Rummelplatz

Een verdwenen wereld

tekening: PJ Roggeband

Met het verschijnen van een destijds verboden roman zorgt DDR-auteur Werner Bräunig ver na zijn dood in Duitsland voor sensatie.
Werner Bräunig
Rummelplatz
Aufbau, 768 blz., € 24,95

Medium opening

De communistische regimes van weleer geloofden heilig in de explosieve kracht van het woord. Vandaar het grote belang dat aan propaganda werd gehecht. Met woorden kon de waarheid worden verhuld en verdraaid, en kon de werkelijkheid worden verfraaid. Maar de communistische machthebbers wisten ook dat met woorden de werkelijkheid kon worden blootgelegd. Vandaar dat ze ook bang waren voor het woord. Het moest dus worden bewaakt, gecontroleerd en zonodig onderdrukt.

In de toenmalige ddr heerste vrijwel permanent een gespannen relatie tussen de communistische sed en verschillende, vaak prominente schrijvers. De partij zag in de literatuur een middel om haar ideologie te verspreiden. Schrijvers wilden echter hun artistieke vrijheid bewaren en geen werktuig zijn van de propaganda. Zij zagen in literatuur veeleer een middel om de samenleving kritisch te belichten.

De sed verlangde eind jaren vijftig een ‘hedendaagse socialistische literatuur’, waarin werk en prestaties van de arbeiders centraal zouden staan. Daartoe werd in 1959 een conferentie belegd in Bitterfeld. Cultuur, zo luidde de boodschap, moest niet langer het domein van de burgers zijn, maar van de arbeiders. Schrijvers moesten naar de fabrieken om daar de wereld van de arbeid te leren kennen. En arbeiders moesten gaan schrijven. Greif zur Feder, Kumpel werd de algemene leuze.

Deze socialistische revolutie in de literatuur kon natuurlijk niet slagen. Van arbeiders kon men niet zonder meer auteurs maken. Maar er waren wel schrijvers die de fabriek introkken. Zo ging Christa Wolf naar een wagonfabriek in Ammendorf. Haar ervaringen daar verwerkte ze in de roman Der geteilte Himmel.

Werner Bräunig heeft mede het concept van Bitterfeld ontworpen. Dat was voor de hand liggend, want hij had inderdaad de weg van arbeider naar schrijver afgelegd. Bräunig, geboren in 1934, had in zijn jeugd voor bankwerker geleerd, was ook lid geweest van een jeugdbende, ging een tijdje naar het Westen en keerde in 1951 terug naar de ddr. In 1953 werkte hij in de mijnen van de Wismut AG, een toen nog geheel door Russen geleide onderneming voor het delven van uraniumerts in het Erzgebirge. Een kort verblijf in de gevangenis wegens smokkel naar West-Berlijn moet hem op andere gedachten hebben gebracht. Bräunig werd een actieve communist en ging zich met succes toeleggen op het schrijven. In 1958 werd hij toegelaten tot het Institut für Literatur Johannes R. Becher in Leipzig, eerst als student en later als docent.

Deze Werner Bräunig heeft ruim dertig jaar na zijn dood in Duitsland voor een kleine sensatie gezorgd. Zijn roman Rummelplatz, die in de ddr niet mocht worden gedrukt, is nu voor het eerst verschenen en heeft grote indruk gemaakt. Want in deze omvangrijke en complexe roman worden op indringende wijze de beginjaren van de ddr en de Bondsrepubliek geschilderd. Voor wat de ddr betreft geschiedt dit vanuit het perspectief van arbeiders, van mijnwerkers en van een jonge vrouw in een papierfabriek in het Erzgebirge in het zuiden van Saksen.

De ontstaansgeschiedenis van de roman gaat terug tot het jaar 1961. Bräunig had het plan opgevat een grote, tweedelige roman te schrijven over het gedeelde Duitsland tussen 1949 en 1959. In 1965 was het eerste deel (over de jaren 1949-1952) praktisch klaar en zoals de lezer nu, in 2007, kan zien was het plan te ambitieus. De delen die handelen over West-Duitsland zijn beperkt en niet erg geslaagd. Des te overtuigender zijn de hoofdstukken over de ddr, over het harde, ruwe en losbandige leven in en rond de Wismut-mijnen met hun levensgevaarlijke, maar zeer begeerde inhoud: uranium voor de atoombommen van Stalin.

Bräunigs streven dit leven, dat hij van nabij kende, zo nauwkeurig mogelijk weer te geven, beviel destijds de partijleiding geenszins. In 1965 verscheen een hoofdstuk uit de roman in het tijdschrift Neue Deutsche Literatuur. Partijleider Ulbricht, daartoe aangespoord door de latere partijleider Honecker, greep deze voorpublicatie aan om zijn campagne tegen kritische schrijvers te starten.

De sed had in die tijd problemen met jongeren die niet in het socialistische gareel wilden lopen. De partij zag overal ‘moreel verval’, en dat was de schuld van schrijvers. Ulbricht eind 1965: ‘Er valt een eenvoudige rekensom te maken: als we de arbeidsproductiviteit en daarmee de levensstandaard verder willen verhogen, en daarin zijn toch alle burgers in de ddr geïnteresseerd, dan kan men geen nihilistische, uitzichtloze en de moraal ondermijnende filosofieën in literatuur, film, theater, televisie en tijdschriften verspreiden.’

Als voorbeeld diende het hoofdstuk uit Rummelplatz. Daar werd over een kermis en mijnwerkers van de Wismut geschreven: ‘De Wismut is een staat in de staat en wodka is hier de nationale drank. Achter de kramen bloeit de zwarte handel, de liefde wordt bedreven op omgevallen grafstenen, op verlaten banken, tegen een boom geleund. Hier en daar wordt er gevochten, mensen stromen toe, vormen een kring, moedigen de vechtjassen aan of gaan meedoen.’

De rauwe werkelijkheid van wat in de volksmond Klein-Texas heette, wilde de partij niet gepubliceerd zien. In het door de sed gepropageerde ‘socialistisch realisme’ ging het niet om de waarheid, maar om de idealisering van de werkelijkheid. Daaraan had Bräunig zich (gelukkig) niet gehouden.

Bovendien was in de ddr Wismut taboe. Het mijnencomplex was tot 1954 geheel in Russische handen en het gebied in het Erzgebirge, waarin de mijnen lagen, was alleen toegankelijk voor mensen met een speciale pas. Voor de Sovjet-Unie was het uraniumerts van strategisch belang in de wapenwedloop met het Westen. Het leveren van dit erts werd gezien als een vorm van herstelbetaling. Dit alles paste niet in het beeld van de ‘broederlijke en vredelievende Sovjet-Unie’.

De mannen die hier moesten werken, hadden vaak andere beroepen, andere opleidingen en werden ter plekke snel opgeleid tot mijnwerker. Ze woonden in barakken en het enige lichtpuntje in hun troosteloze bestaan was dat ze meer verdienden dan andere arbeiders en ook meer te eten kregen. De Duitse eenwording in 1990 maakte ook een einde aan de Wismut.

Bräunig heeft het leven in en rond de mijnen en in de nabijgelegen papierfabriek met veel gevoel voor het persoonlijke lot van de mensen beschreven. Maar de volle waarheid heeft hij niet verteld. Hij heeft niet verzwegen dat deze mijnen een hele landstreek hebben vernietigd – ‘Voor de nieuwe rijkdom werd betaald met de oude schoonheid van het landschap’ – maar wat hij onvermeld liet, was dat deze mijnen de gezondheid van duizenden mensen hebben geruïneerd.

Wat in Rummelplatz goed tot uiting komt is de scepsis waarmee jonge Duitsers destijds naar de naoorlogse samenleving keken. De gevolgen van de oorlog waren rond 1950 nog overal goed zichtbaar, maar nazi was niemand geweest, zeker niet in de ddr. Daar was iedereen eigenlijk altijd communist geweest. De partij, zo laat Bräunig zien, was deels dan ook een partij van opportunisten en baantjesjagers, deels van mensen die blind geloofden dat de partij altijd gelijk had. Bräunig over het ‘almachtige’ marxisme: ‘Almachtig? Komt, voorzover wij weten op aarde niet voor en: een leer waarover wordt gezegd dat ze volkomen doordacht is, wekt snel de verdenking dat verder nadenken niet nodig is. Een partij die zichzelf wijsmaakt altijd gelijk te hebben, komt in de fatale situatie fouten niet meer te zien, ze begint te stotteren.’

Bräunig is niet overal van de partijlijn afgeweken. Helden van de arbeid ontbreken niet. De schrijver koestert duidelijk de mening dat de mens in noeste, eerlijke arbeid zijn eigenlijke bestemming vindt. Goede arbeiders en oprechte communisten vallen bij hem samen. Zij zijn ook degenen die het zelfstandig denken niet hebben opgegeven.

De roman eindigt op 17 juni 1953, de dag dat de opstand van de Oost-Duitse arbeiders tegen de verhoging van de productienormen met behulp van Russische tanks werd neergeslagen. Voor Bräunig, ook hier de partijlijn volgend, werd deze opstand geleid door fascistische bendes. Maar typerend is wel weer dat hij in het gewoel van de opstand uitgerekend de oude, menselijk integere communist Hermann Fischer laat sterven.

De mensen in de ddr hebben dit alles nooit kunnen lezen. De langdurige campagne tegen roman en auteur heeft Bräunig nooit geheel kunnen verwerken. Hij heeft nog wel geschreven en enkele boeken werden ook gepubliceerd, maar zijn zelfvertrouwen was verdwenen. Hij vluchtte in de alcohol en daarmee uiteindelijk in de dood. Zijn nooit geheel voltooide manuscript overleefde echter, zodat de lezer nu alsnog kennis kan maken met Bräunigs krachtige en authentieke proza over een verdwenen wereld.