Media

Een valse vriend

Mark Zuckerberg, de bedenker van Facebook, zal het de laatste weken niet makkelijk hebben gehad. Hij mag zich dan de jongste miljardair ter wereld noemen, in The Social Network, een speelfilm over de eerste maanden van zijn stormachtige carrière - nog geen zes jaar geleden - wordt een weinig vleiend beeld van hem geschetst. Hij wordt neergezet als een briljante maar sociaal gefrustreerde, min of meer autistische jongen, die in een poging indruk te maken op de wereld - en vooral op het meisje dat met hem brak - regels aan zijn laars lapt, vrienden laat vallen en zo nodig bedriegt. Om ten slotte buitensporig rijk maar eenzaam over te blijven.

Hoewel The Social Network geen disclaimer bevat en daarmee de suggestie wekt ‘waar gebeurd’ te zijn, heeft Zuckerberg geen juridische stappen tegen de makers ondernomen. Enkele dagen voor de première op het Filmfestival van New York gaf hij een korte verklaring uit waarin hij zich van de voorstelling van zaken distantieerde. Tegelijk doneerde hij een bedrag van honderd miljoen dollar aan het openbaar onderwijs in de stad Newark, vlak bij New York.
Een verstandige reactie, want hij had juridisch weinig kans van slagen en het effect was mogelijk averechts geweest. Vooral ook omdat The Social Network, met een sterke Jesse Eisenberg in de hoofdrol, een prima film is, die bovendien Zuckerbergs imago nauwelijks lijkt te schaden. Volgens waarnemers toonden vooral jonge bioscoopbezoekers in de VS zich opmerkelijk positief over het filmpersonage. Terwijl ouderen in Eisenberg/Zuckerberg vooral een tragische figuur zien, blijken veel jongeren hem te beschouwen als een eigentijdse held die recht op zijn doel af gaat en daarbij ongekend succesvol is.
Toch geeft de film te denken. De oprichter van Facebook is namelijk niet de enige die op weinig vleiende wijze wordt neergezet. Sterker nog, The Social Network is welbeschouwd een uiterst cynische film. Status, geld, seks, drank en drugs - daar draait het om, of het nu gaat om het prestigieuze academische Harvard, de wereld van het snelle geld, Silicon Valley of al die andere oorden van digitaal ondernemerschap. Met name vrouwen - de Aziatische in het bijzonder - komen er in deze film beroerd van af.
Zo beschouwd is The Social Network ook een teken aan de wand. Want als de film één ding duidelijk maakt, is het dat er maar bitter weinig over is van de hooggestemde idealen van de digitale toekomst. In de jaren negentig en zelfs daarna fungeerden cyberspace, het web en digitalisering nog als passwords voor een betere, vrijere wereld, opener en democratischer, niet langer gebonden aan grenzen, traditionele instituties en hiërarchische verhoudingen, als broedplaatsen van nieuwe en onbelemmerde creativiteit. Soms lijkt het alsof die droom ook is uitgekomen: het web heeft zich ontpopt als een vrij toegankelijke, onuitputtelijke bron van kennis, ieder heeft zijn eigen blog, terwijl social networks garant staan voor grenzeloze vriendschap en - letterlijke - zelfontplooiing.
De wereld die erachter schuil gaat ziet er evenwel heel wat minder utopisch uit. Achter al dat vertoon van vriendschap en dienstbaarheid, van keuzevrijheid en zelfverwerkelijking, gaat een onversneden vorm van kapitalisme schuil, een ongehoord harde strijd om afzetmarkten en informatiestromen, met bijbehorende verschijnselen als de vorming van enorme conglomeraten en snoeiharde concurrentie. Microsoft, Google, Apple, Facebook, Amazon, het zijn stuk voor stuk machtige partijen geworden, partners in voortdurend wisselende coalities - met verstrekkende gevolgen, zoals afgelopen week gebeurde met het oog op de onvermijdelijke integratie van televisie en internet.
Hoe zwaar de economische belangen wegen bleek bijvoorbeeld uit de reactie van Microsoft op de inval van de Russische politie, begin dit jaar, bij milieu- en mensenrechtenactivisten op beschuldiging van het 'illegaal downloaden’ van Microsoft-programma’s. De advocaten van het bedrijf durfden niet tegen deze verzinsels te protesteren uit vrees zelf het lid op de neus te krijgen wanneer er ooit werkelijk sprake zou zijn van illegale handelingen.
Vorige week lieten de tien grootste internetproviders in de VS de overheid weten dat ze technisch niet in staat zijn om - in het belang van privacybescherming - effectief op te treden tegen de vloedgolf aan programma’s waarmee het gedrag van internetgebruikers kan worden gevolgd. En ze voegden daar veelbetekenend aan toe dat ze zoiets economisch gezien ook onwenselijk vonden. Een begrijpelijke reactie, wanneer we bedenken dat de waarde van veel internet- en communicatiebedrijven gebaseerd is op de ongekende potentie van dergelijke vormen van informatieverzameling.
En zo blijkt de digitale consument, die boeken bestelt, informatie opzoekt, zijn mening geeft of zijn lievelingsclip met zijn vrienden deelt, niet de nieuwe vrije burger uit cyberspace, maar een willig doelwit van miljardenbedrijven, die maar één doel hebben: meer verkopen, meer verdienen.