FILM Pather Panchali

EEN STIL LIED

Een verweerde deken, een gat erin, een oog verschijnt in het gat, groot, levendig, het is Apu! Apu is het jongetje in Satyajit Rays Pather Panchali (Lied van de kleine weg) uit 1955. Met de découpage waarin we Apu voor het eerst zien, toont de meester zich in al zijn glorie: te midden van onuitsprekelijke armoede en groot lijden tovert Ray momenten van grote schoonheid te voorschijn, zoals de camera die, begeleid door de sitarklanken van Ravi Shankar, eerst op Apu’s oog focust en daarna op zijn gezicht, van detail naar context. En het effect is groots; het inspireert, het brengt hoop te midden van de trieste setting, een dorpje in het bos ergens op het Bengalese platteland.
Pather Panchali, deel 1 van Rays Apu-trilogie waarin het zware leven in het Indiase kastensysteem aan het begin van de vorige eeuw wordt uitgebeeld, is nog altijd een overweldigende kijkervaring. De grote kracht van Ray is dat hij erin slaagt het alledaagse te verheffen tot het majestueuze. In Pather Panchali is er bijvoorbeeld een scène waarin de oma van Apu en z’n tienerzusje Durga rijst zitten te eten. De oude vrouw lijkt wel honderd: dubbelgeklapt, nauwelijks haar, vel over been, tandeloos. Op haar hurken zit ze de rijst met haar hand naar binnen te werken. Maar gecombineerd met de sitar van Shankar krijgt dit op het oog weerzinwekkende beeld een poëtische kwaliteit. Deze tegenstellingen maken de film. Niet alleen spelen ze in op de vooroordelen van de kijker, ook creëren ze spanning in het verhaal. Want bij Ray is de botsing tussen mooi en lelijk, tussen traditie en modernisering, cruciaal.
Dat blijkt ook uit twee films die Satyajit Ray in de jaren zestig maakte: Mahanagar (De grote stad) en Charulata (De eenzame echtgenote). Beide zijn fijn waargenomen, intieme portretten van de leefwereld van de Bengalese vrouw. In Mahanagar betekent de bevrijding van mevrouw Arati Mazumbar (de grote Indiase actrice Madhabi Mukherjee), die genoodzaakt is zelf een baan in de stad te zoeken, ook haar seksuele bevrijding. Dit subversieve motief krijgt vorm door symbolen als een chique zonnebril en lippenstift. En in Charulata, dat Ray altijd als zijn favoriete film bestempelde, is het vertelperspectief volledig dat van de vrouw (opnieuw Mukherjee) die hunkert naar een buitenechtelijke relatie.
Verandering is subtieler aanwezig in Pather Panchali. In de verte hoort de kleine Apu een trein. In een magnifieke mise-en-scène, bestaande uit een langzaam naar boven bewegend totaalshot, loopt Apu op een bosweggetje in de richting van het geluid. Op een plantage treft hij Durga aan, kauwend op een stuk suikerriet. Slechts het wuiven van de hoge struiken is hoorbaar. Het vormt een stil lied dat wordt onderbroken door het geluid van de trein in de verte. De kinderen rennen er naartoe. En het stille lied, het geluid van de natuur, wordt vervangen door een briesende stoomlocomotief en knarsende wielen op staal. Dit contrast tussen land en machine, tussen verleden en toekomst, wordt het gezin van Apu en Durga uiteindelijk fataal.
Waar Mahanagar en Charulata uit de jaren zestig nog altijd te lezen vallen als vooruitstrevende, feministische werken, daar staat Pather Panchali op het breukvlak van traditie en modernisering. Satyajit Ray (1921-1992): actueler dan ooit.

Pather Panchali is vanaf 13 november in een nieuwe kopie te zien in het Filmmuseum te Amsterdam en in filmtheaters elders in het land. Zie ook www.indiafestival.nl