Julian Assange, martelaar van de transparantie

Een verbleekte held met een verbroken belofte

De Amerikaanse Senate Intelligence Committee wil Julian Assange spreken over zijn medeplichtigheid aan Trumps ‘collusie’ met Rusland bij de verkiezingen. Blijkt de WikiLeaks-voorman een wonderkind of een total-loss?

Londen, december 2010, Julian Assange in een gevangenisbusje met rode ramen bij zijn aankomst bij het Hof van Justitie. Hij wordt door Zweden aangeklaagd wegens verkrachting © Oli Scarff / Getty Images

Het is een kenmerk van revolutionaire uitvindingen dat zij gepaard gaan met overspannen voorspellingen van wat ze allemaal teweeg gaan brengen. Een vorm van techno-euforie. Penicilline zou de wereld voor altijd van besmettelijke zieken bevrijden. Kunstmest zou een einde maken aan de honger in de wereld. Het liep anders.

Begin jaren tachtig schreef ik veel over nieuwe technologie. Ik volgde de opmars van de personal computer, de automatisering in het bedrijfsleven, de ontwikkeling van een interuniversitair computernetwerk (het uiteindelijke internet), enzovoorts. De techno-euforische voorspellingen waren niet van de lucht. Kantoren zouden spoedig volledig papierloos zijn, voorspelden de experts. Veertig jaar later is dat bij lange na nog niet het geval, en waarschijnlijk zal het ook nooit zo ver komen: technisch gezien is het geen enkel probleem papier volledig uit te bannen, maar kennelijk willen we dat gewoon niet. Of neem spraakherkenning. Begin jaren tachtig bezocht ik de laboratoria waar ze daar aan werkten, in Silicon Valley, bij ons in Eindhoven. Het toetsenbord zou spoedig geschiedenis zijn, daar was geen twijfel aan. Nog steeds heeft spraakherkenning een bescheiden toepassing en rollen er jaarlijks nog miljoenen toetsenborden van de band.

De industrie wakkert tech-euforie bewust aan, de glorieuze vergezichten lokken ons naar de winkel, en zo houden wij de vernieuwingscyclus gaande. En als wij murw worden omdat de vernieuwingen te snel achter elkaar komen, maakt de wenkende retoriek plaats voor dreiging, vandaar dat wij ons nu in het tijdperk van de ‘disruptie’ bevinden: wij doen niet mee uit verlangen, maar uit angst voor ontwrichting.

En de digitale revolutie hééft natuurlijk ook een ontwrichtende uitwerking op de wereld gehad, dat valt moeilijk te ontkennen, denk aan stakende postbodes, dichtgetimmerde winkelstraten, achter hun oor krabbende krantenbazen en gemanipuleerde verkiezingen, al waren dat niet de effecten waarmee wij destijds warm gemaakt werden.

Op het hoogtepunt van de dot-combubble, 1999, schreef Kevin Kelly, de hoofdredacteur van Wired, het best geïnformeerde tijdschrift van Silicon Valley: ‘The good news is, you’ll be a millionaire soon, the bad news is: so will everyone else.’

Techno-euforie.

***

Internet was een zegen, een prachtig nieuwe uitvinding die de mensheid dichter bij elkaar zou brengen, die zou bijdragen aan de spreiding van kennis, macht en inkomen, de sleutel tot de volledige empowerment van het individu en de brenger van ware democratie. Weg met statische, hiërarchische informatiesystemen, leve de totale transparantie! Een radicale exponent van dit denken was het cyber-anarchisme van groepen als Anonymous, ‘hacktivisten’, en WikiLeaks, digitale klokkenluiders. Zij zouden de nieuwe technologie gebruiken voor een Wereld Zonder Geheimen. Want geheimen zijn een aantasting van de zuivere democratie.

De keerzijde van techno-euforie is techno-paniek. Het is niet overdreven om te stellen dat de ‘mainstream media’ in Europa en Amerika tussen 2011 en 2014 in de greep waren van WikiLeaks en Julian Assange. Assange verkondigde de totale digitale disruptie van de journalistiek, en werd verbazend serieus genomen. Ik moest denken aan het papierloze kantoor en het uitgestorven toetsenbord en reageerde sceptisch. In een column schreef ik dat Julian Assange een ‘kletsmajoor’ was, die handig inspeelde op de onzekerheid van een bedrijfstak in ademnood: de ‘oude’ media. Op Twitter schreef ik, als bewuste provocatie, dat Assange ‘full of shit’ was, gevolgd door een samenvatting van die column in het Engels. Het regende boze reacties, veelal van mensen die geen interesse hadden in mijn argumenten. Assange verdiende onze volledige devotie, elke vorm van kritiek was blasfemie.

Assange maakte van balen koffie Nespresso. Sexy, kek verpakt en bekwaam in de markt gezet

Iemand antwoordde met alleen een weblink: www.sowhyiswikileaksagoodthingagain.com: een tekstcarrousel van wat de mensheid aan WikiLeaks te danken heeft. WikiLeaks heeft onthuld dat de Deense, Finse en Australische politie kinderporno als excuus gebruiken om bonafide websites te sluiten. WikiLeaks heeft onthuld dat US Peacekeepers in Congo meisjes verkracht hebben, WikiLeaks heeft onthuld hoe Trafigura mensen ziek maakte door gifgas te dumpen, enzovoort.

Goh, dus al deze uiteenlopende, ongelijksoortige onthullingen, waren die het werk van één organisatie? Nee, het werk achter al deze onthullingen kwam van mensen die toegang hadden tot die geheimen en meenden dat zij geopenbaard moesten worden. Van ‘klokkenluiders’.

Klokkenluiders lopen grote risico’s, ze begaan vaak strafbare feiten of plegen contractbreuk, ze worden genadeloos afgestraft door de organisaties die zij duperen, en hoewel zij de samenleving een belangrijke dienst bewijzen, komen zij er vaak bekaaid vanaf. Denk aan Ad Bos, die een illegaal miljardenkartel in de bouwwereld aan het licht bracht en berooid zijn dagen slijt in een camper. Of aan Chelsea-voorheen-Bradley Manning, die de 250.000 embassy cables lekte die WikiLeaks en Assange wereldfaam bezorgden. Hij werd publiek vernederd en veroordeeld tot 35 jaar gevangenisstraf, terwijl Julian Assange de talkshows en het lezingencircuit afliep.

De rol van WikiLeaks bij de onthullingen die zij claimen was per saldo die van expediteur: de klokkenluider levert zijn info in, WikiLeaks verzorgt het transport en de distributie. Toen de muziekindustrie eind jaren negentig het illegaal kopiëren en downloaden van muziek begon aan te pakken, richtte zij zich eerst op de ontwerpers van de peer-to-peer netwerken die het materiaal verspreidden, zoals Napster en Limewire, maar die wasten hun handen in onschuld. ‘Wíj kopiëren en distribueren niet illegaal’, zeiden ze, ‘dat doen de gebruikers van ons netwerk.’ Hun verweer slaagde.

Stel, ik steel de blauwdrukken van een Amerikaanse kernraket en stuur ze per ups naar Moskou, is ups dan strafbaar? Nee. WikiLeaks zou zich ook hebben kunnen opstellen als een anonieme, onafhankelijke koerier, een provider. Maar Assange wist beter. Zo zit de moderne mediacultuur namelijk niet in elkaar. De hedendaagse media hebben liever episodische verhalen dan thematische. Verhalen met een protagonist, een hoofdpersoon, die voor spanning en drama zorgt. Een kleurrijke, onverschrokken held die het opneemt tegen Het Systeem maakt betere kopij dan een anoniem doorgeefluik. Assange had dit goed begrepen: hij verhoogde de attentiewaarde van het gelekte materiaal door zich te profileren als plaatsvervangende klokkenluider, als ‘katvanger’ voor de echte dader, die in de schaduw kon blijven. Julian Assange: have whistle, will blow. Daarom heeft Assange zich ook altijd geprofileerd als iemand met uitzonderlijke vermogens, een mysterieuze meesterdief die alle bewakers het nakijken geeft. Bij artikelen over WikiLeaks en Assange stond in die tijd vaak dezelfde foto afgedrukt, waarop de jonge hacker van achteren te zien is, in het schemerduister, met een laptoptas op zijn rug, terwijl hij van ons weg loopt en nog even half omkijkt. Het perfecte beeld: daar gaat hij weer, met zijn computer vol geheimen, wie weet waar naartoe. Thank you, Superleaker!

***

Wat Julian Assange met WikiLeaks deed was vooral marketing. Packaging. Het werkte. Hoofdredacteuren van de beste kranten ter wereld stonden in de rij om zaken met hem te doen. De WikiLeaks-franchise was zó sterk dat hij zelfs van oud nieuws een ‘onthulling’ kon maken. In 2006 schreef Frans Timmermans in NRC Handelsblad dat hij de SP een ‘onbetrouwbare’ partij vond. In 2013 stond het, voorzien van het WikiLeaks-logo, als hot stuff op alle Nederlandse voorpagina’s. In 2009 las iemand op de Amerikaanse ambassade in Den Haag in NRC de voorspelling van een Kamerlid ‘dat het nog wel eens moeilijk zou kunnen worden met die jsf’. In zijn wekelijkse ambtsbericht aan Washington maakte de ambassadeur er melding van. In 2013 brachten Nederlandse kranten het opnieuw, als een ‘onthulling’ van WikiLeaks!

Die honderdduizenden, door Manning gelekte embassy cables hebben best een paar pikante onthullingen gebracht, daar niet van, maar voor de bulk van het materiaal geldt dat als het was opgediept door een ijverige researcher van de nos het waarschijnlijk was doorgeschoven naar de website of een themakanaal. Maar met de branding van WikiLeaks en Superleaker Assange werd het een ander verhaal. De files die WikiLeaks binnenkreeg waren balen koffie, Assange maakte er Nespresso van. Sexy koffie, kek verpakt en bekwaam in de markt gezet.

In 2011, op het hoogtepunt van de WikiLeaks-koorts, verschenen verhalen over de datahost waar WikiLeaks ‘onderdak’ had gevonden: de Zweedse provider Bahnhof, gevestigd in een kernbunker, dertig meter diep in de rotsbodem van Stockholm. We zagen besneeuwde rotsblokken rond de ingang, blinkend-futuristische serverbanken en patchkasten, vuistdikke stalen deuren, gespierde noodaggregaten, alles even glossy vormgegeven en gloedvol uitgelicht. Het leek wel een James Bond-set. Op één van de foto’s was de vloer zelfs bedekt met een laag koolzuursneeuw, alsof het showballet elk moment kon beginnen. Wat Assange vooral heel goed begreep was de moderne mediacultuur. ‘Data’ zijn onzichtbaar – nullen en enen, lastig te visualiseren.

Als er al ‘jacht’ gemaakt werd op Assange en WikiLeaks, dan bestond die jacht natuurlijk niet uit pogingen om een datacenter op te blazen of iets dergelijks, dat heeft weinig zin. Die ‘jacht’ was digitaal van aard, ondernomen door een legertje contra-hackers vanachter het toetsenbord. Kernbombestendige bunkers, vuistdikke stalen deuren en koolzuursneeuw bieden daar geen bescherming tegen. Maar in de visueel gerichte mediacultuur moet er iets te zien zijn. Dat was de functie van dat Zweedse datacenter: als visuele uitdrukking van de brute kracht waarmee het establishment Assange probeerde te vernietigen. Zó gevaarlijk was WikiLeaks: dat hun data alleen dáár veilig waren! Briljant gedaan.

Of neem Assange’s, ik citeer, ‘thermonucleaire verzekeringsbestand’ – ook zo’n vondst. Assange’s ‘levensverzekering’ bestond niet uit een harddisk, weggeborgen in een banksafe, of desnoods in het gootsteenkastje van zijn oma, nee, vertelde hij, en de media vertelden het gretig verder, er was een allesverzengend monsterbestand dat zichzelf automatisch zou verspreiden, mocht Assange iets overkomen. Wow. Een space age-variant van de dodemansknop. Science fiction. Hollywood-stuff. De Koude Oorlog is voorbij, de spionnen zitten in het bejaardenhuis, hun dodelijke paraplu’s liggen in het museum, maar de behoefte aan cloak and dagger is van alle tijden. En Julian Assange begreep het.

Onthullingen van het kaliber Pentagon Papers heeft WikiLeaks nog steeds niet op z’n naam staan

Hoofdredacteuren van de ‘oude’ media vonden het ook reuze spannend om zaken met Assange te doen, en deden per blog uitvoerig verslag van hun avonturen. Kijk ons eens bij de tijd zijn!

Over de voorwaarden die WikiLeaks aan samenwerking met de mainstream media stelde, bleven die hoofdredacteuren altijd een beetje vaag, maar het was duidelijk dat die te maken hadden met promotie van het merk WikiLeaks. The New York Times bracht ondanks de samenwerking kritische portretten van Assange en Bradley Manning, maar de nos zond bij de start van de berichtenreeks een gefilmd portret van Assange uit dat verdacht veel weg had van een advertorial. Zonder een enkel weerwoord kon hij zijn evangelie afdraaien, inclusief ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van PayPal, Mastercard en Visa. Ook vertoonde de nos, net als de print-partners, bij elk bericht prominent het WikiLeaks-logo, ongetwijfeld een contractuele verplichting. De wereldwijde naamsbekendheid van WikiLeaks ging in een paar maanden tijd door het dak.

***

Assange noemde WikiLeaks een ‘nieuwsorganisatie’, waarvan hij zelf de ‘hoofdredacteur’ was, maar ook dat was vooral marketing, een manier om aandacht te genereren voor het merk, een pretentie die niet werd waargemaakt. Herhaaldelijk gooide WikiLeaks gevoelig materiaal ongescreend op straat, inclusief bijvoorbeeld de privé-gegevens van onschuldige getuigen, met alle risico’s van dien. In zijn verslag van de samenwerking van The New York Times met WikiLeaks, Open Secrets: WikiLeaks, War, and American diplomacy, beschrijft Bill Keller, hoofdredacteur, hoe hij en zijn collega’s Assange moesten leren hoe een journalist omgaat met dit soort materiaal. Dat je het eerst zorgvuldig bestudeert en waar mogelijk verifieert, hoe je een analyse maakt van wat het betekent en wie er betrokken zijn, hoe je het redigeert om collateral damage te beperken, enzovoort. Tijdrovend monnikenwerk, beter bekend als journalistiek.

Keller: ‘Als ik verhalen lees zoals het Reuters-bericht van vorige week over drie mannen in Jemen die onthoofd werden voor het geven van informatie aan Amerikanen maak ik mij opnieuw zorgen over de vele onschuldige getuigen die vernoemd staan in de WikiLeaks cables.’

Als ‘hoofdredacteur’ van een ‘nieuwsorganisatie’ wilde Assange dat The New York Times hem presenteerde als ‘partner’, maar Keller zag al gauw dat dit niet klopte en gaf WikiLeaks tot woede van Assange het predicaat ‘source’. En dus werd hij behandeld zoals een journalist een bron behandelt: met scepsis en reserve. Daarom noemde ik Assange een ‘kletsmajoor’: zijn verhaal klopte gewoon niet. Zijn ideeën zijn incoherent.

Londen, mei 2017, op het balkon van de ambassade van Ecuador. Assange heeft net gehoord dat Zweden de aanklacht wegens verkrachting laat vallen © FACUNDO ARRIZABALAGA / EPA / ANP

‘WikiLeaks heeft meer documenten onthuld dan alle oude media ooit bij elkaar’, sprak hij in die nos-advertorial. So what? Papieren documenten kun je nu eenmaal niet met vrachtwagens tegelijk lekken, bij digitale bestanden is dat een kwestie van een paar muisklikken. Maar het gaat natuurlijk om de kwaliteit van die documenten, niet de kwantiteit. De Pentagon Papers zijn maar vierduizend pagina’s, maar het was wel een van de gevoeligste documenten die het Pentagon toen in huis had. Onthullingen van dat kaliber heeft WikiLeaks ook nu nog steeds niet op z’n naam staan. Laat staan de impeachment van een Amerikaanse president, zoals The Washington Post in 1973, als gevolg van Watergate. ‘Dit is net zo belangrijk als toen de archieven van de Stasi voor het eerst opengingen’, zei Assange over de embassy cables. Over appels en peren gesproken.

En trouwens: wat is er eigenlijk ‘wiki’ aan WikiLeaks? Volgens Wikipedia, en daar kunnen ze het weten, betekent ‘wiki’: ‘een website waar gebruikers gezamenlijk de inhoud bewerken en structureren, direct vanuit de webbrowser’. Daar is bij WikiLeaks nooit sprake van geweest. WikiLeaks draait op dezelfde software als Wikipedia, maar alle openbare bewerkingsfuncties zijn uit gezet! Er is maar één partij die de inhoud van WikiLeaks kan editen, en dat is Julian Assange. Samenvattingen van het gelekte materiaal: geschreven door Julian Assange. Aanvullende bijdragen, andersluidende analyses, discussie: onmogelijk. Sommige oprichters van Wikipedia menen dat Assange de prefix ‘wiki’ uitsluitend gebruikte om te profiteren van de naamsbekendheid en onkreukbare reputatie van de digitale volksencyclopedie.

***

Assange zegt tegen elke vorm van geheimhouding te zijn. Op het argument dat sommige geheimen nuttig en noodzakelijk zijn, heeft hij in al die jaren geen goed antwoord bedacht. ‘Nee’, zegt hij in dat nos-filmpje, ‘want als iets geheim is, is het in strijd met de wil van het volk.’ Zou het? Kennelijk is Assange ook bereid de lanceercodes van nucleaire raketten te publiceren, een geheim dat mij niet in strijd met de wil van het volk lijkt.

Assange propageerde ‘scientific journalism’, waarbij de burger rechtstreeks toegang krijgt tot alle relevante bronnen, zonder enige vorm van selectie of redactie, zodat hij helemaal zelf zijn oordeel kan vormen. ‘NO EDITING’. Desondanks noemt hij zichzelf ‘editor’. En niet alleen dat. WikiLeaks werd in 2011 bekend met de publicatie van Collateral Murder. Het is de boordvideo van een Amerikaanse Apache-helikopter die boven Bagdad een ‘verdachte’ groep mannen doodschiet, waaronder een fotograaf van Reuters, en vervolgens een busje onder vuur neemt dat de slachtoffers wil evacueren. De 39 minuten durende opname werd teruggebracht – ge-edit – tot elf minuten en wekt de indruk dat de beschoten mannen ongewapend waren. Kijk je naar de volledige opname, dan wordt duidelijk dat een van hen zichtbaar een kalasjnikov droeg en een ander een Rocket Propelled Grenade (rpg). Bovendien is er op dat moment even verderop in de stad een vuurgevecht gaande tussen de Amerikanen en een groep gewapende insurgents en leeft bij het Amerikaanse commando de vrees dat deze mannen hun eenheid in de rug gaan aanvallen. Als Assange zijn doctrine van scientific journalism serieus had genomen had hij de volledige opname gepubliceerd, en de conclusies overgelaten aan de kijker. Nu wordt die gemanipuleerd voor het effect.

‘De tastbaarste erfenis van de WikiLeaks-­campagne voor transparantie is dat de Amerikaanse overheid geheimzinniger is dan ooit’

‘You have edited this tape, and you have given it a title called Collateral Murder’, hield een boze Stephen Colbert Assange voor in zijn televisieshow. ‘That’s not leaking, that’s a pure editorial. That’s emotional manipulation.’ Assange had geen antwoord.

De Daily Telegraph berichtte vervolgens dat Assange off the record zou hebben toegegeven dat hij het materiaal manipuleerde voor ‘maximale politieke impact’. Diverse onderzoeken naar het incident, mede op aandrang van Reuters, hebben ook nooit strafbare feiten aan het licht gebracht. Het was een bedrijfsongeval – hoe gruwelijk ook. De bravoure en het bloeddorstige gejoel van de helikopter-kanonniers is huiveringwekkend, de fatale beslissing lijkt lichtvaardig genomen, maar dat zijn allemaal dingen die de kijker zelf ook kan bedenken op grond van de volledige opname.

Collateral Murder heeft weinig met eerlijke journalistiek te maken, laat staan met ‘wetenschappelijke’. Julian Assange houdt van feiten, maar vooral van feiten die hem goed uitkomen. Daar is hij niet uniek in, het is ook niet verboden, maar het is niet de houding van een integere journalist, laat staan een ‘wetenschappelijke’. Assange’s uitspraken zijn niet die van iemand die serieus bezig is met rekenschap en openbaarheid.

Dat blijkt ook uit de manier waarop hij de gehackte e-mails van het Democratische Nationale Comité openbaar maakte. Een journalist zou de meest relevante informatie uit die mailserver zo snel mogelijk gepubliceerd hebben, ongeacht het effect. Maar zoals Assange het deed, ze plukje voor plukje vrijgeven, over een periode van weken, inclusief pijnlijke, persoonlijke, maar irrelevante informatie, om maximale schade toe te brengen aan de campagne van Hillary Clinton – dat is het werk van een politieke activist. Ook de begeleidende Twitter-campagne van WikiLeaks was duidelijk gericht op het zaaien van tweespalt in de Democratische Partij en het opzetten van de achterban van Bernie Sanders tegen Clinton, die er als minister van Buitenlandse Zaken op aandrong dat hij vervolgd werd voor de publicatie van staatsgeheimen.

Ten tijde van de verkiezingscampagne van 2016 claimde Roger Stone, een van de minst respectabele politieke klusjesmannen van de Republikeinse Partij, bijgenaamd the rat fucker en adviseur van Donald Trump, in direct contact te staan met Assange voor de coördinatie van het publiceren van de gehackte dnc-mails. Een openbaarheidsactivist die wél integer opereert, Edward Snowden, heeft de laatste jaren steeds meer afstand genomen van Assange, onder meer vanwege diens onverschilligheid ten aanzien van collateral damage.

***

Het beoordelen van elk ‘nieuw’ fenomeen begint met de vraag: wat is hier nieuw, de stijl of de substantie? Hoezeer Julian Assange, zijn supporters en de hoofdredacteuren die hij betoverde ook wilden geloven dat het hacken en lekken van WikiLeaks een nieuw mediatijdperk inluidde – het was een klassiek geval van techno-paniek en journalistieke myopie.

Een goed voorbeeld is een omvangrijk opiniestuk dat ten tijde van de cables-affaire in NRC verscheen, geschreven door ‘mediatheoreticus, lector aan de Hogeschool van Amsterdam, leider van het Instituut voor Netwerkcultuur en universitair hoofddocent mediastudies aan de UvA’ Geert Lovink en Patrice Riemens, ‘sociaal geograaf, internetactivist en verbonden aan de Amsterdamse Waag Society’. De opmars van WikiLeaks bewees volgens hen dat ‘het beschermen van staats- en bedrijfsgeheimen – om maar te zwijgen van privé-geheimen – moeilijk is geworden in een tijdperk van onmiddellijke reproduceerbaarheid en distributie. WikiLeaks is het symbool geworden van een verandering van de ‘informatiesamenleving’ in haar geheel, een spiegel van de dingen die komen. Dus ook al kun je WikiLeaks zien als een – politiek – project en het bekritiseren om zijn werkwijze, het kan ook worden beschouwd als de eerste fase van een evolutie naar een veel algemenere cultuur van anarchistische openbaarmaking, buiten de traditionele politiek van openheid en transparantie om.’

Dat was in 2010, wij zijn nu acht jaar verder en van die ‘veel algemenere cultuur van anarchistische openbaarmaking’ is weinig te merken. Eerder integendeel. Het was ook niet te verwachten. Het bewaren van geheimen, is dat door de digitale revolutie moeilijker geworden? Het stelen van geheimen, is dat door de digitale revolutie makkelijker geworden? Het voorbeeld van de embassy cables biedt aanwijzingen voor het een noch het ander. Gelekte informatie is gelekte informatie, of ze nu uit een kopieermachine komt of uit een computer. De diplomatie is nu eenmaal een bedrijfstak waar men graag vasthoudt aan tradities en zich erop laat voorstaan een beetje ouderwets te zijn. Op het gebied van gegevensbeveiliging liep de buitenlandse dienst van de VS gewoon een beetje achter. Bradley Manning kon die data naar buiten smokkelen door een cd te branden en daar ‘Lady Gaga’ op te schrijven!

De cable-affaire was precies de wake-up call die het State Departement nodig had. En als een eenzame pedofiel zijn laptop al zó goed blijkt te kunnen beveiligen dat een heel politiekorps er wekenlang niet doorheen komt, zoals in de zaak Robert M., moet de Amerikaanse regering ook een eind kunnen komen met het afschermen van haar gevoelige info. En kennelijk heeft ze dat ook gedaan, want sinds de embassy cables is er uit dat domein niets meer van betekenis gelekt. De demonstratief inhumane behandeling van Bradley Manning door de Amerikaanse autoriteiten, die hem onderwierpen aan een loodzwaar detentieregime en geen kans voorbij lieten gaan om hem publiekelijk te vernederen, heeft daar ongetwijfeld ook toe bijgedragen.

Journalistiek is mensenwerk. Het vergt tijd, kennis en ervaring. Zo was het, zo is het en zo zal het voorlopig wel blijven. Als Bradley Manning zijn schijfjes ouderwets in een bruine envelop bij The New York Times in de bus had gedaan, was de uitkomst waarschijnlijk dezelfde geweest. Maar dan zonder het begeleidende mediaspektakel van Superleaker Julian Assange. En zonder de nevenschade aan onschuldige getuigen doordat Assange geen zin had in tijdrovend redactiewerk.

Het is denkbaar dat Assange met al die ophef en dat rumoer een strategische bedoeling had: dat het wereldmerk WikiLeaks een aanzuigende werking zou hebben op digitale klokkenluiders. Zelf zou ik aarzelen om zaken met hem te doen, maar dat Assange klokkenluiders geïnspireerd heeft is niet onvoorstelbaar. Dat hij de Amerikaanse overheid op ideeën bracht lijdt in elk geval geen twijfel. ‘Ziehier de paradox’, schrijft Bill Keller in Open Secrets, ‘de meest tastbare erfenis van de WikiLeaks-campagne voor transparantie is dat de Amerikaanse overheid geheimzinniger (‘more secretive’) is dan ooit.’

***

Het papierloze kantoor, het toetsenbordloze bureau, een wereld zonder geheimen, het zijn maar drie van de beloften van de digitale revolutie die niet in vervulling gingen. Toen het net zich om Assange dreigde te sluiten, heeft hij een get-out-of-jail-kaart genomen en sindsdien is hij een gevangene van zichzelf, verschanst in een diplomatiek vacuüm, waar hij gaandeweg verbleekte tot een half vergeten mediaheld, wachtend op bezoek van Pamela Anderson, die hem veganistisch eten brengt in ruil voor tips hoe je een goede activist wordt. In het land dat hem om onduidelijke redenen diplomatiek asiel verleende, Ecuador, is inmiddels een nieuwe president aan de macht, die naar verluidt geen aardigheid heeft in de logeerpartij, en, o ironie, zijn internet heeft laten afsluiten. En nu wil de Amerikaanse Senate Intelligence Committee hem spreken over zijn medeplichtigheid aan Trumps ‘collusie’ (een eufemisme voor samenzwering) met Rusland bij de verkiezingen.

Een martelaar van de totale transparantie, die, behalve Pamela, nog twee vrienden over heeft, Donald Trump en Vladimir Poetin, twee van de meest intransparante machthebbers ooit. Well done, Superleaker.