Een stevige lijn

Ik was niet zo van Nijntje. Ik ben van de boekhandel in het dorp van mijn kinderjaren, een pijpenla met kasten langs de wand en een tafel in het midden waarop de nieuwe grotemensenboeken vol met letters lagen, glanzend, veelbelovend, beschenen door zacht licht terwijl het buiten donker was en regende of sneeuwde. De boekhandelaar was een joodse meneer met een al even glimmend hoofd en altijd vrolijk. Het was na de oorlog. Mijn ouders gaven jarenlang op kerstavond hetzelfde cadeau aan elkaar. Een pocket met op de kaft een simpele tekening in stevige lijnen: de iconische en onverbiddelijke pijp van een Parijse commissaris. Ik ben hun kind, en ik ben van Maigret.

Als scholier heb ik ze allemaal gelezen, de policiers van Georges Simenon die mijn ouders hadden gekocht. Twee jaar geleden haalde ik ze van zolder en deed het opnieuw. Een stuk of vijftig. Achter elkaar. Terwijl ik niet van detectives en thrillers houd, eigenlijk nauwelijks van zogenaamde plot-gedreven boeken. Ze geven me het idee dat iemand een plaatje heeft getekend, het daarna in stukken heeft gezaagd en de stukken door elkaar heeft gegooid om mij nu te laten zien hoe knap hij de puzzel weer in elkaar zet. Ik vind dat kinderachtig en ik vind dat saai. Als je zo goed weet hoe het afloopt, zeg dat dan meteen. Ik houd ook niet van goochelaars.

Een Maigret lees je dan ook niet op zoek naar de ontknoping, maar om het plezier van alles eromheen. Behalve wanneer de commissaris een uitstapje naar de provincie maakt, zijn er de vaste Parijse waarden, zoals het bureau op de Quay des Orfevres en de Brasserie Dauphine er tegenover vanwaar de politiemensen dienbladen met glazen ijskoud bier en broodjes laten komen wanneer de kolenkachel wordt opgestookt en er tot diep in de nacht wordt doorgewerkt. Er zijn de huizen, de kantoren, de winkels, de schamele hotelkamers en appartementen, intieme ruimtes waar de reusachtige gestalte van de commissaris binnendringt en vooralsnog niets doet. Alleen maar kijkt en zijn pijp uitklopt, terwijl Simenon de lezers met hem mee laat kijken. Het is vivisectie op de stad, op het binnenleven van families, de gevolgen van schulden en overspel, de schaamte van de armen en de doortraptheid van de rijken. Het is vaak ook de schildering van een heel milieu, van vrachtschippers of pandjesbazen, industriëlen, autohandelaren, renteniers.

Een Maigret lees je niet op zoek naar de ontknoping, maar om het plezier van alles eromheen

Er is iets gebeurd. Er is een lijk. Maar verder gebeurt er voorlopig niks. Tweederde deel van een typische Maigret bestaat uit rondlopen en kijken. Simenon schreef de boeken naar verluidt in een dag of tien en ik verdenk hem ervan dat hij zelf ook geen idee had waarheen hij op weg was wanneer hij het decor en de personages neerzette, en maar eens een gele hond door de straat liet lopen. Het lijkt zelfs alsof de schrijver zijn methode expliciet wil maken wanneer ergens halverwege het verhaal een van zijn ondergeschikten, inspecteur Torrence, inspecteur Lucas, of anders een persmuskiet, hem de vraag stelt of hij al een vermoeden heeft, een hypothese. Nee, bromt de commissaris dan. Hij heeft geen idee. Hij heeft alleen nog maar observaties.

Een enkele keer port hij wat in de mierenhoop van feiten, verschuift iets aan de rekwisieten, duikt op om een nietszeggend gesprekje te voeren dat wellicht een reactie uitlokt. We zien niet alleen de commissaris, we zien ook de schrijver aan het werk. We zien hoe uit tekst een idee ontstaat en een handeling uit een situatie, in plaats van omgekeerd. Anders dan die andere grote speurder, commissaris Modiano, maakt hij het zaakje in de laatste bladzijden toch maar af, soms met een vuistslag of een revolver. Vereiste van het genre.

Ik weet niet meer hoe ik de boeken bijna een halve eeuw geleden heb gelezen. In Parijs was ik nog nooit geweest. En ik was nog nauwelijks ergens anders geweest dan in mijn dorp toen ik voor het eerst de boekwinkel zag en het affiche waarop stond ’t is weer pocketweer, net als de Maigret-omslagen gemaakt door Dick Bruna. De man die mij erop wees was mijn vader en die droeg ook een zware overjas en rook naar tabak maar was bepaald niet massief, eerder nogal klein, zij het natuurlijk niet voor mij.

Tijd en ruimte zijn in mijn hoofd nu danig in de war. Eerste indrukken, eerste leeservaring, de lezer die ik geworden ben. Mistige avonden in Zuid-Holland en op het Île de France. Ik ben niet opgegroeid in een versleten woonkazerne met een nieuwsgierige conciërge, maar toch hoort die bij mijn jeugdherinneringen. Ik heb de cassoulet van Madame Maigret nooit gegeten, maar ik ken de smaak. De stevige lijnen van een zopas overleden tekenaar houden alles bij elkaar.