PROFIEL: Islam Karimov

Een tovenaar die de fles niet meer dicht krijgt

Een proces tegen zakenlieden die gemene zaak zouden maken met moslimextremisten heeft in het oosten van Oezbekistan geleid tot een bloedig neergeslagen volksopstand. Ondanks honderden doden is president Islam Karimov er nog steeds niet in geslaagd zijn macht te herstellen.

Een machtig huwelijk heeft ook nadelen. Mansur Maqsudi, een Afghaanse Oezbeek uit New Jersey, kan het bevestigen. Na de onttakeling van de Sovjet-Unie in 1991 ruikt hij, amper 25 jaar oud, geld in de regio waar zijn wortels liggen. Het sovjetimperium is sinds partij leider Brezjnev in handen van Pepsi. Coca-Cola wil dit monopolie breken. Met zijn broer neemt Maqsudi in 1992 voor 1,7 miljoen dollar een belang van 55 procent in de joint venture Coca-Cola Bottlers Uzbekistan. Coca-Cola in vesteert ruim honderd miljoen. Maqsudi strijkt de winsten op die hij, anders dan het frisdrankenconcern, wél mag wegsluizen naar de Kaaimaneilanden. Zijn bedsteden in New Jersey en Tasjkent deelt hij met de vijf jaar jongere studente Goelnara, met wie hij in 1992 via vrienden van beider ouders is getrouwd.

Het leven lacht Maqsudi toe. Tot zijn huwelijk in de zomer van 2001 op de klippen loopt omdat Goelnara zich niet oosters genoeg gedraagt. De echtscheiding is door een rechter in New Jersey nog niet uitgesproken of zijn firma in Tasjkent krijgt gasten over de vloer. Agenten van de staatsveiligheidsdienst SNB bestormen de fabriek voor een huiszoeking, kammen de siroopvaten uit op drugs, nemen computers in beslag en arresteren een paar managers.

Terwijl Goelnara haar deel van de boedel – 4,5 miljoen dollar juwelen, 11 miljoen banksaldi plus zakelijke belangen ter waarde van 27 miljoen in onder meer winkelcentra, vakantieparken en blote disco’s – verder exploiteert, is Maqsudi een jaar later in Tasjkent alles kwijt. Hij wordt veroordeeld wegens de kapitaalexport die hem door de autoriteiten was toegestaan.

Het lot van Maqsudi lijkt op dat van oligarchen/scharrelaars in Rusland sinds president Poetin daar aan de macht is. Maar Maqsudi heeft nóg een probleem: de meisjesnaam van zijn ex. Ze heet Goelnara Karimova. Ze is een kind van de auteur van een groot oeuvre, met een twaalfdelige boekenserie (van Oezbekistan, nationale onafhankelijkheid, economie, politiek en ideologie tot Vrede en veiligheid van het land hangen af van de eenheid en de stevige wil van ons volk) als magnum opus. Ze is de oudste dochter van de president van Oezbekistan.

Vader Islam Karimov is een jaar voor de scheiding herkozen met 91,9 procent der stemmen, zes procentpunten meer dan de eerste rechtstreekse keer in 1993. Dat lijkt stabieler dan het is. De staat in het hart van Centraal-Azië is al sinds mensenheugenis een spil in the great game van de grote mogendheden en een bron van etnische conflicten. Als het sovjetleger Afghanistan in 1989 verlaat, begint de islam zich openlijker in Oez be kis tan te manifesteren. Het woes tijnachtige land met 26 mil joen in woners heeft iets te bieden. Oezbekistan is de tweede ka toenexporteur ter we reld, staat zesde op de ranglijst van goudreserves en heeft gas- en olievoor raden. En het is arm (bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking is drieduizend euro), wat een gunstig klimaat schept voor buitenlandse interventies.

Als Oezbekistan in 1991 uit de Sovjet-Unie stapt, onderkent Karimov, die in augustus de staatsgreep tegen Gorbatsjov en Jeltsin nog heeft gesteund, de risico’s en kansen. Eerder dan zijn collega’s heeft hij zich, als lokale communistische partijleider, al in 1990 door het parlement tot president laten kiezen. Die truc is het eerste signaal dat Karimov weet dat een post-sovjetpoliticus een hardhandige acrobaat moet zijn.

Islam Karimov wordt begin 1938 geboren in de buurt van Samarkand, een van de hoofdaders van de zijderoute en dé stad van het land. Zijn vader is ambtenaar maar komt in aanraking met justitie, waarna Islam wordt ondergebracht in een weeshuis. Het schaadt hem op het oog niet. Na een ingenieursopleiding in Tasjkent en een baan als voorman bij een fabriek voor landbouwwerktuigen en vliegtuigonderdelen, klimt Karimov vanaf 1966 langzaam op in het staatsapparaat: hij begint als employee bij het planbureau en wordt uiteindelijk chef van de communistische partij.

De plaatsaanduiding Samarkand is van belang. Na de revolutie van 1917 en de burgeroorlog heeft Samarkand zijn status verloren ten gunste van het oostelijk gelegen Tasjkent. Stalin heeft een hekel aan de nationalistische sentimenten in het niet-proletarische Samarkand. Maar na diens dood in 1953 slaat de plaatselijke elite terug. De macht van Samarkand wordt gepersonifieerd door partijchef Sjaraf Rasjidov, die van 1959 tot zijn nimmer opgehelderde dood (hartaanval of zelfmoord) in 1983 het land namens de Communistische Partij der Sovjet-Unie onder controle heeft.

Het woord «namens» is te veel eer voor de centrale leiding in Moskou. Rasjidov opereert eerst en vooral uit naam van zichzelf en de loya le clans. De planeconomie van Brezjnev is hun voornaamste inkomstenbron. Dat gaat zo: Oezbekistan moet x ton katoen leveren en krijgt daarvoor van Moskou x duizend roebel. Op papier wordt x ton katoen geproduceerd. In de praktijk is de opbrengst een half x ton. De x duizend roebel wordt niettemin be taald. Het mes snijdt aan twee kanten: maximale inkomsten, minimale onkosten. Die corruptie flo reert eens te meer in de Oezbeekse netwerk cultuur, waarin alle lijntjes uitkomen bij Rasjidov, die de Samarkand-clan het werk laat doen en geholpen wordt door de schoonzoon van niemand minder dan secretaris-generaal Brezjnev.

Als ambtenaar speelt Karimov hierin een rol. Maar hij is geen belangrijke pion, mede omdat hij in Tasjkent geen geavanceerde relaties heeft met Samarkand. Die onbeduidendheid wordt zijn kracht. Na de dood van Rasjidov ontketent de partijleiding in Moskou een zuivering van het Oezbeekse apparaat. Karimov profiteert, zij het traag. Onder Andropov wordt hij minister van Financiën, onder Gorbatsjov directeur van het planbureau. Omdat de zuivering leidt tot een clanoorlog die lang onbeslist blijft, laat Karimov zich in de provincie parkeren voordat hij in 1989 wordt geroepen tot de hoogste functie: partijleider respectievelijk president.

Dit ambt heeft Karimov niet louter aan zichzelf te danken. Zijn headhunter is minister Dzjoerabekov van Waterstaat, de vooruitgeschoven post van de Samarkand-clan die hem anderhalf decennium in de gaten zal blijven houden. Allengs tot ergernis van de president. Karimov weet dat hij kansloos is als hij alleen vertrouwt op Samarkand. Hij bouwt daarom een kunstige trapeze van tegengestelde netwerken. Zo representeert chef Inojatov van de staatsveiligheidsdienst SNB de clan uit Tasjkent en minister Almatov van Binnenlandse Zaken die uit Samarkand. Geheime dienst en politie zijn ook in Oezbekistan geen goede vrienden. Wanneer de president zijn peetvader Dzjoerabekov (intussen vice-premier) in 1999 ontslaat, ploffen er bommen in Tasjkent met tientallen doden tot gevolg en ontsnapt Karimov zelf aan een aanslag. Islamitische terreur of een dreigement van Almatov? Hoe dan ook, Dzjoerabekov keert terug als presidentieel adviseur. Als hij in 2004 echt wordt uitgerangeerd, knallen er weer bommen, waarbij politieagenten om het leven komen. Een waarschuwing van Inojatov? Waar of niet, het geweld wijst op verscherping van politieke en economische tegenstellingen.

Dat is logisch. Na 9/11 is Oezbekistan ineens een regionale macht met mondiale betekenis. Zonder Karimov kan Afghanistan niet worden aangevallen. De nakende oorlog is bovendien een kans de moslimfundamentalisten in eigen land duidelijk te maken dat een binnenlandse oorlog op de loer ligt en de seculiere op positie te laten merken dat ze niet meer bij wes terse ambassades kan aankloppen. Snel verhuurt Karimov aan de Amerikanen de vliegbases en gevangenissen voor detentie of verhoor.

De invloed van de nieuwe bondgenoten is groot, niet alleen politiek. Disco Basja en andere nachtclubs van Goelnara Karimova in Tasjkent krijgen nóg meer bezoek: zakenlieden van Halliburton en andere dienstverleners. Omdat de geldstromen zich dankzij de nieuwe bondgenoten uit het Westen verplaatsen, moeten ook de clans opnieuw positie kiezen. Karimov is nooit a man in his own right geweest, maar moet nu nog behoedzamer balanceren. Met name minister Almatov van Binnenlandse Zaken, sinds 1991 op zijn post, wordt een geduchte vriend.

Eén jaar na de oorlog in Afghanistan begint Karimov zich uit voorzorg daarom voorzichtig los te wrikken uit de omhelzing van Bush. Eind 2002 ondersteunt hij de eventuele oorlog tegen Irak níet. In het voetspoor van Poetin gaat hij zijn heil in het oosten zoeken, vooral in China. En in mei dit jaar trekt hij zich terug uit de energie gemeenschap GUUAM, waarin Georgië, Oekraïne, Azerbeidzjan en Moldavië achterblijven.

In dit grote spel speelt de Fergana-vallei aanvankelijk een ondergeschikte en achtergestelde rol. Althans, dat denkt Karimov. In de terminale fase van de Sovjet-Unie is de islam in het gebied in het oosten van Oezbekistan aan een tweede leven begonnen. Fergana is in de loop der jaren een lustoord geworden voor fundamentalistische predikers. De sekte Akramia en de islamitische bevrijdingspartij Hizb ut-Tahrir al Islami – beide verboden – roeren in dit potje. Het is duister of Akramia banden heeft met al-Qaeda. De Amerikaanse Heritage Foundation weet niet hoe «extremistisch» Akramia is, heeft in ieder geval amper bewijs voor terroristische activiteiten. Maar voor Karimov is dat geen probleem. «Zulke mensen moeten voor hun raap worden geschoten. Als het nodig is, doe ik het zelf», zegt hij. Kritiek op de parlementsverkiezingen van 1999 doet hij af met: «De OVSE richt zich alleen op democratie, mensenrechten en persvrijheid. Ik zet nu vraagtekens bij deze waarden.»

Karimov gaat met die krasse taal voorbij aan het feit dat het moslimfundamentalisme in Fergana steeds minder geïsoleerd is geraakt. De clanstrijd tussen Samarkand en Tasjkent heeft ook de ambitieuze ondernemers in Fergana tot het bot gefrustreerd. Wie de verkeerde dekking heeft, is machteloos tegen justitie of geheime dienst. In 2004 bijvoorbeeld worden 23 zakenlui van de meubelfabriek Toeron in Tasjkent en Andizjan gearresteerd op verdenking van banden met Akramia. Het verhoor gaat er ruig aan toe: «U hebt een mooie vrouw, nietwaar?» Bekentenissen volgen.

Aan de vooravond van het proces tegen de zakenlui in Andizjan – aan de grens met Kirgizië, waar net Askar Akajev, een mildere variant van Karimov, is verdreven – voorspelt een socioloog uit Tasjkent op Radio Free Europe: «Ik geloof dat het bewind op zijn einde loopt, al weet ik niet hoe lang de doodsstrijd duurt. Maar de maatschappij kan elk moment ontploffen, uitgelokt door een onbelangrijke gebeurtenis die een ketting reactie zal hebben.»

Drie weken later leidt de strafzaak tegen de 23 tot een bloedbad in Andizjan en omgeving. De halve wereld is geschokt. Engeland en de VS maken terugtrekkende bewegingen en ei sen op heldering. Karimov geeft geen krimp. Zelfs Kofi Annan krijgt een koude schouder.

Ooit zei Karimov van zichzelf dat hij over politieke en economische kwesties in het Russisch en over morele en menselijke waarden in het Oezbeeks denkt. Nu staan de belangen van clans en anticlans zo haaks op elkaar dat een taalkundig compromis onmogelijk wordt. Ka rimov ontleent zijn macht aan de oorlog te gen fundamentalisme en terrorisme, maar kan ten onder gaan aan de krachten die hij zo graag de kop zou indrukken. Het is quitte of dubbel. In beide gevallen is bloed de collateral damage.

Hoewel Oezbekistan na 1991 het Latijnse alfabet in ere heeft hersteld, zijn de namen van plaatsen en personen ter wille van de herkenbaarheid uit het cyrillisch getranscribeerd