Een vergeten diplomaat

Emiel Lamberts, Het gevecht met Leviathan. Een verhaal over de politieke ordening in Europa (1815-1965), € 29,95

Conservatisme is een relatief begrip. Wie een bepaalde maatschappelijke en politieke ordening wil behouden, beseft vaak niet dat deze het resultaat is van een revolutionair proces. Het verdedigen van de huidige verzorgingsstaat wordt vaak gezien als conservatief, terwijl zij bevochten is op een sociaal-economische orde waarin het ongebreidelde vrijemarktdenken de toon aangaf. En die liberaal-kapitalistische samenleving kwam weer voort uit een economische en politieke revolutie die een einde had gemaakt aan de standenmaatschappij van het ancien regime. Een hedendaagse conservatieve VVD'er als Hans Wiegel zou in de ogen van een achttiende-eeuwse aristocraat een gevaarlijke revolutionair zijn.
Dat begrippen als conservatisme en progressiviteit betrekkelijke begrippen zijn, is niet het enige dat duidelijk wordt uit Het gevecht met Leviathan van de Leuvense emeritus hoogleraar nieuwste geschiedenis Emiel Lamberts. Interessant is vooral dat hij laat zien hoe uiterst conservatieve denkbeelden uit het begin van de negentiende eeuw een bijdrage hebben geleverd aan het gedachtegoed dat een grote rol speelde bij de totstandkoming van de Europese Unie.
Hoewel zijn boek is gedrapeerd rond het levensverhaal van de vergeten Noord-Duitse aristocraat, Oostenrijkse diplomaat en bekeerde katholiek Gustav von Blome (1829-1906), gaf Lamberts het niet ten onrechte als ondertitel Een verhaal over de politieke ordening in Europa, 1815-1965. Zijn vertrekpunt is het Congres van Wenen in 1815, waar na de verwoestende napoleontische oorlogen een systeem van collectieve veiligheid tot stand kwam. Een hoofdrol werd gespeeld door de Oostenrijkse kanselier Metternich, die sterk was beïnvloed door de denkbeelden van Kant en die een Europees machtsevenwicht nastreefde. Niet staatsraison en nationale belangen zouden de politiek moeten beheersen, maar de directieven van de kosmopolitische rede. De vijf grootmachten - Groot-Brittannië, Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Frankrijk - besloten dat ze voortaan regelmatig overleg zouden plegen en conflicten door middel van diplomatie zouden oplossen.
Als grootste gevaar voor dit harmonieuze ‘Europees Concert’ zag Metternich het opkomende nationalisme, dat veelal gedragen werd door de liberale burgerij. Het liberalisme wees hij af omdat het met zijn universele principes te weinig rekening hield met de eigenheid van elk land en volk en door zijn individualisme allerlei traditionele verbanden ondergroef. Om die reden stond hij de katholieke kerk ook meer vrijheid toe dan deze onder het absolutisme had gehad, omdat zij het wereldlijk gezag legitimeerde en duidelijke morele maatstaven stelde.
Hij had een afkeer van Pruisen en de landedelman Blome besloot in Oostenrijkse diplomatieke dienst te gaan. Hij kwam in de gunst bij de oude Metternich, die hij zeer bewonderde. Wat hij vermoedelijk niet wist, is dat hij een kleinzoon van de grote staatsman was (zijn moeder was een van diens buitenechtelijke kinderen). Als diplomaat werd Blome geconfronteerd met het agressieve Pruisen, dat onder leiding van de conservatieve Bismarck sterk nationalistisch werd en streefde naar eenwording van de Duitstalige gebieden ten noorden van Oostenrijk. Ondanks wekenlange onderhandelingen met Bismarck kon Blome niet voorkomen dat in 1866 tussen beide landen oorlog uitbrak, waarbij Oostenrijk verslagen werd, waarna het afzakte tot tweederangs mogendheid.
Het nationalisme werd steeds dominanter - Duitsland en Italië zouden spoedig eenheidsstaten worden - en het internationale machtsevenwicht van Metternich loste op in rook en kruitdamp. Niet alleen in de internationale politiek werd de natiestaat de allesbepalende factor, ook in de binnenlandse politiek was dat het geval. De door Hobbes geschilderde Leviathan ging alle sferen van het maatschappelijk leven beheersen en eiste het recht op alle burgers in te zetten voor zijn doelstellingen.
De conservatief Blome was dit alles een gruwel en hij zag in de katholieke kerk de enige potentiële tegenmacht. De supranationale kerk kon niet alleen een dam vormen tegen het nationalisme, dat vroeg of laat tot oorlog zou leiden, maar ook tegen liberalisme en socialisme. Dat een gefortuneerde aristocraat als Blome het socialisme afwees zal niet verbazen, maar ook van het ongebreidelde kapitalisme, dat mensen als gebruiksvoorwerpen zag en tot immense sociale misère leidde, wilde hij niets weten. In de jaren na 1870 speelde hij een centrale rol in de zogenaamde Zwarte Internationale, een geheime katholieke organisatie die de wereldlijke macht van de paus wilde herstellen en zich tegen het liberalisme en socialisme keerde. Ruim tien jaar later was hij betrokken bij de Unie van Fribourg, die voor een sociaal-katholicisme pleitte en grote invloed had op de totstandkoming van de encycliek Rerum Novarum uit 1891, die pleitte voor sociale wetgeving en een corporatistische maatschappijordening.
Uit het sociaal-katholicisme van de late negentiende eeuw kwam de moderne christen-democratie voort, die een bijzonder grote rol speelde bij de totstandkoming van de sociale markteconomie, de verzorgingsstaat en de Europese Unie. Met die laatste instelling is, nadat nationalisme en staatsaanbidding Europa in twee wereldoorlogen hadden gestort, weer een deel van de erfenis van Metternich en de katholieke kerk tot leven gewekt. Wat in 1870 hopeloos achterhaald leek, het idee van een supranationale Europese orde, werd na 1945 een positieve kracht. Uiteraard ging het daarbij niet om het klakkeloos kopiëren van oude ideeën, maar om een combinatie met de waardevolle elementen uit het liberalisme en de sociaal-democratie. Deze ingewikkelde maar uiterst boeiende wordingsgeschiedenis schetst Lamberts aan de hand van de levensloop van een volstrekt vergeten maar fascinerende figuur.

EMIEL LAMBERTS
HET GEVECHT MET LEVIATHAN: EEN VERHAAL OVER DE POLITIEKE ORDENING IN EUROPA, 1815-1965
Bert Bakker, 426 blz., € 29,95