De jongeren op de foto hebben wat te lezen bij zich. Ze zitten op een rijtje in een bos, boeken opengeklapt, neuzen zo’n beetje tegen het papier aan. Op een andere foto knielen ze tussen de herfstbladeren, met hun rafelige mouwen een stukje over hun handen heen getrokken. Ze houden hun telefoons bij elkaar: vijf dezelfde ouderwetse flip phones, dichtgeklapt, deels afgeplakt.

De foto’s zijn gepubliceerd bij een artikel van The New York Times over de nieuwe ludieten: tech-sceptische tieners. ‘Teen luddites don’t want your likes’, is de kop. Deze vertegenwoordigers van de nieuwe generatie zijn opgegroeid met het internet en keren zich nu van schermen af, en dan vooral van sociale media. Op Reddit worden tips uitgewisseld over de beste ‘dumbphones’. Dat is niet per se tegenstrijdig. Het gaat vaak om de keuze: zelf bepalen wanneer je online bent, niet zomaar tegen je zin in verdwalen in een eindeloze swipe-sessie.

Dit zijn natuurlijk maar een paar jongeren, die ook nog eens heerlijk pedant doen over hun mobieltjes, zoals je tien jaar geleden kon dwepen met een platenspeler, maar het artikel staat niet op zich. Esthetische nostalgie naar een ouder internet, naar blog-interfaces, flip phones en oortjes met snoeren ging in 2022 gepaard met serieuze bewustwording van de schade die is aangericht door techgiganten en de oproep er iets aan te doen. Artikelen over influencers die de jaren 2000 weer hip maken, stonden naast verhalen over het einde (nu echt) van sociale media. Chaos op Twitter, dalende cijfers bij Facebook.

De boeien beginnen te knellen. De ene vrijheid is ingewisseld voor de andere. De vermeende online vrijheid van meningsuiting, om met elkaar in contact te komen, om iedereen te laten weten wat je vindt en hoe je eruitziet en waar je van houdt, smaakt minder lekker als het een plicht wordt. En wat met dwingende sociale media verloren dreigt te gaan, waarschuwde Apple-topman Tim Cook al in 2019, is een ander, minder bekend mensenrecht. Hij noemde het de vrijheid om mens te zijn. Wired-journalist Susie Alegre vertaalde dat in 2023 naar de vrijheid van gedachte.

In het artikel somt Alegre op hoe ons vrije denken wordt verhinderd terwijl we passief scrollen: persuasive design, microtargeting door emotieherkenningstechnologie en predicitve policing buiten onze gegevens niet alleen uit, ze geven ons ook weinig ruimte om op adem te komen en over onze voorkeuren na te denken. ’In het afgelopen decennium was het doel van veel opkomende technologie om te cureren met wat Shoshana Zuboff “menselijke features” noemt’, schrijft Alegre. ‘Het benutten van onze gegevens om te beoordelen en te controleren wat we denken en voelen, en uiteindelijk hoe we ons gedragen.’

Volgens Alegre zullen we het komende jaar leren ons innerlijke leven te beschermen tegen uitbuiting. Er is een beetje hoop. Europese wetgeving moet vooral jongeren tegen targeting beschermen. Grote techbedrijven zoals Apple en Google werken aan manieren om gegevens op telefoons beter te beschermen. Maar zelfs als je data beter beschermd zijn, blijft het feit dat wat je ziet op sociale media invloed heeft op hoe je denkt en wat je vindt. Je kunt jezelf ook beschermen tegen te veel, te schadelijke content, zoals tieners met een flip phone. En inderdaad, in het lijstje van veelvoorkomende goede voornemens om af te kicken van allerhande verslavingen zoals drank en roken staat sinds enkele jaren ook schermtijd.

Passief scrollen is mede een gevolg van de verwording van sociale netwerken tot sociale media. Online zijn we steeds minder contact gaan maken en steeds meer gaan consumeren. In een artikel in de Volkskrant beschrijft Simoon Hermus hoe een ‘meer van hetzelfde’-algoritme zoals op TikTok en YouTube het sociale aspect van sociale media laat verdwijnen. ‘Het zijn niet langer primair platformen om contact met je vrienden te onderhouden, of om bekende mensen te volgen die je zelf hebt gekozen, maar platformen die op basis van je gedrag en interesses een algoritme laten beslissen wat je te zien krijgt.’

Consumeren vergt wel aandacht, maar geen aandachtigheid. Je kunt wel in gesprek met je vrienden of kennissen, maar je kunt ook gewoon kijken, uren achter elkaar, naar wat je wordt voorgeschoteld. Dat kon al, onder meer op Twitter, maar TikTok en TikTok-namaak, zoals Instagram Reels en YouTube Shorts, zetten daar een volgende stap in, waarbij je intuïtief door algoritmes van filmpje naar filmpje wordt gestuurd, waarbij je niet hoeft te kiezen, klikken, spreken of schrijven. De enige voeding die je het systeem geeft, bestaat uit je kijkvoorkeuren.

Toen Elon Musk Twitter overnam en aan de knoppen ging draaien, veranderde het klimaat er meteen merkbaar. Ineens waren er nieuwe regels over wat je wel en niet mag zeggen. Daarmee veranderde ook wat mensen zagen.

Komen we hier nog uit? De diagnoses wisselen tussen gitzwart en hoopvol. In zijn oratie aan de Universiteit van Amsterdam getiteld Extinction Internet beschrijft hoogleraar kunst en netwerkcultuur Geert Lovink de ineenstorting van het huidige systeem. Na meer dan dertig jaar internetkritiek, nu er zowat maatschappelijke consensus is over de manier waarop grote platforms wereldwijde problematiek verergeren, stelt hij: we naderen een point of no return. Het is niet dat het plots klaar zal zijn met de grote platforms, denkt Lovink. Het is vooral van belang dat we nu beseffen dat ze niet zullen veranderen. Er is schoonheid in deze ineenstorting, vindt hij. ‘Door het einde te claimen, maak je energie vrij voor een nieuw begin.’

Mastodon heeft geen ander algoritme dan chronologie en is non-profit

Hoe dat nieuwe begin eruit gaat zien weet niemand. Een probleem is dat we afhankelijk zijn, dat er geen zichtbare exit is. Universiteiten en scholen zijn afhankelijk van Google en Microsoft, veel kunstenaars zitten vast aan Instagram en Adobe, schrijft Lovink. Om er daar eentje aan toe te voegen: journalistieke media blijven op Twitter publiceren, ook De Groene Amsterdammer, terwijl we artikel na artikel schrijven over de problemen die we er observeren.

Om het even op Twitter te houden. Stel, je wilt niet gedachteloos langs ruzies scrollen, maar wel online in gesprek en dan het liefst op een manier die niet van de bedrijfsbelangen, schimmige contentmoderatie en ondoorzichtige algoritmes aan elkaar hangt. Dan zijn er andere opties. Vanuit een traditie van internetpionieren experimenteerde De Groene het afgelopen jaar met De Groene Ruimte, een onafhankelijke internetruimte op de app Element, waarin we zelf de moderatieregels bepalen, zodat we in een gezond debat konden voorzien.

We schreven over moderatie, gingen in gesprek met lezers en gebruikers. Het grootste struikelblok was de benaderbaarheid. Hoewel de discussies over tech-gerelateerde onderwerpen er goed liepen, werd op de rest van de artikelen nauwelijks gereageerd. De mensen die naar de app toetrokken, hadden al een natuurlijke interesse in de artikelen die over technologie gingen. Een betere basis was nodig, een plaats waar al meer gebruikers waren die ook over andere onderwerpen in discussie wilden. Na een paar maanden ging ongeveer alle activiteit liggen.

Toen Elon Musk in november op chaotische wijze Twitter overnam, kwam het maatschappelijke gesprek over gezonde alternatieven echt op gang. Mastodon, een website die lijkt op Twitter maar heel anders in elkaar zit, kreeg er miljoenen gebruikers bij. Mastodon heeft geen ander algoritme dan chronologie en is non-profit. Aan je gegevens wordt niet verdiend. Belangrijker nog: het bestaat uit kleine servers waarop de eigenaren zelf de regels bepalen. Je kunt je dus bij een server aansluiten waarvan je de regels passend vindt, of zelf een server opzetten en je eigen regels bepalen.

Dat laatste doet De Groene vanaf deze week, als voortzetting van De Groene Ruimte. Het doel is om de vroege beloften van sociale media, zoals het bereiken van grote groepen lezers en op een directe manier met elkaar in gesprek kunnen, te verenigen met de zoektocht naar een nieuw internet. Om bovendien online artikelen te kunnen publiceren op een onafhankelijke manier, zoals we ook in het papieren blad gewend zijn.

Doe mee aan de zoektocht naar een onafhankelijk internet

In de podcast Gadget Lab beschrijft techjournalist en Mastodon-adept Andrew Couts dat daar een gemeenschap is ontstaan die heel erg bezig is met communicatie en conversatie. Dat zet hij tegenover Twitter, dat juist geëvolueerd is tot ‘de slechtst mogelijke plek daarvoor’. Mastodon noemt hij ‘niet noodzakelijkerwijs een vriendelijke plaats, maar een respectvolle plaats en een goede plaats om gesprekken te voeren’. Zijn beste online interacties heeft hij op Mastodon gehad. ‘Ik moet zeggen, ik hoop dat dat zo blijft.’

Mastodon hapert nog en er zal nog veel aan veranderen. Het is lang niet zo gebruiksvriendelijk als Twitter en er zitten minder mensen op. Het kan zijn dat het aantal actieve gebruikers afneemt nu de vloedgolf na de Twitter-overname door Musk langer geleden is en ook de eerste goede voornemens sneuvelen. Maar het gaat om het experiment, om nieuwe vormen van online met elkaar omgaan tenminste een serieuze kans te geven.

Dat haperen heeft bovendien een bijkomend positief effect. Hoe gladder een medium, zoals TikTok, hoe makkelijker het is om passief te blijven scrollen. Wanneer je een nieuwe website aan het uitzoeken bent, wanneer niet alles goed werkt en je er soms ook pauze van moet nemen, ben je er bewust mee bezig. Je blijft erbij.