Een straffe gods

Ik heb me erin getraind mij niets te herinneren. Als ik door een hond werd gebeten bleef ik hem net zo lang aaien totdat hij, geheel de kluts kwijt, aan mijn voeten lag. Brandde ik me aan de kachel, bleef ik hem zolang aanraken totdat het lente werd. Mensen die me een lel gaven keerde ik vanzelfsprekend de andere wang toe.

Ik ga dus bont en blauw door het leven, maar aangezien ik geheel vergeten ben waar ik mijn kwetsuren heb opgelopen, weet ik nog altijd niet wat angst is.
Zo koester ik evenmin blijde verwachtingen. Ieder orgasme, bijvoorbeeld, is nieuw voor me. Al minnende weet ik gewoon niet wat me te wachten staat. Dus heb ik nooit haast en ben ik tamelijk geliefd bij de dames.
Nee, namen kan ik niet noemen, al zou ik het willen. Slechts een ding weet ik zeker: een goed geheugen is een straffe Gods.
Aanvankelijk lijkt het het dagelijks leven te vergemakkelijken, maar al gauw leidt de memorie tot de accumulatie van alle ellende. Wie onmogelijk kan onthouden wat hij bezit is automatisch tevreden met het strikt noodzakelijke.
En een slecht geheugen heeft nog een aangename bijkomstigheid:{ Je kan je hele leven om een en dezelfde grap lachen. Kent u die? Lopen twee joden door de Kalverstraat, zegt de een tegen de ander…