Een tienjarige mislukking

Opnieuw wordt het Afghaanse volk overstelpt met spijtbetuigingen. Een paar dagen terug drong een sergeant van het Amerikaanse leger een paar huizen van Afghaanse burgers binnen, opende het vuur en vermoordde twaalf volwassenen en vier kinderen. Dat is het voorlopig saldo. In Washington traden alle verantwoordelijke autoriteiten aan om blijk te geven van hun medeleven. President Obama noemde de gebeurtenis tragisch en schokkend. In Kabul sprak collega Karzai van een ‘onmenselijke en opzettelijke daad’ en eiste dat er recht zou worden gedaan. Zie daar de nieuwste tragedie die laat zien hoe groot de kloof is tussen het Westen en het volk dat het wil bevrijden.

In dit deel van de wereld zijn willekeurige massamoorden zeldzaam, maar tegelijk hoort ‘wild in het rond schieten’ tot de aberraties van onze cultuur. Op 19 april 1995 blies Timothy McVeigh het regeringsgebouw in Oklahoma City op en doodde daarbij 168 mensen. Op 20 april 1999 openden twee leerlingen van Columbine High het vuur, waarbij ze twaalf medeleerlingen doodden en daarna zelfmoord pleegden. Vorig jaar beschoot Anders Breivik een congres van Noorse socialisten waarbij 77 doden vielen. Nog geen jaar geleden ging het mis in Alphen aan den Rijn. Een jonge wapenfreak maakte daar zes slachtoffers en pleegde zelfmoord. Wat zijn de motieven achter deze misdaden? In onze cultuur is er een zekere vatbaarheid voor en dus verdient deze risicofactor nadere bestudering.

Nog zo’n culturele valkuil: het machtsmisbruik. In 2004 bereikten foto’s uit de Abu Ghraib-gevangenis in Irak de wereldpubliciteit. Documenten die aantoonden dat de gevangenen daar stelselmatig werden vernederd. Hoe weerzinwekkend ook, wat er toen is gepubliceerd geeft niet de volledige waarheid weer. Een paar jaar geleden dreigden nog meer foto’s te worden gepubliceerd, kennelijk van een zo geladen gehalte dat Obama het heeft verhinderd. En nu uit Afghanistan de foto’s van verbrande en smeulende korans. Ook bij deze gelegenheid weer de verontwaardigde plaatselijke autoriteiten en onze hoogste leiders die zich wentelen in spijt.

Ten slotte de militaire vergissingen. Op het Afghaanse strijdtoneel maken de Amerikanen onder meer gebruik van drones, de onbemande vliegtuigjes die vanuit een basis in Nevada worden bestuurd en door een druk op de daar aanwezige knop hun bommen op de vijand laten vallen. Meestal is het een concentratie van de Taliban of al-Qaeda, maar een enkele keer wordt er een school of een bruiloft getroffen. En dan opnieuw de diepste spijt over wat hier als collateral damage bekendstaat en aan de andere kant de diepste verontwaardiging wekt.

Voor al deze ontsporingen, vergissingen en regelrechte misdaden hebben we hier onze verklaringen. De daders waren overspannen, ‘doorgedraaid’, er waren technische fouten gemaakt. Tot dusver is onze publieke opinie daarmee min of meer gerust­gesteld, en dus blijven we in Afghanistan, nu tot 2013, als naar onze maatstaven ‘de klus geklaard’ zal zijn. Er is ook een andere kant van de waarheid. In een verslag van de International Herald Tribune van 12 maart worden Afghaanse parlementsleden en andere autoriteiten geciteerd. Ze zijn van mening dat de aanval die aan deze zestien mensen het leven heeft gekost ‘volgens plan is uitgevoerd. Eén enkele soldaat is niet tot zo’n moordpartij in staat.’

Misschien is deze reactie tekenend voor het stadium van de verhouding tussen de Afghanen en hun bevrijders na een jaar of tien. Deze gebeurtenissen zijn niet het gevolg van een ‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’ of een ‘tragisch misverstand’. De diepste oorzaak van dit alles is de diepe culturele kloof die in de oorlogspraktijk van de afgelopen tien jaar nog dieper is geworden.

Dit averechts gevolg zou moeten leiden tot een radicale herziening van de westerse buitenlandse politiek. Amerika is na 9/11 in Afghanistan terechtgekomen uit overwegingen van zelfverdediging, om de moslimterreur te verslaan. Daarna volgde de aanval op Irak, met in de grond van de zaak hetzelfde doel. Vervolgens kwam de bevrijding van de betrokken volken uit de dictatuur en de vestiging van vrije democratieën erbij. De eigentijdse versie van the white man’s burden zoals Rudyard Kipling het in 1899 heeft uitgedrukt. Toen was het de rechtvaardiging van het imperialisme. Nu verwijzen we naar een humanitaire opdracht en de beginselen van de Verenigde Naties. In theorie blijft deze gemoderniseerde versie nobel klinken, maar de praktijk van de afgelopen tien jaar heeft geleid tot de halve mislukking van Irak, de catastrofe in wording van Afghanistan en de machteloosheid tegenover het bloedbad in Syrië.

Wordt het geen tijd dat het Westen de doelstellingen van zijn buitenlandse politiek radicaal gaat herzien? Tien jaar uit alle macht tekeergaan in een doodlopende steeg is veel te lang. De middelen om de regio van herkomst te hervormen hebben tot dusver gefaald. Intussen is de verdediging tegen het moslimterrorisme geperfectioneerd. Tien jaar na 9/11 wordt het tijd dat we eens over een nieuwe benadering gaan denken. Een uitdaging voor onze generale staf en misschien ook voor Instituut Clingendael.