Toneel: Annie M.G.

Een valse Annie M.G. Schmidt

Annie M.G. de dochter van de dominee

Geschreven door Ton Vorstenbosch, regie Mette Bouhuijs. Te zien tot eind januari 2004 in het hele land. Informatie: 0900-9203/ 0900-0191

Om iets nieuws over haar te kunnen vertellen, moet zij blijkbaar worden omgedoopt. Anna noemt Annejet van der Zijl haar in haar mooie biografie. Ton Vorstenbosch maakt er voor zijn toneelstuk dat vorige week in première ging Annie M.G. van. De dochter van de dominee voegt hij daar nog aan toe, hoewel dat in zijn stuk geen enkele rol speelt.

Het is begrijpelijk dan Van der Zijl en Vorstenbosch vinden dat ze Annie M.G. Schmidt niet zomaar konden gebruiken, omdat het in hun ogen al te zeer de merknaam is geworden van de vriendelijkste oma van Nederland. De mevrouw die zulke leuke kinderversjes schreef en die iedereen, inclusief de journalisten die haar interviewden, inpakte door haar bereidheid er altijd weer iets leuks van te maken, met eigenwijze grapjes en tegendraadse uitspraken.

Het is waar, ik heb me als journalist ook graag door haar laten inpakken. Door wie had ik me liever laten inpakken dan door haar? Maar zo heel naïef waren wij journalisten toch ook niet. Als Annie Schmidt niet altijd al een tegendraadse, boze, valse kant had gehad waren haar versjes en liedjes misschien aardig geweest, maar dan waren ze geen klassiekers geworden die altijd weer gezongen en verteld kunnen worden, zonder ooit te vervelen.

In het eerste gedichtje dat ik als tienjarige van haar las werd al een moord gepleegd («Sebastiaan is opgeveegd.»). Het versje over Isabella Caramella is een volwaardige whodunit en in een van haar laatste musicals (De dader heeft het gedaan) wordt in een vrolijk liedje uitgelegd dat ieder mens een massamoordenaar kan worden. Je had het met haar onvermijdelijk altijd over de tegenstelling tussen goed en kwaad in haar werk en in de wereld en over de onmogelijkheid die twee uit elkaar te houden.

Het was nou juist die verpakking van vriendelijke, blijmoedige humor die haar commentaar op een ellendige wereld vol moord en doodslag zo hartveroverend maakte. Van der Zijl en Vorstenbosch hebben zich ten doel gesteld te laten zien dat er onder haar guitige ogen een onzeker, hard, soms vals mens zat en dat zou zij zelf, denk ik, zeer hebben geapprecieerd.

Het maakt zo’n onmogelijke onderneming als een toneelstuk over iemand die we allemaal menen te kennen toch interessant. Al lijkt het me dat het voor de ten tonele gevoerde familieleden en vrienden (haar zoon Flip, haar schoondochter Mies de Heer, het caba re t echtpaar George en Ank Groot) zeer onaangenaam moet zijn, dat hun eerlijkheid tegen over Annejet van der Zijl nu op het toneel weerkaatst in hatelijke opmerkingen die ze van elkaar en van Annie moeten verdragen.

Zoals altijd bij het toneelwerk van Ton Vorstenbosch (hij heeft indrukwekkend scherpe stukken geschreven samen met Guus Vleugel, zoals Srebrenica! en De miraculeuze comeback van Mea L. Loman) weet ik niet of mijn bewondering voor zijn kitsch groter is dan mijn afschuw van zijn effectiviteit of andersom. Hij heeft dit keer uitspraken van en over Annie Schmidt virtuoos aan en door elkaar geregen om een beeld te tekenen van de laatste veertien jaar van haar leven, na de dood van haar man Dick tot en met haar eigen, vrijwillig gekozen dood. Hij schuwt geen uitgesleten theatraal effect en eindigt ondraaglijk sentimenteel.

Wat ik mooi vind is dat een aantal relaties zich onvoorspelbaar lijkt te ontwikkelen. Irritatie en wantrouwen maken plaats voor sympathie en zelfs iets wat lijkt op liefde.

Het stuk wordt door Mette Bouhuijs zeer herkenbaar geregisseerd. Daniël Boissevain speelt een aardige, al te aardige zoon Flip, Els Ingeborg Smits een strakke Jeanne Roos, en Marlies Hamelynck een schitterende, extravagantie Dieuwer van de Poll die Annie in haar laatste, nagenoeg blinde jaren als secretaresse bijstond. Marisa van Eyle heeft dozen vol pruiken, kledingstukken en tics van Annie Schmidt meegekregen. Ik miste voor de pauze Annie’s charme en lichtheid, maar aan het einde, als de oude, hulpeloze Annie, leek zij geheel met haar personage samen te vallen.

Want het stuk vertelt wel degelijk een belangrijk verhaal; niet over de schrijfster Annie M.G. Schmidt, maar over een vrouw die oud wordt en, ondanks alle succes, steeds eenzamer als zij in de buurt komt van de dood. De worsteling met een lichaam dat tegenwerkt, met verpleegsters van de thuiszorg waar je gek van wordt, met afhankelijkheid die je verafschuwt en onderdrukt wantrouwen tegenover degenen die je het liefste zouden moeten zijn.

In een scène, kort voor het einde, doorbreekt deze Annie alle vriendelijke huichelarij en gooit haar boosheid en rancune eruit. Het geeft reliëf aan de laatste scène als zij iedereen één voor één wegstuurt en tenslotte in haar eentje haar besluit uitvoert een einde aan haar leven te maken. Geen barmhartige dood na een vrolijke verjaardag, maar een bewuste laatste daad van een vrouw die alles wist van goed en kwaad, van echt en vals.