Een verblindend cijferfetisjisme

Het lachwekkende van de manier waarop politici van alle gezindten zich de afgelopen weken verzetten tegen de stelling van Paul Kalma dat de politiek de laatste vijftien jaar beheerst is door het primaat van financien, is niet dat ze zeggen dat het niet klopt, het is de manier waarop ze dat zeggen. Ze rekenen het voor. De een (Terpstra, CDA) voert ten bewijze van Kalma’s ongelijk de hoogte van financieringstekort en staatsschuld ten tonele; de ander (Melkert, PvdA) rekent voor hoeveel banen staan tegenover hoeveel lastenverlichting. Dat de stelling van Kalma door de aard van de weerlegging alleen al slechts aan kracht wint, schijnt hen te ontgaan.

Het cijferfetisjisme woekert zelfs zover door dat het vrijwel alle andere politieke overwegingen lijkt te verdringen, tot en met zulke elementaire als het politici toch met de paplepel ingegoten gevoel voor electoraal zelfbehoud. Hoe anders is de nog steeds doorwoekerende WAO-crisis van de PvdA te verklaren, die vooral ontstond doordat het probleem van de arbeidsongeschiktheid te eenzijdig werd gedefinieerd als een financieel probleem? Hoe anders is de daaropvolgende AOW- crisis van het CDA te duiden?
En alsof Kalma’s stelling extra illustratie behoefde, kwam uitgerekend deze laatste partij de afgelopen week met het onthutsende bericht dat de AOW voor alleenstaanden op termijn moet worden teruggebracht naar vijftig procent van het minimumloon. Onthutsend omdat we het niet hebben over de AOW die de volgende maand of volgend jaar betaald moet worden, maar over die van het jaar 2037 en volgende. Reden: de AOW moet betaalbaar blijven.
Op de eenvoudige constatering dat de burgers die het daar te zijner tijd mee moeten doen ruim onder de bijstandsnorm terecht komen, reageerde de geachte volksvertegenwoordiger Bijleveld - een der bedenkers van het voorstel - met de opmerking dat er ‘toch niemand meer is die alleen moet leven van de AOW’. Weer een rekensom dus. En een die bovendien getuigt van een onvoorstelbare blikvernauwing.
Ook even rekenen: nu al zijn er zo'n tweehonderdduizend mensen die het met dat basispensioen moeten doen. En als de voortekenen niet ernstig bedriegen, zullen het er tegen het jaar 2037 heel wat meer zijn. Een kwart van de werkenden werkt op flexibele contracten die geen enkele vorm van pensioenopbouw mogelijk maken. Een kleine twee miljoen WW'ers, WAO'ers en bijstandsgerechtigden behoren eveneens tot die categorie. Gezien de verdergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt zullen die getallen eerder stijgen dan dalen. Naar verwachting zullen er dus in tegenstelling tot wat de heer Bijleveld ons wil doen geloven, in de toekomst heel wat mensen afhankelijk zijn van de AOW.
De keuze voor het instandhouden van een fatsoenlijk basispensioen is dus in de eerste plaats een politieke: wie wenst dat een grote groep ouderen in de toekomst een fatsoenlijk bestaan kan leiden, erkent de realiteit en verhoogt nu de premie in beperkte mate om daarmee het basispensioen in de toekomst op peil te kunnen houden. Wie dat niet wil, schetst nu het scenario voor de armoede van de toekomst.