Naomi Klein

Een strop, geen armband Naomi Klein over de schulden van Afrika

Gordon Brown heeft een nieuw idee om «armoede geschiedenis te maken», op tijd voor de G8-top in Schotland. Nu Washington blijft weigeren de hulp aan Afrika te verdubbelen, doet de Britse minister van Financiën een beroep op de «rijkere olie producerende landen» in het Midden-Oosten om de kloof te dichten. «Olierijkdom aangespoord Afrika te redden», kopt de Londense Observer.

Ik heb een beter idee: als we nu, in plaats van de olierijkdom van Saoedi-Arabië te gebruiken om «Afrika te redden», de olierijkdom van Afrika gebruiken om Afrika te redden – samen met zijn rijkdom aan gas, diamanten, goud, platina, chroom en kolen?

Nu al die noblesse oblige erop is gericht Afrika te redden uit zijn ellende lijkt dit een goed moment om iemand anders in herinnering te roepen die probeerde armoede geschiedenis te maken: Ken Saro-Wiwa, die komende november tien jaar geleden werd vermoord door de Nigeriaanse regering, samen met acht andere Ogoni-activisten, veroordeeld tot de dood door ophanging. Hun misdaad was de moed hebben te beweren dat Nigeria helemaal niet arm was maar rijk, en dat politieke beslissingen, genomen in het belang van westerse multi nationals, de reden waren dat de bevolking van Nigeria in wanhopige armoede bleef verkeren. Saro-Wiwa gaf zijn leven voor het idee dat de enorme olierijkdom van de Nigerdelta méér moet opleveren dan verontreinigde rivieren, verkoolde landbouwgrond, ranzige lucht en afbrokkelende scholen. Hij vroeg niet om liefdadigheid, medelijden of «hulp» maar om gerechtigheid.

De Beweging voor het Overleven van het Ogoni Volk eiste dat Shell de mensen compenseerde van wier land het bedrijf dertig miljard dollar aan olie omhoog had gepompt sinds de jaren vijftig. Shell richtte zich tot de regering om hulp, en het Nigeriaanse leger richtte zijn geweren op demonstranten. Voor zijn door de staat bevolen ophanging zei Saro-Wiwa tegen het tribunaal: «Mijn collega’s en ik zijn niet de enigen die terechtstaan. Shell staat hier ook terecht. (…) Ze hebben deze rechtszaak dan wel ontdoken, maar hun dag komt zeker.»

Tien jaar later leeft zeventig procent van de Nigerianen nog steeds van minder dan één dollar per dag en maakt Shell nog steeds superwinsten. Equatoriaal Guinee, dat een grote oliedeal heeft met ExxonMobil, «mocht uiteindelijk maar een schamele twaalf procent van de inkomsten uit olie houden in het eerste jaar van zijn contract», volgens een rapport van 60 Minutes – een aandeel zo klein dat het zelfs schandalig zou zijn geweest op het hoogtepunt van de koloniale olie-plunderingen.

Dit is waardoor Afrika arm blijft: niet een gebrek aan politieke wil maar de enorme winstgevendheid van de huidige overeenkomst. Sub-Sahara-Afrika, de armste plek op aarde, is tegelijk de meest winstgevende bestemming voor investeringen: het biedt, volgens het Global Development Finance-rapport 2003 van de Wereldbank, «de hoogste rendementen voor buitenlandse directe investeringen van alle regio’s ter wereld». Afrika is arm doordat zijn investeerders en zijn crediteuren zo onnoemelijk rijk zijn.

Het idee waarvoor Saro-Wiwa tot de dood streed – dat de bodemschatten zouden moeten worden gebruikt ten bate van de mensen die op die bodem leven – is de kern van elke antikoloniale strijd in de geschiedenis, van de Boston Tea Party tot het vestigen door Iran van de Anglo-Iranian Oil Company in Abadan. Dit idee is doodverklaard door de grondwet van de Europese Unie, door de Strategie voor Nationale Veiligheid van de Verenigde Staten van Amerika (die «vrije handel» beschrijft niet alleen als een economisch beleid maar ook als een «moreel principe») en door talloze handelsovereenkomsten. En toch weigert het simpelweg om te sterven.

Je ziet het het duidelijkst in de niet-aflatende protesten die de president van Bolivia, Carlos Mesa, ertoe brachten zijn ontslag in te dienen. Een decennium geleden werd Bolivia door het IMF gedwongen zijn olie- en gas industrie te privatiseren onder de belofte dat het de groei zou doen toenemen en de welvaart zou verbreiden. Toen dat niet werkte, eisten de leningverstrekkers dat Bolivia zijn begrotingstekort zou terugdringen door een verhoging van de belastingen voor de werkende armen. De Bolivianen hadden een beter idee: haal het gas weer terug en gebruik het ten bate van het land. Het debat gaat nu over de vraag hoeveel er moet worden teruggehaald. De Beweging Naar Socialisme van Evo Morales is voorstander van het belasten van buitenlandse winsten met vijftig procent. Meer radicale inheemse groeperingen, die al moesten aanzien hoe hun grond werd ontdaan van zijn minerale rijkdommen, willen volledige nationalisatie en veel verdere participatie, wat zij noemen «het nationaliseren van de regering».

Je ziet het ook in Irak. Op 2 juni zei Laith Kubba, woordvoerder van de Iraakse premier, tegen journalisten dat het IMF Irak had gedwongen de prijs van elektriciteit en brandstof te verhogen in ruil voor het kwijtschelden van schulden uit het verleden: «Irak heeft tien miljard dollar schulden, en ik denk dat we dit niet kunnen vermijden.» Maar dagen eerder, in Basra, stelde een historische bijeenkomst van onafhankelijke vakbondsmensen, de meesten bij de Algemene Bond van Olie Personeel, dat de regering het kon vermijden. Op de eerste antiprivatiseringsconferentie van Irak eisten de afgevaardigden dat de regering simpelweg zou weigeren Saddams «verwerpelijke» schulden te betalen en verzetten zich tegen elke poging staatsbezittingen te privatiseren, inclusief olie.

Het neoliberalisme, een ideologie die zo machtig is dat ze zichzelf probeert te laten doorgaan voor «moderniteit» terwijl haar maniakale ware gelovigen zich vermommen als ongeïnteresseerde technocraten, kan niet langer beweren dat ze een consensus is. Ze werd vlekkeloos verworpen door de Franse kiezers toen die «nee» zeiden tegen de Europese grondwet, en je kunt zien hoe gehaat ze is geworden in Rusland, waar grote meerder heden diepe minachting koesteren voor de profiteurs van de desastreuze privatiseringen van de jaren negentig en slechts een kleine minderheid rouwde om de recente veroordeling van olie-oligarch Michail Chodorkovsky.

Dit alles maakt de timing van de G8-top buitengewoon interessant. Bob Geldof en de Make Poverty History-crew hebben een oproep gedaan om tienduizenden mensen naar Edinburgh te laten gaan en op 2 juli een reus achtige witte kring te vormen rond het stadscentrum – een verwijzing naar de alomtegenwoordige Make Poverty History-armbanden.

Maar het lijkt zonde als een miljoen mensen helemaal daar naartoe reizen om een reuzen-ornamentje te zijn, een collectieve accessoire van de macht. Als al die mensen nu eens elkaars hand vasthouden en zichzelf niet uitroepen tot een armband maar tot een strop – een strop rond de dodelijke economische programma’s die al zo veel levens hebben geëist, door gebrek aan medicijnen en schoon water, door gebrek aan gerechtigheid.

Een strop als de strop die Ken doodde. =

© The Nation