Menno Hurenkamp

Een stukje in de krant

In Frankrijk boekte links een minstens even grote nederlaag als in Nederland. In Nederland verschijnen dan wat stukken in de krant over de vraag waar het nu heen moet met links. Daarna kijkt iedereen wat de nieuwe regering eigenlijk wil. De Fransen niet. Zij schrijven traditioneel op staande voet boeken over het nieuwste politieke drama. Binnen twee maanden na het smadelijke verlies van Jospin tijdens de presidentsverkiezingen liggen al een stuk of acht analyses in de etalage van een provinciale boekhandel. Ex-politici, bestuurders, wetenschappers en journalisten proberen het echec in beeld te brengen. Bij doorbladeren overheersen de grote woorden. «La gauche» moet weer een hart krijgen, «la gauche» moet zich niet laten intimideren of juist bescheiden blijven. Wat je moet doen om de migrantenkinderen in de miserabele Franse voorsteden een leven te geven, blijft op het eerste gezicht buiten beeld.

Ik neem toch een boek mee — het derde alweer van een 28-jarige filosofieleraar uit een «zone sensible», een probleemwijk. Dat zul je hier tenslotte niet snel zien, een jonge leraar die zo af en toe een essay uitbrengt over de toestand van het land. Bovendien is de titel intrigerend: Sinistrose. Dat blijkt een naar goed Frans gebruik uit de psychiatrie geleende term. Van oorsprong van toepassing op Portugese en Marokkaanse migranten in Frankrijk, die na een te traag vorderend herstel van een fysieke kwaal in een toestand van apathie terechtkwamen, duidt de auteur, Vincent Cespedes, nu de geestesgesteldheid van grote groepen van het Franse electoraat als «sinistrose».

De kwaal begint met pessimisme over de mogelijkheden van sociale actie, gaat via woede vanwege het falende politieke systeem over in steun aan rechts dat het verfoeide stelsel in stand houdt. Links had de afgelopen jaren geen enkel idee hoe burgerschap in een migrantenmaatschappij te realiseren.

Cespedes, die vaak in de Franse media optreedt, beschrijft laaiend hoe daardoor extreem rechts met de in Frankrijk heilige waarden van «la République» (vrijheid, gelijkheid, broederschap) aan de haal kon gaan. De socialisten hebben gemene zaak gemaakt met rechts in plaats van de mensen in de van armoede gistende buitenwijken te emanciperen. De cruciale linkse missie, opvoeding van elke inwoner tot volwaardig lid van de politieke gemeenschap, is uit het oog verloren. (En, zoals de kosmopolieten in de USSR altijd de schuld van alles waren, hebben bij Cespedes zoals bij alle Fransen uiteindelijk de Amerikanen het gedaan.)

De jonge Cespedes houdt een nostalgisch betoog. Alleen door inspirerende maatschappelijke idealen voor zijn natuurlijke achterban te schetsen, door het onderwijs in ere te herstellen en nieuwe integriteit in de politiek te brengen, kan links terugvechten. Veel concreter wordt hij niet. Over het uiteenvallen van die natuurlijke achterban in een welvarend en een arm deel, over het onvermijdelijke onvermogen van de politiek om grote beloften waar te maken geen woord.

Ik vermoed, op basis van de flapteksten van de overige boeken uit die Franse etalage, dat deze zo’n zelfde sfeer ademen, met veel verwijten aan anderen en veel ideologisch borstgeroffel. C’est le ton qui fait la musique. Met een onbestemd gevoel over dat fameuze Franse intellectuele debat ga ik weer een tijdje krantenstukjes lezen.