Een stukje experiment

Hij ging de jaren zeventig in als strijdbaar links radicaal, hij kwam eruit als mascotte van de VNO. Wat is er gebeurd met Arie van der Zwan? Een foto uit 1988 toont Van der Zwan terwijl hij zich opmaakt voor de oratie ter ere van zijn aanstelling als buitengewoon hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Gehuld in toga, kin met het karakteristieke baardje (het enige wat nooit lijkt te veranderen aan hem) zelfbewust vooruitgestoken, schikt hij zijn stropdas. Dezelfde man die, als student, bij wijze van verzet geen stropdas droeg. Dezelfde die zich bij zijn eerste aanstelling als hoogleraar aan dezelfde universiteit in 1972 zijn inaugurele rede door de neus geboord zag omdat hij weigerde in toga op te draven.

Natuurlijk zijn dit soort kledingkwesties slechts details. Het kunnen aanwijzingen zijn dat de militante non-conformist van toen zich heeft neergelegd bij de conventies van het establishment, maar evengoed kan hier sprake zijn van een veranderd modegeweten. Maar niet alleen de kleding verandert. Van der Zwan lijkt in de loop der jaren even vaak van standpunt te wijzigen als van positie. Vastigheid kan hem niet verweten worden. Veelvuldig verandert hij van baan, een wervelwind die ook steeds opnieuw stof doet opwaaien. ‘Je moet het maatschappelijk leven toch ook als een stukje experiment beschouwen. En ik ben dan geneigd om te denken: het is de moeite waard om het geprobeerd te hebben, ook als blijkt dat het niet kan’, zei hij in 1981.
In de jaren zestig liet Van der Zwan zich kennen als een radicaal socialist: actiecommandant van de Socialistische Jeugd. Later schreef hij mee aan Tien over rood, maar hij keerde tenslotte de PvdA de rug toe. Hij wilde zich niet langer blindstaren 'op de manke, gebrilde en tandeloze socialisten binnen de Partij van de Arbeid’. Twintig jaar later meldde hij zich weer bij de partij. Ook toen waren er twijfels, zij het over de noodzaak van rechtvaardige inkomensverdeling.
Ook in zijn economische overtuigingen lijkt Van der Zwan te slingeren van het ene naar het andere uiterste. Nadat hij het politieke pad min of meer had verlaten, probeerde hij in de jaren zeventig als wetenschapper de economie in het juiste spoor te krijgen via spraakmakende publikaties. Zo maakte hij de kachel aan met ideeen als loonmatiging en bezuinigingen. Later zag hij het toch weer iets anders: de econoom begon juist te pleiten voor terugdringing van overheidsuitgaven, verlaging van uitkeringen en denivellering.
Deze verschuiving aan het einde van de jaren zeventig ging samen met een andere wending in de carriere van de voormalige radicaal: van denker werd hij doener. Daarmee won hij het hart van ondernemers als Anton Dreesmann. Die haalde de eigenzinnige econoom als zijn opvolger bij Vendex binnen. Daar kreeg hij spijt van: het plan om 1400 V&D-personeelsleden te ontslaan, ging Dreesmann veel te ver. De erop volgende machtsstrijd leidde tot Dreesmanns vertrek als president-commissaris. Van der Zwan won de slag, maar keerde het concern even later de rug toe.
Inmiddels gehuld in stropdas laat hij nog geregeld van zich horen. Op de manier waarop hij dat ook in de jaren zeventig deed, in het circuit van de adviescommissies. De wilde haren zijn bijgeknipt, het sikje zorgvuldig gecoiffeerd, maar de streken is hij nog niet kwijt.