© Angel Bologan / Cagle

Het duurde even voordat Edgar Welch, een huisvader van 28 jaar oud, een geschikte tas had gevonden om zijn AR-15-geweer in te vervoeren. Vanuit zijn woonplaats Salisbury, North Carolina, reed Welch op 4 december 2016 naar Washington. Zijn bestemming: de Comet Ping Pong Pizzeria, kortweg Ping Pong. Daar aangekomen hield Welch een tijdje een medewerker onder schot en vuurde een aantal maal op de deur van de pizzeria. Niet veel later ontsnapte de medewerker en gaf Welch zichzelf over.

Een huisvader die met een automatisch geweer een pizzeria bestormde – wat was hier gebeurd?

In de voorafgaande weken was Welch in de ban geraakt van de op het forum 4Chan ontstane complottheorie genaamd Pizzagate. Op basis van de kort daarvoor door WikiLeaks geopenbaarde e-mails van presidentskandidaat Hillary Clinton concludeerden de 4Channers dat Hillary, in samenwerking met haar campagnechef John Podesta en miljardair Jeffrey Epstein, een pedofielennetwerk runde. Volgens de 4Channers communiceerden Hillary en Podesta veelal in codetaal. Volgens de anonieme ‘klokkenluider’ die als eerste melding had gemaakt van de theorie verwees ‘pizza’ niet naar de door Podesta aanbevolen lunch, maar naar te verhandelen kinderen. Soms stuurde Podesta plaatjes mee, ‘pizza.jpg’ bijvoorbeeld, maar het was voor de mensen op de fora niet te achterhalen welke afbeelding erbij hoorde. Kon het misschien om kinderen gaan?

Verschillende fora begonnen elkaar af te troeven in hun strijd om volgers; de memes en zogenaamde overzichtsdiagrammen werden steeds talrijker, de uitleg van de zogenaamde codetaal werd preciezer. ‘Pizza’ zou nu duiden op een vrouwelijk slachtoffer, stelden anonieme cryptografen. In Podesta’s e-mails bevond zich ook een uitnodiging van kunstenaar Marina Abramovic, voor een installatie genaamd Spirit Cooking. Zou die term misschien verwijzen naar de ritualistische wijze waarop die kinderen werden vermoord, nadat ze hun seksuele nut hadden gediend? Dat zou meteen verklaren waarom zo weinig slachtoffers publiekelijk hun verhaal hadden gedaan. Dots werden geconnect, Hillary werd Killary.

fox-host Sean Hannity begon over de theorie te twitteren, groothandelaar in complotten Alex Jones populariseerde de theorie verder. Ineens zagen honderdduizenden mensen online berichten langskomen over ‘Pizzagate’. Ze begonnen te klikken; waar rook was, moest vuur zijn. Ondertussen kregen de eigenaars van Ping Pong, waar de Democraten af en toe fondsenwervingsfeestjes houden, de eerste doodsbedreigingen binnen, de eerste van honderden die zouden volgen. Begin december dacht Edgar Welch, die de aanzwellende storm van ‘openbaringen’ met afgrijzen had aangezien: en nu is het genoeg.

De rest is geschiedenis, zou ik bijna zeggen. Maar eigenlijk is dat niet waar. Pizzagate is niet zozeer geschiedenis als wel dagelijkse realiteit gebleken.

Al ver voordat het Chinese virus ons op 17 maart 2020 overviel, begon Pizzagate (waarvan het ook in Nederland in opkomst zijnde QAnon een afgeleide is) te dienen als het ultieme voorbeeld van de absurditeit van complottheorieën, en de stompzinnigheid van de mensen die zich erdoor laten verleiden. Veel artikelen en nieuwsitems van ‘mainstream media’ die zich met complottheorieën bezighouden, draaien om de vraag: hoe kan iemand als Welch zo stom zijn dat hij hierin gelooft, dat íemand in de polder deze paranoia omarmt? Besmuikt lachen we om hem en de zijnen, de gekkies met aluminiumhoedjes, heel af en toe noemen we ze gevaarlijk. Maar ons echt tot hen verhouden, dat doen we niet.

We moeten dus verder reiken dan dat. Niet zomaar the Kool-Aid drinken of de sheeple volgen. Maar een andere vraag stellen: hoe kan het dat veel mensen in plaats van de kalme, redelijke ‘verklaringen’ die tot onze beschikking staan tegenwoordig de voorkeur geven aan zulke ‘vergezochte’ verhalen? Laten we het complotdenken, in plaats van te wijzen naar individuele uitzonderingen, de gekkies, eens benaderen als een collectief probleem, dat een gemeenschappelijke zwakte blootlegt. In plaats van over complotdenkers, alsof dat een aparte bevolkingsgroep is van mensen die niks anders doen dan speuren naar samenzweringen, wil ik het hebben over die al te verleidelijke typische manier van causaal speculeren die we complotdenken noemen. Laten we dus, in plaats van te lachen om Edgar Welch, eens op zoek gaan naar de Edgar Welch in onszelf. Kortom, stand back and stand by.

Eerst moeten we vaststellen wat een complottheorie precies is. Ik stel deze werkdefinitie voor: een complottheorie is een alternatief verklarend stelsel van oorzaak-en-gevolg-redeneringen, dat erop wijst dat een klein gezelschap met voorbedachten rade een grootschalige misleiding op touw heeft gezet, vermoedelijk om een grootse criminele of immorele daad te verhullen.

Complottheorieën zijn zo oud als de wereld. Was de brand die Rome in 64 na Christus met de grond gelijk maakte toevallig ontstaan, of het werk van keizer Nero? Was de pest een toevallige ziekte geweest, of heel misschien toch het werk van joden? Politieke moorden leiden vrijwel altijd tot complottheorieën. Dat was zo bij de moord op president Abraham Lincoln, de moord op president John F. Kennedy, de moord op Pim Fortuyn, maar ook bij de moord op Willem van Oranje, die ‘toevalligerwijs’ het leven liet op dezelfde dag dat Niccolò Machiavelli stierf.

In het jaar 2000 heropende Museum het Prinsenhof het onderzoek naar de moord op onze Vader des Vaderlands, wegens de verdachte omstandigheden die de daad van Balthasar Gerards omgaven. Want van de drie volgens ooggetuigen afgevuurde kogels waren er maar twee teruggevonden. Bovendien doken in de negentiende eeuw al verhalen op dat de kogelgaten in de muur niet alleen opvallend laag waren, gelet op het traject dat de kogel had afgelegd, ook waren ze opvallend groot. Wat als Balthasar Gerards toevallig had opgedraaid voor de daad van de echte moordenaar? Wat als het begin van onze nationale geschiedenis is ingezet met een leugen, een leugen die werd geboren op de sterfdag van de naamgever van deze lezing?

Dit is ongeveer hoe complottheorieën werken. Eerst worden enkele ‘merkwaardige’ verschijnselen die geen plek hebben in de algemeen geldende verklaring opgesomd. In het geval van Fortuyn, dat u misschien goed kent: waar was zijn beveiliging op de dag van de moord, en waarom hadden de binnenlandse veiligheidsdiensten eerdere bedreigingen aan zijn adres niet serieus genomen? Zulke vragen, die in werkelijkheid bijna altijd te beantwoorden zijn met ‘incompetentie’ dan wel ‘toeval’, leiden vervolgens tot de retorische vraag: is het niet erg toevallig dat…? Die vraag leidt naar het cui bono-principe: wie heeft baat gehad bij het voorval? In dit geval: de politieke elite die werd aangevallen door Fortuyn. Vervolgens worden de dots aan elkaar gesoldeerd, met als gevolg een narratief waarin geen enkele plek meer is voor twijfel, en die vanwege de onfalsifieerbaarheid ervan in staat is elke tegenwerping te absorberen. En QAnon? Dat dient daarbij vaak als grote paraplu, aldus QAnon-onderzoeker en Washington Post-schrijver Travis View: vrijwel alle grote complottheorieën kunnen erin worden ondergebracht, zonder dat ze hun unieke claims verliezen.

De vraag blijft natuurlijk: waarom blijkt complotdenken zo aantrekkelijk voor zulke grote groepen?

Dat hangt voor een groot deel samen met drie specifieke manieren waarop mensen neurologisch ge-hardwired zijn. Ten eerste zoeken we als vanzelf naar intentionaliteit in gebeurtenissen. Het idee dat de geschiedenis een samenraapsel is van toeval en onbedoelde gevolgen, het idee dat we weinig invloed hebben op de koers van ons leven, dat chaos regeert – mensen vinden het niet goed te verdragen. Een toevallige besmetting door een vleermuizenvirus? Nee, doe dan maar een door sinistere Chinese wetenschappers gebrouwen biochemisch wapen.

Ten tweede bedienen onze hersenen zich intuïtief van het proportionaliteitsprincipe: dat elke grote gebeurtenis een grote oorzaak zou moeten hebben. Neem 9/11, een gebeurtenis van immens politiek en historisch belang; hoe zou zoiets nou op het conto geschreven kunnen worden van een handvol onbekende figuren? Onbewust willen we een grotere uitleg, een uitleg die wat soortgelijk gewicht betreft niet onderdoet voor de daad die eruit is voortgekomen. Daarbij kan het ontzettend spannend zijn om deel uit te maken van de groep die ‘de waarheid’ boven tafel krijgt. ‘Het geeft je als gebruiker het gevoel betrokken te zijn bij een onderneming van gigantisch historisch belang’, aldus Travis View.

De neigingen van ons brein maken dat we allen vatbaar zijn voor complotdenken. Dat zijn we altijd geweest

Ten derde zijn wij mensen erg gevoelig voor confirmation bias: onwillekeurig gaan we op zoek naar de feiten die ons idee van de wereld bevestigen. Op die manier brengen we harmonie aan in wat we ontdekken, zien en horen. Het automatische gevaar is uiteraard tunnelvisie, iets waar complotdenkers in grote mate last van hebben.

Deze neigingen van ons brein, die we allemaal in meer of mindere mate bezitten, maken dat we allen vatbaar zijn voor complotdenken. Dat zijn we altijd geweest, en zullen we altijd blijven. Complotdenken, zo moge duidelijk zijn, is een Inside Job.

© Angel Bologan / Cagle

Hoewel deze neigingen onveranderlijk zijn, is er wel onderscheid te maken tussen klassieke complottheorieën en modern complotdenken.

Terugkomend op de zojuist gedebiteerde complottheorie over de moord op Willem van Oranje: die berust grotendeels op onzin. Willem van Oranje stierf níet op dezelfde datum als Machiavelli, zelfs niet in hetzelfde decennium. Dat door Het Prinsenhof opnieuw geopende onderzoek kwam neer op met een röntgenapparaat langs de muren gaan om te kijken of die kogels eigenlijk nog in de muur zaten. De kogelgaten waren zo groot omdat mensen lang gewoon waren met hun vingers in die gaten te poeren. De verdachte schiethoek? Het museum is vaak verbouwd. De derde kogel? Misschien zoekgeraakt, misschien meegenomen door om het even wie. En Balthasars motief was kraakhelder: als katholiek haatte hij de protestantse prins, en de uitgeloofde beloning van 25.000 Spaanse goudstukken stond hem ook niet tegen.

En toch zet je door die halve waarheden iets in gang, je zaait een kiem van twijfel die maakt dat je de volgende keer dat iemand over de moord op Willem van Oranje begint, denkt: was daar niet iets mee? Stel je eens voor dat die theorie over Van Oranje nu eens duizenden keren werd gedeeld op sociale media. Waar rook is, weet u wel.

Waar klassieke complottheorieën hun legitimiteit ontleenden aan duizenden uren van onderzoek, aan krantenknipsels op de muur, aan draadjes van de ene punaise naar de andere, aan ambachtswerk, ontleent modern complotdenken zijn legitimiteit aan de herhaling. Terwijl ik dit zeg worden tienduizenden complotmemes gemaakt, verspreid, geëchood, gepersifleerd, herhaald, geliket en gedeeld. Met hun uitgekiende algoritmes fungeren sociale media zonder twijfel als ‘blaasbalg’ voor complotdenken, vatte de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (nctv) Pieter-Jaap Aalbersberg onlangs samen. Het is niet verwonderlijk dat mensen, juist in een tijd waarin ze werden aangemoedigd om fysieke afstand tot elkaar te bewaren en zo min mogelijk naar buiten te gaan, dieper het digitale rabbit hole in zijn gevallen dan ooit tevoren.

Eigenlijk schiet het woord ‘complottheorie’ in veel gevallen tekort, realiseer ik me. De theorieën van vandaag de dag zijn niet verstandelijk, noch worden ze gedekt door uitvoerig onderzoek. Ze appelleren aan een gevoel over hoe de wereld werkt, over wie wordt buitengesloten en wie de macht heeft. Dat gevoel, die emotionele waarheid, is sterker dan de ratio, met als gevolg dat mensen soms blijven geloven in theorieën, zelfs als ze toegeven dat elk element ervan feitelijk is ontkracht. In plaats van een complottheorie zouden we eerder moeten spreken van een complotgevoel, of een gevoelswaarheid.

‘Zelfs als het niet helemaal waar is’, zei voormalig president Donald Trump over de vermeende link tussen de vader van senator Ted Cruz en Lee Harvey Oswald, de enige verdachte op de moord op jfk, ‘dan nog zit er iets in.’

Dat iets is het paranoïde residu dat achterblijft na het consumeren van genoeg staaltjes van complotdenken, een residu dat alle informatie die tot ons komt kan besmetten. Als een leugen vaak genoeg herhaald wordt, denken we op den duur dat er een kern van waarheid in zit. Als we dat maar vaak genoeg denken, zal het niet lang duren voordat we van feiten denken: dat is ook maar een mening. Zo erodeert het verschil tussen waarheid en leugen steeds verder, totdat we in een situatie terechtkomen waarin het niet alleen onmogelijk is om het eens te zijn met de ander, zelfs is het onmogelijk het met hem of haar oneens te zijn. Want ook om het werkelijk oneens te kunnen zijn, is er iets van een gedeelde waarheid nodig.

Hoe groots en ingrijpend de effecten van complotdenken ook zijn, de manieren waarop het onze gedachten binnendringt zijn vaak verraderlijk subtiel. Wie van u merkte op dat ik het zojuist had over het ‘Chinese virus’? Dat ik de foutieve datum 17 maart gebruikte, 17 – het codegetal waarmee Trump zijn QAnon-fans zou seinen dat ze op het juiste pad zijn. Dat ik aanhalingstekens gebruikte bij de termen ‘mainstream media’, ‘verklaringen’, en ‘vergezocht’? Dat ik het had over the Kool-Aid, sheeple, wie van u herkende iets in de zinsnede ‘stand back and stand by’? Dit zijn dog whistles, kleine retorische fluitjes op een toonhoogte die alleen ingewijden, degenen die op de hoogte zijn van bepaalde vormen van complotdenken, kunnen horen. Misschien wist u niet precies wat er nou vreemd was aan wat ik zei, maar het was niet eenvoudig om uw vinger erop te leggen. Wat u aan die passage overhield was vermoedelijk een vaag gevoel van onbehagen, van wantrouwen misschien wel. Dat gevoel, dat is het paranoïde residu in werking.

Nu we hebben vastgesteld hoe hardnekkig én verleidelijk complotdenken is, is het tijd om drie hardnekkige vooroordelen over complotdenkers te ontzenuwen.

Misverstand één. De complotdenker is dom. Complotdenken komt in alle geledingen van de samenleving voor, het leeft onder bankiers, politici, wetenschappers en academici. Slechts een klein gedeelte van de complotdenkers voldoet aan het stereotype van de geïsoleerde zonderling. Er is geen enkel bewijs dat intelligentie ons zou beschermen tegen complotdenken. Dat er relatief veel mensen met een lage sociaal-economische status of een laag opleidingsniveau vatbaar zijn voor complotdenken lijkt vooral te maken te hebben met hun lage sense of control, met frustratie en gevoelens van onmacht.

Misverstand twee. De complotdenker is per definitie rechts. Traditioneel bevindt de complotdenker zich aan de zijde zonder politieke macht. De vele complottheorieën met betrekking tot de moord op jfk waren grotendeels afkomstig uit het links-progressieve deel van het politieke spectrum. Hetzelfde kan gezegd worden over de complottheorieën over de moord op Martin Luther King, Malcolm X, maar ook over bijvoorbeeld de invloed van Big Pharma. Uit een onderzoek over de gevolgen van de financiële crisis van 2009, aangehaald door The Washington Post, bleek dat liefst 32 procent van de Democratisch stemmende Amerikanen dachten dat ‘de joden’ ‘een zekere’ tot ‘een aanzienlijke’ schuld aan de crisis droegen, tegenover achttien procent van de Republikeinen.

Feitelijk is complotdenken pas onlosmakelijk deel geworden van rechts sinds 2016. Dat jaar werd Donald Trump, mede dankzij complottheorieën die viral waren gegaan op social media, verkozen tot president van de Verenigde Staten. In hetzelfde jaar stemden de Britten voor de Brexit, ook weer mede dankzij complottheorieën die viral waren gegaan. Enkele uitzonderingen daargelaten is modern complotdenken, dat in tegenstelling tot klassieke complottheorieën dus niet uitgaat van onderzoek maar van herhaling, sindsdien een essentieel onderdeel geworden van met name rechtse groeperingen of politieke partijen. Maar het is een vergissing om complotdenken per definitie als een rechtse hobby weg te zetten.

Als repliek zou ik willen stellen: vrij zijn is toestaan dat over elk geloof te praten valt

Misverstand drie. De complotdenker heeft altijd ongelijk. Quod non. De laatste decennia hebben geleid tot de bevestiging van allerlei verklarende modellen die, als er geen klokkenluiders zouden zijn opgestaan, zonder meer zouden voortleven als staaltjes van complotdenken. Watergate. De Panama Papers. Het monsterlijke netwerk van Jeffrey Epstein, ooit onderdeel van Pizzagate. De misstanden bij de Fifa. En dan zijn er nog talloze doofpotaffaires geweest met een samenzweerderig aura, zoals de politieke afhandeling van de Lockheed-affaire. Niet iedereen die het oneens is met de algemeen geldende verklaring van een bepaalde gebeurtenis is paranoïde. Niet iedereen die met een alternatieve verklaring op de proppen komt is een complotdenker. De onderscheidende criteria zijn en blijven: baseert hij of zij het onderzoek op controleerbare feiten, en is hij of zij bereid feiten die zijn of haar alternatieve verklaring onderuit halen te accepteren?

Nog los van specifieke gevallen waarbij complotdenkers het gelijk gedeeltelijk of helemaal aan hun zijde hadden, zou ik zeggen dat een zekere mate van samenzweerderige intuïtie op sommige gebieden zeer gerechtvaardigd is gebleken. Zo zijn we in de laatste tien jaar als nooit tevoren geconfronteerd met het extreem elitaire en zichzelf beschermende karakter van de financiële macht. Dit karakter komt het helderst naar voren in periodes van crisis, die niet alleen extreme ongelijkheid hebben blootgelegd, maar ook nieuwe ongelijkheden hebben voortgebracht.

U kunt het zich vast herinneren. De keren dat de top van de kapitalistische keten ons gruwelijk in de steek liet, tijdens de financiële crisis van 2008-2009 en in het kielzog daarvan de schuldencrisis van 2010-2014, konden de grote banken en multinationals rekenen op een bail-out. Waar veel kleine ondernemingen in 2008 too small to succeed waren, waren die banken en multinationals too big too fail. En wie zorgde voor die bail-out? Hank Poulsen, minister van Financiën onder George W. Bush, en daarvoor lange tijd ceo van Goldman Sachs.

Na die bail-out kregen grote banken en multinationals te maken met zogenaamd beperkende reguleringen. Reguleringen die ze zodanig wisten uit te buiten dat ze er feitelijk alleen maar rijker op zijn geworden. Hoe kon dat gebeuren? Allereerst gingen veel figuren die zich eerst bezighielden met het opstellen van die reguleringen vervolgens bij de bedrijven werken waarvoor die reguleringen zouden gelden, zodat men daar van alle sluipwegen op de hoogte was. Neelie Kroes, van 2009 tot 2014 Europees Commissaris voor de digitale agenda, voor techbeleid dus, ging in 2014 voor Uber werken. En José Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, vertrok toen zijn ambtstermijn er op zat keurig naar Goldman Sachs.

En wat werd er verder bepaald, wat was de staatsreactie op de eerdergenoemde crises? Dat centrale banken gigantische hoeveelheden geld printten, dat vervolgens werd geleend door grote banken en multinationals, in de hoop dat het dan naar beneden zou sijpelen, naar de bevolking, wat volgens de dubieuze maar door bankiers massaal aangehangen trickle down economics-theorie zou gebeuren. Helaas.

Wat wél is gebeurd, is dat grote investeringsmaatschappijen en bedrijven sinds 2009 anderhalf triljoen euro hebben geleend tegen extreem lage rentes, geld dat vervolgens weer is geïnvesteerd om nieuwe recordwinsten te boeken, winsten die weer leidden tot stevige bonussen, et cetera.

Raakte de coronacrisis hen dan niet? Nou, veel van diezelfde banken en investeringsmaatschappijen haalden een paar handige boekhoudkundige trucs uit en vroegen om overheidssteun, die ze nog kregen ook.

De laatste vijftig jaar hebben ons kortom geleerd dat we in een piramide leven met een gigantisch grondvlak en een heel kleine scherpe punt, die het systeem dankzij lobbyisten en belangenverstrengeling zo heeft gemanipuleerd dat elke crisis in het eigen voordeel werkt. En toch hoef je aan de typering van dit ‘systeem’ maar één element toe te voegen, een antisemitische trope zoals dat de banken onder leiding zouden staan van joden (onwaar), en dan kunnen anderen je wegzetten als een complotdenker. Ik wil niet zeggen dat dit wegzetten onterecht zou zijn. Maar ik wil wel vaststellen dat enig begrip voor het basale gevoel van verontwaardiging, een gevoel dat moeilijk onder woorden gebracht kan worden omdat we de kleine lettertjes van het systeem dat schuldig is aan dat gevoel niet kunnen lezen, toch wel op z’n plaats is.

We leven in een tijd van onbegrip en chaos, van angst en frustratie, veel mensen hebben het gevoel dat ze weinig greep hebben op hun leven, iets wat in economische zin nog realiteit is ook, en misschien in politieke zin evenzeer, gezien de gestage machtsverschuiving naar Brussel. Uit onderzoek van de Amerikaanse historicus Peter Knight blijkt dat steeds meer mensen in de westerse wereld het gevoel hebben dat ze hun autonomie aan het kwijtraken zijn aan schijnbaar zelfstandig opererende en anonieme structuren.

Onzichtbare krachten die ons lot beheersen, krachten waar we geen zicht op hebben, laat staan dat we er invloed op kunnen uitoefenen, een lage sense of control. Tel daarbij op dat een niet waar te nemen virus de wereld heeft lamgelegd en onze vrijheid heeft afgenomen, het feit dat we bij de bestrijding van dat virus afhankelijk zijn van een klein groepje wetenschappers, specialisten en grote bedrijven én dat ons begrip van waarheid continu wordt uitgehold – is het dan echt verwonderlijk dat mensen op zoek gaan naar een allesomvattende verklaring, naar een verhaal dat hen enige houvast geeft?

Het zou een regelrecht wonder zijn geweest als complotdenken in het afgelopen jaar géén opmars had gekend.

Complotdenken tast ons onderscheidingsvermogen aan, dat wat filosoof Sam Harris onze ‘wetenschappelijke geletterdheid’ noemt. Het ondermijnt ons vertrouwen in de democratie, nu juist de staatsvorm die zonder vertrouwen niet kan functioneren. En in sommige gevallen legt het een basis voor geweldsontsporingen gericht tegen zondebokken, van Aziatische of andere afkomst, of tegen verdacht gemaakte instituties, zoals we zagen bij de bestorming van het Capitool.

Toen Nederland in 2002, na de moord op Fortuyn, kennismaakte met een alarmerende toename van complottheorieën schreef Henk Hofland dat de kwaliteit van het complot wordt bepaald door de ‘domste deelnemer’. ‘Er is er altijd wel één die het niet goed heeft begrepen, of spijt krijgt. Het kan lang duren, maar daarmee stort het complot in.’ Het zegt genoeg dat zelfs Hofland, onze grote lichter van tegels, zich op dit gebied volstrekt heeft misrekend. Zijn neerbuigende toon was misplaatst, en zijn hoop op de natuurlijke ineenstorting van complottheorieën is ijdel gebleken.

Misschien is het toepasselijk om de metafoor van een ziekte te gebruiken. De aerosolen van het complotdenken omgeven ons, het zit al in onze bloedbaan. Het is tijd om dit te erkennen, en de schuld niet door te schuiven naar de meest extreme ziektedragers, om ons te vergapen aan hun koortsige zweetaanvallen, hun verhitte ge-ijl.

In maart 2017 bekende Edgar Welch schuld voor zijn aanval op Comet Ping Pong. Hij verontschuldigde zich en liet het hoofd hangen. ‘Mijn beslissing was ongelooflijk ill-advised’, gaf hij toe. Welch was geen geboren gek, hij was tijdelijk aangetast door een koorts, een koorts waarvan we, hoop ik na deze lezing, niet alleen de symptomen kennen maar ook de oorzaken. Pas als we die oorzaken erkennen, en we toegeven dat ook wij vatbaar zijn voor de koorts, kunnen we gaan spreken over genezing. En die genezing zal niet plotseling zijn, er is geen vaccin. Aangezien de kwaliteit (de overtuigingswaarde) van een complot niet wordt bepaald door de ‘domste deelnemer’ maar door de hoeveelheid deelnemers zal de genezing bestaan uit talloze gesprekken, uit interne dialogen en verhitte conversaties met de buurman. Zo zullen we onze weerstand weer op peil krijgen, en die hebben we hard nodig, willen we ervoor zorgen dat het paranoïde residu minder vat op ons krijgt.

‘Regeren is doen geloven’, schreef Machiavelli, die dus voor de duidelijkheid níks te maken heeft met Willem van Oranje. Als repliek zou ik willen stellen: vrij zijn is toestaan dat over elk geloof te praten valt.


Dit is een bewerking van de Machiavellilezing 2020 die Daan Heerma van Voss hield in Den Haag