Een u-boot voor juliana?

Hoe zou het toch gaan met die affaire rond het opdreggen van die Duitse U-boot uit de Tweede Wereldoorlog in Amerika, waar niemand minder dan onze eigen Juliana en Bernhard zo'n curieuze (bij)rol in vervullen?

Op 7 april dit jaar wijdde het Algemeen Dagblad als enige krant in Nederland een (bescheiden) bericht aan een affaire die de Verenigde Staten zowel nautisch als politiek al maandenlang in de ban houdt. Het gaat om een initiatief van de Amerikaanse zakenlieden Edward Michaud en Greg Brooks, exploitanten van het gerenommeerde bergingsbedrijf Trident Research and Recovery Inc. Zij zijn ervan overtuigd dat zich zo'n twintig mijl voor de kust van Cape God in Massachusetts het wrak moet bevinden van wat volgens hen een Duitse U-boot uit de Tweede Wereldoorlog is van het type X1-B.U. Deze onderzeeër zou op 20 juli 1944 uit Danzig zijn vertrokken richting de Verenigde Staten. Net voor aankomst, op 25 augustus 1944, zou het zijn geraakt door een dieptebom van het Amerikaanse vliegdekschip K25. Het enige probleem, zo meldde het AD in het bericht, was dat de Amerikaanse autoriteiten in alle toonaarden ontkenden ooit een onderzeeër bij Cape God te hebben gebombardeerd, terwijl dit type U-boot volgens Duitse gegevens weliswaar ooit was ontworpen, maar nooit gebouwd. Michaud en Brooks, die eerder kapitalen verdienden aan het bergen van oude Spaanse galjoenen met ladingen goud aan boord, kwamen via verhalen in zeemanscafés op het spoor van de mysterieuze onderzeeër. Ze vonden bemanningsleden van het bewuste Amerikaanse vliegdekschip die bevestigden dat het bombardement van de Duitse onderzeeër wel degelijk had plaatsgevonden. Diverse vissers bleken indertijd te hebben gemeld dat ze een onderzeeër hadden gezien. Ook in de officiële documenten van de kustwacht werd melding gemaakt van een vijandelijke onderzeeër die de kust voor Maine verkende. Vervolgens gingen Michaud en Brooks op zoek in diverse archieven en vonden documenten die inderdaad gewag maakten van het bombardement.
Maar het meest pikante van het onderzoek is het mogelijke verband met het Nederlandse vorstenhuis waar Michaud en Brooks op stuitten. Op het moment van het bombardement bij Cape God bleek niemand minder dan Juliana, de naar Canada uitgeweken kroonprinses der Nederlanden, zeer dicht in de buurt, namelijk in een hotel in Chatham. Een paar uur na het tot zinken brengen van de onderzeeër vertrok Juliana spoorslags terug naar haar opvanghuis in Ottawa. Aan Juliana’s zijde zou zich mogelijk ook Bernhard hebben bevonden. Michaud en Brooks kwamen aan de hand van die gegevens tot de hypothese dat de U-boot in kwestie op de of andere manier bestemd was voor het koninklijke echtpaar uit Nederland. Zij schetsten het scenario dat er Duitse industriëlen en militairen aan boord van de U-boot waren die met de Amerikaanse autoriteiten over vrede wilden onderhandelen. Bernhard zou daarbij als tussenman hebben gefungeerd. Volgens Michaud en Brooks was de prins als voormalige SS'er en agent van IG-Farben een ideale contactman voor die segmenten van het Duitse militaire en industriële establishment die in 1944 van Hitler afwilden en het op een akkoordje met de Amerikanen wilden gooien, om vervolgens gezamenlijk op te rukken tegen het communistische gevaar. Daarnaast, zo filosoferen zij op hun eigen Internetsite (http//www.mallofmaine.com/ca35/), beschikte Bernhard vanwege zijn latere vertrouwensfunctie als bevelhebber der Nederlandse strijdkrachten ook over de juiste connecties met het illustere Amerikaanse inlichtingenduo de gebroeders Dulles, die op hun beurt weer in goed overleg stonden met topnazi’s die zich anno 1944 tegen Hitler hadden gekeerd, zoals admiraal en Abwehr-chef Canaris. Ook speculeerden Michaud en Brooks openlijk over de vraag of de Duitse U-boot wellicht privéspullen voor het koninklijke paar uit Holland bij zich had. Kortom: een intrigerende zaak. Michaud en Brooks spreken zelfs van de ‘grootste vondst sinds de Titanic’. Navraag bij Trident Research and Recovery Inc. in Framingham leert echter dat het onderzoek nogal bemoeilijkt wordt door tegenwerking van de autoriteiten. Vooral de Amerikaanse marine maakt het onderzoek uiterst gecompliceerd. 'We zijn er inmiddels in geslaagd op grond van vrijgegeven vertrouwelijke documenten definitief vast te stellen dat Juliana inderdaad in die periode bij Cape God aanwezig was’, laat Edward Michaud vanuit Amerika weten. 'Van Bernhard weten we dat nog steeds niet zeker.’
Meer mededelingen wensen de bergers niet te doen. 'We voeren dit onderzoek onder extreem moeilijke omstandigheden uit, zowel op de plek in kwestie als op diplomatiek gebied’, aldus Michaud. 'Het zal nog een tijdje duren voordat we met meer informatie naar buiten kunnen komen.’
Misschien is deze koninklijke U-boot-affaire een uitgelezen kans voor de Volkskrant, die verleden week weer een duchtige klap opliep op journalistiek-monarchaal terrein. Als voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren was Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes verleden week gastheer van koningin Beatrix, die het veertigjarige bestaan van het Genootschap kwam opluisteren met een persoonlijke ontmoeting met diverse genodigden uit de journalistieke wereld. De ironie wilde dat Broertjes zich in zijn speech direct richtte tot de majesteit met het verzoek om in de naaste toekomst 'iets meer openheid’ te betrachten.
Broertjes werd op zijn wenken bediend toen de vorstin uit eigen beweging overging tot een felle boutade tegen de haars inziens gedegenereerde Nederlandse pers. 'De leugen regeert’, zo sprak de vorstin. Niettegenstaande zijn pleidooi voor meer openheid zette gastheer Broertjes zijn collega-journaille onder zware druk om de 'vertrouwelijke’ ontboezemingen van de vorstin op mediagebied niet af te drukken. Zelf hield hij zich daar aan. De collega’s van NRC Handelsblad echter niet, zodat Wim Kok als eerste ministerieel verantwoordelijke weer een paar doorwaakte nachten werd bezorgd. Een zware klap voor Broertjes, eens te meer daar columnist Jan Blokker zich in zijn eigen krant op zijn bekende sardonische wijze zeer luidruchtig vermaakte over de malle strapatsen van zijn hoofdredacteur.
Ten opzichte van zijn grootste concurrent NRC Handelsblad kreeg Broertjes later weer iets extra lucht toen Oranje-historicus J.G. Kikkert in het VPRO-radioprogramma OVT zondag onthulde dat de NRC zelf in 1995 onder druk van de majesteit had afgezien van plaatsing van een exclusief interview met de kroonprins. In die tijd zwaaide Ben Knapen nog de scepter over de NRC-hoofdredactie, en deze ging onmiddellijk overstag voor het koninklijke 'neen’. Van de weeromstuit werd Knapen lid van het Republikeins Genootschap, maar dat duurde slechts een blauwe maandag.