen kwam, hoonde de krant Sevodnija: 'Duitse fascisten zullen worden tegengehouden! Maar Russische fascisten zullen blijven.’
Terwijl op nationaal niveau aarzelend maatregelen worden getroffen, is er op regionaal niveau juist sprake van hartelijke samenwerking tussen lokale overheden en ultra-rechts. Zo patrouilleert in Voronezj de politie sinds juni van dit jaar gezamenlijk met leden van de Russische Nationale Eenheid. In Stavropol leidt de politie partijleden op, terwijl in Jekaterinenburg de partij van de politie de bevoegdheid tot opsporing en aanhouding kreeg. Dit experiment werd beëindigd na de molestatie van onschuldigen.
Ook op politiek niveau is ultra-rechts aanwezig. In Vladimir hebben twee Barkasjovtsi zitting in de adviesraad van de gouverneur. Invloedrijke industriëlen in Volgograd pogen de zittende communistische gouverneur te vervangen door een extreme nationalist. In Tver ontvangt een jeugdafdeling van de Russische Nationale Eenheid subsidie van de gemeenteraad die stelt dat 'sommige van de activiteiten van de organisatie bevorderlijk zijn voor de jongeren’.
Kortom, lokaal raakt het fascisme volledig ingeburgerd. Steeds meer regionale politici profileren zich met racistische ideeën. Zij pleiten veelal voor het terugbrengen van de criminaliteit door niet-Russische marktkooplieden aan te pakken. In Moskou en Vologda kwam het daadwerkelijk tot politierazzia’s. Sluipenderwijs wordt het nationalistische gedachtengoed gemeengoed. De extreem-rechtsen weten een respectabiliteit te verwerven en breiden hun invloed uit over steeds meer bevolkingsgroepen en politici.
NIET ALLEEN in de regionale politiek wint ultra-rechts terrein. Ook in het landelijke buitenlands beleid klinken steeds openlijker nationalistische geluiden. Tot de belangrijkste doelwitten van een hernieuwd Russisch zelfbewustzijn behoren de voormalige Sovjetrepublieken. Met name Litouwen moet het ontgelden. Het uiteenslaan van een demonstratie van Russische bejaarden door de Litouwse politie lokte ongemeen felle reacties uit. Ook een gedoogde optocht van oud-SS'ers werd scherp veroordeeld. Behalve Litouwen zijn tevens de zuidelijke republieken met hun opkomende islamitische bewegingen een bron van Russische irritatie. In de krant Izvestija werd in augustus aangedrongen op actie: Rusland werd omringd door 'nazi-regimes’ die in kracht toenamen. Derhalve drong de krant aan op 'etnische zelfverdediging’. De analyse haalde een oud Russisch thema van stal: Rusland zou omringd zijn door vijandige krachten die het land willen knechten.
NU DE RUSSISCHE middenklasse is weggevallen en het westers model heeft afgedaan, wordt de Navo steeds vaker tot de tegenstanders van Rusland gerekend. De Amerikaanse raketaanvallen op Soedan en Afghanistan versterkten deze ontwikkeling. Jeltsin reageerde scherp: 'Ik ben woedend en veroordeel dit.’ Later werd deze uitspraak verzacht. Navo-bombardementen op Servië zullen echter niet zo eenvoudig worden vergeven. In tegendeel, zij zullen een breekpunt vormen in de internationale politiek. Volgens minister van Defensie Igor Ivanov worden de spelregels veranderd en dreigt internationale chaos.
Als orthodoxe geloofsbroeder bekleedt Servië voor Rusland een speciale positie. Toch was het land lang uit het Russische blikveld verdwenen; de Joegoslavische burgeroorlog werd overschaduwd door de eigen oorlog in Tsjetsjenië. Slechts een handvol nationalisten voelde zich door het Servische lot aangesproken. Onder hen Edouard Limonov, die ging vechten aan het Servische front. De Russische onverschilligheid verdween bij de Navo-luchtaanvallen op Servië in 1994. Vanaf dat moment nam Rusland steeds meer afstand van de nieuwe westerse wereldorde.
De huidige Navo-aanpak versterkt dat gevoel. Het Westen blijkt te bedreigen wie het wil, ongeacht Russische bezwaren. Volgens de nationalistische pers vormen Navo-bombardementen op Servië de opmaat voor een aanval op Rusland. 'Vandaag Soedan, morgen Kosovo, overmorgen de (Russische - oh) provincie Toela.’ Ook de beschaafde pers is verontrust. De krant Nezavisimaja Gazeta schreef naar aanleiding van de Amerikaanse raketaanvallen: 'De Verenigde Staten toonden dat zij op elk land kunnen vuren zoals het hun uitkomt: vandaag op terroristen in Soedan en Afghanistan, morgen op drugskoeriers in Tadzjikistan en overmorgen op autodieven in Wit-Rusland of chauvinisten in Rusland.’ Een Navo-aanval op Servië zal in Rusland een hevige reactie teweegbrengen, voorspelt het blad Moscow Times. 'Rusland zal worden overspoeld door een vloedgolf van haat tegen het Westen en de Navo.’
Voor de huidige politieke leiders wordt het aanlokkelijk het impopulaire Westen als zondebok voor de economische crisis te gebruiken. Omdat het democratische systeem heeft afgedaan, bestaat geen rem meer op anti-westerse sentimenten. Door af te geven op het Westen kunnen zij hun geschonden blazoen oppoetsen. In ieder geval zal door Navo-bombardementen de roep om bescherming door een sterke man luider worden. De angst voor alles wat niet-Russisch is, zal verder toenemen. Daarmee zet de opmars van het fascistische ideeëngoed zich voort. Na de lokale en internationale politiek raakt de landelijke binnenlandse politiek besmet. Het is vervolgens aan leiders als Lebed of Loezjkov om hiervan in een nieuwe Koude Oorlog gebruik te maken.