Een straatnamenstrijd laait op in Oostenrijk

Wenen‘Niemand hat das Recht, uns vorzuschreiben, woran wir uns erinnern dürfen und was wir vergessen müssen’, schreef een columnist in de katholiek-conservatieve Oostenrijkse krant Die Presse onlangs.

Waar in veel landen standbeelden die herinneren aan een koloniaal of racistisch verleden neergehaald of beklad worden, daar laait sinds kort in Oostenrijk de discussie op of gedenktekens of straatnamen die verwijzen naar het antisemitische verleden van veel historische politieke leiders niet verwijderd moeten worden, in een museum geplaatst – of op zijn minst van een historisch correcte toelichting moeten worden voorzien. Centraal in de discussie staat het monument voor Karl Lueger in Wenen.

Dit standbeeld uit 1926 op het Dr. Karl Lueger-plein houdt de herinnering levend aan de in 1910 overleden burgemeester van de hoofdstad. Deze politicus geldt niet alleen als een van de oprichters van een antisemitische en racistische politieke stroming, maar inspireerde met zijn ideeën ook nadrukkelijk Adolf Hitler.

De afgelopen weken werd het standbeeld meermaals beklad met het woord ‘Schande’. Een petitie van een joodse studentenvereniging roept op tot verwijdering. Het standbeeld wordt door hen gezien als symbool voor de relativering van antisemitisme in Oostenrijk, maar voor meer conservatieve inwoners is het een belangrijke herinnering aan het Wenen dat de keizerlijke hoofdstad was van een groot rijk.

De Weense politiek laat bij monde van de partijloze cultuurwethouder Veronica Kaup-Hasler weten tegen radicaal optreden te zijn: ‘Ik vind dat een stad met zijn wonden moet leren omgaan en ze niet moet verstoppen.’ Kaup-Hasler ziet meer in uitgebreide toelichtingen bij omstreden monumenten. ‘Als we slechts positieve herinneringen koesteren, vervalsen we de geschiedenis.’

De wethouder geeft als voorbeeld het stadsdeel dat onder de naam Leopoldstadt bekend is. ‘Dat is naar een Habsburger vernoemd die zeer actief joden vervolgde. Moeten we die naam veranderen?’ Eenzelfde discussie speelt bij namen als het Josef Weinheber-plein, vernoemd naar een dichter die een leidende positie had in de cultuurpolitiek van het Derde Rijk.

Lueger gebruikte antisemitische uitspraken overigens vooral om stemmers te mobiliseren, en dan alleen als het hem goed uitkwam. ‘Wer a Jud is bestimm i!’ luidt een van zijn cynische uitspraken: wie een jood is bepaal ik. Als hij van joodse financiers geld nodig had voor het bouwen van de statige panden langs de Weense ringweg, dan waren zij prompt zijn beste vrienden.