Een terugkerend dilemma

Terwijl de ergste economische crisis in tachtig jaar over het Europese continent woedt, loopt de Duitse economie nog steeds als een trein. Het land is nog steeds de grootste netto-exporteur ter wereld, geniet een enorm overschot op de betalingsbalans en kent een lage werkloosheid. Dankzij deze wapenfeiten wordt het Duitse economische model door velen gezien als een lichtend voorbeeld, dat door andere Europese landen moet worden nageleefd.

Medium rem koolhaas europa

Helaas is dit een misvatting, die ver bezijden de waarheid ligt. Exporteren van het mercantilistische Duitse model naar andere landen zou leiden tot ondermijning van het Europese project op een diepgaande manier en zou op termijn de weg vrijmaken naar de vernietiging ervan.

Het is gemakkelijk om te vergeten dat het Europese project gebouwd is op een visie van pure noodzaak. De grondleggers van de Europese Unie waren geen romantische idealisten die droomden van een verenigd Europa, zoals Mazzini dat deed in de negentiende eeuw. Integendeel, deze mannen waren getuige van een van de zwaarste verschrikkingen die de mensheid ooit had gezien. Dertig miljoen mensen waren gedood, een kwart van de vooroorlogse welvaart was verwoest en het liberaal-democratische systeem had een groot deel van zijn geloofwaardigheid als een stabiel en aantrekkelijk politiek systeem verloren. Na zes jaar oorlog was Europa een verwoest continent dat bijna volledig was verdwenen in de afgrond.

Erger nog, deze fatale ontwikkeling was niet te wijten aan een toevallige samenloop van omstandigheden. Integendeel, de belangrijkste oorzaak was incrementeel aan het Europese internationale politieke systeem van machtsevenwicht. Dit systeem - waarin staten allianties opbouwen om overheersing door een andere staat of een ander bondgenootschap te vermijden - leverde stabiliteit in Europa voor enkele eeuwen, omdat de grote mogendheden elkaar in bedwang hielden. Dit veranderde echter na de eenwording van Duitsland in 1871. De Eerste en Tweede Wereldoorlog hebben aangetoond dat de andere Europese mogendheden Duitsland alleen met de hulp van de veel sterkere Verenigde Staten in toom konden houden.

De grondleggers van de Europese Unie erkenden terecht dat Europa van richting moest veranderen. De concurrentie tussen staten was niet langer een haalbare optie. In plaats daarvan pleitten zij voor een tegenovergestelde koers en stelden een systeem van samenwerking op om een vreedzame toekomst voor het naoorlogse Europa vorm te geven. Het was een koerswijziging waarvan we nog steeds de vruchten plukken. In geen enkele andere periode in de geschiedenis heeft zo'n groot deel van het Europese continent een periode van vrede en stabiliteit genoten. Hoewel Oost-Europese landen na 45 jaar onder het communistische bewind nog een grote inhaalslag te maken hebben, hebben ze ook veel steun gehad aan de Europese samenwerking. De Baltische landen, Polen en de Tsjechische Republiek zijn met een opmerkelijke snelheid in het Europese project geïntegreerd.

Helaas is er een keerzijde, doordat er een cruciale fout is gemaakt. Zeer lange tijd hebben beleidsmakers zich in de eerste plaats gericht op economische integratie en de veel moeilijker politieke kant van de medaille verwaarloosd. David Hume heeft er een paar eeuwen geleden al terecht op gewezen dat als geld niet wordt gekanaliseerd door politieke instellingen het de vorm van water aanneemt en naar het punt van de minste weerstand stroomt. Dit is precies wat er heden ten dage in Europa gebeurt, maar op een schaal met meer omvattende en diepgaande effecten dan Hume zich ooit had kunnen voorstellen. Geld stroomt uit de armere periferie naar de kern, waardoor ze nog meer verarmt. Dit is een fundamenteel probleem dat de levensvatbaarheid en de bestaansreden van Europese samenwerking ondermijnt.

Erger nog, Duitsland doet niets om deze trend te keren. Het voert een mercantilistische economische politiek door zo veel mogelijk welvaart te accumuleren. Duitsland heeft bijvoorbeeld zijn minimumlonen afgeschaft om economische groei te stimuleren. Ondertussen worstelen bedrijven in België om te kunnen concurreren met hun Duitse sectorgenoten, omdat in België de maatschappelijke waarde van een minimuminkomen voor arbeiders wel wordt erkend. De ongeëvenaarde positie van de Duitse economie binnen de Europese Unie is vanuit een groter geheel gezien niet meer dan een pyrrusoverwinning. In een race naar de bodem strijden natiestaten met elkaar voor de laagste belastingen en lonen. Dit is een onhoudbare neerwaartse spiraal omdat het niet bijdraagt tot een meer stabiele Europese economie, maar, integendeel, juist de inherente instabiliteit vergroot.

De grondleggers van het Europese project erkenden dat de toekomst van Europa in essentie een dilemma is. De eerste optie is om de darwinistische competitie tussen natiestaten zijn loop te laten. Het alternatief is om te streven naar een project van integratie en de nodige instellingen op te richten die de instabiliteit en onzekerheid van de menselijke toestand kunnen doen verminderen. Uiteindelijk is internationale politiek zo simpel.


Djurre Fijen studeerde Geschiedenis, Filosofie en Intellectuele Geschiedenis in Groningen en Londen en heeft stage gelopen bij het Euro. Zijn belangrijkste interesses gaan uit naar de toekomst van de sociaal-democratie en de (on)mogelijkheden van Europese samenwerking.


Beeld:
2004
Ontwerp voor de Europese Vlag
Rem Koolhaas OMA-AMO
Vlag ontwerp