De bloeiende wapenindustrie in Turkije

Een uitstalkast van pantserwagens en vliegtuigbommen

De Turkse militaire industrie groeit in rap tempo. De aanval op Afrin was mede bedoeld om dat te laten zien. Critici zijn sceptisch: ‘Het Turkije van Erdogan zit gevangen in een ambitieuze cirkel.’

Medium gettyimages 933561832
Afrin, Syrië, 18 maart. De Koerdisch-Syrische stad Afrin wordt door Syrische rebellen en Turkse troepen ingenomen tijdens Operatie Olijftak © Useyd Pasa / Anadolu Agency / Getty Images

Duizenden burgers ontvluchtten de afgelopen weken in afgeladen auto’s en in volgestouwde laadbakken van tractoren de Koerdisch-Syrische stad Afrin die door Turkse troepen en Syrische rebellen was ingenomen. Jihadistische strijders begonnen onmiddellijk met het plunderen van de Koerdische bezittingen. De dagen voorafgaand was de volgepakte stad bestookt door Turkse vliegtuigbommen en raketten, met grote materiële schade als gevolg. Volgens het Koerdische Rode Kruis zijn er bij de strijd minstens 230 burgerdoden gevallen, waaronder 23 kinderen.

De Turken wilden met hun Operatie Olijftak de acht- tot tienduizend vooral Koerdische ypg-strijders uit de Turks-Syrische grensstreek verjagen. Voor het bewind in Ankara en voor president Recep Tayyip Erdogan stond er echter méér op het spel. De militaire actie moest ook de toegenomen ontwikkelkracht van de Turkse wapenindustrie etaleren. Afrin was een testlocatie en etalage ineen.

‘Vrijwel alle Turkse pantserwagens die in Afrin worden ingezet zijn van Turkse makelij’, pochte Erdogan. Ook premier Binali Yildirim legde bij de lancering van de operatie op 20 januari hier de nadruk op: 75 procent van de ingezette wapens en ammunitie komt uit Turkse fabrieken. Op Twitter postte Erdogans schoonzoon Selcuk Bayraktar een foto van hemzelf met op de achtergrond beelden van het commandocentrum van het leger dat de drones (onbemande vliegtuigen) aanstuurt. Bayraktar is een familiebedrijf dat gewapende en ongewapende drones produceert voor de Turkse strijdkrachten.

De Turkse defensie-analist Mevlutoglu omschrijft de operatie via de telefoon vanuit Ankara als ‘een uitstalkast van lokaal ontwikkelde en in samenwerking met buitenlandse bedrijven gebouwde wapensystemen’. Als voorbeelden noemt hij de T129 atak-gevechtshelikopter, de Bayraktar-drones, het mpt76-infanteriewapen en pantservoertuigen. Dat in Afrin ruim veertig Turkse soldaten sneuvelden is volgens president Erdogan de schuld van landen – zonder aan te geven welke – die weigeren wapens en technologie aan Turkije te verkopen. In september stuitte de verkoop van Sig Sauer-vuurwapens op een ‘nee’ in de Amerikaanse Senaat. Dat had vooral te maken met het brute optreden van de Turkse lijfwachten van Erdogan tegen demonstranten tijdens een bezoek aan Washington mei vorig jaar. Wenen stak vorig jaar een stokje voor de deelname van een Oostenrijks bedrijf aan de ontwikkeling van de motor voor de Turkse Altay-tank. Begin februari zei Berlijn wapenleveranties aan Turkije op te schorten en werd de overeenkomst voor een upgrade van Leopard-tanks, die Turkije van Duitsland heeft gekocht, bevroren. Maar niet alles is wat het lijkt: in antwoord op vragen van De Groenen bleek dat tijdens de eerste weken van Operatie Olijftak toch nog twintig wapenexportvergunningen ter waarde van 4,4 miljoen euro waren verstrekt.

Het Westen heeft zich echter nauwelijks geroerd tegen de Turkse inval en de mogelijke oorlogsmisdaden die de Navo-bondgenoot pleegde. Enige twijfel aan de rechtsgeldigheid van de aanval werd zorgvuldig geformuleerd. Ministers Sigrid Kaag (Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel) en Stef Blok (Buitenlandse Zaken) schreven aan de Tweede Kamer dat Turkije ‘het beroep op het recht op zelfverdediging ten aanzien van de operatie in Afrin niet heeft onderbouwd op een manier die voor Nederland overtuigend is’. Maar in algemene zin is er wel ‘sprake van legitieme Turkse veiligheidszorgen, zoals blijkt uit de vele terroristische aanslagen op Turks grondgebied de laatste jaren’.

Ook van enige ophef over mensenrechtenschendingen van Navo-partner Turkije (sinds 1952) is nauwelijks sprake. In tegenstelling tot in de jaren negentig, toen de binnenlandse strijd tussen het Turkse veiligheidsleger en de pkk in Zuidoost-Turkije op zijn hevigst was en er kort wapenembargo’s tegen Turkije werden uitgevaardigd. Een aanzienlijk deel van de verdragsstaten blijft wapenmaterieel naar Turkije exporteren, ondanks een VN-wapenhandelsverdrag (att) dat sinds eind 2014 van kracht is. Ook gezamenlijke EU-afspraken verbieden de levering van wapens wanneer de kans aanzienlijk is dat ze gebruikt worden voor mensenrechtenschendingen of in binnenlands conflict, of wanneer ze bijdragen aan regionale spanningen. De bewindslieden Kaag en Blok schreven echter in antwoord op Kamervragen dat het momenteel niet mogelijk is om ‘te komen tot een gemeenschappelijke positie met EU-lidstaten of Navo-bondgenoten’.

De bestaande internationale mechanismen om Turkije te disciplineren zijn sowieso boterzacht, zegt Ko Colijn, oud-directeur van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael. ‘De afspraken van de EU en de VN kennen geen sancties of strafmaatregelen. Staten hoeven alleen maar na te denken over de consequenties van de leveranties. Bovendien heeft Turkije het att niet geratificeerd. En op alternatieve markten valt genoeg wapentuig aan te schaffen.’

In de praktijk winnen economische of buitenlandse belangen. Zoals bijvoorbeeld in 2010 bij de aanschaf van Italiaanse gevechtshelikopters door Turkije, terwijl Ankara er publiekelijk voor uitkwam die hard nodig te hebben in de strijd tegen de Koerdische pkk. ‘De eigen productie van gevechtshelikopters bleef achter’, aldus Pieter Wezeman van het in Stockholm gevestigde onderzoeksinstituut sipri. ‘In allerijl kocht Turkije negen toestellen van de plank in Italië.’

Overtollige Nederlandse gevechtsvliegtuigen gingen naar Turkije, waar ze werden ingezet tegen de Koerden

In Nederland blijft met name de SP-fractie in de Tweede Kamer hameren op het gebrek aan internationale aandacht voor de ‘stille oorlog’ tussen het Turkse veiligheidsleger en de pkk in Zuidoost-Turkije. Ze plaatste vorig jaar vraagtekens bij de betrokkenheid van de Nederlandse industrie bij wapenleveranties aan Turkije: ‘Welke restricties gelden er op dit moment voor export van militair materieel naar Turkije?’ Volgens de toenmalige ministers Ploumen en Koenders hebben staten ‘het recht én de plicht hun burgers te beschermen. Het aanschaffen van conventionele wapens is een middel voor deze legitieme veiligheidsbehoefte’. Ze repten met geen woord over de zorg van internationale organisaties dat de Turkse strijdmachten betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen in de grensstreek met Iran, Irak en Syrië. Antwoorden op andere Kamervragen waren explicieter: ‘vanwege de situatie in Zuidoost-Turkije’ worden vergunningsaanvragen voor wapenexport naar Turkije ‘reeds sinds lange tijd extra kritisch’ getoetst, in het bijzonder met het oog op de mensenrechtensituatie en interne conflicten. Vier vergunningen zouden om die reden in 2016 zijn afgewezen, onder meer voor onderdelen van gevechtshelikopters.

De Turkse militaire industrie heeft de laatste jaren een indrukwekkende opgang doorgemaakt, signaleren waarnemers. Ongeveer de helft van het Turkse wapenarsenaal wordt nu nog geïmporteerd. Het land is daarmee ’s werelds zesde grootste wapenimporteur. De andere helft produceert het zelf. Turkse bedrijven bouwen oorlogsschepen, gevechtsvliegtuigen en pantservoertuigen. Nu nog vooral op basis van buitenlandse technologie, maar de ontwikkeling en productie van militair materieel vindt meer en meer in eigen huis plaats. In Afrin zijn de nieuwe generatie drones en raketsystemen uitgetest, weet defensie-analist Mevlutoglu.

In de top-honderd van grootste wapenfabrikanten in de wereld staan twee Turkse bedrijven: Aselsan, dat militaire elektronica maakt en daarmee een omzet van een miljard dollar haalt, en Turkish Aerospace Industries (tai), dat betrokken is bij de bouw van onder meer gevechtsvliegtuigen en -helikopters, in 2015 goed voor een kleine negenhonderd miljoen dollar. Behalve tai hebben bedrijven als Kale-Baykar en Vestel zich de afgelopen jaren op de groeiende markt van onbemande vliegtuigen gestort. Ook op het gebied van pantservoertuigen (onder meer Otokar en fnss) en rakettechnologie en munitie (Roketsan en mkek) spelen Turkse bedrijven zichzelf nadrukkelijk in de kijker. Bovendien is de export de afgelopen jaren sterk gegroeid. Saoedi-Arabië, Turkmenistan, de Verenigde Arabische Emiraten (vae) en Pakistan zijn de belangrijkste afzetmarkten. Tijdens de wapenbeurs idex in Abu Dhabi vorig jaar februari werd Otokar door de vae geselecteerd om met een lokale partner vierhonderd pantservoertuigen te bouwen ter waarde van 540-660 miljoen dollar. Afgelopen februari was Turkije eregast op een Saoedische wapenbeurs.

Een andere ontwikkeling is dat, door de oorlogen in Irak en Syrië tegen onder meer Islamitische Staat, de expansiedrift van Rusland in de regio en de opgelaaide strijd met de Koerden in zowel het Turkse zuidoosten als in de buurlanden het geopolitieke belang van Turkije is toegenomen. Er is internationaal meer aandacht voor de gevechtskracht van het Navo-lid. De organisaties Stop Wapenhandel en het Transnational Institute plaatsen in hun rapport Border Wars kanttekeningen bij een actuele spill off van een andere strategische ligging van Turkije: de link tussen de wapenhandel en de vluchtelingencrisis. Als onderdeel van de vluchtelingendeal (maart 2016) tussen de EU en Turkije worden de vluchtroutes naar Europa gedicht. De defensie- en veiligheidsindustrie profiteert van de toegenomen focus op grensbewaking om vluchtelingen op te sporen en tegen te houden. Langs Europa’s buitengrenzen, maar ook langs de Turks-Syrische grens, verrezen honderden kilometers muren en hekwerk, voorzien van camera’s en sensoren. Grenspatrouilles zijn uitgebreid en voorzien van de nieuwste surveillancevoertuigen. Kustwachtschepen zijn een belangrijke groeimarkt voor de marine scheepsbouw. Zo bouwt de vestiging in Antalya van het Nederlandse Damen Shipyards op kosten van de Europese Unie zes boten voor de Turkse kustwacht om de vluchtelingenstroom tegen te gaan.

Al decennia bestaat er een bloeiende wapenhandel tussen Nederland en Turkije. Vooral in de jaren negentig van de vorige eeuw was die zeer omstreden. Overtollig geraakte Nederlandse gevechtsvliegtuigen, samen met vrachten wapens uit de VS, Duitsland en Italië, gingen in het kader van Navo- ontwikkelingshulp naar Turkije, waar ze linea recta werden ingezet in de oorlog tegen de Koerden. In dezelfde periode wist de inmiddels failliete Zaanse munitiefabrikant Eurometaal een zieltogend bestaan – de Koude Oorlog was net voorbij – nog enige tijd te rekken met de verkoop van artilleriegranaten aan het Turkse leger. Turkije is ook nu nog een van de belangrijkste bestemmingen van de Nederlandse militaire industrie. De afgelopen tien jaar werden voor 391 miljoen euro wapenexportvergunningen afgegeven. Alleen naar de VS, Duitsland, Indonesië en Marokko exporteert Nederland meer. Nederland en Turkije zijn allebei partner in het Amerikaanse F-35 Joint Strike Fighter (jsf)-project, en bedrijven uit beide landen werken in dat verband met elkaar samen. Een Nederlandse dochteronderneming van een Amerikaanse wapenfabrikant verzorgt de distributie van jsf-onderdelen via Nederland naar onder meer Turkije. Verder is een vestiging van Fokker in Izmir betrokken bij de productie van de elektrische bekabeling van de F-35. Algemeen wordt aangenomen dat de jsf op termijn ook zal worden ingezet in het al decennia slepende Turks-Koerdische conflict. Naast jsf-onderdelen zijn het vooral radars en andere militaire elektronica die de Turkse marine koopt van het Hengelose Thales Nederland. Het bedrijf levert in samenwerking met de Turkse werf Dearsan ook radars voor patrouilleschepen voor de kustwacht van Turkmenistan, waar president Gurbanguly Berdymukhamedov met 98 procent van de stemmen werd herkozen.

De afhankelijkheid van buitenlandse wapens is een open zenuw in Turkije – ongeacht wie er aan de macht is – die met Operatie Olijftak in Afrin door het huidige AK-bewind gewiekst wordt uitgespeeld. De dreiging van een wapenembargo – naar aanleiding van bijvoorbeeld de invasie van Cyprus (1974) en in de jaren negentig vanwege het opgelaaide Koerdische conflict in het zuidoosten van Turkije – liggen nog vers in het nationale geheugen. Ook al waren die embargo’s in de praktijk vooral symbolisch van aard – ze kwamen rijkelijk laat en ze waren van korte duur –, ze fungeren vandaag de dag nog steeds als psychologische drijfveer voor Turkije om koste wat het kost op de eigen productie van defensiematerieel af te koersen, verklaart defensie-analist Mevlutoglu.

In het verleden ontbrak het in Turkije aan kapitaal om de eigen wapenindustrie een cruciale boost te geven, maar de regerende AK-partij investeert er miljarden dollars in. En er staan meer financiële injecties op de rol: 55 projecten met een totaalwaarde van 9,4 miljard dollar werden volgens een recent presidentieel bericht geëvalueerd. En om de vaart erin te houden bracht Erdogan met een presidentieel decreet vorig jaar de Turkse bewapeningsindustrie onder zijn directe controle. Onder zijn leiding moet Turkije in het eeuwjaar 2023 niet enkel tot de top-tien van de belangrijkste economieën in wereld behoren, maar ook zelfvoorzienend zijn wat betreft het defensiematerieel. Daarvoor is het belangrijk dat de defensie-export fors stijgt, van zo’n twee miljard nu naar 25 miljard dollar, een waarde waaraan alleen Amerika kan tippen.

Maar hoe reëel is die ambitie? Gareth Jenkins, senior fellow aan The Silk Road Studies Program, is uiterst sceptisch. ‘Het Turkije van president Erdogan zit gevangen in een ambitieuze cirkel’, licht hij toe in een Skype-verbinding met Istanbul. ‘Het beschikt noch over voldoende financiële draagkracht, noch over de noodzakelijke geavanceerde technologie om te garanderen dat anderen hun wapens kopen. En de landen die door de Turkse overheid en de defensie-industrie als potentiële klanten worden gezien – Aziatische naties zoals Pakistan en Maleisië – beschikken niet over defensiebudgetten die Turkije tot wereldspeler kunnen maken.’ Bovendien zijn die landen, net als Saoedi-Arabië en de vae, zelf druk doende een eigen wapenindustrie op te tuigen. Een ander aspect is de omvang die nodig is om te kunnen concurreren op de wapenmarkt. Jenkins: ‘Het defensiebudget van de VS alleen is groter dan dat van de nummers twee tot en met twaalf samen. Dus voor de Amerikaanse wapenindustrie is alleen de binnenlandse afzetmarkt al omvangrijk. Turkije heeft in verhouding met de VS een relatief klein leger. Daarmee genereert Turkije onvoldoende orders voor een levensvatbare, alomvattende industrie.’

‘Ankara zal de banden met landen in Centraal-Azië en Qatar aanhalen en koersen op het sluiten van wapendeals’

Ook andere analisten benadrukken dat Turkije op korte en middellange termijn niet met de bestaande grootmachten zal kunnen concurreren en nichemarkten zal aanboren. Metin Gurcan, een Turkse oud-militair en veiligheidsanalist die op de site Al-Monitor publiceert, voorziet dat Turkije’s wapenindustrie ‘zich ontpopt tot een exporteur die goedkopere, op het strijdtoneel geteste wapens kan leveren aan vooral landen in het Midden-Oosten, Centraal-Azie en Afrika’. Ook Mevlutoglu wijst daar op: ‘In het licht van de huidige diplomatieke strubbelingen met de VS en Europese landen als Oostenrijk en in toenemende mate ook Nederland zal Ankara de banden met landen in Centraal-Azië en Qatar aanhalen en aansturen op het afsluiten van wapendeals.’

Jenkins houdt twijfels: ‘De Turkse economie staat er allerminst florissant voor en de politieke instabiliteit neemt toe.’ De regering heeft grote sommen geld in een ‘sovereign wealth fund’ geparkeerd. ‘Waaronder ook kapitaal dat was geoormerkt voor het defensiebudget’, legt hij uit, ‘maar nu dus naar het algemene budget is getild.’ Dit fonds is opgezet om als onderpand te dienen voor het aantrekken van internationale leningen. ‘Dat doe je niet uit luxe maar in tijden van armoede, in economische en financiële nood.’

Vooralsnog ligt de prioriteit in Ankara bij het overbruggen van de technologische kloof met andere landen. De voorwaarde van het delen van geavanceerde knowhow bij de aanschaf van wapens in het buitenland is een centraal issue in de verdere ontwikkeling van de eigen defensie-industrie. De Turkse ambassadeurs, in Ankara bijeen voor de jaarlijkse terugkeerconferentie, kregen begin 2017 van minister Mevlut Cavusoglu van Buitenlandse Zaken een dwingende missive in die richting: intensiveer de handelsbetrekkingen met de landen waarin u werkt, in het bijzonder met militair-industriële bedrijven. Naast het aan de man brengen van Turks wapenmaterieel moeten diplomaten een scherp oog ontwikkelen voor partnerschappen tussen Turkse en buitenlandse wapenondernemingen.

Het belang van het delen van hooggekwalificeerde technologie kenmerkt ook de jarenlang slepende ordertoekenning voor luchtverdedigingssystemen. Het Amerikaanse Patriot-systeem viel mede hierom voor Turkije af, waarna uiteindelijk voor de Russische S-400-luchtafweer werd gekozen – wat als een trendbreuk kan worden gezien. Navo-partners benadrukken dat het problemen gaat geven in de samenwerking met hun (westerse) systemen. Turkije heeft naar verluidt veertig procent aanbetaald en de rest is via een Russisch krediet geregeld; de eerste leveringen beginnen in 2020.

Volgens wapenexpert Wezeman van het onderzoeksinstituut sipri komt het gros van de wapens die Turkije importeert desalniettemin nog altijd van Navo-bondgenoten. Operatie Olijftak bewijst die afhankelijkheid. Analisten menen dat de kwaliteit van de eigen productie nog te wensen overlaat in vergelijking met westers materieel, bijvoorbeeld op het gebied van ‘slimme’ bommen. Voice of America citeert op de website een goed ingevoerde westerse diplomaat die vertelt dat Ankara bij bondgenoten informeert naar bestellingen om de slinkende munitievoorraad aan te vullen.

Het geld verslindende lucht- en grondoffensief in Afrin mag dan een belangrijke etalage vormen voor president Erdogan om de toegenomen ontwikkelkracht van de Turkse wapenindustrie onder zijn leiding te etaleren en binnenlands geproduceerde wapens uit te testen in een oorlogssituatie, het is internationaal niet zonder gevaar nu Ankara het mede presenteert als een opmars voor een bredere Turkse operatie in Syrië en wellicht Noord-Irak tegen de Koerden. Het legt ook bloot dat Turkije bij lange na nog niet in staat is om de oorlogsmachine op eigen kracht gaande te houden en dat over de kwaliteit van het ingezette, eigen wapentuig het nodige valt af te dingen. Op sociale media posten ypg-strijders beelden van Turkse tanks die ze met hun raketten kapotschoten. En naarmate het aantal burgerslachtoffers toeneemt, zal in de westerse wereld de roep luider klinken dat operatie Afrin buitenproportioneel uitpakt – ook al is er internationaal veel meer aandacht voor de situatie in Ghouta dan die in Afrin – en de druk om kritisch naar wapenleveranties aan Turkije te kijken zal toenemen.

Maar of het de populariteit van president Erdogan in Turkije zelf schaadt, is de vraag. Negentig procent van de Turken steunt Operatie Olijftak, aldus opiniepeilingen. En over burgerdoden zwijgen de binnenlandse media op uitdrukkelijk verzoek van Ankara. Ze worden geacht hun patriottische plicht te vervullen. Tegen ruim 150 mensen die kritiek op de operatie op sociale media spuiden, loopt inmiddels een rechtszaak.

De operatie in Afrin laat opnieuw zien dat de Turkse buitenlandse politiek wordt aangestuurd door binnenlandse belangen: het vergroten van het electoraat van president Erdogan. De strijd tegen de Koerdische terroristen in Afrin voedt de nationale eenheid. Dat is een niet te onderschatten belang aan de vooravond van de implementatie in 2019 van een ingrijpend pakket grondwetswijzigingen die hem als president een autoritaire machtsbasis geven. Ook het lucht- en grondoffensief in Afrin fungeert als een tussenstap in de richting.


Met dank aan Frank Slijper van Vredesorganisatie PAX