Migratieland Australië

Een terechte loftrumpet?

Het Australische immigratiebeleid wordt wereldwijd omarmd door populisten en verguisd door mensenrechtenactivisten. Toch is het land behoorlijk multicultureel. Verdient het Australische beleid veroordeling of navolging?

Still uit het werk Remain van kunstenaar Hoda Afshar, een samenwerkingsproject met vluchtelingen op het eiland Manus © Hoda Afshar

Oogverblindend wit zand en een aquamarijne zee waarin de golven kleine rimpels vormen. Een strand omzoomd door regenwoud, met palmbomen die door de wind zijn gekromd. Onder een waterval staat een man met halflang haar en een donkere baard. Hij heeft een lichtbruine huid. Hij oogt Perzisch. Koerdisch, misschien. Zijn ogen zijn donker, zijn lijf glinstert van het water. De man is één met de paradijselijke omgeving, maar toch is het onmiskenbaar: die man hoort daar niet.

Het zijn indringende beelden, opgenomen op Manus Island, een minuscuul eilandje voor de kust van Papoea-Nieuw-Guinea. Daar brengt Australië al jarenlang vluchtelingen naartoe. Het is een gevangenschap, zonder vorm van proces en zonder zicht op vrijlating. De gedwongen detentie is onderdeel van het keiharde Australische beleid om bootvluchtelingen nooit toe te laten tot het land, maar te herbergen in offshore ‘opvangcentra’, ver weg van het Australische vasteland. Vorige maand zaten ruim negenhonderd mensen vast op Manus Island en Nauru, in de Stille Oceaan. Tot eind vorig jaar zaten er honderd kinderen in gedwongen ballingschap.

Sommige vluchtelingen stuurt Australië terug naar het land van herkomst, een deel is na een afspraak opgenomen door de Verenigde Staten, maar voor anderen is dat geen optie. Door hun vlucht zijn ze stateloos geworden, zoals Rohingya’s uit Myanmar en Koerden uit Iran, Irak en Syrië. Vaak verkeert hun land in een staat van oorlog. Op de eilanden, waar slechts een handvol Papoea’s wonen, is een menselijk bestaan bijkans onmogelijk. En ontsnappen kan niet. De Australiërs zien nagenoeg niets van wat er op de eilanden gebeurt, maar sinds november zijn de beelden van de man onder de waterval te zien in het Sydney Museum of Contemporary Art, op een steenworp afstand van de beroemde witte daken van het Opera House. Ze zijn onderdeel van de video-installatie Remain van de Iraanse kunstenares Hoda Afshar (1983).

Afshar filmde vorig jaar negen dagen lang op het eiland, dat doorgaans ontoegankelijk is voor journalisten, nadat ze eerst maandenlang met de bewoners communiceerde via WhatsApp. Ze vertelt erover nu ze terug is in haar thuisstad Melbourne: ‘De mensen op het eiland zijn zwaar getraumatiseerd. Ze kunnen niet meer tegen de schoonheid van de zee. Ze worden fysiek onpasselijk van de kleur groen, omdat het de enige kleur is die ze zien. Ons idee van een gevangenis is beton, tralies en hoge muren. Maar op Manus Island, waar deze mensen gevangen zitten, is de natuur de gevangenis. Dat maakt de beelden zo schokkend: we zien ongekende schoonheid terwijl we kijken naar trauma en dood.’

De Australische regering claimt dat het beleid noodzakelijk is om vluchtelingen ervan te weerhouden de levensgevaarlijke reis over de oceaan te ondernemen. Eén keer een vluchteling toelaten zal betekenen dat duizenden tijdens pogingen op zee zullen sterven, is het standpunt.

Met haar kunstwerk wil Afshar tonen wat de gevolgen zijn van dat hardvochtige beleid voor de mensen die vastzitten in de detentiecentra. ‘Ze worden enkel nog gezien als slachtoffers óf als daders die te gevaarlijk zijn om het land in te mogen. Het zijn echte mensen, met een ziel die hun wordt afgenomen.’ De omstandigheden op het eiland zijn schrijnend, vertelt Afshar. ‘Ze hebben jarenlang geen nieuwe gezichten gezien, dus toen ik arriveerde wilden ze allemaal mijn aandacht, een klein beetje van mijn tijd waarin ze de nieuwkomer even niet met anderen hoefden te delen. Ik heb met hen gekookt, gepraat, om een kampvuur gezeten. Toen ik na negen dagen opsteeg in het vliegtuig en het eiland onder me zag verdwijnen in de zee begon ik te huilen. Ik kon er dagenlang niet meer mee ophouden.’

Dit is het overheersende beeld dat velen van het Australische immigratiebeleid hebben: het land sluit vluchtelingen op en gooit de sleutel weg. Deze strenge houding is juist wat populisten en politici met anti-immigratiestandpunten in het Australische model aantrekt. Onder anderen Thierry Baudet streeft naar de invoering van ‘het Australische beleid’ in Nederland en ook Geert Wilders is enthousiast. De Britse Nigel Farage pleitte voor de invoering van een Australisch beleid en ook Frits Bolkestein kijkt bewonderend naar Australië. President Donald Trump van de Verenigde Staten nam onderdelen van het Australische beleid over in zijn beleid om immigratie vanuit Midden-Amerika in te dammen.

Maar het Australische beleid reduceren tot de kampen op de tropische eilanden is te eendimensionaal, nu Australië tegelijk de deur opent voor honderdduizenden kennismigranten. Populisten op hun beurt negeren dat het Australische immigratiemodel juist is gebaseerd op omarming van de multiculturele samenleving. Bovendien zouden sommige voorstanders die garen spinnen bij de afkeer van de elite er goed aan doen het beleid nog eens te onderzoeken: zij zouden kunnen schrikken van de gevolgen van het binnenhalen van louter hoogopgeleide immigranten.

‘For those who’ve come across the seas/ We’ve boundless plains to share’, is een beroemde strofe uit het Australische volkslied. Voor hen die over de oceanen komen, hebben wij eindeloze vlakten om te delen. De zin is paradoxaal: kennismigranten die naar Australië komen, krijgen nog steeds toegang tot de ‘eindeloze vlakten’ waarvan zij mogen profiteren. Maar de vluchtelingen die over zee Australië trachten te bereiken, kunnen van die vlakten slechts dromen.

Het is belangrijk onderscheid te maken tussen vluchtelingen die oorlog, vervolging en geweld ontvluchten en immigranten die uit vrije wil naar Australië trekken. Het land met zo’n 25 miljoen inwoners neemt nauwelijks zijn verantwoordelijkheid voor vluchtelingen, al houdt het zich nipt aan de internationale afspraken en verplichtingen daaromtrent. In 2017 zag de unhcr wereldwijd maar liefst 68 miljoen ontheemden, van wie meer dan de helft kinderen, vooral uit Syrië, Afghanistan, Soedan en Myanmar. Van de 3,5 miljoen mensen die wereldwijd officieel asiel aanvroegen nam Australië er 23.000 op, nog geen 0,65 procent. Daarmee eindigde het land op de 45ste plek als het aantal opgenomen vluchtelingen wordt afgezet tegen het bruto binnenlands product. Oftewel: Australië is erg rijk, maar houdt de poort potdicht voor vluchtelingen.

Dat het met cijfers en vaktermen eenvoudig goochelen is bewijzen Australische politici die beweren dat Australië juist een zeer humaan vluchtelingenbeleid heeft: het land staat immers op plek twee als het gaat om het aantal ‘hervestigingsplekken’ dat het biedt. Alleen Canada neemt meer ontheemden op via hervestiging. Daarbij laten de politici echter buiten beschouwing dat hervestiging slechts een mogelijkheid is voor een minuscuul deel van de vluchtelingen. In werkelijkheid opent Australië slechts de deuren voor 0,076 procent van de mensen van wie objectief is vastgesteld dat zij bescherming nodig hebben.

Het land hanteert een ontmoedigingsbeleid voor vluchtelingen die zélf naar Australië trachten te komen. Bootvluchtelingen worden opgesloten in offshore detentiecentra als Manus Island en Nauru. Boten die worden onderschept, worden door de marine teruggestuurd. In landen waar vluchtelingen vandaan komen worden campagnes gevoerd die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten: waag het niet naar Australië te komen. Het werkt: er zijn voorzover bekend geen nieuwe boten met vluchtelingen aangekomen in Australië sinds het beleid om bootvluchtelingen te weren opnieuw werd ingevoerd. Het is de trots van premier Scott Morrison, die voortdurend herhaalt dat zijn plan zorgt voor veilige grenzen en duizenden doden op zee voorkomt.

Asielaanvragers die per vliegtuig arriveren worden teruggestuurd of gaan naar binnenlandse detentiecentra, waar ze opgesloten zitten terwijl hun aanvraag wordt beoordeeld, een proces dat jaren kan duren. Anderen krijgen ‘huisarrest’, waarbij ze op één adres moeten verblijven en zich onder restricties in de gemeenschap mogen bewegen. Soms hebben deze mensen jarenlang tijdelijke verblijfsvergunningen, die om ondoorzichtige redenen weer kunnen worden ingetrokken. Het zorgt voor grote onzekerheid. Het is moreel moeilijk uit te leggen, maar de Australische bevolking sluit er goeddeels de ogen voor. Tijdens de verkiezingen hameren politici op het ‘gevaar’ dat buiten de deur wordt gehouden. Kunstenares Hoda Afshar, die de film maakte op Manus Island: ‘De mensen op die eilanden zijn politieke gijzelaars. Ik vergelijk het wel eens met de Middeleeuwen. Toen hing men de lichamen van gevangenen aan de kasteelpoort om mensen af te schrikken. Feitelijk doet Australië hetzelfde.’

Australië verwelkomt echter immigranten die uit vrije wil naar Australië komen: elk jaar krijgen tweehonderdduizend van hen een permanente verblijfsvergunning, terwijl er per jaar nog eens zevenhonderdduizend tijdelijke visa worden verstrekt, meestal met werkvergunning.

Jock Collins, hoogleraar sociale economie aan Sydney University of Technology, doet al 45 jaar onderzoek naar immigratie in Australië. ‘Immigranten zijn altijd noodzakelijk geweest voor het voortbestaan van het land. Om Australië economisch levensvatbaar te houden moet de bevolking groeien. Immigranten zijn altijd gezien als permanente toevoeging aan de samenleving, nooit als tijdelijke gasten.’

‘De vrees voor nieuwkomers komt voort uit een historische angst voor de “Aziatische horden” die ons land zouden overspoelen’

Sinds de Tweede Wereldoorlog leidde dat tot meerdere migratiegolven naar Australië. Eerst vooral uit het Verenigd Koninkrijk, later volgden West- en Centraal-Europa en het Midden-Oosten. De laatste tien jaar komt het overgrote deel van de immigranten uit China, India, Maleisië en de Filipijnen. Wie nu in aanmerking wil komen voor een visum moet voldoen aan een aantal criteria, die erop neerkomen dat jonge, hoogopgeleide mensen die Engels spreken en in staat zijn zichzelf financieel te onderhouden meer dan welkom zijn. Belangrijk: er wordt niet geselecteerd op land van herkomst, culturele achtergrond, religie of politieke overtuiging. Het gaat om de meerwaarde van een immigrant voor Australië.

Professor Collins: ‘Het werkt om mensen op hun toegevoegde waarde te beoordelen, dat is nu eenmaal zo. Het is in elk geval beter dan selecteren op basis van ras of religie.’ Toch denkt Collins dat het Australische model niet zonder meer naar andere landen is te exporteren. ‘Het systeem werkt vooral doordat Australië een eilandstaat is zonder landsgrenzen met buurlanden. Migratie is dus makkelijk te controleren. Australië heeft bovendien geen geschiedenis met gastarbeiders: eenieder die hier naartoe is gekomen, is vanaf het begin af aan geaccepteerd als volwaardig lid van de samenleving. Australië heeft ook nooit koloniën gehad aan wier bevolking het iets is verschuldigd. Dat is in Europa allemaal anders.’

De Luminous Lantern Parade, een jaarlijkse parade om nieuwkomers te verwelkomen en het multiculturele aspect van de stad Brisbane te vieren © Glenn Hunt / Getty Images

Wie in Melbourne naar zijn werk rijdt, moet tegenwoordig genoegen nemen met een gemiddelde snelheid van 58 kilometer per uur. Tien jaar geleden was dat nog 78 kilometer per uur. De reden: de vele immigranten. Tenminste, dat zeggen de anti-immigratiepartijen die in Australië meer en meer voet aan de grond krijgen. Die partijen spelen in op de zorgen in Australië over de vele nieuwkomers. Inmiddels is bijna een derde van de Australiërs niet in het land geboren. Hoewel nog altijd het overgrote deel van de Australiërs positief staat tegenover migranten zijn er verscheidene kleine politieke partijen opgekomen die immigratie willen beperken. Premier Morrison zei eenmalig het aantal nieuwkomers met dertigduizend per jaar te beperken, maar deskundigen zien dat als een symbolisch gebaar.

Australiërs vrezen vooral dat immigranten negatieve effecten hebben op het gebied van overbevolking, het milieu en de huizen- en arbeidsmarkt. Ook zou de Australische cultuur verloren dreigen te gaan. Dat klinkt bekend: exact dezelfde zorgen leven in landen waar immigranten minder streng op hun toegevoegde waarde zijn geselecteerd. Het zijn juist deze problemen waarvoor het Australische model als oplossing wordt beschouwd.

Australië is een van de meest verstedelijkte landen ter wereld en verreweg de meeste immigranten hebben zich in Sydney en Melbourne gevestigd. De instroom van hoogopgeleide immigranten wordt gezien als een oorzaak van de explosief gestegen huizenprijs in de steden. Er zijn meer oorzaken voor die prijsstijging, maar feit is dat huizen in bepaalde wijken voor ‘gewone’ Australiërs niet meer te betalen zijn en dat veel van de hoogopgeleide migranten een beter salaris verdienen dan de gemiddelde Australiër. Dan wordt snel met de vinger gewezen.

Professor Collins denkt dat Australische politici ten onrechte meegaan in de zorgen over immigratie. Hij vermoedt dat immigranten de schuld krijgen van wringende thema’s als overbevolking, het milieu en de huizenmarkt terwijl daarvoor andere oorzaken zijn. ‘In Australië bestaat een vreemde tegenstelling: vrijwel iedereen is positief over de bijdrage van immigranten, maar toch is er angst voor nieuwkomers. Dat komt voort uit een historische angst voor de “Aziatische horden” die ons land zouden overspoelen. Vreemd genoeg leeft die angst onder de oppervlakte nog steeds, al is die nu meer richting moslims gedraaid. De angst wordt verder opgezweept door politici, maar is volledig buiten proportie. In feite doen immigranten het in Australië hartstikke goed.’

Sterker nog, de nieuwkomers blijken het geregeld beter te doen dan de autochtone Australiërs. Ze verdienen meer geld en zijn beter opgeleid: acht op de tien hebben een universitaire opleiding. Tot scheve gezichten heeft die opmerkelijke verhouding niet geleid. De gemiddelde Australiër is zich er zeer goed van bewust dat het dankzij de vele migranten is dat het land al decennia geen recessie heeft gekend.

Dat sentiment is in Nederland anders. Thierry Baudet bijvoorbeeld wil ‘migranten die iets komen brengen, niet die alleen iets komen halen’. Het is interessant om te bedenken hoe zijn electoraat zou reageren als een forse instroom hoogopgeleide immigranten het beter gaat doen dan ‘gewone’ Nederlanders.

De deuren open voor migranten, jaarlijks tweehonderdduizend nieuwe verblijfsvergunningen, immigranten als essentieel onderdeel van de samenleving, als aanjager van de economie, en dat zonder selectie op basis van afkomst of religie. Het zijn de kernwaarden van het Australische model.

Waarom omarmen politici die gekant zijn tegen immigratie en een multiculturele samenleving het dan? Zij wijzen vooral op de mogelijkheid om te selecteren wie er binnenkomt. De Australische premier Scott Morrison zag in de lof van Trump reden om vergenoegd te stellen dat ‘de rest van de wereld het eindelijk begint door te krijgen’.

Wie het Australische model slechts wil gebruiken om mensen buiten de deur te houden, heeft echter de gedachte achter het model volkomen verkeerd begrepen, zegt Collins: ‘Het is onterecht dat populisten Australië zien als een lichtend voorbeeld. Wij hebben relatief meer immigranten dan vrijwel elk land ter wereld, alleen Luxemburg en Zwitserland hebben er meer. De impact op onze samenleving is grotendeels succesvol geweest. Dat komt doordat Australië de multiculturele samenleving heeft omarmd, zowel met het overheidsbeleid als in de volksaard. Dat is nu juist wat populisten afwijzen. Als je het Australische model wilt volgen, moet je niet naar het puntensysteem wijzen waarmee mensen worden beoordeeld bij binnenkomst, je moet het idee omarmen dat er voor eenieder een plaats is in de samenleving.’

Collins stoort zich aan de misvattingen over het Australische model: ‘De populisten maken een denkfout: zij denken dat ze een middel krijgen waarmee ze kunnen kiezen wie ze willen. Het Australische beleid gaat in werkelijkheid om de totaliteit: dat families het recht hebben om onderdeel te zijn van een nieuwe natie, het recht om beschermd te worden, het recht op burgerschap. Australië kiest zijn nieuwe bewoners niet op basis van culturele achtergrond of religie.’

Daarmee raakt hij een opmerkelijk punt. Velen die het Australische model voorstaan, verliezen de kern van het beleid uit het oog, bewust of onbewust.

In een monter campagnefilmpje van Forum voor Democratie legt Thierry Baudet uit dat hij streeft naar de invoering van ‘het Australische model’. Hij somt op aan welke kenmerken een immigrant moet voldoen, maar voegt daar in één adem aan toe dat hij wil selecteren ‘op basis van culturele achtergrond’ en dat mensen met ‘extreme politieke ideeën die niet in lijn zijn met onze westerse beschaving dienen te worden uitgezet’.

Met die ogenschijnlijk achteloze toevoeging vernietigt Baudet de kern van het Australische beleid: ja, dat kijkt zeer streng naar de toegevoegde waarde van een nieuwkomer, maar juist afkomst, culturele achtergrond, seksuele voorkeur, politieke overtuiging en religie doen bij de Australische selectie niet ter zake.

Het zijn bespiegelingen die er tussen de groene muren van het tropische Manus Island weinig toe doen. Daar wachten honderden vluchtelingen in onzekerheid op een toekomst die maar niet begint. De omstandigheden zijn er zo slecht dat twee vluchtelingen zichzelf in brand staken uit protest. Een van hen overleefde dat niet.

De Australische omgang met nieuwkomers wordt gekenmerkt door tegenstrijdigheden. Zo open als de samenleving is voor hen die een nieuw leven willen opbouwen, zo streng zijn de regels voor kwetsbaren die hun leven riskeren om Australië te bereiken. Volgens voorstanders zorgt juist die strenge selectie ervoor dat Australiërs het vertrouwen hebben dat nieuwkomers bij het land zullen passen. Daar valt iets voor te zeggen en het is, met de enorme migratiestromen in Europa en de rest van de wereld, niet verwonderlijk dat men het Australische model bestudeert.

Dan moet het echter op zijn merites worden beoordeeld, niet op basis van de selectieve interpretaties van populisten die het misvormen tot een beleid waarmee mensen vooral buiten de deur worden gehouden. Dat laat nog buiten beschouwing dat het Australische beleid in Europa nauwelijks te handhaven zou zijn: daarvoor zijn er te veel poreuze grenzen. Er zijn bovendien te veel brandhaarden dichtbij, met slechts de Middellandse Zee als barrière.

Men kan niet de ogen sluiten voor de meedogenloze behandeling van bootvluchtelingen in Australië. Een systeem dat honderden kwetsbaren, vaak slachtoffer van marteling en vervolging, zonder vorm van proces opsluit op een nagenoeg onbewoond eiland, ver weg van onmetelijke rijkdom, verdient een kritische blik.