De inburgeringscursus voor Máxima

Een tikje exotica

In een gesprek met Máxima doet professor Victor Halberstadt een poging haar de nodige wijsheden bij te brengen opdat zij straks als koningin de ideale mix van Zuid-Amerikaanse hartstocht en Nederlandse nuchterheid zal zijn.

– Victor Halberstadt: Dus laten wij nog een keer repeteren, Máxima. De hoofdstad van Drenthe is…?

– Máxima: Assen.

– De Commissaris van Drenthe heet…?

– Relus ter Beek.

– Zijn bijnaam is…?

– Het theezakje.

– Heel goed. De koningin van Nederland heeft géén verhouding gehad met…?

– Laurens-Jan Brinkhorst.

– Heel goed Máxima! En dan wil ik het nu met je hebben over je vader.

– Over mijn vader?

– Lieve Máxima, je gaat niet trouwen met zomaar iemand. Je gaat trouwen met de prins der Nederlanden, de toekomstige koning van dit land. Jij zult later koningin worden en dat betekent dat alles wat je vertegenwoordigt als het ware maagdelijk moet zijn.

– Alles?

– Nou ja, alles wat staatsrechtelijk van belang is. Vergeet niet dat het koningschap een door God gegeven instelling is. En alles wat God geeft, is perfect. Kun jij je voorstellen dat God ergens een potje van zou maken?

– Nee, oom Vic.

– Goed. Vertel me dan eens: is je vader een aardige man?

– Een heel aardige man.

– Heeft hij jullie nooit geslagen of zoiets?

– Maar oom Vic! Nooit. Hoe kunt u zoiets vragen? Mijn vader is de liefste, de aardigste, de attentste vader geweest die een dochter zich kan wensen. Hij is ook altijd heel lief geweest voor mijn moeder en voor onze honden. Mijn vader heeft in zijn hele leven nooit een vlieg kwaad gedaan. Weet u dat mijn vader heel mooi piano kan spelen en dat hij eerste drukken spaart van de werken van Borges en dat hij…

– Hohoho! Máxima, daar gaat het hier niet om. Waar het om gaat is dat de Nederlandse burgers het beeld krijgen van een vader van onbesproken gedrag.

– Wat heeft mijn vader daarmee te maken? De Nederlandse kroonprins trouwt toch niet met mijn vader? Hij trouwt met mij. Vraag maar aan mij of ik van onbesproken gedrag ben.

– Maar dat weet ik al, lieve Máxima. Dat weet ik al. Maar dat is niet genoeg. Het gaat erom dat wij, nou ja wij, het Nederlandse volk trots kunnen zijn op jou en jouw familie. Dat je later een kindje krijgt, waarvan het hele Nederlandse volk kan zeggen: ja dat is van ons.

– Oom Victor, ik wil niet onbeleefd zijn tegen het Nederlandse volk, maar met mijn kindje heeft het Nederlandse volk niets te maken. Misschien ben ik wel onvruchtbaar.

– Máxima, dat ben je niet. Houd je niet van de domme. We weten allebei dat je op dat punt bent gescreend door de bvd, de Nederlandse veiligheidsdienst.

– Dat was een heel gemeen en naar onderzoek! En dan ook nog eens uitgevoerd door de hofarts, iemand die nota bene professor Platje heet. Kan het Hollandser? Aan zoiets doe ik nooit meer mee! En nu ga ik shoppen, want ik moet nog een nieuwe jurk kopen.

– Máxima, blijf! Je mag zo gaan shoppen. Kijk eens wat ik hier heb?

– Een creditcard.

– Ja precies, een creditcard. En die krijg je. Zometeen. Om ermee te shoppen, maar eerst moet je nog een paar vragen beantwoorden.

– Geef hier! (probeert hem af te nemen)

– Hoho, Máxima, zo gedraagt een toekomstige koningin zich niet. Ga zitten.

– (gaat morrend weer zitten)

– Nou, vertel eerst eens: heeft je vader er thuis wel eens over gesproken?

– Waarover?

– Over de tijd van de junta.

– Je bedoelt de junta van Videla?

– Ja, natuurlijk bedoel ik de junta van Videla. Wist je bijvoorbeeld dat je vader staatssecretaris van Landbouw was in de regering van de junta?

– Toen hij werd benoemd, was ik vijf.

– Weet je hoeveel mensen er zijn omgekomen tijdens de junta?

– Zes miljoen?

– Dertigduizend. Heb je thuis wel eens horen praten over verkrachtingen en ontvoeringen? Over martelgevangenissen?

– Nee.

– Over geadopteerde baby’s van geliquideerde tegenstanders?

– Nee.

– Over de Jockey Club?

– De Jockey Club, wat is dat?

– Dat was de herensociëteit van de junta. Je vader was er lid van. Alle plannen van de junta werden er besproken, ook de meest geheime.

– Ik weet zeker dat mijn vader een goed mens is. Dat hij aan niets heeft meegedaan dat het daglicht niet kan verdragen. Ik ken mijn vader. Ik houd van hem. Jullie willen alleen maar rotzooi boven water krijgen omdat ik van iemand ben gaan houden die toevallig een kroonprins is. Wat is dat voor een absurditeit? Moet mijn vader twintig jaar later emmers stront over zich heen krijgen omdat zijn dochter verliefd is geworden? Zijn jullie in Nederland wel goed wijs? Hoeveel Nederlandse joden zijn er in de Tweede Wereldoorlog weggevoerd? In dat boek dat ik van jou gelezen moest hebben, oom Victor, dat boek van Loe de Jung of De Joeng of hoe heet-ie ook alweer, wordt een getal van 125.000 joden genoemd. Meer dan 125.000 joden hebben de Nederlanders aan de Duitsers meegegeven! Dat is vier keer zo veel als het aantal dat in Argentinië is verdwenen! Ik bedoel: wat deed de vader van Wim Kok in de Tweede Wereldoorlog? Heeft ooit iemand de familie Kok gescreend? Nee, natuurlijk niet, want dan zou je het hele Nederlandse volk moeten screenen. Wat matigen die mensen zich aan om navraag te doen over het leven van mijn vader?

– Het gaat om ons koningshuis. Ons koningshuis heeft een voorbeeldfunctie.

– Een voorbeeldfunctie? Mij is alleen maar opgevallen dat leden van het koningshuis niets mogen zeggen wat de moeite waard is. Zodra ze ook maar iets zouden zeggen dat echt iets te betekenen heeft, dan begint iedereen te schreeuwen over de ministeriële verantwoordelijkheid. Betekent een voorbeeld geven in Nederland dat je je bek moet houden?

– Maar wij moeten weten of je vader clean is.

– En hoe dachten jullie dat te onderzoeken? Denk je dat Loe de Jung of De Joeng, of hoe die ook alweer heet, zomaar naar Argentinië kan gaan om inzage in de stukken te vragen? Zijn ze in Nederland zo naïef, zo dom? Het onderzoek in Argentinië zelf moet nog beginnen en als je het echt historisch verantwoord aanpakt, gaat dat jaren duren. Dat onderzoek vanuit Nederland wordt helemaal niets en kan ook helemaal niets worden. Jullie moeten ermee ophouden, tenzij jullie de liefde tussen mij en Alexander om niets stuk willen maken.

– Mmm… misschien kunnen wij het onderwerp voorlopig beter laten liggen. Ik zal dat eens met onze minister-president bespreken. Nog één persoonlijke vraag, voor ik je ga uitleggen hoe de Nederlandse politiek in elkaar zit. Als dat tuig van de pers je vraagt of je nog maagd bent, wat antwoord je dan?

– Dat ik natuurlijk nog maagd ben! Tot dusver heb ik altijd heerlijk gemasturbeerd.

– Is dat echt het antwoord dat je van Eef Brouwers uit je hoofd hebt geleerd? Máxima, wil je wel aan de tekst van de rvd houden?!

– Ja, oom Vic…

 

 

 

– Victor Halberstadt: Wat je om te beginnen moet weten, kind, is dat het in de Nederlandse politiek anders gaat dan bij jou thuis. Het is hier een klein land waarin iedereen iedereen kent en iedereen jij tegen je zegt, tegen zowel de Kamerleden als tegen de minister-president.

– Máxima:Wat raar! Pappie werd in zijn tijd altijd met ´excellentieª aangesproken.

– Daar doen wij niet aan, Máxima. Want excellentie is afgeleid van excellent en daar hebben wij in Nederland een hekel aan.

– Maar wat zeg ik dan straks tegen meneer Kok?

– Gewoon, meneer Kok.

– Lex zei dat hij van de socialisten is. Is dat niet gevaarlijk?

– Nee hoor. Wim Kok is van de Partij van de Arbeid. Dat zijn de moderne socialisten. Dat betekent dat Wim Kok zelfs met de vvd kan regeren.

– De vvd?

– Dat zijn de liberalen. De moderne liberalen. Dat betekent dat zij zelfs met de socialisten onder één deken kunnen liggen.

– Eén deken?

– Beeldspraak, kind. Let er maar niet op.

– Ik zag laatst op de tv zo’n knappe jongen. Zo’n beetje een danstype. M’n schoonmoeder is weg van hem. Hij zit ook in de politiek. Madre de Dios, hoe heet hij ook weer? Iets van Mulder.

– Paul Rosenmöller, bedoel je? Die is van GroenLinks. Ook niet écht gevaarlijk. Die gaan straks gewoon meeregeren. Waarschijnlijk met de Partij van de Arbeid en het cda.

– Het cda?

– Ja, het cda. Dat zijn de christen-democraten.

– De christen-democraten! Dat zijn dus de mensen van pappie en mij?

– Nee, Máxima, fascisten zijn het niet. Het cda is een moderne christelijke partij die openstaat voor andersdenkenden, desnoods Turken en Marokkanen, want het ledental is niet meer wat het is geweest en ze zitten nu in de oppositie en ze hebben een politiek leider die vindt dat Menno Buch achter de decoder moet en… Enfin.

– Menno Buch? Is dat ook een politicus? Wat betekent cad eigenlijk?

– cda. Dat betekent Christen-Democratisch Appèl.

– Appèl…?

– Dat betekent dat ze salueren voor het bidden.

– U neemt me toch niet in de maling, oom Vic?

– Nee hoor, schat. Zal ik nog een Bloody Mary voor je bestellen?

– Lekker, oom Vic! Ik was laatst op een houseparty, samen met Lex… En daar was een wat oudere man… Een beetje dronken… Hij had z’n dochter bij zich… En hij zat óók in de politiek, zei hij.

– Hans van Mierlo, bedoel je? Die deed bij ons een tijdje Buitenlandse Zaken. Nu is hij met pensioen.

– Ja, die is het. M’n schoonmoeder zei laatst: Hans van Mierlo, daar moet je kennis mee maken. Dat is zo’n beleefde man. Die doet alles wat je zegt. Zeker ook van het cda?

– Nee, nee, nee, meisje. Hans van Mierlo is van Democraten 66.

– Gut, ik had hem geen dag ouder dan zestig gegeven. En wat is dat voor een partij?

– Dat is niet zo eenvoudig uit te leggen. Het zijn geen socialisten. Het zijn eigenlijk een soort liberalen. Ze zijn niet links en niet rechts… Het is eigenlijk een soort ouderenpartij voor jongeren die alles wil kiezen, de burgemeester, de Commissaris van de Koningin, de koningin zelf…

– Getverderrie! Dus die gaan straks stemmen over de vraag of ik…?

– Het zit wel goed kind, zeker als het aan Van Mierlo ligt.

– Mag ik u wat anders vragen, oom Vic? Er staan in de krant zulke lelijke dingen over mij. Dat ik een feestbeest ben en zo. Mag dat in Brussel zomaar?

– Amsterdam, kind. Je bent nu in Amsterdam. Dat is de hoofdstad van Nederland. Ja, je mag hier schrijven wat je wilt. Dat heet bij ons vrijheid van meningsuiting.

– Zonder te worden doodgeschoten?

– Nee, daar doen wij hier niet aan.

– Weet u wat oom Jorge in zijn tijd deed? Die stak de journalisten met hun voeten in het cement en dan ging het, floeps, de oceaan in. Want het is toch niet eerlijk dat iedereen mag schrijven wat-ie wil, terwijl ik… En Lex… Hij zei me gisteravond nog: ik mag godverdomme alleen maar m’n mond opendoen als het om water gaat.

– Koninklijk goedgekeurd water, goudkleurig, een vingerdikke schuimkraag

en veertig vijfenzeventig op de aex…

Let niet op mij, kind, ik maak maar een grapje.

– Is het geen heerlijke, gezellige knuffelbeer! Wat doet een koningin eigenlijk? M’n schoonmoeder stelt kabinetten samen, zei Lex. Moet ik dat straks ook doen?

– Nee, alleen als Alex doodgaat. Dan ben jij regentes.

– Getverderrie! Engerd! Lex gaat helemaal niet dood! Nee, serieus, oom Vic. Wat moet ik straks doen als koningin?

– Mooi wezen met je handjes over elkaar. Koekhappen op Koninginnedag. En op Prinsjesdag naast Alex zitten, netjes met je knietjes bij elkaar, net zoals je schoonvader dat al jaren doet.

– Is dat alles?

– Ja. De rest van het jaar ben je vrij.

– Te gek! Hoewel… M’n tante Irene zei laatst dat ik iets maatschappelijk zinvols moet bedenken.

– Luister niet naar Irene, kind. Irene praat met bomen en dolfijnen. Zij is een van onze Dwaze Moeders.

– Ik ken eigenlijk niet zoveel van Alex’ familie. M’n schoonmoeder, natuurlijk, die trouwens de hele tijd wil dat ik Majesteit tegen haar zeg… En opa Benno. Die kwam vaak bij ons toen pappie nog in het kabinet zat. Bij opa Benno ben ik verleden week nog op het Paleis geweest.

– Kon dat wel, net na zijn operatie?

– Niet aan z’n handen, oom Vic, dat kan ik u verzekeren. Ik ben trouwens nog even bij de oude koningin langs geweest. Guliana! Dat is zo’n ouwe schat…Daar heb ik nog een flesje sherry mee gedronken.

– Laten we de zaak even samenvatten. Wij hebben hier in Nederland dus een stuk of negen politieke partijen…

– Hoeveel?

– Negen. Het kunnen er ook tien zijn. Ik ben even de tel kwijtgeraakt. Want er is, naast de Partij van de Arbeid, nóg een socialistische partij en naast het cda… Laat mij even nadenken… Een, twee… Eigenlijk drie christelijke partijen… En wij hebben niet één maar twee parlementen, de Eerste en de Tweede Kamer… En die Tweede Kamer heeft een vrouw als voorzitter…

– Tjeempie!

– … en op vrijdagavond komt Wim Kok – je weet wel, de minister-president – op de televisie en vertelt daar alles. En dan zegt het cda de volgende dag dat het allemaal anders moet. Zo zit bij ons zo’n beetje de politiek in elkaar.

– Wat is dan eigenlijk bij jullie de Partij van het Leger?

– Het leger heeft hier geen partij. Het leger is van de vredesmissies.

– O, u bedoelt het Leger des Heils! Die mensen die altijd in de cafés komen!

– Máxima, kind, je hebt nog veel te leren…

– Van welke partij bent ú eigenlijk, oom Vic?

– Ik ben oorspronkelijk van de Partij van de Arbeid.

– Hindert niks, hoor! Ik ben bijvoorbeeld katholiek.



 

 

 

 

– Victor Halberstadt: Daar wil ik het óók graag met je over hebben, Máxima. Kijk, het is zo goed als zeker dat Willem-Alexander met je gaat trouwen. Dat is een hele eer, hoor. Er zijn zoveel vrouwen die in jouw schoenen zouden willen staan. Koningin zijn heeft vervelende, maar ook leuke kanten.

– Máxima: Ja, dat is het moeilijke. Ik ben alleen de leuke kanten van het leven gewend. Als katholiek doen we niet moeilijk over de vervelende kanten.

– Maar Nederland is een protestants land. We hebben hier wel katholieken, maar die zijn niet zo populair en hebben weinig eigendunk.

– Hoezo?

– In Nederland hebben we een geografische scheiding: de Moerdijkbrug. Vraag Alex om je dat te laten zien. Dan zie je ook het vele water dat hem wakker houdt. Die brug is symbolisch voor ons land. Ten noorden van de brug heerst de protestantse cultuur, en alles wat hier gebeurt is maatgevend voor de Hollandse Hoogten. Ten zuiden van de brug zit je in het katholieke deel van Nederland. Daar is het een ongeregeld zooitje. Het wordt niet luidop gezegd, maar die brug staat voor een cultuurbreuk.

– Maar waarom hebben de katholieken weinig eigendunk?

– Ze zijn geestelijk sterk afhankelijk van ons. Ons protestantse beeld van katholieken nemen de katholieken graag over. Als ze naar het westen van het land komen, willen ze graag Hollands en protestants worden en voordat ze het zelf weten zijn ze protestantse katholieken.

– Zielig, hoor.

– Ja, Máxima, dat staat je ook te wachten. Daar moet je blij om zijn. Kijk maar naar Zuid-Amerika, naar Argentinië. Corruptie, gebrek aan strenge regels, vrolijkheid; het is niet vervelend bedoeld maar ik hoef je toch niet te vertellen hoe het met katholieken gesteld is, Máxima.

– Neen, oom Vic, dat hoeft niet, en ik kijk naar Frankrijk, het land waar jullie zo tegen opkijken. Of naar Italië. Trouwens, waarom denkt u dat ik in België ben gaan wonen? Daar gaat het in heel wat opzichten beter dan in Nederland. Ik begrijp niet waarom die katholieken hier zo weinig eigendunk hebben.

– Ach, ze kunnen niet anders, wij hebben de macht. Kijk, in het verleden leefden wij in zuilen zoals andere volkeren in stam- en kastenverbanden leven. Als het iemand niet zinde hoe wij leven, dan moest-ie maar oprotten en zijn eigen zuil gaan bouwen. Ja, we zijn heel streng, zowel voor degenen die bij ons blijven en netjes voldoen aan onze voorschriften, als voor degenen die geen beroep mogen doen op onze middelen. Maar die andere mensen slagen er gelukkig in om hun eigen zuil te bouwen.

– Dus Nederland bestaat uit verschillende stammen?

– Zuilen, Máxima, zuilen. Ze zijn niet zichtbaar en we zijn ook niet meer zo religieus als toen. En hun bestaan wordt ontkend. En er komen nieuwe zuilen bij: van vrouwen, van homo’s, van allochtonen, we weten nog steeds wat we doen.

– Dat snap ik niet. Hoe doen jullie het met die buitenlanders?

– Ook zij moeten maar zien hoe ze zich redden als ze niet willen leven zoals wij. Maar als ze ook een beetje protestants worden, dan zijn het zulke aardige, lieve mensen. Als we ze kunnen gebruiken, dan maakt hun religie niets uit natuurlijk. We nemen ze graag als hulpje aan in de huishouding, om de straat schoon te houden of in het ziekenhuis. Het liefst trouwen we met ze.

– Eerst zeg je dat die buitenlanders een beetje protestants moeten worden, daarna mogen ze hun eigen zuiltje bouwen en soms willen jullie met ze trouwen…? Dat is verwarrend voor hen, is ’t niet, oom Vic?

– Ja, Máxima, we zijn streng en rechtvaardig.

– Eigenlijk maakt het jullie niets uit of het protestanten of katholieken zijn. Kijk maar naar Lex.

– Hoezo?

– Hij gaat vaak naar de Antillen om te duiken.

– Maar dat is toch normaal? De prins duikt graag.

– Ja, niet alleen in zee, ook in bed! Dat doet hij op de Antillen.

– Máxima, dat klinkt vervelend, maar die jongen zet alleen een traditie voort. Zijn grootvader dook ook in alles, bij vrouwen, bij Lockheed, bij…

– Wat u zegt geldt niet voor zíjn vader. In New York weten ze te vertellen dat die arme ziel sinds z’n huwelijk met Beatrix in een permanente depressie is geraakt. Zo’n aardige man!

– Maar een man mag toch iets buitenshuis doen?

– Natuurlijk mogen mannen buitenshuis iets doen. Wij Latijnse vrouwen doen hetzelfde, maar we doen het binnenshuis.

– Kijk Máxima, het is soms niet onverstandig om een beetje katholiek te zijn. Die katholieken hebben lange tijd hun energie geïnvesteerd in het stichten van grote gezinnen in plaats van geld te verdienen. Dat is achteraf een geweldige politieke factor geworden. Ze eten beter, ze vieren carnaval, ze hebben meer verstand van vrouwen, ze zijn makkelijker. Maar je moet het niet overdrijven, Máxima, je bent jong en je wilt veel, maar niet overdrijven.

– Ik heb ook een traditie hoog te houden. Argentinië kent een Evita. En zo’n vrouw missen jullie in Nederland. Van haar kunnen jullie mannen iets leren.

– Dat zal de koningin niet leuk vinden, Máxima.

– Maakt u zich niet druk. Ze gaat binnenkort tóch met pensioen.

– Máxima, als er kinderen komen, dan…

– Oom Vic toch! Gewone vrouwen en koningsvrouwen baren allebei kinderen, wat maakt het uit van wie ze zijn? Het gaat alleen om het nageslacht, om de baby en de naam. Wij Latijnse vrouwen weten dat beter dan wie dan ook.

– Máxima, dit gesprek bevalt me niet. Ik geloof best dat veel mannen zich door jou gevleid zullen voelen, maar pas op, je weet wat er met Diana is gebeurd.

– Oom Vic?

– Ja, Máxima?

– Wil jíj geen kind van me?

– Máxima, gedraag je! Laten wij liever spreken over onze monarchie.



 

 

 

– Máxima: Oranje boven!

– Victor Halberstadt: Nog even wachten, Máxima.

– Ik bedoel, als Lexi mij bestijgt, roept hij steeds als ik hem wil omkeren: Oranje boven!

– Een prinsesje keert niet om, Máxi, gewoon blijven denken aan God en vaderland, dan komt de rest vanzelf.

– Maar mijn schoonmoeder is toch óók de baas: ´women on top!ª

– Ja, Máxima, maar alleen in haar werkpaleis, zo nu en dan als zo’n melige minister even niet oplet. En elke week komt oom Wim Kok uitleggen dat ze weer een week langer mag aanblijven. Tot jullie er zijn natuurlijk, want dan is het definitief uit. Bereid je maar vast voor op een Oranje Escortservice, georganiseerd door al die leuke neefjes van je. Die hebben allemaal iets bedrijfseconomisch gestudeerd, dus jullie gaan voortdurend in de aanbieding: bruggen, bejaarden, nationale acties, nazorg weggelopen ministers en veel vingers in de dijk.

– Maar zo jaagt Lex alle vlinders uit mijn buik!

– Niet zulke gezwollen taal, Máxima. Wij houden hier van klein geluk. Geluk moet in Nederland heel gewoon zijn. Eigenlijk, hoe hoger je bent, hoe gewoner je geluk eruit moet zien. Als Alex je na de huwelijkszegening iets te lang zoent voor de camera’s om die Waalse Philip met zijn Madame Tussaud eens flink dwars te zitten…

– … dan streel ik hem over zijn haren, aai zijn lippen met mijn tong, laat mijn handen langs zijn dijen glijden…

– Fout, Máxima, helemaal fout! Dat doe je maar in de kelders van Drakesteyn. Hier kijk je verstild in de ogen van Lex, die om uit te drukken dat hij zijn geluk niet op kan de door het Nederlandse volk gewenste blijheid uitstraalt van iemand die juist het winnende kraslot heeft aangewreven.

– Maar ik houd zo van Lexi!

– Dat is privé, Máxima. Pas goed op dat het volk niet gaat denken dat Willem voortdurend van jou uit z’n oranjebol gaat.

– Dus mijn temperament moet in de kelder?

– Precies. Maar denk niet dat we niet zouden snakken naar een tikje exotica, een beetje papaja door de jus. Die Europese vorstenhuizen zijn al eeuwenlang familie van elkaar en dat begint iets kamikaze-achtigs, incestueus doorgeneukts te krijgen.

– Zijn jullie dan allemaal echt zo gewoon?

– Heel gewoon. En gezellig. En knus. Gezellig is dag en nacht slappe kopjes koffie drinken, hapjes en drankjes aanbieden op een avondje, feestje, partijtje, borreltje, en vooral na een vakantietripje praten over het vinden van kleine landweggetjes, een hotelletje, een konijntje op weg naar zijn holletje…

– … de kelders van Drakesteyn!…

– … dat bijna voor jullie autootje kwam, zodat jullie van de schrikjes op een terrasje een biertje hebben gedronken, en nog een biertje, waardoor de vlindertjes in je buikje…

– Enzovoortjes!

– Je moet gewone dingen leren doen, Máxima, dingen die we allemaal kunnen. Fietsen, schaatsen…

– Fietsen, mountainbike, rollerskates, énig!

– Nee, Máxima, fietsen gaat hier door de modder, door platte polders in de regen, veel regen, je haar in de war, lange slierten voor je ogen, en vooral een regenpak, alleen bekend in Nederland. Een soort verlengd condoom met zuidwester waarin Nederlanders verdwijnen op weg naar hun werk. Ook als het alleen maar zou kúnnen gaan regenen. Als je je zo vertoont, help je de monarchie weer tientallen jaren verder.

– En op rollerskates door het Vondelpark dan?

– Schaatsen doen we op ijs, Máxima, en daar willen we je als beginneling graag zien stuntelen, ook als je het toevallig al goed kunt. Eigenlijk moet je leren stuntelen bij alles wat je doet. Wen eraan om je haar gauw in de war te krijgen als de camera’s naderen. Dan kan Alex goed hoorbaar fluisteren dat je je haar moet bijkammen, een beetje ongeduldig alsof je zijn stoute kind…

– … stoute kindje…

– … bent. En ook moet je snel leren om rond te struikelen op braderieën, op klompen te dansen, oude ambachten te bewonderen en te genieten van als heroïnehoertjes verklede kleuters in een maatschappelijk relevante kindermusical. Verspreken in het openbaar is ook heel populair in Nederland. Waar vind je anders een nieuwslezer die alleen door permanent over elke zin te struikelen juist razend populair is geworden?!

– Moet iemand die de baas is echt zo doen?

– We houden niet van iemand die de baas speelt. Juist een prinsesje als jij moet steeds doen alsof ze hiertoe geroepen is door haar liefde voor een man, die toevallig een wat ongelukkig beroep heeft. En ze moet uitstralen dat ze daarvoor eigenlijk ongeschikt is, wel heel erg haar best doet maar voortdurend niet weet hoe alles eigenlijk moet. Bedenk goed dat onze Karel Appel hier pas echt populair werd met: ´Ik rotzooi maar wat aan!ª Daar houden we van: doen alsof je maar wat rondklooit en ondertussen een hoop geld verdienen. Daarom mogen we onze Willem van Oranje van vroeger ook heel graag, best wel. Want eigenlijk deed hij alles voortdurend mis in de vrijheidsstrijd: onhandig, weinig doortastend, zeker geen bezielde redenaar. Maar hij kon prachtig zwijgen dus, dat wel.

– Maar hoe regeren jullie dan het land met al die sukkels? Mijn schoonmoeder zit dag en nacht keihard te werken in dat paleis van haar. Is een paleis daar trouwens wel voor, werken? Daar moet je toch mooi zijn, feestvieren, luieren, op zoek gaan naar de kelder?

– Ja, je schoonmoeder dreigt in ijltempo de monarchie op te blazen omdat ze met alle geweld wil werken, wat op zichzelf heel raar is voor vorstinnetjes. Maar ze wil meeregeren, de baas zijn over echte onderdanen die haar met ´majesteitª moeten aanspreken. Daar houden wij niet echt van in Holland. Adel namen wij in dienst als stadhouder toen er elders overal koningen waren, en als koning toen die in de rest van Europa weer werden afgeschaft. Altijd voor decoratie en troost. En om klusjes op te knappen, want onderschat niet, Máxima, hoeveel expertise er in de rijkste royale familie ter wereld inmiddels verzameld is: vliegtuighandel, gebedsgenezing, fiscale constructies, waterbesparing bij het doortrekken, hoe breng je een boom weer aan de praat, hoe leg ik het mijn muis uit, en wat dies meer zij. Maar Beatrix wil steeds heersen!

– Zet ze daarom altijd zo’n vechthoed op?

– Alles gebeurt hier in principe rationeel, met handige wetten en afzetbare volksvertegenwoordigers. Daar passen jullie helemaal niet in. Alleen, het leven is méér dan alleen maar rationeel. En daar komen jullie weer om de hoek kijken. Voor al dat onbestemde irrationele kunnen we jullie heel goed gebruiken, zeker nu al die vertrouwde ideologieën van vroeger op een oor na gevild zijn. We zoeken nieuwe rituelen, nieuwe houvasten voor een vacant wij-gevoel dat door Europa, de wereld en de ondergang van kerk en paasheuvel kleurloos is geworden.

– Oranje boven, oom Vic!

– Je leert snel, Máxima. Jij bent de aangewezen belichaming van een nieuw oranjegevoel, de nieuwe warmtebron voor een verkilde samenleving. We willen nu al aan je denken als het prinsesje dat dag en nacht klaar zit naast haar kaplaarzen en zuidwester…

– … mijn regenpak…

– … om uit te rukken bij het eerste bericht over ondergelopen polders, gevaarlijk kolkende slootjes en het vermoeden van kniehoog water langs de Maas. Daar willen we je zien, om oudjes te troosten, weggelopen poezen persoonlijk terug te brengen en soep te schenken aan dijkwerkers. Dat kun je allemaal het best leren van Alex’ grootmoeder, onze Juultje. Die heeft het irrationele als het ware zelf uitgevonden. Zoals díe warme chocolademelk kon uitschenken met Kerstmis voor het verzamelde personeel in de paleiselijke stallen…

– En mijn schoonvader dan?

– Die is nog beter, Máxima, want onze Claus werkt keihard aan een cursus openbaar debunken van vorstinnen met verbeelding. Dus als Alex weer eens zwaarwichtig begint te oreren over de aanbesteding van een nieuwe Zondvloed, trek jij hem aan zijn jasje en fluistert…

– … hoorbaar…

– … iets als: ´Zo kan hij wel weer, Lexi.ª Want juist zonder woorden zijn jullie het beste, als opvangnet voor de frustraties van het dagelijkse leven, bliksemafleiders ook van al te serieuze problemen, een mobiel sprookjesbos midden in het poldermodel.

– Tjeempie, oom Vic!