Een tikkeltje te wild, amigo

Met alle respect, zo heet het onderzoeksrapport van de commissie-De Ruiter over de ‘gezagscrisis’ op Aruba. Maar van respect was weinig te merken toen de fractievoorzitters van de vier grootste politieke partijen verleden week Aruba aandeden. Zij waren het roerend eens over het perfide karakter van de economische en politieke verhoudingen op het overzeese gebiedsdeel. Aruba wordt geregeerd door de drugsmaffia, aldus Bolkestein, die gevraagd naar zijn bronnen verzekerde dat hij dit gegeven in minstens drie boeken had aangetroffen.

Zo hielden onze volksvertegenwoordigers onverkort vast aan de lijn die procureur-generaal Docters van Leeuwen al eerder in Aruba had uitgezet ter ‘zuivering’ van de rechtshandhavende autoriteiten aldaar. Eerste prioriteit geniet nog altijd het ontslag voor de politiechefs Rasmijn en Zaandam van Oranjestad, die het hadden gewaagd kritische rapporten te schrijven over de duistere 'infiltratie’-technieken van de Amsterdamse politie, de BVD, de CRI en de Koninklijke Marine in de Arubaanse drugswereld. Zij moeten de laan uit, al weet niemand precies waar naar toe. Een gouden handdruk à la Van Randwijck zal nodig zijn om te voorkomen dat de politiemannen hun verbittering niet nog harder ventileren dan ze al hebben gedaan. En om deze affaire gaat de hele Aruba-crisis eigenlijk, alle eufemismen als 'communicatiestoornissen’ ten spijt.
Intussen is duidelijk dat het bezoek van de fractievoorzitters aan de Antillen de verhoudingen tussen de overzeese gebiedsdelen en het moederland alleen maar hebben verslechterd. Met name de houding van Bolkestein heeft kwaad bloed gezet. Terecht wezen de politici van Aruba erop dat Nederland toch ook geen schone handen heeft als het gaat om vertakkingen van de onderwereld in de bovenwereld. De IRT-affaire en de heikele kwestie rondom Frits Salomonson (de financieel adviseur van Beatrix die het veld moest ruimen nadat zijn naam door Van Traa werd genoemd als witwasadvocaat van het imperium van wijlen Klaas Bruinsma) toonden dat genoegzaam aan. Tegen deze achtergrond past een wat minder onbehouwen aanpak als die van Bolkestein. Premier Eman van Aruba noemde de opstelling van de VVD-leider dan ook racistisch.
Dat was het lont in het kruitvat, want de raciale spanningen op de Nederlandse Antillen beginnen steeds pregnanter te worden. Op Sint Maarten zijn er al zwembaden waar zwarte kinderen niet in het water van hun blanke leeftijdgenootjes mogen komen. De armste bewoners van dit eiland, die september verleden jaar hun kot verwoest zagen door orkaan Luis, wonen nog steeds in containers die overdag veranderen in magnetrons. Op Aruba worden steeds meer aanvaringen gemeld tussen de plaatselijke bevolking en de 'Jantjes’ van de Koninklijke Marine. Ook klaagt men steen en been over discriminatie op het werk. Duurbetaalde ambtenaren uit Nederland nemen hun echtgenotes mee, die vervolgens ook een baan krijgen toegewezen, waar dan wel de Arubaanse kleuterjuffrouw het veld voor moet ruimen. Dat Aruba, tien jaar na de dood van Betico Croes, weer luid roept om onafhankelijkheid is dan ook meer dan begrijpelijk.