De Nederlandse economie groeide in het derde kwartaal met 7,7 procent. Hiermee herleeft een oude hoop uit het begin van de coronacrisis: misschien was de economie gewoon even on hold en veert straks alles terug naar normaal. Na de zware economische krimp van 8,5 procent in het tweede kwartaal en 1,5 procent in het eerste volgde een zomer van uitbundig spenderen. Daarmee was de economie eind september nog niet terug op het niveau van maart, maar vreselijk veel scheelde het dus niet. De V-vormige recessie leek toch nog mogelijk.

Met de tweede golf is die V uit het zicht verdwenen. We zitten in ieder geval in de neergaande poot van een W. De vraag wordt nu wanneer we de laatste en opgaande poot gaan vinden. Kunnen we niet gewoon herhalen wat we in de zomer deden, terugveren, als het vaccin er eenmaal is? Dat lijkt onwaarschijnlijk; het zou heel goed kunnen dat we in een tweede recessie (twee achtereenvolgende kwartalen van krimp) zitten. De oorzaak ligt in de combinatie van versobering van steunpakketten, de klap van buitenlandse krimp en de toegenomen schulden – niet de overheidsschulden maar de bedrijfsschulden.

De uitstaande zakelijke kredieten van banken aan niet-financiële bedrijven dalen sinds 2012 gestaag, gemiddeld met zevenhonderd miljoen euro per maand. Maar van januari tot april 2020 stegen ze met gemiddeld ruim tweeënhalf miljard per maand. Dat is veel, op een totaal van 255 miljard. De toename van meer dan tien miljard in die maanden was vrijwel gelijk aan de omvang van de Garantie Ondernemingsfinanciering, een pakket leningen (met tot negentig procent staatsgarantie) ter waarde van tien miljard euro, dat was klaargezet voor het jaar 2020.

Met de versobering dringt ook de realiteit zich op

Sinds april is de langjarige daling van de bedrijfsschuld bij banken weer ingezet. Ze is nu terug op het niveau van januari, wat nog altijd zo’n zeven miljard meer is dan bij voortgaande schuldafbouw het geval zou zijn geweest. Daarnaast was er een forse toename in het tweede kwartaal van de kortlopende schulden via de obligatiemarkten, waar de grotere bedrijven lenen.

De schuldgroei is begrijpelijk: zonder inkomsten en met doorlopende vaste lasten moeten bedrijven toch geld vinden om niet failliet te gaan. Een lening is dan de enige uitweg. Het gaat overigens niet om nieuwe leningen; die zijn niet toegenomen, tonen de cijfers. Maar oude leningen werden vaker ‘doorgerold’, doordat afbetaling werd uitgesteld.

Dit uitstel was de kortetermijnoplossing om door de lockdowns heen te komen. De staatssteun maakte het mogelijk dat lonen werden doorbetaald, dat banken uitstel van rente en aflossing gaven en verhuurders uitstel van huurbetaling. Maar uitstel is geen afstel. Banken en verhuurders zijn na die genereuze eerste maanden strenger geworden met het verlenen van uitstel; ook zij hebben inkomsten nodig. Voor veel ondernemers staan er tegenover de achterstallige betalingen die ze nu boven op de normale lasten moeten gaan doen geen hogere inkomsten, eerder lagere. Dat komt niet alleen door de tweede golf, maar ook doordat de zware krimp in Europa zich in Nederlandse bedrijven doet voelen. De steunpakketten waren als een deken die de financiële gevolgen van al dat onheil weghield. Met de versobering dringt ook de realiteit zich op.

Nu al zijn er meer bedrijfsopheffingen en minder starters. In de regio Amsterdam zijn er in 2020 elf procent minder bedrijven bijgekomen dan vorig jaar in dezelfde periode. De dynamiek stokt. Daarnaast gaan veel gesprekken tussen debiteuren en crediteuren de komende maanden toch eindigen in een faillissement. Dan wordt het oppassen voor sneeuwbaleffecten, als uitgestelde betalingen definitief gemiste betalingen gaan worden. De verhuurder met te veel van zulke huurders komt in de problemen. Als die zijn lening aan de bank niet kan terugbetalen, heeft de bank een balansprobleem. Die moet dan terugvallen op eigen kapitaal en staatsgaranties, maar de vraag is of die voldoende zijn. Zien we dit soort processen in de hele eurozone – en dat gaat uiteraard gebeuren – dan dreigt financiële instabiliteit door wankelende banken. Zover is het nog niet, maar de Europese Centrale Bank bereidt al een bad bank for bad loans voor. Want doormodderen met hoge schulden en veel ‘slechte leningen’ leidt tot langdurige stagnatie. Dan zitten we niet in een V of een W, maar in een VL-scenario.