Menno Hurenkamp

Een tropische verrassing

Toen Ayaan Hirsi Ali naar de VVD overstapte verwachtte ik dat ze zou verkommeren tussen de parelkettingen. Daar heb ik me lelijk op verkeken. Je kunt erover twisten of ze slaagt in haar missies. Maar ze zet thema’s op de maatschappelijke agenda die daar een plaats verdienen. Dat is voor een politicus al heel wat. Ook al deugt misschien «de toon» niet en kakelt ze af en toe in de rondte. Daarom is het verbazend dat allerlei mensen menen dat zij de politiek moet verlaten. Socioloog Jacques van Doorn meende dat de VVD met haar moet breken. Omdat ze – samengevat – volstrekt haar eigen gang gaat, tomeloos arrogant is en een reeks onnozele uitspraken op haar naam heeft. Ach. Van Doorn zou de Haagse politici die aan deze drie criteria voldoen niet tegelijk te eten willen krijgen.

Hirsi Ali heeft ook een hele reeks supporters. Logisch, want iemand die Hans Wiegel succesvol op de kast jaagt heeft haar verdiensten. Hirsi Ali’s tegenstanders uit de multiculturele hoek vragen vaak waarom het oude witte mannen zijn die haar steunen. En als je haar teksten leest krijg je wel eens de indruk dat er meegeschreven wordt door mensen die van dure Franse woorden houden. Maar wat zou dat? Bij mijn weten is inderdaad niet bekend waar het grote aantal voorkeurstemmen dat ze kreeg vandaan komt – van Nederlanders die graag correct incorrect stemmen of van migranten die in haar een bevrijder zien. Dus het is best mogelijk dat ze meer witte dan zwarte steun heeft.

Drijft ze daardoor, door als een echte bounty «witte» uitspraken te doen, een wig in de samenleving? Welnee. Driekwart van haar uitspraken zouden andere politici ook graag voor hun rekening nemen. Het punt is dat veel van haar uitgesproken tegenstanders ook witte mannen zijn, die zich liever opwinden over Hirsi Ali’s diva-gedrag dan over de vervelende kwesties die ze – onhandig maar effectief – aansnijdt. Het gekibbel over de VVD-politica krijgt al met al een onmiskenbaar seksistisch trekje: we zullen deze tropische verrassing eens laten zien wat onze manieren zijn.

Hirsi Ali is geslaagd in haar opzet de emancipatie (van migranten, maar vooral van migrantenvrouwen) opnieuw op de agenda te krijgen. Het drama is dat het niet lukt dat debat op een hoger plan te tillen. Haar probleem is dat er geen makkelijk te mobiliseren achterstandsgroepen meer zijn, geen vrouwen, arbeiders, homo’s of Antillianen die zich massaal herkennen in een makkelijk programmapunt: maatschappelijke vooruitgang. Als Hirsi Ali roept: weg met de achterstand! roepen de mensen die ze op het oog heeft terug: welke achterstand bedoel je – die op school, of die op straat? Dat ik slecht les krijg of dat ik vanwege een hoofddoek nagewezen word? Dat ik niet kan werken of dat ik niet mag bidden? Bereiken van de mensen aan de randen van de maatschappij vergt nu een bijna onmogelijke combinatie van strijdvaardigheid en fijnzinnigheid. Dat laatste mist ze. Hirsi Ali lijkt eigenlijk te veel op een ouderwetse, Troelstra-achtige, voorhoedefiguur: compromissen en details zijn flauwekul, het gaat om de grote klap.

De tragedie is daarom niet dat de VVD stemmenverlies lijdt, of dat Van Aartsen zich laat koeioneren door een slimme ijdeltuit, maar dat straks in Den Haag wéér over alle achterstandsgroepen wordt gezegd: wij wilden wel maar zij wilden niet.