Een tweede huis

Londen - De Engelsen hebben hun eigen variant op de discussie over de aftrek van de hypotheekrente: de verhoging van de vermogenswinstbelasting. Als het aan de Conservatief-Liberale regering ligt stijgt deze belasting van achttien naar veertig procent, daar speculatie een gering maatschappelijk en economisch belang dient. Binnen de fractie van de Conservatieve Partij is veel onrust ontstaan omdat niet alleen het eerste maar ook het tweede huis van de Engelsman zijn kasteel is.
De verhoging is een idee van Vince Cable, de Liberaal-Democratische minister van Economische Zaken die zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot de sage van de kredietcrisis. Behorend tot de progressieve vleugel van zijn partij had hij eerder een ‘villabelasting’ voorgesteld. Dat viel slecht. Met het meer dan verdubbelen van de vermogenswinstbelasting gaat Cable in de herkansing. Uiteraard valt dit slecht in de City. Mark Dampier, financieel adviseur bij Hargreaves Lansdown, zei dat het niet alleen vastgoedhandelaren of effectenmakelaars treft maar ook de mensen die ’s avonds voor een fooi de kantoren schoonmaken, als ze tenminste een aandelenpakketje hebben.
De woede van deze emancipator van de schoonmakers valt in het niets bij de verontwaardiging van hen die een tweede huis hebben. Napoleon noemde Engeland ooit spottend een land van winkeliers. Twee eeuwen verder is het een rijk van amateur-makelaars. De één gebruikt een tweede (of derde) huis om voor woekerprijzen te verhuren, voor de ander is het een vakantiewoning en weer een derde beschouwt het als een stenen spaarvarken. Terwijl de aftrek van de hypotheekrente sinds de dagen van Margaret Thatcher, een ware liberaal in tegenstelling tot Mark Rutte, niet meer bestaat, zijn er wel belastingvoordelen verbonden aan het hebben van een tweede huis. Waarom zou, zo vraagt Cable zich af, inkomen uit kapitaal lager zijn dan uit arbeid?
The Daily Telegraph begon een lezerscampagne tegen de voorstellen. Misschien niet toevallig kwam de 'Torygraph’ tijdens de rel met de onthulling dat staatssecretaris van Financiën David Laws ten onrechte veertigduizend pond aan woonkosten had gedeclareerd, want zijn 'landlord’ bleek in werkelijkheid zijn vriend te zijn, een homoseksuele relatie die hij geheim had willen houden. De ex-bankier nam ontslag en zijn opvolger kreeg van dezelfde krant meteen het verwijt dat hij de parlementaire regels had ontweken om maar geen vermogenswinstbelasting te betalen over zijn Londense pied-à-terre. Binnen de Conservatieve Partij hebben de thatcherianen David Davis en John Redwood zich opgeworpen als spreekbuis van de couponknippers en huisjesmelkers. Wat is er toch met het traditioneel conservatieve idee gebeurd dat een huis bedoeld is om in te wonen?