De nieuwe preutsheid

Eén string maakt nog geen zomer

30 januari 2013 - Seks verdwijnt uit de literatuur. Het zelfbewustzijn van de huidige schrijvers lijkt zo extreem dat ze niets aankunnen met ongecontroleerde geilheid. Ook in de publieke ruimte lijkt seks op z’n retour. Worden we preuts?

Medium 16274576

De belangrijkste seksscène uit 2012 zat in de tweede aflevering van het eerste seizoen van Girls, de hbo-televisieserie die vorig jaar debuteerde en sindsdien wereldwijd door zo’n beetje alle serieuze tv-critici is opgemerkt als de meest baanbrekende serie van de laatste jaren. In de scène treffen we Hannah aan, een 24-jarige recent afgestudeerde schrijfster, in bed met Adam, die misschien iets ouder is en iets creatiefs lijkt te doen met hout.

Ze zijn druk bezig als Adam stopt, op Hannah klimt, zijn condoom afdoet en begint te masturberen terwijl hij een fantasiemonoloog afsteekt over hoe zij een aan heroïne verslaafd, elfjarig meisje is dat hij op straat vond en dat hij weer naar huis gaat sturen ‘onder het zaad’. Hannah kijkt Adam met grote ogen aan, maar probeert mee te gaan en souffleert hem toevoegingen voor zijn fantasie.

Niets in de scène is flatteus; alhoewel de belichting zo is dat hun lichamen voor het grootste deel obscuur zijn, horen we het rubberen geluid van het losgetrokken condoom, zien we het vlees van Adams lichaam mee trillen met zijn aftrekbewegingen en horen we zijn stem hoger en heser worden naarmate hij dichter bij zijn orgasme komt, dat we dan weer niet te zien krijgen. De introtitels komen in beeld, een catchy liedje, en de eerstvolgende keer dat we Hannah en Adam zien zijn ze weer komisch en intiem aan het bekvechten over de ongedefinieerde staat van hun relatie.

En dan is daar bovendien nog de aanwezigheid van Lena Dunham, de actrice die de rol van Hannah vertolkt, iemand die in geen andere tv-serie over jonge, hippe meisjes in New York als hoofdpersoon gecast zou worden. Dunham heeft geen tv-uiterlijk: ze is klein, heeft een wat plomp figuur met een zachte, kneedbare buik en kleine borsten. Over haar schouders en bovenarmen loopt een spinnenweb van tatoeages, die in de manier waarop ze zijn aangebracht – lelijk, slordig – een zekere onverschilligheid jegens haar lichaam suggereren. Het voelt wat vals om zo nadrukkelijk op haar fysiek in te zoomen, ware het niet dat Dunham dat al voor ons doet: zij speelt niet alleen de hoofdrol, maar schrijft en regisseert de serie ook.

De seksscène vangt de kern van Girls. De vriendengroep waar de serie om draait bestaat uit vier vrouwen met diploma’s, banen en al het andere wat ze volwassen zou moeten maken – maar dat zijn ze niet. Het zijn geen vrouwen, maar girls, en wat ze missen is ervaring. Dat is wat je Hannah ziet ondergaan als Adam midcoïtaal op haar klimt en zijn toneelstukje uitleeft, daar kijkt ze met grote ogen naar – ze maakt iets mee wat ze nog nooit heeft meegemaakt en maakt mentale aantekeningen voor haar memoir-achtige fictie.

Dat Girls meteen de Golden Globe voor Best Comedy won, bevestigt de kwaliteit van de serie; dat gezaghebbende bladen als The New Yorker speciale blogs openden om elke aflevering uitgebreid te kunnen bespreken, bewijst de bovenmatige interesse van de denkende media. Want wat moet je van Girls maken? De ontvangst was, zoals The New York Review of Books het beschreef, ‘admiring but distinctivily nervous’. Dunham vertelde meermaals dat de ervaringen van de vier vriendinnen in Girls gestaafd waren op wat zijzelf en haar vriendinnen hadden meegemaakt, iets wat de rauwheid en het realisme van de serie kracht bij zette, een realisme dat, in vergelijking, ongehoord was. Er verschenen stukken over het narcisme van de meisjes, over het latente racisme (er zaten geen donkere mensen in), over Hannah’s halfhartige poging schrijver te worden – maar meer ging het om de seks. In vergelijking is het ooit verfrissende Sex The City een genre-oefening bevolkt door typetjes en zijn de sekslevens van de daarin figurerende vriendinnen nauwelijks meer dan de verbeelding van keuzemogelijkheden van een ‘hoe hot is jouw lover’-test in de gemiddelde damesglossy. Waarom waren de meisjes van Girls niet gelukkig in hun seksleven? Ze hadden toch alle vrijheid die hun moeders hadden bevochten? Waarom waren ze nog steeds de passieve partij? New York Times-columnist Frank Bruni schreef een geërgerd opiniestuk over de seks in Girls en vroeg zich af: ‘Ging Gloria Steinem de barricades op voor dit?’

De ironie is dat het best meevalt met de hoeveelheid seks in Girls. In de tien afleveringen van het eerste seizoen zitten misschien vier of vijf seksscènes en die zijn zelden langer dan een minuut. En nog opmerkelijker: vergeleken met de vrouwelijke hoofdrollen in talloze andere sitcoms die zich niet met realisme bezighouden, zijn de Girls-girls bijna frigide (Robin uit How I Met Your Mother, een van Amerika’s best bekeken sitcoms, gaat in acht seizoenen door minstens twee dozijn mannen heen). Jessa houdt er als de bohémienne van het stel meerdere minnaars op na, maar Hannah heeft maar ‘twee-en-een-halve’ sekspartner gehad, Marnie leeft al jarenlang in een monogame relatie met haar vriend, met wie ze amper nog seks heeft, en Shoshanna is nog maagd. Ze zijn misschien niet altijd onafhankelijk genoeg in hun relaties, maar ze kiezen er aanzienlijk vaker niet voor om door een man versierd te worden dan wel.

Wanneer Frank Bruni zich afvraagt hoe Gloria Steinems erfenis een rol in Girls speelt, zou hij niet alleen naar de meisjes moeten kijken, maar ook naar de mannen. Naar Marnie’s gedomesticeerde vriendje Charlie bijvoorbeeld, dat ronduit de verwording is van seks-na-het-feminisme. Meteen na de seksscène tussen Adam en Hannah zien we hem in bed met Marnie, waar ook hij praat, maar in tegenstelling tot Adam alleen maar dingen zegt als ‘lig je wel goed’ en ‘laten we elkaar aankijken’. Hij is zozeer bezig haar te bedienen dat de seks alleen nog maar een toneelstukje is, niet een primair, onverbloemd verlangen van twee kanten.

Marnie wordt er kriegel van: ‘His touch just feels like a weird uncle.’ Of, zoals ze Hannah later vertelt: ‘He’s so busy, like, respecting me, that he looks right past me.’ Ook dat is Steinem, anno 2013.

Misschien past Charlie in een nieuwe generatie fictiefiguren, eentje die de schrijfster Katie Roiphe beschrijft in een essay opgenomen in haar eind vorig jaar verschenen bundel In Praise of Messy Lives. In het essay The Naked and the Conflicted beschrijft ze hoe de generatie die de twintigste-eeuwse fictie domineerde uit schrijvers bestond – Philip Roth, John Updike, Norman Mailer en zelfs Saul Bellow – die altijd iets te zoeken hadden in seks, en dan vooral seksuele transgressies – overspel, masturbatie, triootjes, ‘the thrill of the new’. Hun frequente seksscènes waren expliciet maar nooit pornografisch, in de zin dat porno maar één doel heeft: het opwekken van lust. Seks in het werk van deze schrijvers ging over verschillende dingen tegelijk: verdriet, opwinding, schoonheid, angst, komedie, teleurstelling, hoop. De schrijvers waren niet alleen geïnteresseerd in het tonen van seksuele triomf, maar ook van eenzaamheid en onvermogen. Voor Philip Roth’s masturberende helden (Portnoy’s Complaint) was seks een middel om te breken met een strikt, net, joods milieu, alsof ze verlossing van hun familie vonden in de schoot van een sjiksa; voor John Updike was overspelige seks met buurvrouwen of met leraressen van je kinderen een poging tot vernieuwing, een poging het besef van ouder worden en sterfelijk zijn te vermijden; voor Norman Mailer was seks altijd de inzet van een strijd over dominantie tussen mannen en vrouwen.

Maar dan de nieuwe generatie, van de auteurs die de kinderen of kleinkinderen van Roth en Mailer en Updike zouden kunnen zijn. Hun ‘current sexual style is more childlike; innocence is more fashionable than virility, the cuddle preferable to sex’. Als voorbeeld geeft Roiphe een scène uit Dave Eggers’ roman You Shall Know Our Velocity, waarin de hoofdpersoon een vrouw ontmoet in een disco, haar mee naar huis neemt waar ze zich uitkleedt en op hem gaat liggen en daar alleen blijft liggen, meer gebeurt er niet. ‘Her weight was the ideal weight and I was warm and wanted her to be warm.’ Nog veelzeggender is de scène in Benjamin Kunkels populaire roman Indecision, waarin ook hij met een meisje naar huis gaat: ‘Maybe I was going to get lucky, something which, I reminded myself following her up the stairs to our room and giving her ass a good review, wasn’t always a piece of unmixed luck, and shouldn’t automatically hoped for any more than feared.’ Om nog maar te zwijgen van auteurs als Jonathan Safran Foer, wiens personages steevast kinderen of maagden zijn, om zo het hete hangijzer van seks maar te ontwijken.

Roiphe citeert David Foster Wallace, die ooit met een buitengewone dosis vitriool schreef over Updike’s roman Toward the End of Time, over een man die zijn impotentie ziet als het ultieme symbool van de dood. ‘Ik ben niet zozeer beledigd door dit wereldbeeld’, schreef Wallace, ‘ik begrijp het gewoon niet.’ Updike was, zoals Wallace oordeelde, ‘een penis met een woordenboek’.

De verklaring? Roiphe: ‘Deze jongere schrijvers zijn zo zelfbewust, zo verankerd in een bepaald soort liberale opvoeding dat hun personages zichzelf hun eigen seksuele impulsen niet toestaan, they are, in short, too cool for sex’. Binnen hun fictie is het ondenkbaar dat een personage te veel waarde hecht aan seks, dat het idee dat het een kracht is die iets kan veranderen, verbeteren, hopeloos retrograde is. Deze schrijvers zijn zo verliefd op hun eigen ironie, met een zelfbewustzijn dat zo extreem is, schrijft Roiphe, dat het bij voorbaat uitsluit dat ze zich aan zoiets zelfbewustzijnloos overgeven als seks.

Al het voorgaande wordt hier natuurlijk opgemerkt in de optimistische veronderstelling dat alles wat zich in realistische fictie afspeelt gegrond is in de werkelijkheid. Want er is iets aan het verschuiven. Vorig jaar rond deze tijd besteedde NRC Handelsblad een hele Opinie Debat-bijlage aan de veranderende seksuele mores nu er steeds meer hoogopgeleide vrouwen tot de relatiemarkt toetreden en steeds minder hoogopgeleide mannen. De bijlage opende met een citaat uit het wetenschappelijk tijdschrift Personality and Social Psychology Review: ‘Als de voorraad beschikbare vrouwen (jonge, aantrekkelijke ongebonden vrouwelijke volwassenen) veel groter is dan de voorraad beschikbare mannen, overstijgt het aanbod de vraag ruim. De prijs zal dan dalen, wat betekent dat mannen seks kunnen krijgen zonder daar veel voor in de plaats te geven.’

Deze stelling werd door verschillende hoogleraren onderschreven, maar de schrijvende ‘ervaringsdeskundigen’, veelal jonge medewerkers van NRC Handelsblad, vertelden een ander verhaal. Of ze nu vonden dat het moeilijker was een geschikte vriend te vinden of niet, uit alle verhalen klonk een gevoel dat de seksuele markt voor mensen onder de dertig steeds minder vrij is dan werd verwacht, iedereen opereerde zelfbewust, zocht al dan niet tevergeefs naar de eigen marktwaarde. Misschien bestaat er wel gelijkwaardige seksuele vrijheid voor beide geslachten, maar niemand die daar spontaan mee om durft te gaan.

In zijn bijdrage (onder de kop Vijftig jaar geleden had ik meer seks gehad) schreef publicist Rutger Lemm dat hij graag met zijn vrienden over seks praat, maar dat het de laatste tijd steeds meer over pandapunten gaat. ‘Deze term stamt uit de corporale kringen en staat voor elke maand dat je geen seks hebt – een verwijzing naar de frigide berensoort.’ Lemm zegt dat de seksuele revolutie juist niet in zijn voordeel is geweest. ‘Vrouwen hebben sinds de jaren zestig en zeventig meer fysieke, economische en sociale vrijheid gekregen. Ze zijn zo minder grijpbaar voor ons, de mannen. Tegelijkertijd hebben onze sterke moeders hun zoons opgevoed met heel erg veel respect voor vrouwen. Op deze manier wordt de afstand tussen beide geslachten wel erg groot, zoals Steve Carell in The 40 Year Old Virgin zegt: “I respect women! I respect them so much, that I completely stay away from them.” De titel van de film zegt genoeg.’

Eind vorig jaar riep het Instituut voor Nederlandse Lexicologie ‘pandapunten’ uit tot het mooiste woord van het jaar; inmiddels is er een pandapunten.nl waar een database bijhoudt op hoeveel punten je teller staat. Het kan niet lang wachten zijn op een pandapunten-app.

Is er een nieuw, verhoogd zelfbewustzijn als het gaat om seks? Zijn we inderdaad terughoudender, of zelfs preutser geworden?

Die laatste vraag kreeg Gidia Jacobs, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie, voorgelegd toen diverse media vorig jaar berichtten dat jongeren steeds vaker weigeren naakt te douchen na het sporten. Haar antwoord was absoluut: ‘Nederland is niet aan het verpreutsen. Het is volslagen onzin zoiets te stellen. Het is heel onwetenschappelijk zoiets te beweren. Ik zou niet weten waaraan je kunt zien dat jongeren preutser zijn geworden. Volgens mij is de trend al een hele tijd stabiel. Ik zie al een tijd strings boven broeken uitkomen, dat is eigenlijk het antiteken van verpreutsing.’

Maar één string maakt nog geen zomer, en voor elke uiting van ‘antipreutsheid’ kun je weer de anti-antivariant bedenken. In reclames op tv zijn strengere richtlijnen gaan gelden die het gratuite naakt lijken in te dammen – waar zijn de naakte vrouwen uit de douchegelreclames van tien jaar geleden gebleven? De soft-erotische avondprogrammering waar sbs6 in de jaren negentig om bekendstond is verdwenen (weggeconcurreerd door internet, waarschijnlijk). De populariteit van de simplistische ‘kneukfilm’ – zoals Koot Bie die noemden, een portmanteau van knokken en neuken – in de jaren tachtig en negentig is bijna niet meer voor te stellen. Ze bestaan bijna niet meer. In ten minste zeven van de tien best bezochte films van 2012 zat geen seks: in twee van de drie films waarin het wel zat, Skyfall en The Dark Knight Rises, zag je personages kussen en in het volgende shot kuis onder de dekens nagenieten. In geen van de voor een Beste Film-Oscar genomineerde films zat seks.

Ook de corporate moraal weegt mee. Op Apple’s iPad kun je de Playboy lezen – maar dan ook alleen lezen, niet kijken, want Apple staat geen naakt toe. Hetzelfde geldt voor Facebook (vorig jaar werd de cover van het zomernummer van De Groene Amsterdammer binnen een uur verwijderd omdat er een slapend naakt meisje op stond).

Natuurlijk heeft Jacobs gelijk dat wetenschappelijk onderzoek geen preutsheid kan bewijzen, maar tegelijkertijd toont onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek en van Rutgers wpf, kenniscentrum voor seksualiteit, aan dat het best meevalt met de breezersletjes en garageboxfeestjes. Gebruikte in 2000 43,1 procent van alle vrouwen de pil, in 2011 was dat nog maar 37,7 procent, blijkt uit cbs-onderzoek. Iets soortgelijks zie je als het gaat om de leeftijd waarop jongens en meisjes hun maagdelijkheid verliezen. In 2003 noemde het cbs nog zeventien jaar, in 2009 plaatste het onderzoeksbureaude mediane leeftijd voor de eerste keer op 17,4 jaar; in de meest recente Seksuele Gezondheid in Nederland-monitor van Rutgers wpf (dit najaar) wordt de mediane leeftijd voor de eerste keer op 18,2 gezet – 18,4 voor jongens, 18,0 voor meisjes.

Het seksuele keuzemenu wordt wel uitgebreider. Als je diezelfde monitor vergelijkt met eerdere edities – Rutgers wpf doet ’m elke twee jaar – zie je dat er een klein beetje meer wordt gemasturbeerd, iets meer porno wordt gekeken, iets meer aan anale seks wordt gedaan. Hoogopgeleide mannen kijken meer porno dan laagopgeleide; hoogopgeleide, stedelijke vrouwen zijn seksueel aanzienlijk actiever dan lager opgeleide, provinciale vrouwen; Turkse vrouwen hebben veruit de minste seks; Antilliaanse vrouwen hebben veruit de meeste bedpartners; Antilliaanse mannen masturberen het meest; 8,4 procent heeft ‘ooit’ seks met een seksegenoot gehad.

Maar bij dit soort rauwe data kun je moeilijk conclusies trekken over een heersende seksuele moraal – minder pilgebruik kan verband houden met vergrijzing, een hogere leeftijd voor de eerste keer kan ermee te maken hebben dat er meer allochtone jongeren worden meegewogen. Dat blijft onduidelijk. Maar de data spreken wel het beeld tegen dat op de relatiemarkt ‘de prijs van seks’ gedaald is en dat ‘jonge, aantrekkelijke ongebonden volwassenen’ wheelen and dealen met seks alsof het de normaalste zaak ter wereld is. Van de achtduizend respondenten (van alle leeftijden) van de Seksuele Gezondheid-monitor heeft ongeveer een derde maar één tot twee sekspartners gehad, een kwart drie tot vijf en een vijfde zes tot tien. De categorieën daarboven (elf tot twintig of 21 of meer) zijn bijna te verwaarlozen. Wat de hoogleraren in NRC Handelsblad ook verkondigen, Nederland lijkt niet direct meer promiscue te worden: een overgrote meerderheid van de respondenten van zowel mannen als vrouwen geeft steevast aan dat ze seksueel het meest tevreden zijn in een monogame relatie.

De ideologie, na het feminisme, dat jonge vrouwen zo seksueel assertief of agressief mogen handelen als ze willen, lijkt precies dat: een ideologie.

Lena Dunham, wier Girls als geen ander de tijdgeest verbeeldt, zei in een interview het moeilijk te hebben met de generatie feministische vrouwen vóór haar die hun beha’s verbrandden. Dunham vertelde dat ze ooit gevraagd werd of zij en haar vrouwelijke peers zich ‘empowered’ voelden, nu ook hun generatie seks als ‘casual’ mocht beleven. De toon waarop de vraag gesteld werd, zei Dunham, was alsof ze een juichverhaal van me verwachtten: de werkelijkheid is dat die verbrande beha’s haar juist met een verplichting hebben opgezadeld. Zij hoorde steeds vaker vriendinnen zeggen: ‘Waarom kan ik geen seks hebben zonder er iets bij te voelen?’ En het gekke was, zei Dunham: de meisjes die zich dat afvroegen dachten dat dat, betekenisloze seks, hun nieuwe doel moest zijn. Waarom mocht het niet betekenisvolle seks zijn?

Je ontkomt niet aan het idee dat de urgentie van seks in de culturele, publieke ruimte op z’n retour is. Wie zou vandaag nog een passage durven schrijven als deze: ‘Ze schoof haar stoel achteruit, stond op, trok haar mooie gebloemde nachtjapon tot boven haar borsten en ging op bed liggen. En toen zei ze met haar dikke geile lippen: “Nou moet je me keihard en heel regelmatig neuken.” (Zo gezegd, zo gedaan).’

Dit komt natuurlijk uit Turks fruit van Jan Wolkers. Als een Nederlandse schrijver vandaag een personage net zo veel seks zou laten beleven als Wolkers’ literaire stand-in, zou de literaire kritiek er vermoedelijk vanuit gaan dat het boek over seksverslaving gaat. Anders gesteld: de jongere generatie schrijvers bestaat niet uit de kinderen of kleinkinderen van Roth en Mailer en Updike (of Wolkers), maar uit de kinderen of kleinkinderen van de studentes en docentes en feministes die Roth en Mailer en Updike dertig jaar terug al voor male chauvinist pigs uitmaakten. Misschien is die strijd om gelijke waarden in bed (en in fictie) wel gestreden, en zitten we nu met een vredesakkoord waar niemand nog echt naar wil handelen – dat lijkt Dunham te suggereren.

Hoe dan ook lijkt Roiphe’s these ook van toepassing op Nederlandse fictie: in de jonge oeuvres van schrijvers als Franca Treur, Daniël Rovers, Gustaaf Peek, Maartje Wortel en Y.M. Dangre (allemaal ver onder de veertig) komt seks slechts met kleine regelmaat voorbij, het is zeker niet iets waarnaar gestreefd wordt. Christiaan Weijts schreef veel over seks, maar dan alleen over de geforceerde variant, stalking (in Art. 285 b) en pornografie (in Via Capello 23); in de nieuwste roman van Esther Gerritsen, Dorst, wordt er flink op los gefellationeerd, maar dat is telkens een uiting van wanhoop – seks die bovendien volledig zelfbewust wordt ondergaan, in een poging van het hoofdpersonage zichzelf te straffen en los te dwingen uit haar emotionele afstandelijkheid.

De uitzondering die de regel bevestigt is Niemand in de stad, de meest recente roman van Philip Huff (28) die een aantal langere seksscènes kent – maar zelfs dan blijkt seks, zoals bij Kunkel en Eggers, een cadeau waarvan de jongens niet echt weten hoe ze het moeten uitpakken. Na afloop ligt de tragische held met pijn in zijn buik op bed: ‘Twee-keer-op-en-neer-en-klaar-maar-weer. En zonder condoom nog wel. Heel goed, jongen. Heel goed gedaan. Ga je een keer vreemd, speel je een keer het spel. Speel je als een natte krant, ga je vreemd op zo’n manier dat je er nooit meer een vervolg aan kunt geven. Het is je verdiende loon.’ Die geïnternaliseerde, zelfbewuste houding die het schrijven over seks in de weg staat, wordt misschien wel het meest typisch geïllustreerd in het nieuwste nummer van Das Magazin, dat in de vier nummers dat het nu bestaat is uitgegroeid tot hét literaire tijdschrift voor jonge schrijvers. De redacteuren vroegen acht schrijvers een kort, vunzig waargebeurd verhaal te schrijven. Zelfs met de voorwaarde dat ze anoniem geplaatst zouden worden, zijn er van de acht verhalen maar twee à drie een écht seksverhaal. De rest schiet bijna automatisch naar een meta-niveau, naar een abstracte, generaliserende toon. Weg van seks, een vlucht het literaire in.


Richard Brocken/Corbis/HH