Een trip van veertig jaar

In 1957 veranderde lsd de eerste Nederlanders in hippies. De drug verruimde de denkkaders, dachten ze. In 1997 draagt een nieuwe lichting trippers dit dogma ten grave. Voor hen is lsd vooral leuk voor een feestje. Een nostalgisch gesprek met drie gewezen drugsgoeroes.
WIE LSD SLIKT, wordt zeker gek en ziet misschien God. Dat is wat de gemiddelde middelbare-schoolleraar in 1985 wist over wat eens het heilige sacrament van de hippiegeneratie was. Maar meer hoefden mijn twee vrienden en ik niet te weten. We waren het er roerend over eens dat waanzin verre te verkiezen was boven een mening over atoombom of yuppiedom, die twee slaapverwekkende discussies die de toon zetten in het spirituele concentratiekamp van de diepe jaren tachtig. Dan maar gek.

Vol goede moed togen we dus naar de met reageerbuizen en erlenmeyers gevulde woonboot van de twee bebaarde Britten ‘John’ en 'John’, die ergens aan de Amsterdamse Keizersgracht de Messias uithingen voor verveelde pubers als wij. Met pupillen als dubbeltjes waggelden we die boot weer uit, opgeslokt door een absurd snel verlopende stroom van beelden, gevoelens, inzichten en associaties, die we vreemd genoeg toch ervoeren als één geheel. Het leek er zelfs op… dat alles deel uitmaakte van alles.
We zochten in de encyclopedie op wat er nu precies gebeurde, maar de wetenschap stond (en staat) voor een raadsel. Het had iets te maken met het ontregelen van de serotonine-hersenhuishouding, wat dat ook mocht zijn. Volgens enkele vergeelde bibliotheekboekjes van Simon Vinkenoog en Timothy Leary was dit de natuurlijke staat van de Nieuwe Mens, die op de rokende puinhopen van de oude wereld een nieuw paradijs zou vestigen. Een andere visie gaf Rudy Kousbroek, die in zijn Avondrood der magiërs uit 1970 de tripervaring vergeleek met 'een massieve regressie, het terugvallen op een infantiel denkpatroon, de reactie van mensen die afgezien hebben van pogingen om de hen omringende werkelijkheid nog verder te begrijpen.’
Voorlopig intrigeerde die lsd ons genoeg om elk kwartaal ons bewustzijn voor een dag tot transcendente pulp te laten vermalen. God hebben we alleen nooit gezien. Permanent gek werden we er ook al niet van. Wel meenden we telkens in tien uur minstens tien jaar wijzer te worden. Of dommer, het is maar hoe je het holistische geraaskal van drie gedrogeerde zestienjarigen moet interpreteren. In ieder geval wisten we zeker dat de discussie over atoombom en yuppiedom het domein was van een wereld waar wij niet meer toe behoorden. Het wachten was op betere tijden. Trippers waren we - maar lichtelijk gedateerde trippers.
Totdat de woonboot van John en John er op een dag niet meer was. Opgerold, ten hemel gevaren of gewoon gezonken, wie zal het zeggen. Lsd bleek verder nergens te krijgen en de psychedelische revolutie leek toen voorgoed voorbij. We gingen maar eens studeren. We vergaten het spul. Jaren later ontdekte een nieuwe lichting jongeren dat de monotone dreun van housemuziek wonderwel samenging met een in psychedelica opgelost bewustzijn. Het gevolg was dat Amsterdam begin jaren negentig opeens werd overspoeld door psilocibine en mescaline bevattende paddestoeltjes en cactussen, twee zusjes van de lsd, die bovendien volkomen legaal werden verkocht in zogeheten smartshops. Niet lang daarna was ook lsd weer volop te koop.
Terwijl de politie zich geen raad wist met deze onvoorziene schare gedrogeerde jongeren, riepen de media alvast maar de Tweede Psychedelische Revolutie uit. Anders aan deze revolutie is dat de hedendaagse jeugd geen boodschap lijkt te hebben aan mystiek gewauwel over het omverwerpen van de samenleving, maar de psychedelica veel luchtiger en consumentistischer benadert dan vroeger.
OVER DEZE VERANDERING in tripgedrag en over wat trippen nu precies is praten drie vertegenwoordigers van eerdere generaties lsd-slikkers. De fel omstreden, inmiddels gepensioneerde psychiater Frank van Ree (70) bracht in 1957 tientallen van zijn vrienden - onder wie bekende schrijvers, schakers en kunstenaars - in aanraking met lsd. Hoewel zijn voornaamste doel leek te bestaan uit het onderzoek naar de reactie van zijn proefkonijnen op een kunstmatig opgewekte bad trip, is hij hiermee een van de aartsvaders van het psychedelicagebruik geworden.
De schrijver en amateur-mysticus Gerben Hellinga (59) was een van de voorlieden van de psychedelische revolutie in de jaren zestig. In zijn in 1994 samen met Hans Plomp geschreven doe-het-zelfboekje Uit je bol verklaart hij zijn visie op drugsgebruik voor een jong publiek. Dit jaar kwam hij 'uit de kast als mysticus’ in zijn boek Wintervlinder.
De schrijver en drugsonderzoeker Arno Adelaars (41) is een veelgevraagd spreker voor groepen politiemensen en gezondheidszorgers. Na het slikken van paddestoelen te hebben gecombineerd met het kraken, schreef hij in 1991 het standaardwerkje Ecstasy. Vervolgens begroef hij zich in de Santo Daime-religie, een in Nederland snel groeiende kerk die het katholicisme combineert met het gebruik van het tripmiddel ayahuasca.
Alledrie hopen ze nog steeds op de ondergang van de gevestigde orde door psychedelica. Maar ze erkennen dat de tijden zijn veranderd.
Vertel eens iets over jullie eerste trip?
Frank van Ree: 'Ik denk dat ik een van de allereerste Nederlanders was die lsd gebruikte. In 1956 stuitte ik op een foldertje van Sandoz, de Zwitserse firma die het spul heeft uitgevonden. Daarin stond dat het voor psychiaters ontzettend nuttig was om een keertje te hallucineren. Want dan wist je wat die schizofrenen en psychotici allemaal meemaakten. Die lsd kon je gewoon via de post bestellen en samen met een vriend heb ik toen wat genomen. We hebben ons urenlang rotgelachen.’
Arno Adelaars: 'Mijn eerste lsd-ervaring was een gigantische bad trip. Ik zat in 1975 bij een vriend een kopje thee te drinken en toen zei dat type: wees niet bang, maar er zat een trip in je thee. Ik was twintig jaar oud en zat midden in een rouwproces. Helemaal in de war ben ik toen het bos in gelopen, waar ik prompt verdwaalde. Ik herinner me nog dat alle mensen die ik tegenkwam precies op elkaar leken, het waren net kloontjes. Vijf uur lang heb ik daar in doodsangst rondgedwaald, totdat ik weer enigszins bij mijn positieven kwam. Mijn eerste gedachte was toen: dit nooit meer.’
Frank van Ree: 'De omstandigheden waarin iemand lsd neemt, zijn natuurlijk allesbepalend. Vroeger wisten we dit nog niet. Van de 42 proefpersonen die ik in 1957 en 1958 lsd heb gegeven, zijn er dan ook zeker twintig geflipt. Dat kwam omdat ik tijdens het experiment altijd begon door te vragen of er wellicht krankzinnigheid voorkwam in de familie. En dat wat er ook mocht gebeuren tijdens de trip, het altijd hun eigen verantwoordelijkheid was. Verder slikten ze die lsd in een klinische laboratoriumsetting, omringd door in witte jassen gehulde mensen die continu van alles en nog wat aan het meten waren. Ik ben er doctor mee geworden, maar achteraf denk ik dat er van dat hele proefschrift van mij geen sodemieter klopte. Ik liet ze gewoon flippen.’ Van Ree slaat zijn ogen neer.
Arno Adelaars: 'Nadien heb ik een tijdje gedacht dat ik knettergek was. Eenmaal in therapie bleek dat allemaal te herleiden tot die lsd-flip. Maar de psychedelische paddestoeltjes die ik een jaar later nam, vond ik wel verrukkelijk. Die neem ik dus nog steeds, afgewisseld met zwaardere tripmiddelen als ayahuasca en mescaline. Hoewel ik dus rot ben begonnen, heeft dat mij niet van de psychedelica af weten te houden.’
Gerben Hellinga: 'Ik was aanvankelijk ook bang voor lsd. Het leek me slim om daarmee te wachten totdat ik geestelijk op een wat rijper niveau was. Totdat ik ergens in de sixties op een dag dacht: nu ben ik er klaar voor. En toen was het ook fantastisch. Nu vind ik welke psychedelica je ook neemt altijd een avontuur. Al die prachtige visoenen en stemmen. Lsd is fysiek gezien wel wat harder dan de rest. Niet doodgaan, maar dood zijn. Praten met allerlei weirde entiteiten. Tussen de sterren, voorbij de sterren. Tegelijkertijd wordt de wereld altijd zo on-ge-loof-lijk mooi! Ze ontvouwt haar betoverende schoonheid die door de voile van het dagelijks leven altijd is afgeschermd. Daarbij denk ik altijd erg veel na, natuurlijk, allemaal bijzondere gevoelens en gedachten vlieden door mij heen…’
Kan je je daar achteraf nog iets van herinneren?
Gerben Hellinga: 'Nou… ik kom toch altijd weer op dezelfde dingen terecht. Men onderhoudt zich met het goddelijke, zal ik maar zeggen. Maar waarin schuilt dat goddelijke? Nog steeds bevreemdt mij dat ontzaglijk.’
'FLIPPEN’ KLINKT mij eerder duivels in de oren dan goddelijk.
Arno Adelaars: 'Nou ja, iemand flipt alleen als hij zich angst heeft laten aanpraten. Bij iets dat wettelijk is verboden, gebeurt dat natuurlijk vrij gemakkelijk. Als de hoge heren zeggen dat het niet mag, zal er vast wel iets mis mee zijn, weet je wel.’
Gerben Hellinga: 'Aan de andere kant maakt elke tripper wel eens een flip mee. Ik weet nog hoe ik een keer in New York in een overvolle metrowagon zat te pieken op lsd en opeens was iedereen hartstikke dood. Alleen een ontzettend lelijk zwart meisje leefde nog, maar ze was helemaal verminkt en ze keek mij aan met één oog, dat als een diamant naar buiten scheen… Dan ontdek je een schaduwkant en dat is ook logisch. Tijdens een trip komen er nu eenmaal allerlei gevoelens los - dus ook angst. Daar kun je trouwens verduveld veel van opsteken. Dus die angst vind ik eigenlijk ook wel weer te gek.’
Frank van Ree: 'Angst kan inderdaad heel therapeutisch werken. Ik heb met mijn vader altijd een zeer gefrustreerde relatie gehad, en tijdens een trip zag ik hem een keer op me af komen, met handen als klauwen, druipend van het bloed. Puur uit angst ben ik toen toch zo godverdomde driftig geworden. Vader vluchtte hierop in een stalen ladenkast, en in welke la ik ook zocht, ik kon hem niet meer vinden. In razernij heb ik toen die hele kast krom getrapt. Die flip had achteraf een therapeutisch effect, omdat er vrienden bij waren die me tot bedaren wisten te brengen. Maar was dit gebeurd terwijl ik alleen in de duinen had rondgezworven, dan was ik misschien met een angstpsychose in het gekkenhuis beland.’
Gerben Hellinga: 'Belangrijk is volgens mij dat je toen wat hebt gedaan met die angst. Flippen is als je je dwars zet, als je alleen nog maar denkt: laat het stoppen!’
Arno Adelaars: 'Maar die angstschreeuw is toch heel normaal? Ieder kind wordt immers van jongsaf aan geleerd om alleen naar buiten te kijken en om alleen te accepteren wat hij echt kan aanraken. Dus als je dan voor het eerst naar binnen kijkt en daar allemaal enge monsters ziet… dan leer je dat, ook als je psychisch gezond bent, er in je brein gebieden bestaan die rot zijn of kwaadaardig. Dat in ieder mens mooi altijd samengaat met lelijk. Maar dat leer je dan wel op de harde manier.’
Frank van Ree: 'Schizofrenen hebben daar ook veel ervaring mee. Die vonden het altijd enig om te horen dat ik ook een beetje lijp was geweest. Konden we samen een beetje trippen.’
HOE ZOUDEN JULLIE het woord 'trip’ eigenlijk definiëren?
Gerben Hellinga: 'Als een bewustzijnsverruiming. Als het in een geëxpandeerde ruimte zien, horen, ondergaan en soms zelfs fysiek ontmoeten van krachten en entiteiten die je alleen kunt benoemen met het woord “goddelijk”. Waarom? Omdat ik vaststel dat er (begint wilde handgebaren te maken) uit die kracht liefde stroomt, en die ontvang ik dan ook en dat vult mij helemaal en ik ben dankbaar! Later denk ik dan: mijn God, wat vreemd. Want in nuchtere toestand heb je dat toch niet.’
Frank van Ree: 'Het woord bewustzijnsverruiming vind ik mooi, maar het woord bewustzijnsverlossing vind ik nog veel mooier. Ik geloof dat wij leven in een overgestructureerde wereld die wordt beheerst door volkomen verkrampte waarnemings- en denkkaders. En ik geloof dat drugs, en met name de psychedelica, in staat zijn om ons te laten ontsnappen aan die dogmatische kaders. Zodat je de wereld weer in vrijheid kan beleven.’
Je kan ook stellen dat lsd-gebruikers simpelweg terugkeren naar de nog in magie gelovende, bewustzijnsvernauwde staat waarin peuters verkeren.
Frank van Ree: 'Ja, natuurlijk. Maar wat doet dat er toe?’
Gerben Hellinga: 'Het punt is dat een lsd-ervaring niet op zichzelf staat, maar altijd sporen achterlaat. Blokkades waarvan je niet eens wist dat je ze had, zitten opeens een beetje los. Inzichten waar je anders jaren over zou hebben gedaan, doemen opeens op. In die zin werken psychedelica als een bewustzijnsversneller.’
Arno Adelaars: 'De discussie tussen bewustzijnsverruimend en bewustzijnsvernauwend is volgens mij allang achterhaald. Noem het gewoon bewustzijnsveranderend.’
Waar ik op doel is dat de tripervaring waarschijnlijk een fysiologisch verschijnsel is waar we als kind al mee bekend waren. Gerben vergelijkt dit met een ontmoeting met het goddelijke. Is dat niet een beetje optimistisch geredeneerd?
Gerben Hellinga: 'Ik schaam me niet voor de inzichten die ik heb tijdens mijn trips. Maar misschien neem ik als schrijver en kunstenaar het woord God wat gemakkelijker in de mond dan Frank en Arno.’
Arno Adelaars: 'Nou, ik heb tijdens mijn trips met ayahuasca dingen meegemaakt die ook ik alleen maar kan omschrijven als religieus. Ik bedoel hiermee dat ik in contact trad met een kracht die zo enorm groot was, dat ik mij in vergelijking daarmee alleen nog maar heel klein kon voelen. Om niet te zeggen miniem. Tegelijkertijd voelde ik dat die kracht vrouwelijk van aard is. Na afloop heb ik twee uur lang zitten huilen van puur geluk.’
Gerben Hellinga: 'Dat ayahuasca-gevoel ken ik ook. Ik heb het een keer samen met een psychiater meegemaakt, en die zei na afloop tegen mij: Als mijn patiënten dit zouden weten, kon ik mijn praktijk wel opdoeken.’
Van Ree barst in lachen uit: 'Ik zat een keer trippend met mijn vrouw in de huiskamer, luisterend naar de muziek die ook speelde toen ik haar leerde kennen. Ik keek naar haar gezicht en opeens werd het steeds heller verlicht in de kamer, totdat er uiteindelijk niets anders was dan een intens magnesiumlicht waarin ook het gezicht van mijn vrouw opging. In dat schijnsel ontstonden gouden en zilveren draden die bewogen op de tonen van de muziek en langzaam raakte ik helemaal vervloeid met dat licht, wèrd ik dat licht. Je kunt allerlei namen geven aan die ervaring: goddelijke kracht, machtsveld, of wat dan ook. Zelf heb ik het geïnterpreteerd als het bewijs van de eenheid tussen mij en mijn vrouw, terwijl we wellicht samen opgingen in iets hogers.’
Tegenwoordig hoor je dit soort mystieke geluiden niet veel meer.
Arno Adelaars: 'Tegenwoordig is het in intellectuele kringen bon ton om af te geven op psychedelicagebruikers. Hele kantoorgebouwen zitten vol met mensen die in de jaren zestig en zeventig hetzelfde soort ideeën hadden, maar niet in staat waren om op basis daarvan de samenleving te hervormen. Dus van de weeromstuit zijn ze die spiritualiteit maar gaan onderdrukken.’
Gerben Hellinga: 'Dat komt ook omdat de cocaïne zo populair is geworden. Die had je in de sixties niet. Vanaf de seventies is de hippiegeneratie verhard en verzakelijkt door de coke, totdat de flower-power uiteindelijk helemaal was weggespoeld. Hippies in de jaren tachtig, dat bestond toch helemaal niet? Pas nu wordt dat gedachtengoed met de opkomst van de paddestoelen en de ecstasy weer een klein beetje herontdekt.’
WAT IS HET VERSCHIL tussen jullie en deze nieuwe lichting gebruikers?
Frank van Ree: 'Ze weten veel meer. In de jaren vijftig experimenteerde iedereen maar wat, niemand wist er eigenlijk een bal vanaf. Dat is nu heel anders: veel angst voor psychedelica is weggenomen doordat de effecten wijd en zijd bekend zijn. Hierdoor is het therapeutisch nut enorm toegenomen.’
Gerben Hellinga: 'Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Ik propageer zelf een heel sober gebruik, omdat je het effect van psychedelica op je denken alleen dan echt voelt. Maar ik zie dat grote groepen jonge gebruikers, alleen omdat ze naar een feestje gaan, wel heel gemakkelijk van alles en nog wat achteroverslaan. Dat komt door het consumptiegerichte denken van deze tijd, waar handelaren natuurlijk handig op inspelen door het ene paddestoelenwinkeltje na het andere op te richten. Wat kan het hen schelen dat geestelijk totaal onvolgroeide dertienjarigen daar voor de grap een megadosis paddestoelen naar binnen gieten? Als ze maar betalen. En neem nou al die voetbalsupporters die handenvol pillen en paddestoelen in hun mik stoppen en vervolgens lekker geweld gaan plegen. Het oude respect voor drugs is helemaal weg. Geen wonder dat de politierepressie dan toeneemt.’
Arno Adelaars: 'Ik geloof dat er aan die massaliteit ook een positieve kant zit. Want er is altijd een groep die wel op een verantwoorde manier omgaat met paddestoelen. En daar zijn er momenteel meer van dan vroeger, domweg omdat er nu veel meer jongeren zijn die het eens proberen.’
Gerben Hellinga: 'Ach, zelfs het lsd-gebruik is tegenwoordig consumptief geworden. Als je tegenwoordig lsd koopt, krijg je toch een veel lagere dosis dan vroeger. Gewoon om de kids in staat te stellen om het als feestpil te gebruiken. Lsd light, dat is toch belachelijk? Dat is net alsof je in een raceauto zit die tien kilometer per uur rijdt.’
Kortom: het heilige vuur van de sixties is weg?
Gerben Hellinga: 'Nou ja, het stuit me tegen de borst dat iedereen de waarde van de flower-power nog steeds ontzettend onderschat. Vergeet niet dat de aarde in 1967 heel eventjes één was omdat men elkaar vond in Beatles-liedjes en psychedelische kunst. Dat ongelooflijke moment dat iedereen een zomer lang liep te glimlachen, puur veroorzaakt door lsd en het daaruit voorvloeiende streven om de hele wereld om te turnen. Dat moment dat Beatrix zich ging verloven, en dat de provo’s toen voor de grap riepen: we geven de paarden van haar gouden koetsje een suikerklontje met lsd. Met als resultaat dat het middel direct werd verboden! Terwijl de psychedelische beweging alleen…’
Frank van Ree: ’… streefde naar de bevrijding van de mensheid uit haar verstarde maatschappelijke kluisters. Maar ach, de vraag is hoe reëel die strijd was. Persoonlijk heb ik van die hele maatschappij nooit veel begrepen. Ik weet nog hoe ik in 1964 een lichamelijk gezonde vrouw hielp met vergassing en ik wist niet eens dat het verboden was! Ik dacht alleen: die vrouw moet sterven. Want die wil sterven, en dus moet ik dat maar doen. Pas later hoorde ik dat daar gevangenisstraf op stond.’
Er valt een secondenlange ongemakkelijke stilte.’
EEN VEEL GEHOORD punt van kritiek op psychedelica-gebruikers is dat het zo'n megalomaan clubje is.
Arno Adelaars: 'Onzin. Natuurlijk zitten er altijd een paar doorgeschoten propagandisten bij, maar van de meesten weet je niet eens dat ze iets gebruiken. Die houden dat liever stil.’
Gerben Hellinga: 'Ik wil die kritiek niet helemaal ontkennen. Kijk, als psychonaut zie je inderdaad dingen die anderen niet zien. Je gaat als het ware door andermans valse verstarring heen en daar ben je je ook van bewust. Natuurlijk heeft het geen enkele zin om te zeggen: ik heb meer geleerd dan jij. Want je hebt immers geleerd dat dàt nu juist geen zin heeft. Voel je wel?’
Frank van Ree: 'De enige generalisatie die opgaat voor psychedelicagebruikers is dat het spiritueel ingestelde mensen zijn. Als ze weer zo'n foto van duizend gestikte varkens zien, dan vragen ze zich af waar nou de spirituele dimensie is. Dat soort mensen zegt: de hele wereld kan me gestolen worden, maar ze nemen mij mijn recht op psychedelica niet af. Want die heb ik nou net nodig om spiritualiteit te blijven vinden in een wereld vol dode varkens.’
Waarom zou de overheid hier eigenlijk tegen zijn?
Arno Adelaars: 'Waarom zijn alle drugs verboden? Omdat we in een christelijke samenleving wonen. Omdat Amerika het machtigste land is van de christelijke wereld. Omdat de blanke middenklasse die daar de dienst uitmaakt van mening is dat iedereen nuchter dient te zijn in het aanschijn van God.’
Frank van Ree: 'De overheid heeft bovendien te maken met de gigantisch machtige medische lobby. Deze verdient miljarden aan het slijten van tranquillizers, verslavende en totaal niets genezende pilletjes waarvan je alleen maar lekker duf wordt. Alleen al daarom zullen psychedelica nooit worden gelegaliseerd. Stel je voor dat al die versufte oogjes opeens geopend worden! De psychelicafamilie is gewoon een veel te concurrerende markt.’
Arno Adelaars: 'Precies! Neem bijvoorbeeld een nieuw middel als Prozac, dat grijpt in op exact dezelfde neurotransmitters als ecstasy. Ze elimineren allebei de negatieve gedachtencirkeltjes, maar er is één verschil: Prozac ontbeert de empathische en introspectieve werking van ecstasy.’
Frank van Ree: 'Terwijl juist ecstasy een zegen zou kunnen zijn voor de psychiatrie. Ik heb laatst nog twee pillen geslikt om een oud jeugdtrauma te reconstrueren waar ik al jarenlang vergeefs mee bezig was. Wat in al die gesprekken met collega-psychiaters niet was gelukt, werd door die pillen in één klap opengebroken: met een enorme vaart zoemde ik dwars door de dekherinnering van dat trauma heen, direct naar de kern van het probleem. Vreemd genoeg zijn er maar een paar psychiaters die erkennen dat een ecstasytripje, mits goed begeleid, verdomd veel resultaat kan hebben. De rest leest dit en denkt: blij dat die Van Ree eindelijk gepensioneerd is, want die man is levensgevaarlijk.’
HOE ZIEN JULLIE de toekomst? Laten we zeggen over vijftien jaar?
Arno Adelaars: 'Dat zou dan zijn in 2012. Grappig dat je dat zegt. Volgens de paddestoelengoeroe Terence McKenna vindt er precies in dat jaar een gunstige omslag in de geschiedenis plaats.’
Gerben Hellinga, samenzweerderig: 'Jahaa, op 21 december 2012 breekt de Nieuwe Tijd aan. Althans, volgens McKenna’s computermodel, dat zich baseert op de Chinese tijdrekening. Bizar genoeg komt dat patroon ook precies overeen met de beroemde kalender van de Maya’s, die op diezelfde datum abrupt stopt. Tja, misschien gaan we dan door een tijdgatje heen. Wie zal het zeggen.’
Frank van Ree: 'Je moet me niet vastpinnen op een bepaalde datum, maar ik ben juist enorm pessimistisch. Ik geloof dat de heksenjacht op drugs nog verder zal toenemen, dat het opjagen van haar gebruikers nog groteskere vormen zal aannemen en dat nog meer gevangenissen zullen uitpuilen van de slachtoffers van deze waanzin.’
Arno Adelaars: 'Wat mij vooral benauwt is dat Nederland haar rol als voortrekker van een tolerant drugsbeleid heeft verloren. Ik bezocht een paar maanden geleden een drugsseminar in Frankfurt, en ik voelde me eigenlijk een beetje lullig als Nederlander. Het beleid van een aantal Duitse deelstaten en Zwitserse kantons is immers al zoveel vrijer dan hier. Terwijl het Nederlandse politieke klimaat alleen maar enger wordt. Het is dat ik sociale banden heb in Nederland, anders zou ik direct vertrekken. Want als in navolging van Amerika hier allemaal nieuwe gevangenissen worden bijgebouwd, ga ik me toch afvragen of ik er niet zelf een keer in terechtkom.’
Gerben Hellinga: 'Weet je wat wij zouden moeten doen? Helemaal ophouden met praten over die drugs. Drugsprobleem? Wat nou, er ís helemaal geen drugsprobleem. Als iedereen dat zou doen, zou dat hele drugsprobleem vanzelf verdwijnen.’
Hebben jullie nog een laatste woord?
Arno Adelaars: 'Soms vraag ik me wel eens af of we nazi-Duitsland wel echt hebben verslagen. Want we leven in een wereld waar steeds meer wordt voorgeschreven hoe we moeten denken en hoe we ons dienen te gedragen. Terwijl als je onze machthebbers moet geloven, we nog nooit zulke fijne machthebbers hebben gehad als nu. Daar word ik wel eens heel triest van. Gelukkig zijn de psychedelica er nog om aan die indoctrinatie te ontsnappen.’
Gerben Hellinga: 'Ik heb nog een tip: 2CB. Het is een beetje vergelijkbaar met ecstasy, maar het is visueler en het werkt heel zintuiglijk. Als je aan het vrijen bent bijvoorbeeld, en je legt je hand op een arm, nou dan verdwijn je gewoon helemaal in die arm. Kortom, het is erg de moeite waard en het is bovendien volkomen legaal te koop in iedere goed gesorteerde smartshop. Want ze hebben die 2CB nog niet verboden.’
Frank van Ree: 'Ik heb eerlijk gezegd meer trek in een borrel.’