Bitterzoete nostalgie in A World Not Ours

Een tijdelijke identiteit

A World Not Ours van cineast Mahdi Fleifel bewijst het ongelijk van David Ben-Goerion. In het Palestijnse vluchtelingenkamp Ain-el Helweh wordt het verleden nooit vergeten.

Medium awno   samer in camp l

‘Ooit zullen de oude mensen sterven en zullen de jongeren vergeten.’ Dit citaat van David Ben-Goerion, de eerste premier van Israël, eind jaren veertig, staat gegrift in het geheugen van cineast Mahdi Fleifel. In A World Not Ours documenteert hij het leven in het Palestijnse vluchtelingenkamp Ain-el Helweh in Libanon waar hij opgroeide. Fleifel werd geboren in Dubai nadat zijn ouders het kamp hadden verlaten op zoek naar een beter leven elders. Toch keerden ze vaak terug naar Ain-el Helweh, in werkelijkheid een dichtbevolkte stad met een bruisende samenleving die in schril contrast staat met de politieke status van de inwoners. Die kunnen geen kant op; ze hebben geen land en weinig tot geen rechten. Deze situatie is al sinds 1948 onveranderd.

Fleifels film zet vraagtekens bij de voorspelling van Ben-Goerion. De Israëlische staatsman verschijnt in de film drie keer. Twee keer als een soort duivel in zwart-wit, een man met wild, grijs haar die met priemende ogen in de camera kijkt. En een keer als een oude man werkend op zijn boerderij in de Negev-woestijn. De stem van de verteller, filmmaker Fleifel, klinkt: het had gekund dat ík als kind op zo’n boerderij speelde.

Voor hem is de terugkeer

In A World Not Ours plant het gevoel van ontheemd zijn zich voort van geslacht op geslacht. Het definieert de identiteit van de Palestijnen in Ain-el Helweh. En toch vormt nostalgie naar het ontwijkende begrip ‘thuis’ de kern van de film. Geïnspireerd door zijn vader die altijd een videocamera bij zich had waarmee hij álles filmde, keerde Fleifel in 2010 terug naar het kamp om het leven daar vast te leggen. Met zijn eigen camera speurt hij naar de spanning tussen iets wat tijdelijk had moeten zijn, maar wat permanent is geworden. Voor hem is de terugkeer naar de benauwde straatjes van zijn jeugd ‘beter dan een bezoek aan Disneyland’. Hij ontmoet zijn oude vrienden weer, vooral ‘Abu Eyad’ die op jonge leeftijd als een Fatah-soldaat plo-leider Jasser Arafat verafgoodt, maar die inmiddels zoals vele anderen van zijn generatie gedesillusioneerd een uitzichtloos bestaan leidt.

De politieke onderstroom is constant, maar het is vooral het speuren naar de menselijkheid van de inwoners dat de film máákt. Fleifels fijnste jeugdherinnering is kijken naar het WK voetbal. Dat is in het kamp een feestelijke gebeurtenis waarin familie, buren en vrienden een andere, tijdelijke identiteit aannemen. Voor even zijn ze Brazilianen, Italianen of Fransen. Dat leidt tot vrolijke rivaliteit, maar ook tot gewelddadige confrontaties waarin niet zelden messen worden getrokken.

naar de benauwde straatjes van zijn jeugd ‘beter dan

Deze kleurrijke figuren passen bij of geven wellicht aanleiding tot de verteltoon van de film waarin humor en ernst, hoop en wanhoop en herinnering en vergeten lijnrecht tegenover elkaar staan. Fleifel klinkt vrolijk als Joe de verteller in Woody Allens Radio Days (1987), over een gezin in New York in de jaren dertig. Net als bij Allen overheerst in A World Not Ours de muziek, bijvoorbeeld jazz van Roy Eldridge en The Ink Spots met If I Didn’t Care. Deze nummers vormen niet alleen een contrast met de trieste omgeving, ze tekenen de personages, zoals een oom die voortdurend in een persoonlijke oorlog tegen voetballende buurkinderen gewikkeld is, of een opvliegende neef die zijn duiven uitbundig shampoot. De sfeer is bitterzoet, alsof de vluchtelingen niet anders kunnen dan leven, ook al is dat een leven zonder toekomst.

Fleifel focust op deze menselijkheid. Dat geeft zijn film iets eerlijks, ook wanneer hij als student een bezoek brengt aan het holocaustmuseum Yad Vashem in Jeruzalem en duidelijk wordt dat hij weinig sympathie voelt. Door deze wrange gewaarwording wordt nog iets duidelijk: de eerste premier van Israël had niet ten dele maar volledig ongelijk met zijn voorspelling. Daarvan is A World Not Ours het tastbare bewijs.

een bezoek aan Disneyland’

Human Rights Weekend

Van 31 januari tot en met 2 februari wordt in De Balie in Amsterdam het Human Rights Weekend gehouden met films en debatten. Journalisten van De Groene Amsterdammer verlenen hun medewerking aan dit festival. Zo neemt Monique Samuel op zondag 2 februari deel aan een gesprek met fotograaf Roger Anis die voor de Egyptische krant Al-Shorouk de omwentelingen in Egypte sinds 2011 registreerde. Anis’ foto’s staan ook bij dit artikel over de christenen in Egypte. Op vrijdag 31 januari interviewt Casper Thomas na afloop van de film Pussy Riot: A Punk Prayer een van de makers. Evert de Vos gaat op zaterdag 1 februari na de film A World Not Ours in gesprek met vluchtelingen en op zondag 2 februari leidt Joost de Vries een discussie over frontline journalism naar aanleiding van de film Which Way Is the Frontline from Here? The Life and Time of Tim Hetherington. De voertaal is Engels. Meer informatie: debalie.nl

beeld: HRW