Een steuntje voor de flexmens

Schijnt het zonnetje op de arbeidsmarkt? Het lijkt er wel op. De economie trekt aan, het aantal werklozen daalt maand op maand en sommige regio’s van Nederland beginnen zelfs last te krijgen van een tekort aan werkzoekenden. 5,6 procent van de beroepsbevolking heeft geen werk. Dat is bijna frictiewerkloosheid, niet het gevolg van massa-ontslag, economische crisis of verdringing door goedkope arbeidsmigranten. Dat er nog mensen thuis zitten komt vooral doordat de vraag naar werk niet past bij het aanbod.

Toch kan Nederland niet tevreden achterover leunen. Tegenover het lage werkloosheidscijfer staat een ander cijfer: er komen geen vaste banen bij, al jaren niet. De groei van het aantal arbeidsplaatsen komt al sinds 2003 volledig voor rekening van tijdelijke krachten, nul-urencontracten en zzp’ers. Ja, heel Holland werkt weer, maar wel op onzekere basis. Flexibel werk lijkt daarmee op de WW in de jaren tachtig: het is een opvangbekken dat een grote groep van een bescheiden inkomen voorziet, maar weinig vooruitzichten biedt. Het enige verschil is dat je tegenwoordig moet werken voor je bestaansonzekerheid.

Medium flexmens

Nederland is zelfs Europees kampioen flexibel werk. En dat is een dubieuze eer, zo blijkt uit een onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Veel flexwerkers leven in constante financiële stress, rapporteerde de wrr vorige week in Voor de zekerheid. Die psychologische druk komt vooral voor bij de groepen die hoe dan ook een minder stevige economische positie hebben: laagopgeleiden, werkenden met een migrantenachtergrond, jongeren die net de arbeidsmarkt betreden. De wrr laat weinig heel van het ideaal van de blije flexmens die altijd op zoek is naar een volgende uitdaging. Het leven kunnen afstemmen op een regelmatig inkomen, dat is wat de meeste mensen willen.

Ja, heel Holland werkt weer, maar wel op onzekere basis

De arbeidsmarkt kent daarmee een bijzondere tweedeling. Wie een permanente aanstelling heeft, heeft rust omdat over pensioen, sociale verzekeringen en de volgende loonstrook niet hoeft te worden nagedacht. Wie het zonder vast contract moet stellen heeft dubbel pech: stress verkleint de mentale bandbreedte, terwijl die juist hard nodig is om staande te blijven in de flexibele economie, waarin iedereen constant moet nadenken over hoe het werkend leven uit te stippelen.

De rekening is er zowel voor het individu als voor de samenleving, die het moet stellen met een groeiende groep die bezig is het hoofd boven water te houden in plaats van te innoveren. Want flexibel werkenden doen minder aan scholing en hebben minder ruimte om creatief te zijn, constateert de wrr. En met één op de vijf zzp’ers die niet verzekerd is voor arbeidsongeschiktheid en vele zelfstandigen zonder pensioen kleeft er aan deze groep een armoederisico dat uiteindelijk door de staat moet worden opgevangen.

Daarmee is flexibel werk een belangrijk verkiezingsthema. Valse profeten zullen zeggen dat ze de klok willen terugdraaien naar de gouden periode toen een contract voor het leven de norm was. Maar dat zal niet gaan. Nederland is in een kwart eeuw een flexland geworden als gevolg van globalisering, technologie en behoefte aan een minder strak ingekaderde weekindeling. Probeer daar maar eens de grenzen voor te sluiten.

Wat wel kan, is de flexmens een steuntje in de rug geven. Dat begint met vaste contracten voor regelmatig werk. Er is geen enkele reden waarom postbezorgers of thuiszorgmedewerkers als zzp’er aan de slag moeten, anders dan een werkgever die probeert zijn verplichtingen te omzeilen. De wrr doet verdere suggesties: overweeg een verplichte verzekering voor zelfstandigen, geef werkgevers korting op sociale premies als ze een vast contract bieden, zorg voor ‘ingroeicontracten’, een vaste aanstelling waarbij een werknemer langzaam meer rechten opbouwt, en maak ook cao-afspraken met flexibele krachten.

Het scheidend kabinet-Rutte heeft de kloof tussen vast en flex grotendeels intact gelaten. Aan zijn opvolger de taak herhaling te voorkomen.